Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan Mensenhandel gemeente Hillegom

Gemeente Hillegom · geldt sinds 20 maart 2026

Aanhef

Inleiding

Mensenhandel is een ernstige en vaak onzichtbare schending van mensenrechten die zich ook binnen de gemeente Hillegom voordoet. Het gaat hierbij om uitbuiting in verschillende vormen: van seksuele en arbeidsuitbuiting tot criminele uitbuiting en gedwongen bedelarij. De uitbuiting vindt vaak plaats achter gesloten deuren, waarbij slachtoffers worden misleid, onder druk gezet en volledig gecontroleerd.

Er zijn in heel Nederland diverse casussen bekend waarbij sprake is van mensenhandel. Denk aan een jonge vrouw uit Oost-Europa die naar Nederland kwam als au pair, maar werd gedwongen tot onbetaald huishoudelijk en geïsoleerd werd van de buitenwereld. Of een minderjarige jongen die onder valse voorwendselen werd gerekruteerd en vervolgens werd ingezet voor criminele activiteiten, onder dreiging van geweld tegen zijn familie.

Ook in sectoren als horeca, land- en tuinbouw en schoonmaakbranche komen situaties voor waarin mensen onder erbarmelijke omstandigheden werken: lange dagen, geen contract, onder het minimumloon en zonder toegang tot hulp of bescherming. Vaak worden documenten ingenomen en wordt er druk uitgeoefend om te voorkomen dat slachtoffers naar buiten treden.

Deze voorbeelden illustreren dat mensenhandel niet alleen een internationaal probleem is, maar ook een lokale uitdaging. Het raakt kwetsbare mensen, ondermijnt de rechtsstaat en vraagt om een krachtige, gecoördineerde aanpak van gemeenten, politie, zorginstellingen en maatschappelijke organisaties.

In dit beleidsplan formuleren we de uitgangspunten van een integrale aanpak van mensenhandel binnen de gemeente Hillegom. We richten ons hierbij op signalering, preventie, bescherming van slachtoffers en vervolging van daders. De eerste stap in de bestrijding van mensenhandel is de erkenning dat het ook in onze eigen omgeving voorkomt.

2. Aanleiding: rol van de gemeente en het wettelijk kader

2.3 Regionale ontwikkelingen

2.3.1 Ontwikkelstrategie Regionaal Informatie en Expertisecentrum (hierna: RIEC) Den Haag

In de regionale uitvoeringsagenda 2021 van het RIEC Den Haag staat dat “Gemeenten zorgen voor implementatie van het basisniveau bestuurlijke aanpak mensenhandel, zoals vastgesteld in het landelijke programma Samen tegen Mensenhandel (2018) en afgesproken tussen VNG en Rijk in het IBP”. Dit uit zich in de volgende regionale afspraken dat elke gemeente:

•Duidelijk beleid heeft om mensenhandel tegen te gaan;

•Werkt aan actieve signalering van mensenhandel;

•Een aandachtsfunctionaris heeft.

De RIEC Ontwikkelstrategie 2023, die zich richtte op drugscriminaliteit en mensenhandel, wordt voortgezet in de RIEC Ontwikkelstrategie 2025 t/m 2028. De nieuwe ontwikkelstrategie kent een aantal belangrijke accenten en aanvullingen, waaronder op het gebied van criminele en seksuele uitbuiting. De aanpak van mensenhandel richtte zich voorheen op arbeidsuitbuiting, met onder andere de Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: NLA) als belangrijke partner. Deze aanpak wordt uitgebreid met criminele uitbuiting en seksuele uitbuiting, waar met name kwetsbare burgers het slachtoffer van zijn

7RIEC Ontwikkelstrategie 2025 t/m 2028

.

2.3.2 Regionaal Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid (hierna: RSIV)

Het RSIV is een netwerkorganisatie van 27 gemeenten in de eenheid Den Haag, het Openbaar Ministerie en de Politie en richt zich op openbare orde en veiligheid. Binnen het RSIV is sinds december 2020 een regionale ketenregisseur mensenhandel aangesteld. De ketenregisseur verbindt partijen, versterkt netwerken en smeedt coalities. Daarnaast treedt de ketenregisseur op als projectleider en aanjager van het thema mensenhandel, maar ondersteunt bovenal gemeenten bij de implementatie van hun lokale aanpak

8Jaarplan RSIV 2025

. De ketenregisseur verzorgt zogenoemde mensenhandeltafels waarin informatie wordt uitgewisseld tussen de verschillende ketenpartners, de samenwerking wordt bevorderd en de regionale aanpak wordt besproken.

Jaarplan RSIV 2025

Op basis van de behoeftes vanuit regionale samenwerkingspartners en de recente trends en ontwikkelingen op het gebied van mensenhandel, zijn voor het jaar 2025 ambities en doelstellingen vastgesteld. Het RSIV heeft plannen opgesteld om deze doelstellingen te realiseren zodat er gezamenlijk effectiever kan worden opgetreden tegen mensenhandel.

De gekozen doelstellingen zijn ingedeeld in de volgende vier actielijnen:

1Het bevorderen van brede bewustwording en kennis

2Het vergroten van signalering en meldingsbereidheid

3Het versterken van de regionale samenwerking

4Het creëren van verbeterde data-inzichten over de aard en omvang van mensenhandel

2.3.3 Regiovisie Huiselijk Geweld Hollands Midden

Onlangs is de Regiovisie Huiselijk Geweld Hollands Midden 2024-2028 vastgesteld. In het Uitvoeringsplan ‘Geweld Thuis Samen Aanpakken’ is specifieke aandacht voor de doelgroep slachtoffers van mensenhandel.

6. De onderdelen van een sluitende aanpak tegen mensenhandel in Hillegom

6.1 Signaleren

6.1.1 Melden en aanpakken van signalen

De interne meldroute

Alle signalen van mensenhandel binnen de gemeente dienen terecht te komen bij de aandachtsfunctionaris. Om dit te realiseren, wordt aangesloten bij de bestaande interne meldroute voor ondermijning. Deze route biedt een vertrouwd en effectief kader om signalen snel en zorgvuldig door te zetten naar de juiste contactpersoon.

De aandachtsfunctionaris zal de binnenkomende signalen indien mogelijk verrijken en doorzetten naar de juiste ketenpartner. Hierbij zal – afhankelijk van het soort uitbuiting – de betreffende signalenroutekaart (zie bijlage 1) gevolgd worden die in samenspraak met de ketenpartners is vastgesteld. Uiteraard wordt er bij het doorgeven van signalen rekening gehouden met de regelgeving rondom de bescherming van persoonsgegevens zoals beschreven in de regionale handreiking mensenhandel

10RSIV, Handreiking aanpak mensenhandel regio Den Haag (2021).

.

Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling

Het is van groot belang dat ook zorgverleners bekend zijn met de problematiek van mensenhandel, de verschillende uitbuitingsvormen, en wat zij kunnen doen met vermoedens en signalen. In Nederland fungeert de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (hierna: de meldcode) als de gangbare methode voor zorgverleners om, naast huiselijk geweld en kindermishandeling, mensenhandel te signaleren, signalen van uitbuiting te herkennen en slachtoffers adequaat te ondersteunen. De meldcode geldt voor professionals die werkzaam zijn in de sectoren: gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie.

Professionals met vermoedens van mensenhandel kunnen aan de hand van vijf stappen bepalen of ze een melding moeten doen bij Veilig Thuis en of er voldoende hulp kan worden ingezet. Veilig Thuis onderzoekt bij een melding of er daadwerkelijk sprake is van mensenhandel en zorgt vervolgens dat de juiste ketenpartners hierover worden geïnformeerd.

6.1.2 Trainen van personeel

Om medewerkers de benodigde kennis te geven om signalen te herkennen is het belangrijk dat zij voorlichting krijgen over de problematiek van mensenhandel, hoe deze te signaleren en om de interne meldroute onder de aandacht te brengen.

Het is van belang om zowel interne medewerkers als externe professionals binnen het werkveld te trainen, aangezien zij in hun dagelijkse werkzaamheden en verhoogde kans hebben om signalen van mensenhandel tegen te komen:

–Boa’s;

–Bouwinspecteurs;

–Burgerzaken;

–Handhavers en toezichthouders;

–Jeugd en gezinsteams;

–Jongerenwerkers;

–Leerplichtambtenaren;

–Vergunningverleners;

–Wijk GGD-ers;

–Wmo-medewerkers.

In de afgelopen jaren is er binnen de gemeente Hillegom geïnvesteerd in het trainen en informeren van medewerkers over mensenhandel. Dit is gebeurd via diverse voorlichtingsbijeenkomsten, workshops en gerichte trainingen voor specifieke functiegroepen. Deze inspanningen hebben geleid tot een bredere herkenning van signalen en een betere samenwerking met ketenpartners.

6.1.3 Brede bewustwording

Om de reeds opgedane kennis te bestendigen en ook nieuwe medewerkers goed toe te kunnen rusten, is structurele investering in scholing essentieel. Met de e-learning ‘Ondermijnende criminaliteit’ maken (nieuwe) medewerkers laagdrempelig kennis met de onderwerpen ondermijning en mensenhandel. Deze e-learning maakt standaard onderdeel uit van het onboardingsprogramma van nieuwe medewerkers.

Ook wordt de e-learning ‘Ondermijning voor elke ambtenaar’ aan alle medewerkers aangeboden, waarin onder andere aandacht is voor het herkennen van signalen en het melden van misstanden. Deze e-learning wordt ook aan raadsleden en bestuurders beschikbaar gesteld.

Specifiek voor de medewerkers van Team Burgerzaken wordt een e-learning over de meldcode Veilig Thuis aangeboden en is door de beleidsmedewerker huiselijk geweld (afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling) een protocol opgesteld over het gebruik van de meldcode. Ook de boa’s zijn door Veilig Thuis getraind in het gebruik van de meldcode. Omdat boa’s vaak in contact komen met inwoners in kwetsbare situaties, is het van groot belang dat ook zij de meldcode hanteren wanneer zij signalen ontvangen. Door deze middelen beschikbaar te stellen, wordt geborgd dat medewerkers op elk moment toegang hebben tot actuele kennis en handelingsperspectieven.

Daarnaast wordt ingezet op het ophalen van trainingsbehoeften binnen de organisatie. Dit gebeurt door middel van een inventarisatie per afdeling, waarmee inzicht wordt verkregen in de mate van kennis, ervaring en behoefte aan aanvullende scholing. Deze informatie vormt de basis voor het gericht aanbieden van trainingen en het versterken van de gemeentelijke aanpak van mensenhandel.

Om de opgedane kennis te borgen en nieuwe medewerkers hierin mee te nemen, wordt jaarlijks aandacht besteed aan het thema mensenhandel. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de vorm van een training of een voorlichtingsbijeenkomst. De precieze vorm en inhoud hiervan wordt jaarlijks vastgesteld in het Veiligheidsjaarplan.

6.2 Inzetten op preventie

6.2.1 Preventieve aanpak arbeidsuitbuiting

We weten dat (arbeids-)migranten of mensen zonder juridische verblijfsstatus meer kans hebben om slachtoffer te worden van arbeidsuitbuiting (hierna: de doelgroep). Aangezien er in Hillegom veel inwoners wonen die in de doelgroep vallen, zetten we actief in om deze doelgroep zelfredzamer te maken en de kans op uitbuiting te verkleinen.

Uitvoeringsprogramma Arbeidsmigranten

Het HLT-brede ‘Uitvoeringsprogramma Arbeidsmigranten’ is een gezamenlijk initiatief van gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen om de uitdagingen rondom arbeidsmigranten aan te pakken, met een focus op duurzame huisvesting en de maatschappelijke positie van deze groep.

Het Uitvoeringsprogramma kent de volgende doelstellingen:

1Gezonde werkomgeving voor arbeidsmigranten:

arbeidsmigranten werken in de Bollenstreek legaal en in een veilige omgeving

2Passende huisvesting voor arbeidsmigranten:

arbeidsmigranten wonen in de Bollenstreek legaal en in een veilige omgeving passend bij de verblijfsduur

3Integratie van arbeidsmigranten:

we erkennen dat arbeidsmigranten tijdelijk of langer onderdeel zijn van onze gemeenschap en faciliteren dat zij hieraan meedoen

4Arbeidsmigranten zijn volwaardig deel van de gemeenschap:

we kunnen de arbeidsmigranten die hier wonen en werken. Zij hebben dezelfde rechten en plichten als iedereen.

Deze doelstellingen verkleinen de kans op (arbeids-)uitbuiting en voorkomen dat arbeidsmigranten in verborgen, onveilige situaties terechtkomen. Door arbeidsmigranten actief te betrekken bij de gemeenschap, worden ze zichtbaarder en krijgen ze toegang tot informatie, hulp en ondersteuning. Dit vergroot hun weerbaarheid tegen (arbeids-)uitbuiting. Gelijke rechten en plichten zorgen er tot slot voor dat arbeidsmigranten niet als tweederangsburgers worden behandeld. Dit versterkt hun positie en maakt misstanden sneller zichtbaar en meldbaar. De aandachtsfunctionaris neemt deel aan de werkgroep van dit Uitvoeringsprogramma, waarmee wordt geborgd dat er aansluiting is op het thema mensenhandel en blijvende aandacht is voor signalen van (arbeids-)uitbuiting en de opvolging daarvan.

6.2.2 Preventieve aanpak seksuele uitbuiting

Volgens de Nationaal Rapporteur is seksuele uitbuiting de meest voorkomende vorm van uitbuiting in Nederland. Hiervan werden de meeste slachtoffers uitgebuit in de minder zichtbare sectoren (dus niet in de raamprostitutie of in vergunde seksinrichtingen zoals bordelen). We hebben in Hillegom op dit moment geen vergunde seksinrichting. Dit wil echter niet zeggen dat we in de veronderstelling zijn dat seksuele uitbuiting niet ook binnen onze gemeentegrenzen kan plaatsvinden.

Vanuit een preventieve aanpak wil de gemeente in 2026 onderzoeken in hoeverre kwetsbare branches betrokken kunnen worden bij het voorkomen van seksuele uitbuiting. Hierbij gaat het met name om sectoren waar sprake is van een verhoogd risico op misstanden, zoals de erotiekbranche, de schoonheids- en wellnesssector (zoals massagesalons en nagelstudio’s), de horeca, de uitzendbranche en de hotel- en recreatiesector. Het doel is om inzicht te krijgen in de risico’s binnen deze sectoren en te verkennen welke rol ondernemers, brancheorganisaties en andere relevante partijen kunnen spelen in het signaleren en tegengaan van uitbuiting. Door samen te werken met deze sectoren kunnen we gericht inzetten op bewustwording, vroegsignalering en het versterken van weerbaarheid.

6.2.3 Preventieve aanpak criminele uitbuiting

Het signaleren van criminele uitbuiting vormt een aanzienlijke uitdaging. Slachtoffers worden vaak niet als zodanig herkend, mede doordat zij zelf betrokken zijn bij strafbare handelingen en zich daardoor eerder als dader dan als slachtoffer beschouwen. Dit belemmert de bereidheid om hulp te zoeken en draagt bij aan het voortbestaan van uitbuitingssituaties.

Ervaringen uit de praktijk wijzen uit dat bepaalde groepen een verhoogd risico lopen om slachtoffer te worden van criminele uitbuiting. Dit betreft met name jongeren, personen met een licht verstandelijke beperking, mensen in een kwetsbare sociaaleconomische positie en individuen zonder geldige verblijfsstatus.

Ter versterking van de lokale aanpak neemt de gemeente Hillegom actief deel aan het DealBreakers-project van het RIEC. Dit project richt zich op het voorkomen van jonge aanwas en gaat uit van een nauwe samenwerking met scholen en het jeugd- en jongerenwerk. Met behulp van interventies leren jongeren signalen van uitbuiting herkennen, de gevolgen begrijpen en alternatieven kiezen. Daarnaast worden ook professionals zoals docenten en hulpverleners getraind in het herkennen van signalen van criminele betrokkenheid en krijgen ouders handvatten om in gesprek te gaan met hun kinderen over risicovol gedrag.

6.3 Inzetten op handhaven en barrières opwerpen

6.3.1 Handhaven

6.3.1.1 Lokaal signalenoverleg[Ev1.1]

De gemeente Hillegom organiseert periodiek een lokaal signalenoverleg, waarbij vertegenwoordigers van politie, Omgevingsdienst West Holland (ODWH) en het RIEC aansluiten. Afhankelijk van de aard van de signalen kunnen ook andere relevante partijen worden uitgenodigd. Een signaal kan opgeschaald worden naar een casus en besproken worden onder het RIEC-convenant. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek kunnen vervolgens gerichte acties worden ondernomen, zoals het uitvoeren van een integrale controle.

6.3.1.2 (Preventieve of gerichte) integrale controles

De gemeente Hillegom voert integrale controles uit als onderdeel van haar aanpak tegen ondermijnende criminaliteit. Dit zijn gezamenlijke inspecties waarbij verschillende partners samenwerken, zoals gemeente, politie, OWDH, Belastingdienst en het RIEC.

Deze controles richten zich op locaties of bedrijven waar signalen van ondermijning zijn, zoals illegale bewoning of bouw, drugsproductie- of handel, witwaspraktijken of mensenhandel. Hierbij worden panden of bedrijven bezocht en gecontroleerd op naleving van wet- en regelgeving. Bij overtredingen kunnen maatregelen volgen zoals sluiting van een pand, intrekking van vergunningen of een andere bestuurlijke sanctie.

6.3.1.3 Inzet van het HEIT

Als er sterke vermoedens van malafide bedrijvigheid of illegale prostitutie zijn en het waardevol is dat andere partners ook aansluiten, kan er een controle door het Haags Economisch Interventie Team (hierna: HEIT) worden georganiseerd. Het HEIT is een regionaal samenwerkingsverband dat zich richt op het bestrijden van economische ondermijning (Team Malafide bedrijvigheid) en misstanden in de prostitutiebranche (Team Prostitutie). Op basis van de bevindingen van het HEIT Team Prostitutie heeft de burgemeester de mogelijkheid om bestuurlijk op te treden, bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder dwangsom, het intrekken van een vergunning of het sluiten van een pand op grond van de APV.

Wanneer het team Prostitutie signalen krijgt van mensenhandel, meldt het deze bij de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (hierna: AVIM). Ook signalen van criminele uitbuiting worden bij AVIM gemeld. Wanneer het Team Malafide Bedrijvigheid tijdens controles stuit op signalen van arbeidsuitbuiting, pakt de NLA deze verder op.

Regionale instrumenten zoals de inzet van het HEIT of gezamenlijke RIEC-acties zorgen voor integrale controles over gemeentegrenzen heen. Dit maakt het moeilijker voor malafide werkgevers of huisvesters om misstanden te verplaatsen. Door regionale samenwerking kunnen signalen van uitbuiting sneller worden gedeeld tussen gemeenten, politie, inspecties en andere partners. Dit versterkt de preventieve werking van toezicht en voorkomt een eventueel waterbedeffect.

6.3.2 Barrières opwerpen

De integrale aanpak van mensenhandel is gebaseerd op zogenoemde barrièremodellen. Deze modellen brengen in kaart welke stappen mensenhandelaren moeten zetten om hun criminele activiteiten uit te voeren, en welke organisaties deze stappen kunnen verstoren of sanctioneren. Bij mensenhandel gaat het onder andere om barrières op het gebied van werving, toegang, huisvesting en identiteit. Ook gemeenten kunnen op verschillende beleidsterreinen barrières opwerpen om mensenhandel tegen te gaan. Binnen de gemeente Hillegom worden de volgende barrières ingezet:

6.3.2.1 Barrières bij toegang en identiteit

Om langer dan vier maanden in Nederland te kunnen werken is inschrijving in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) vereist. De gemeente beschikt over bestuurlijke instrumenten om fraude bij deze inschrijving te signaleren en tegen te gaan. Hoewel inschrijving onder de juiste voorwaarden niet mag worden geweigerd, kunnen verdachte signalen aanleiding geven tot nader onderzoek.

Het gemeenteloket is vaak het eerste punt waar identiteits- of adresfraude plaatsvindt. Op basis van fraudesignalen kan voorafgaand aan de inschrijving een controle worden uitgevoerd. Bij (vermoedens van) identiteitsfraude kan de gemeente besluiten tot weigering of aanpassing van de inschrijving.

In Hillegom zijn medewerkers alert op fraude. Er wordt gebruikgemaakt van een ID-scanner en medewerkers volgen terugkerende trainingen van de KMar over dit thema. Valse of vervalste identiteitsbewijzen worden direct gemeld via 112.

Ook neemt de gemeente Hillegom deel aan de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit, waarbij op basis van data verdachte signalen worden geïdentificeerd. Afhankelijk van de aard van het signaal wordt bepaald welke vervolgstappen nodig zijn: een administratief onderzoek, een huisbezoek of samenwerking met andere partners. Wanneer blijkt dat een inschrijving niet overeenkomt met het gebruiksdoel van het adres — bijvoorbeeld bij niet-wonen — wordt dit doorgezet naar het team dat hierop actie onderneemt. Dit geldt ook bij vermoedens van illegale kamerverhuur of de huisvesting van arbeidsmigranten.

6.3.2.2 Barrières bij huisvesting

Arbeidsmigranten leveren een essentiële bijdrage aan diverse sectoren van de Nederlandse economie, waaronder de agrarische, logistieke en industriële sector. Tegelijkertijd zijn zij vaak afhankelijk van hun werkgever of uitzendbureau voor zowel huisvesting als vervoer. Deze afhankelijkheidsrelatie kan leiden tot kwetsbaarheid, vooral wanneer er sprake is van gebrekkige woonomstandigheden, beperkte bewegingsvrijheid of een gebrek aan transparantie.

Om deze kwetsbaarheid te verminderen, is het van groot belang dat gemeenten toezien op de integriteit van huisvesters en werkgevers.

Binnen het barrièremodel mensenhandel vormt het gemeentelijk huisvestingsbeleid een belangrijke bestuurlijke barrière. Door duidelijke voorwaarden te stellen aan logiesgewijze huisvesting en deze actief te handhaven, kunnen gemeenten het criminele proces van arbeidsuitbuiting verstoren. Denk hierbij aan:

•het voorkomen van overbewoning;

•het eisen van brandveiligheid en leefkwaliteit;

•het controleren van vergunningen en eigendomsstructuren.

Beleidsregel ‘Ruimtelijke randvoorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten’

De beleidsregel ‘Ruimtelijke randvoorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- en Bollenstreek’ is een concreet voorbeeld hoe de gemeente Hillegom deze barrière vormgeeft. Hiermee kan de gemeente actief sturen op veilige, legale en controleerbare huisvesting, en daarmee belangrijke barrières opwerpen tegen arbeidsuitbuiting.

RIEC-traject rondom handhavingsknelpunten Katwijk en Noordwijk

In buurtgemeenten Katwijk en Noordwijk loopt momenteel een handhavingsknelpunt bij het RIEC rond de inzet en huisvesting van arbeidsmigranten. In beide gemeenten is gebleken dat een gebrek aan registratie en toezicht leidt tot onzichtbare misstanden en beperkte handhavingsmogelijkheden. Hoewel de gemeente Hillegom niet actief deelneemt aan dit traject, volgen wij de ontwikkelingen nauwgezet. De geleerde lessen bieden waardevolle inzichten in het voorkomen van arbeidsuitbuiting, met name rond de barrière huisvesting.

6.3.2.3 Barrières bij arbeid & Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV)

Bij de bestrijding van mensenhandel in de seksindustrie vervult de gemeente een belangrijke rol via het lokale vergunningenbeleid. De prostitutiesector is kwetsbaar voor misstanden, en een goed gereguleerd vergunningensysteem helpt deze te voorkomen en sekswerkers te beschermen.

Hoewel er momenteel geen vergunde seksinrichting is in Hillegom, kan dit in de toekomst veranderen. Bij overtreding van vergunningsvoorwaarden kan de gemeente handhavend optreden, bijvoorbeeld door intrekking van de vergunning of tijdelijke sluiting van het bedrijf. Dit geldt ook voor andere gereguleerde sectoren zoals de horeca. De APV biedt hierbij het juridische kader. De gemeente Hillegom heeft het juridisch kader voor illegale prostitutie uitgewerkt in een beleidsregel.

In september 2025 is in Hillegom een bedrijfspand tijdelijk gesloten waar illegale prostitutie plaatsvond zonder vergunning. Een vergunning is belangrijk omdat bij illegale prostitutie de kans op misstanden, zoals mensenhandel, uitbuiting, veiligheidsproblemen en gezondheidsrisico’s, groot is. De tijdelijke sluiting draagt bij aan herstel van een veilig woon- en leefklimaat.

6.3.2.4 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) als barrière bij meerdere terreinen

De Wet Bibob biedt de gemeente een krachtig instrument om mensenhandel te voorkomen door de integriteit van aanvragers van vergunningen, subsidies of andere beschikkingen te toetsen. Wanneer er een ernstig vermoeden bestaat dat een aanvraag wordt gebruikt voor criminele doeleinden, kan de gemeente besluiten deze niet toe te kennen of in te trekken. Een concreet voorbeeld is het toepassen van de Bibob-toets bij aanvragen voor huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten. Hiermee kan worden onderzocht of de huisvester betrouwbaar is, en kan slechte of risicovolle huisvesting worden voorkomen.

Ook bij vergunningsaanvragen voor seksinrichtingen wordt de Bibob-toets ingezet. Indien er twijfels zijn over de integriteit van de ondernemer, kan de gemeente besluiten om geen vergunning te verlenen of aanvullende voorwaarden te stellen. Zo draagt de Wet Bibob bij aan het weren van criminele invloeden en het beschermen van kwetsbare groepen.

6.6 Samenwerking en (regionale) overlegstructuren

6.6.1 Bestuurlijke Mensenhandeltafel

Naar aanbeveling van de landelijke Task Force Aanpak Mensenhandel

12De Task Force Aanpak Mensenhandel is ingesteld door het Ministerie van Justitie en Veiligheid en brengt diverse partijen samen die betrokken zijn bij de problematiek van mensenhandel en uitbuiting, zoals politie, het Openbaar Ministerie, CoMensha en gemeenten.

heeft iedere politie-eenheid een bestuurlijk portefeuillehouder mensenhandel en een regionale mensenhandeltafel.

Binnen onze eenheid is de burgemeester van Nieuwkoop de portefeuillehouder mensenhandel en daarbij voorzitter van de bestuurlijke mensenhandeltafel in de eenheid Den Haag. Deze tafel richt zich op de strategische afstemming van de regionale aanpak van mensenhandel. Hieraan nemen onder andere bestuurders van gemeenten, politie, OM, het RIEC, de Zorg- en Veiligheidshuizen en de ketenregisseur mensenhandel van het RSIV deel. Tijdens deze bijeenkomsten worden vraagstukken en thema’s besproken die meerdere gemeenten aangaan (bijvoorbeeld mensenhandel, ondermijning etc.) zodat er een samenhangende en effectieve aanpak is op regionaal niveau

13Mensenhandelmonitor Eenheid Den Haag 2024 / Overlegstructuur.

.

De vertegenwoordiging van district Leiden-Bollenstreek aan de bestuurlijke mensenhandeltafel wordt vervuld door één van de burgemeesters uit het district. Het is zeer positief dat de burgemeester van Hillegom deze rol op zich neemt. Dit versterkt onze positie en betrokkenheid bij de aanpak van mensenhandel en zorgt voor een directe verbinding tussen lokaal beleid en regionale samenwerking. De bestuurlijke mensenhandel tafel komt tweemaal per jaar op thematisch niveau bij elkaar en koppelt terug via de districtscolleges.

6.6.2 Platform Mensenhandel

Naast de bestuurlijke mensenhandel tafel is er ook een ambtelijke mensenhandeltafel opgericht (Platform Mensenhandel) om de regionale aanpak te bespreken en samen op te trekken. Deelnemers van het Platform Mensenhandel zijn onder andere de NLA, het HEIT, het RIEC, AVIM, Zorg- en Veiligheidshuizen, SHOP, de ketenregisseur mensenhandel en verschillende gemeenten. Vanuit de gemeente Hillegom neemt de aandachtsfunctionaris deel aan het Platform Mensenhandel.

6.6.3 Regionale kennisbank

Om good practices te delen op het gebied van bijvoorbeeld het registreren van arbeidsmigranten of voor een actueel voorlichtingsaanbod is er een kennisbank mensenhandel opgesteld op de website van het RSIV. Om deze kennisbank up-to-date te houden zullen we als gemeente actief bijdragen aan het delen van lokale initiatieven door deze onder de aandacht te brengen van het RSIV.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.