Aanhef
De raad van de gemeente Hillegom;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 voorstelnummer 913893;
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;
b e s l u i t:
vast te stellen de:
Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Hillegom 2026
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1 Inleidende bepaling
Krachtens deze verordening worden geheven:
a.een afvalstoffenheffing;
b.reinigingsrechten.
Artikel 2 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1‘gebruik maken’ in hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer;
2grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.
Hoofdstuk 2: Afvalstoffenheffing
Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit
1Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 4 Voorwerp van de belasting
1Voorwerp van de belasting is een perceel.
2Als perceel wordt aangemerkt:
a.de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 5 Belastingplicht
De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij de verordening behorende tarieventabel.
Artikel 7 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt , bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht , nog volle kalendermaanden overblijven.
4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt .
5Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van een op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 10 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk 3: Reinigingsrechten
Artikel 11 Belastbaar feit
Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.
Artikel 12 Belastingplicht
De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 13 Maatstaf van heffing en tarief
1De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij de verordening behorende tarieventabel.
2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 14 Belastingjaar
Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 15 Wijze van heffing
De rechten worden geheven door middel een mondelinge kennisgeving, dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt.
Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 17 Termijnen van betaling
1De verschuldigde rechten moeten in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 14
a.mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
b.schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen twee maanden na dagtekening van de kennisgeving.
2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk 4: Aanvullende bepalingen
Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel
1De "Verordening reinigingsheffingen Hillegom 2025" vastgesteld bij raadsbesluit van 12 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening reinigingsheffingen Hillegom 2026”
Tarieventabel behorende bij de Verordening reinigingsheffingen Hillegom 2026
De bedragen, genoemd in dit hoofdstuk, zijn inclusief omzetbelasting als deze verschuldigd is.
Hoofdstuk 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven voor de afvalstoffenheffing: vast tarief (basistarief)
1.1.1
De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:
1.1.1.1
indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon:
€ 492,96
1.1.1.2
indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebuikt door meer dan één persoon
€ 523,20
1.1.1.3
Binnen het gemeentelijk afvalbeleid wordt het hebben van een tweede restafvalcontainer ontmoedigd. Het is mogelijk om tegen betaling een tweede restafvalcontainer of een toegangspas voor een ondergrondse restafvalcontainer aan te vragen.
In een aantal gevallen is het mogelijk om een extra restafvalcontainer kosteloos aan te vragen, wanneer de situatie wijzigt en niet meer aan de voorwaarden voldoet wordt de container ingenomen of de pas gedeactiveerd.
•Inwoners met een medische indicatie
•Huishoudens met 5 of meer gezinsleden
•Huishoudens met kind(eren) tot en met 3 jaar (voor het weggooien van luiers)
€ 250,00
Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven voor overige reinigingsrechten
2.1
Het recht bedraagt voor:
eenheid
tarief
a.het ledigen van
2.1.1
faecaliënputten en het verwijderen van de daaruit komende afvalstoffen per m3 of een deel daarvan
m3
€ 215,25
b.het op aanvraag verwijderen van particulieren van
2.1.2.1
grof huishoudelijk afval per m3 of een deel daarvan
m3
€ 103,20
2.1.2.2
grof huishoudelijk tuinafval per m3 of een deel daarvan
m3
€ 47,00
c.het in ontvangst nemen van particulieren van
2.1.3.1
grof huishoudelijke restafval tot maximaal 1 m3
m3
0,00
2.1.3.2
grof huishoudelijk restafval boven aantal m3 als bedoeld in 2.1.3.1. per m3
m3
€ 27,10
2.1.3.3
grof huishoudelijk tuinafval tot maximaal 1 m3
m3
0,00
2.1.3.4
grof huishoudelijk tuinafval boven aantal m3 als bedoeld in 2.1.3.3 per m3
m3
0,00
2.1.4.1
Papier
0,00
2.1.4.2
Textiel
0,00
2.1.4.3
Glas
0,00
2.1.4.4
schroot, ijzer, aluminium, koper, lood en overige huishoudelijke metalen
0,00
2.1.5.1
recyclebaar schoon puin of hout per m3
m3
€ 23,70
2.1.5.2
recyclebaar schoon puin of hout per 0,5 m3
0,5 m3
€ 11,90
2.1.5.3
recyclebaar schoon puin of hout per 0,25 m3
0,25 m3
€ 5,90
2.1.6.1
zand, grond (niet inneembaar)
0,00
2.1.7.1
geïmpregneerd hout, dakleer, bitumen en overig niet-recyclebaar bouw- en sloopafval per m3
m3
€ 76,70
2.1.7.2
geïmpregneerd hout, dakleer, bitumen en overig niet-recyclebaar bouw- en sloopafval per 0,5 m3
0,5 m3
€ 38,30
2.1.7.3
geïmpregneerd hout, dakleer, bitumen en overig niet-recyclebaar bouw- en sloopafval per 0,25 m3
0,25 m3
€ 19,20
2.1.8.1
klein chemisch afval van particulieren tot een maximum van 5 kg per keer met een maximum van 10 kg per jaar
kg
0,00
2.1.8.2
asbest uit huishouding tot maximaal 1 m3 per keer met een maximum van 2 m3 per jaar
m3
0,00
2.1.8.3
klein chemisch afval van bedrijven, afhankelijk van de soort chemische afvalstof, een tarief per kg van
absorptiekorrels
kg
€ 3,00
accu's
kg
€ 1,00
afgewerkte olie
kg
€ 1,10
afvalolie
kg
€ 1,70
afvalwater
kg
€ 2,40
ammoniakoplossing
kg
€ 2,40
anorganische zuren
kg
€ 3,80
asbest
kg
€ 2,40
batterijen
kg
€ 0,60
bestrijdingsmiddel
kg
€ 5,40
cosmetica- en medicijnenafval
kg
€ 5,40
CZV/COD afval
kg
€ 5,40
elektronica afval, printplaten
kg
€ 2,70
Fixeer
kg
€ 3,40
grond met olie
kg
€ 3,80
halogeenrijke vloeistof
kg
€ 3,40
kantoorafval
kg
€ 3,80
kjedahl afval
kg
€ 5,40
koelvloeistof, glycolen
kg
€ 2,70
kwikafval
kg
€ 43,60
laboratoriumafval gemengd
kg
€ 7,80
lampen natrium
kg
€ 4,80
lampen TL-buizen
kg
€ 5,40
leeg fust kunststof
kg
€ 3,80
leeg fust staal
kg
€ 2,40
lijm-, kit en harsafval
kg
€ 5,40
loog en anorganische basen
kg
€ 3,80
olie plantaardig
kg
€ 1,10
oliefilters
kg
€ 3,40
ontwikkelaar
kg
€ 3,40
oplosmiddel halogeenarm
kg
€ 2,70
organische zuren
kg
€ 3,80
PCB voorschakelaars
kg
€ 3,00
poetsdoeken chemicaliën
kg
€ 5,40
poetsdoeken olie
kg
€ 5,40
remvloeistof
kg
€ 3,00
salpeterzuur
kg
€ 3,80
specifiek ziekenhuisafval
kg
€ 3,40
spuitbussen
kg
€ 5,40
straalgrit
kg
€ 2,70
teer, vet en bitumen
kg
€ 5,40
verf- en inktafval
kg
€ 3,70
verffilters
kg
€ 7,80
zoutzuur
kg
€ 3,75
zwavelzuur
kg
€ 3,75
Behoort bij raadsbesluit van 11 december 2025.
drs. Y.P.A. Hermans
griffier