Aanhef
De raad van de gemeente Heumen;
gelezen het voorstel van het presidium van 7 april 2026;
gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening raadscommissies gemeente Heumen 2026.
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heumen;
b.commissie: raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de wet;
c.commissiegriffier: griffier of diens plaatsvervanger als bedoeld in artikel 107d van de wet;
d.commissielid: lid van een commissie niet zijnde een raadslid;
e.commissievergadering: vergadering van een commissie;
f.commissievoorzitter: voorzitter van een commissie;
g.griffier: griffier als bedoeld in artikel 107 van de wet;
h.interruptie: korte verduidelijkende vraag of korte inhoudelijke reactie;
i.raad: gemeenteraad van Heumen;
j.wet: Gemeentewet.
Hoofdstuk 2. Instelling, taken en samenstelling
Artikel 2. Instelling commissies
1Er is een commissie:
a.Bestuur en Samenleving, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:
i.burgerzaken;
ii.openbare orde en veiligheid;
iii.juridische zaken;
iv.bestuurlijke zaken;
v.personele zaken;
vi.financieel beleid;
vii.sociaal domein, en
viii.welzijn, onderwijs en sport.
b.Ruimte, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:
i.volkshuisvesting;
ii.ruimtelijke ordening;
iii.milieu;
iv.openbare werken, en
v.economische zaken en toerisme.
2Het presidium kan, indien nodig of wenselijk, bepalen dat commissies in gezamenlijkheid vergaderen in een “integrale commissie”.
3Als een integrale commissie wordt belegd, vervult de commissievoorzitter van de commissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de commissievoorzitter.
Artikel 3. Taken
Een commissie heeft de volgende taken:
a.brengt advies uit aan de raad over raadsvoorstellen;
b.kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a;
c.verzamelt informatie en wisselt politieke standpunten uit;
d.het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de voorstellen, bedoeld onder a.
Artikel 4. Commissieleden
1Een commissielid wordt door de raad op voordracht van een fractie benoemd.
2Iedere fractie kan maximaal zes personen van buiten de raad voordragen als commissielid.
3Op een commissielid zijn de artikelen 10, 11, 12, 13, 15 en 89 van de wet en artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing.
4Een commissielid legt na benoeming door de raad in dezelfde raadsvergadering de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af overeenkomstig artikel 14 van de wet, met dien verstande dat voor «lid van de raad» gelezen wordt: commissielid.
5Wijzigingen in de door een commissielid beklede betrekkingen en nevenfuncties, die na de benoeming optreden, deelt het desbetreffende commissielid terstond schriftelijk mede aan de griffier.
6Het commissielidmaatschap eindigt:
a.Bij schriftelijke opzegging door het commissielid;
b.Bij schriftelijke opzegging door de voorzitter van de fractie die het commissielid heeft voorgedragen;
c.Bij installatie van een nieuwe raad na verkiezingen;
d.Bij overlijden van het commissielid;
e.Indien een fractie niet langer is vertegenwoordigd in de raad;
f.Bij het niet meer voldoen aan de eisen, zoals bedoeld in het derde lid.
Artikel 5. Samenstelling commissie
1Alle raads- en commissieleden zijn lid van de in artikel 2 genoemde commissies.
2Iedere fractie wordt in een commissievergadering door maximaal twee raads- of commissieleden per agendapunt vertegenwoordigd.
Artikel 6. Commissievoorzitter
1De commissievoorzitter wordt door de raad benoemd.
2De commissievoorzitter is als voorzitter geen lid van de commissie.
3De commissievoorzitter is belast met:
a.het leiden van de commissievergadering;
b.het handhaven van de orde;
c.het uitvoeren en doen naleven van deze verordening.
4De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.
5Het commissievoorzitterschap eindigt:
a.Bij schriftelijke opzegging door de commissievoorzitter;
b.Bij installatie van een nieuwe raad na verkiezingen;
c.Bij overlijden van de commissievoorzitter;
d.Indien de fractie van de commissievoorzitter niet langer is vertegenwoordigd in de raad.
Artikel 7. Commissiegriffier
1Een commissiegriffier is aanwezig in commissievergaderingen.
2Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier, indien noodzakelijk, vervangen door een door de commissie aangewezen bij de gemeente Heumen werkzame ambtenaar.
3Een commissiegriffier of ambtenaar als bedoeld in het tweede lid kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in commissievergaderingen deelnemen.
Hoofdstuk 3. Commissievergaderingen
Paragraaf 1. Voorbereiding
Artikel 8. Vergaderfrequentie
1De commissievergaderingen vinden plaats overeenkomstig het jaarlijks door het presidium vastgestelde vergaderschema voor de raad.
2De commissievergaderingen vinden in de regel plaats op donderdag, vangen aan om 20.00 uur en vinden plaats in het gemeentehuis.
3Een commissie vergadert voorts, indien het presidium het nodig oordeelt.
Artikel 9. Oproep en agenda
1Het presidium stelt de voorlopige agenda van de commissievergadering vast.
2De commissiegriffier zendt ten minste zeven dagen voor een commissievergadering de leden van de commissie een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.
3In spoedeisende gevallen kan het presidium tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van een commissievergadering een aanvullende voorlopige agenda vaststellen.
Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken
1Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de commissie en zo mogelijk door middel van een openbare kennisgeving.
2Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.
3Informatie van de commissie of aan de commissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. De griffier verleent de leden van de commissie op verzoek inzage.
Artikel 11. Openbare kennisgeving
1Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in het gemeentelijk informatieblad en elektronisch door plaatsing op de gemeentelijke website.
2De openbare kennisgeving vermeldt:
a.de datum, aanvangstijd en plaats van de commissievergadering;
b.de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;
c.de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 15.
Paragraaf 2. Vergadering
Artikel 12. Presentielijst
1De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van commissievergaderingen.
2Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen leden van de commissie de presentielijst, die aan het einde van elke commissievergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld.
Artikel 13. Opening commissievergadering; quorum
1De commissievoorzitter opent de commissievergadering op het vastgestelde tijdstip, als tenminste een meerderheid van de fracties blijkens de presentielijst aanwezig is.
2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip geen meerderheid van de fracties aanwezig is, belegt de commissievoorzitter, onder verwijzing naar dit artikel en na voorlezing van de namen der afwezige fracties, opnieuw een commissievergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep als bedoeld in artikel 9 is gelegen.
3Op de commissievergadering, zoals bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. Hierin kan de commissie echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende commissievergadering was belegd, alleen beraadslagen of besluiten, indien tenminste een meerderheid van de fracties blijkens de presentielijst aanwezig is.
Artikel 14. Orde van de vergadering
1Bij aanvang van de commissievergadering stelt de commissie de agenda vast.
2Wanneer de commissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college of de burgemeester nader(e) inlichtingen of advies vragen. In dat geval bepaalt het presidium in welke commissievergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
3Op voorstel van een lid van de commissie of de commissievoorzitter kan de commissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Indien ten aanzien van een agendapunt wordt ingesproken als bedoeld in artikel 15, wordt dit agendapunt als eerste inhoudelijk behandeld.
4De commissievoorzitter en ieder lid van de commissie kunnen tijdens de commissievergadering mondeling een ordevoorstel doen, dat kort kan worden toegelicht. Een ordevoorstel kan uitsluitend de orde van de commissievergadering betreffen. Over een ordevoorstel beslist de commissie terstond. Bij het staken van de stemmen is het ordevoorstel verworpen.
5Indien het ordevoorstel als bedoeld in het vierde lid ziet op het bij vaststelling van de agenda toevoegen of afvoeren van een agendapunt, is in afwijking van het vierde lid unanimiteit vereist.
Artikel 15. Spreekrecht
1Na de opening van de commissievergadering kan eenieder bij het agendapunt spreekrecht het woord voeren over onderwerpen die relevant zijn voor de gemeente Heumen.
2In afwijking van het eerste lid wordt niet gesproken over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen dan wel over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan.
3De persoon die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit met opgave van onderwerp uiterlijk vier uur voor aanvang van de commissievergadering via het daarvoor bedoelde formulier op de gemeentelijke website.
4De persoon die zich voor het spreekrecht heeft aangemeld, krijgt van de commissievoorzitter maximaal 5 minuten het woord. Voor het spreekrecht is er maximaal 30 minuten in de commissievergadering beschikbaar. Bij gebrek aan tijd wordt de mogelijkheid geboden om schriftelijk van het spreekrecht gebruik te maken.
5De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de commissievergadering.
6De commissievoorzitter kan aan leden van de commissie het woord verlenen om een verhelderende vraag te stellen aan de persoon die van het spreekrecht gebruik maakt.
Artikel 16. Mededelingen leden van de commissie en college
Zowel leden van de commissie als van het college krijgen in de commissievergadering gelegenheid voor het doen van korte mededelingen. Deze mededelingen worden schriftelijk gedaan, tenzij urgent en actueel.
Artikel 17. Voeren van het woord
1Een lid van de commissie voert het woord na het van de commissievoorzitter gekregen te hebben.
2Nadat alle fracties het woord hebben gekregen, wordt het college of de burgemeester in gelegenheid gesteld om te reageren.
3De leden van de commissie en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of het spreekgestoelte.
Artikel 18. Aantal spreektermijnen
1Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de commissie anders beslist.
2Elke spreektermijn wordt door de commissievoorzitter afgesloten.
3In de eerste termijn mag ieder lid van de commissie het woord voeren, maar van één fractie voeren niet twee woordvoerders achterelkaar het woord. Beide woordvoerders mogen wel achterelkaar interrumperen. In de tweede termijn mag ieder lid van de commissie het woord voeren.
4Leden van de commissie voeren in een spreektermijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.
5Bij de bepaling hoeveel keer een lid van de commissie over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een ordevoorstel.
Artikel 19. Handhaving orde en schorsing
1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
a.de commissievoorzitter het nodig oordeelt hem aan het naleven van deze verordening te herinneren;
b.een lid van de commissie hem interrumpeert. Tijdens de eerste termijn mag elk lid de spreker ten hoogste tweemaal interrumperen. Tijdens de tweede termijn zijn interrupties onbeperkt toegestaan. De commissievoorzitter kan echter bepalen dat een spreker zonder verdere interrupties zijn betoog mag afronden.
2De commissievoorzitter roept een spreker tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort. Een spreker die hieraan geen gevolg geeft, kan door de commissievoorzitter het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp
3De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de commissievergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
4De commissievoorzitter kan een commissie voorstellen aan een lid van de commissie, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de commissievergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag, kan door de commissie het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de commissievergadering worden ontzegd.
Artikel 20. Deelname aan de beraadslaging door anderen
1De commissie kan in bijzondere gevallen bepalen dat anderen dan de in de commissievergadering aanwezige leden van de commissie, collegeleden, de commissiegriffier en de commissievoorzitter deelnemen aan de beraadslaging.
2Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de commissievoorzitter of een lid van de commissie genomen, alvorens met de beraadslaging over het betreffende onderwerp of voorstel een aanvang wordt genomen.
Artikel 21. Advies; geen stemmingen
1Wanneer de commissievoorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de commissie anders beslist.
2Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de commissie op voorstel van de commissievoorzitter of er een advies aan de raad wordt uitgebracht. Het advies kan luiden “hamerstuk”, “bespreekstuk” of “niet plaatsen op de raadsagenda”. Voor het advies “hamerstuk” of “niet plaatsen op de raadsagenda” is unanimiteit vereist.
3In een commissievergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding of met betrekking tot de orde.
Artikel 22. Afsprakenlijst en opname
1De commissiegriffier draagt zorg voor de afsprakenlijst van de commissievergadering.
2De concept afsprakenlijst wordt voor de eerstvolgende raadsvergadering gepubliceerd.
3Bij het begin van de commissievergadering wordt de afsprakenlijst van de vorige vergadering van de betreffende commissie vastgesteld.
4De leden van de commissie, de commissievoorzitter, de burgemeester of een wethouder, hebben het recht, een voorstel tot wijziging van de afsprakenlijst aan de commissie te doen, indien de afsprakenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of geadviseerd is. Een voorstel tot wijziging dient voor de vaststelling van de afsprakenlijst bij de commissiegriffier te zijn ingediend.
5De afsprakenlijst moet in ieder geval inhouden:
a.de namen van de commissievoorzitter, de commissiegriffier, de leden van de commissie, de burgemeester en de wethouders, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
b.een aantekening van welke fracties afwezig waren;
c.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
d.het advies aan de raad, toezeggingen en afspraken per agendapunt van hetgeen besproken;
e.de fractie(s) die aangegeven hebben een agendapunt als bespreekpunt te agenderen en hun reden(en) hiervoor;
f.bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van personen die gebruik maken van het spreekrecht en aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 21 door de commissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
6De vastgestelde afsprakenlijst wordt door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.
7Van commissievergaderingen worden geluids- of beeldopnamen gemaakt, die op de website van de gemeente worden geplaatst.
Hoofdstuk 4. Besloten vergadering
Artikel 23. Toepassing verordening
1De commissie kan besluiten om (geheel of gedeeltelijk) in beslotenheid te vergaderen.
2Op een besloten commissievergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing, voor zover bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 24. Afsprakenlijst besloten vergadering
1Een concept afsprakenlijst van een besloten commissievergadering wordt niet gepubliceerd, maar ligt uitsluitend voor de leden van de commissie ter inzage bij de griffier.
2De afsprakenlijst als bedoeld in het eerste lid wordt zo spoedig mogelijk in een besloten commissievergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de commissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de afsprakenlijst.
3De vastgestelde afsprakenlijst wordt door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.
Artikel 25. Geheimhouding
1Ingevolge artikel 82, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 23 van de wet geldt van rechtswege verplichting tot geheimhouding op mondelinge informatie die in een besloten commissievergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting tot geheimhouding duurt voort, totdat de commissie dan wel de raad haar opheft.
2Als de raad op grond van artikel 89, derde of vierde lid, van de wet voornemens is de verplichting tot geheimhouding op te heffen, wordt, als de commissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de commissie overleg gevoerd.
Hoofdstuk 5. Toehoorders en pers
Artikel 26. Toehoorders en pers
1Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare commissievergaderingen bij.
2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring dan wel het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
3De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de commissievergadering op enigerlei wijze door een toehoorder wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.
4De commissievoorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de commissievergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
Artikel 27. Geluid- of beeldregistraties
Degenen die van een openbare commissievergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan vooraf mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 28. Uitleg verordening
In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de commissie op voorstel van de commissievoorzitter.
Artikel 29. Inwerkingtreding, intrekking oude verordening en citeertitel
1Deze verordening treedt een dag na bekendmaking in werking.
2De Verordening op de raadscommissies gemeente Heumen 2024 wordt ingetrokken.
3Deze verordening wordt aangehaald als Verordening raadscommissies gemeente Heumen 2026.