Aanhef
De raad van de gemeente Hillegom,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 april 2008, nr. 1001,
gelet op artikel 2, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening;
overwegende dat de raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen met betrekking tot de wijze waarop Wsw-geïndiceerden en hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de wijze waarop de gemeente uitvoering geeft aan de Wsw; besluit vast te stellen de volgende verordening:
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.WsW: Wet sociale werkvoorziening;
b.Dagelijks Bestuur (DB): het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Kust- Duin en Bollenstreek;
c.Ingezetene: persoon die in de gemeente woonplaats heeft, als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek l van het Burgerlijk Wetboek;
d.Geïndiceerden: ingezetenen die voor de Wsw geïndiceerd zijn of hun wettelijk vertegenwoordigers, te weten:
Wsw-gerechtigden op de wachtlijst
Wsw-gerechtigden als werknemer van een Sw-bedrijf of
Wsw-gerechtigden als werknemer bij een reguliere werkgever
en/of hun vertegenwoordigers die als zodanig gerechtigd zijn.
e.Periodiek overleg: de vorm waarin het Dagelijks Bestuur uitvoering geeft aan de wijze waarop geïndiceerden worden betrokken bij de uitvoering van de wet.
f.Het college: het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente waar de geïndiceerde of zijn wettelijk vertegenwoordiger woonachtig is.
Artikel 2 Doelstelling
1De gemeenteraad beoogt, met het instellen van cliëntenparticipatie in de Wsw, geïndiceerden te betrekken bij de ontwikkeling van beleid op grond van de Wet sociale werkvoorziening.
2Het doel van cliëntenparticipatie is, om vanuit verschillende klantinvalshoeken, te komen tot breed gedragen gemeentelijk Wsw-beleid.
3Het Dagelijks Bestuur geeft vorm aan de cliëntenparticipatie in de Wsw door het instellen van een periodiek overleg met een vertegenwoordiging van geïndiceerden.
Artikel 3 Taken
1Het periodiek overleg behartigt de belangen van geïndiceerden in algemene zin.
2Het periodiek overleg bevordert de mogelijkheden tot gelijkwaardige maatschappelijke deelname van mensen met een arbeidshandicap, in het bijzonder personen met een Wsw-indicatie.
3Het periodiek overleg geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het Dagelijks Bestuur. De advisering heeft betrekking op de voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het Wsw-beleid; over nieuwe regelingen dan wel voornemens daartoe (zowel landelijk als lokaal) en organisatorische veranderingen voor zover deze gevolgen hebben voor de geïndiceerden. Een verzoek om advies wordt tijdig ingediend.
4Indien het Dagelijks Bestuur afwijkt van het uitgebrachte advies, dan wordt het periodiek overleg van de reden hiervoor op de hoogte gesteld.
5Het periodiek overleg verschaft inzicht in hetgeen er onder geïndiceerden leeft.
6Het periodiek overleg fungeert als contactpunt tussen de geïndiceerden van de verschillende aan de GR KDB deelnemende gemeenten, de gemeentelijke WMO-cliëntenraden en de GR KDB.
7Het periodiek overleg is alert op ontwikkelingen en knelpunten op het gebied van de Wsw. Het periodiek overleg geeft daarover signalen af en wisselt ervaringen uit met overheden en andere instanties.
8Het periodiek overleg spreekt zich niet uit over individuele zaken tenzij deze zaken betrekking hebben op het functioneren van de Gr-KDB in het algemeen.
9Van de leden van het periodiek overleg wordt verwacht dat zij vergaderingen bijwonen, de belangen van geïndiceerden vertegenwoordigen en zorgvuldig omgaan met de privacy van geïndiceerden en medewerkers.
Artikel 4 Periodiek overleg
1Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het voorzitterschap en het secretariaat van het overleg.
2Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het minimaal 2-jaarlijks bijeenroepen van het periodiek overleg.
3Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een goede en tijdige informatievoorziening aan de deelnemers ten behoeve van het periodieke overleg.
4Deelnemers aan het overleg kunnen onderwerpen voor de agenda bij de secretaris aanmelden.
5Specifieke doelgroepen kunnen op verzoek van geïndiceerden bij het overleg worden betrokken indien dit voor de behandeling van actuele onderwerpen van belang is.
6Het college kan de ingezeten geïndiceerde of zijn wettelijk vertegenwoordiger verzoeken deel te nemen aan lokale participatieplatfora.
Artikel 5 Samenstelling
1Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de werving en selectie van een vertegenwoordiging van geïndiceerden.
2Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een evenwichtige vertegenwoordiging van Wsw-werknemers, geïndiceerden op de wachtlijst en geïndiceerden uit de deelnemende gemeenten.
3Het periodiek overleg bestaat uit maximaal 9 leden en wordt ondersteund door een onafhankelijk voorzitter en een secretaris. Leden kunnen alleen geïndiceerden of hun wettelijk vertegenwoordigers zijn. Als de indicatie wordt beëindigd, kan hij/zij of diens vertegenwoordiger nog maximaal 3 maanden lid blijven.
4Bij een vacature wordt een geïndiceerde of zijn wettelijk vertegenwoordiger, met in achtname van lid 2, door de leden of de secretaris voorgedragen. Voordracht vindt plaats vanuit een eventuele wachtlijst van kandidaten die hebben aangegeven belangstelling te hebben voor deelname aan het periodiek overleg, of na actieve werving onder de geïndiceerden of na spontane melding.
5Het Dagelijks Bestuur benoemt op voordracht van het periodiek overleg de voorzitter. De voorzitter van het periodiek overleg is een onafhankelijk persoon. De voorzitter is geen geïndiceerde en geen medewerker van een van de deelnemende gemeenten of de GR KDB. Tot de taken van de voorzitter behoren het leiden van de vergaderingen, het ondertekenen van de uitgaande post en het vertegenwoordigen van het periodiek overleg naar buiten.
6Vanuit het Dagelijks Bestuur wordt een ambtelijk secretaris beschikbaar gesteld.
7Tot de taken van de secretaris behoren het bijeenroepen voor de vergadering, het versturen van de relevante stukken, het opstellen van het verslag en het opstellen van de agenda. De leden, de secretaris en de voorzitter kunnen onderwerpen voor de agenda aandragen.
Artikel 6 Zittingsduur en schorsing van leden
1De leden van het periodiek overleg hebben in beginsel zitting voor de duur van 4 jaar. Deze zittingsduur wordt telkens met een periode van 2 jaar stilzwijgend verlengd met een maximum van 8 jaar. De verlenging met twee jaar vindt niet plaats indien er geschikte kandidaten op de wachtlijst staan.
2Het lidmaatschap eindigt:
a.op verzoek van het lid;
b.als de zittingsduur is verlopen en het lid niet voor verlenging in aanmerking komt;
c.indien het lid wordt geschorst;
d.indien het lid of de persoon die het lid vertegenwoordigt, gedurende maximaal 3 maanden geen geïndiceerde meer is.
3Tot schorsing van een lid wordt overgegaan indien het lid handelt in strijd met deze verordening, herhaaldelijk verwijtbaar verzuimt deel te nemen aan vergaderingen, als het lid spreekt namens het periodiek overleg zonder een machtiging daartoe, bij schending van de expliciet afgesproken geheimhouding of bij herhaaldelijke verstoring van de vergaderorde.
4Schorsing vindt plaats nadat het betreffende lid in de gelegenheid is gesteld zijn of haar visie kenbaar te maken. Van het voornemen van het periodiek overleg een lid te schorsen wordt het Dagelijks Bestuur vooraf in kennis gesteld.
5De voorzitter heeft zitting voor de duur van 4 jaar. Deze zittingsduur kan tweemaal worden verlengd.
Artikel 7 Facilitering en Informatie
1Het Dagelijks Bestuur voorziet de deelnemers van de informatie ten behoeve van het naar behoren kunnen deelnemen aan het overleg. Het betreft hier de informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen. De informatie wordt desgevraagd in speciale leesvorm aangeleverd.
2Het Dagelijks Bestuur ondersteunt de deelnemers door het zonodig beschikbaar stellen van vergaderruimten en van benodigdheden die voor het vergaderen redelijkerwijs noodzakelijk zijn.
3Het Dagelijks Bestuur kan een budget beschikbaar stellen voor het Periodiek overleg, dit budget is bedoeld om het periodiek overleg te faciliteren bij zijn taakuitoefening.
Artikel 8 Slotbepalingen
1Het periodiek overleg publiceert jaarlijks een kort verslag over haar activiteiten en brengt dit ter kennis aan alle geïndiceerden, het Dagelijks Bestuur en de colleges en gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.
2In geval van geschillen doet het periodiek overleg een beroep op het DB voor advies.
3Iedere twee jaar wordt het functioneren van het Periodiek overleg geëvalueerd door de voorzitter. Mede op basis daarvan wordt bepaald in welke vorm continuering van de werkzaamheden zal geschieden.
4Het lidmaatschap is op geen enkele wijze van invloed op de behandeling van de geïndiceerde door de medewerkers van de GR KDB of de deelnemende gemeenten.
Artikel 9 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2008.
Artikel 10 Citeertitel
1Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Cliëntenparticipatie Wsw gemeente Hillegom.
Bijlage Bijlagen
Toelichting Verordening clientenparticipatie Wsw