Aanhef
De burgemeester van de gemeente Heusden,
Gelet op:
artikel 4:81 eerste lid Algemene wet bestuursrecht,
artikel. 2:28; 2:53a, 2:80 of 3:5 van Algemene plaatselijke verordening gemeente Heusden,
artikel 8, eerste lid, onder b, artikel 31, eerste lid, onder b. en artikel 35, eerste lid, onder b, van de Alcoholwet.
artikel 30d, vierde lid onder a, artikel 30f, eerste lid onder c van de Wet op de kansspelen en artikel 4 lid 1 van het Speelautomatenbesluit 2000.
Overwegende;
-dat de burgemeester bevoegd is te beslissen op aanvragen voor:
•exploitatievergunningen voor openbare inrichtingen;
•vergunningen voor speelautomatenhallen;
•vergunningen voor het uitoefenen van een bedrijf in aangewezen gebouwen of gebieden of voor aangewezen bedrijfsmatige activiteiten;
•vergunningen voor seksinrichtingen;
•evenementenvergunningen;
•vergunningen op grond van de Alcoholwet voor het uitoefenen van een horeca- of slijtersbedrijf;
•ontheffingen als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet;
•vergunningen voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten.
-dat aanvragen voor deze vergunningen kunnen worden geweigerd of bestaande vergunningen kunnen worden ingetrokken wanneer de leidinggevende, een organisator, een exploitant, een bedrijfsleider of een beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is gebleken;
-dat slecht levensgedrag een (zelfstandige) grond is om de vergunning te weigeren of in te trekken, te weigeren om leidinggevenden of beheerders bij te schrijven op de vergunning of om extra voorwaarden aan de vergunning te verbinden;
-dat het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester onder meer op basis van de Dienstenrichtlijn een vergaande motiveringsplicht heeft;
-dat uit het beleid de wijze van beoordeling van het levensgedrag (zedelijk gedrag) blijkt en vooraf duidelijk is;
-dat door middel van dit beleid beter voldaan kan worden aan de motiveringsplicht.
besluit:
Vast te stellen de Beleidsregel beoordeling niet in enig opzicht van slecht levensgedrag gemeente Heusden 2026.