3 Wat is een ‘evenement’ volgens de wet- en regelgeving?
3.3 Wettelijk kader
3.3.1 Algemene Plaatselijke Verordening
Artikel 2:24 APV – Begripsbepaling
1In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
a.bioscoop- en theatervoorstellingen;
b.markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
c.kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
d.het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
e.betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
f.activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening;
g.sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. en niet zijnde een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:26c.
2Onder evenement wordt mede verstaan:
a.een herdenkingsplechtigheid;
b.een braderie;
c.een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
d.een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
e.een straatfeest of buurtbarbecue;
f.een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s;
g.Een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:26c, met dien verstande dat voor deze evenementen met een melding kan worden volstaan
3In deze afdeling worden de volgende evenementen onderscheiden:
a.Een 0- of klein evenement: een evenement met een laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Een melding volstaat.
b.A-evenement: een laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en het verkeer. Er is geen of nauwelijks inzet van hulpdiensten bij de voorbereiding of uitvoering nodig.
c.B-evenement: een gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een gemiddelde impact voor de omgeving en het verkeer. De inzet van hulpdiensten en/of uitvoering is nodig.
d.C-evenement: een hoog risico-evenement, waarbij de gevolgen voor de omgeving en het verkeer groot zijn. Er is uitgebreide inzet van hulpdiensten bij de voorbereiding en uitvoering nodig.
Artikel 2:25 APV – Evenement
1Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een A- B- of C. evenement te organiseren.
2Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid moet tijdig worden aangevraagd door middel van het door de burgemeester vastgestelde aanvraagformulier.
3Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
4Geen vergunning is vereist voor:
a.een 0- of klein evenement, waarbij:
1het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;
2de activiteiten plaatsvinden tussen 10.00 en 0.00 uur;
3geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur of na 0.00 uur;
4de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten;
5slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object; en
6er een organisator is en deze ten minste drie weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester door middel van het door de burgemeester vastgestelde aanvraagformulier.
b.een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:26c, indien de organisator ten minste drie weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester door middel van het door de burgemeester vastgestelde aanvraagformulier en daarbij de noodzakelijke informatie verschaft voor een goede risicobeoordeling.
5De burgemeester kan na ontvangst van de melding besluiten nadere voorschriften te stellen dan wel het organiseren van het evenement als bedoeld in het vierde lid te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
6In het geval een meldingplichtig evenement overlast veroorzaakt, kan, indien opnieuw een melding voor het evenement wordt gedaan, bijvoorbeeld bij een jaarlijks terugkerend evenement, het evenement worden aangemerkt als een vergunningplichtig evenement. Voordat dit besluit wordt genomen, worden eventuele betrokkenen/belanghebbenden eerst gehoord.
7Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
8Het vierde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.
9Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.
Artikel 2:25a APV – aanvraagtermijnen
1Een aanvraag om een vergunning voor een A - evenement moet uiterlijk 8 weken voor de aanvang daarvan zijn ontvangen door de burgemeester.
2Een aanvraag voor een vergunning voor een B- en C– evenement moet uiterlijk 12 weken voor de aanvang daarvan zijn ontvangen door de burgemeester.
3Als een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid en het tweede lid niet is ontvangen binnen de daar genoemde termijn en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is, kan de burgemeester besluiten om de aanvraag voor een vergunning te weigeren.
3.3.2 Uitzondering besloten feesten in de persoonlijke sfeer
Aangaande de organisatie van besloten feesten, welke plaatsvinden in de persoonlijke sfeer geldt een uitzondering op de verplichte melding of vergunningaanvraag. Het moet hier gaan om feestelijke activiteiten die in de open lucht/buiten en op eigen terrein plaatsvinden.
Besloten feesten c.q. feesten in de persoonlijke sfeer
Voor een besloten feest op eigen terrein, dus geen openbaar terrein (bijv. tuinfeesten en examenfeesten) is geen evenementenvergunning vereist. Het is aan ieders verantwoordelijkheid dat een besloten activiteit geen ongewenste uitstraling heeft naar de omgeving. Zo is het bijvoorbeeld niet de bedoeling dat een besloten feest op particulier terrein voor zeer grote geluidsoverlast tot diep in de nacht zorgt. Ditzelfde geldt wanneer handelingen van bezoekers van het besloten feest ongewenste gevolgen hebben voor de omgeving. De APV bevat bepalingen ter voorkoming van dergelijke overlast (zie artikel 2:41 e.v. van de APV).
Een feest is besloten wanneer:
•het niet commercieel is, maar een privékarakter heeft;
•het wordt gehouden op een terrein dat in eigendom is van, of gehuurd door de organisator;
•er geen entreegeld wordt gevraagd, of anderszins een financiële bijdrage wordt gevraagd;
•bezoekers enkel komen op persoonlijke uitnodiging;
•geen publiciteit of reclame voor het feest wordt gemaakt;
•de drank uitsluitend gratis wordt verstrekt.
NB:
Is het besloten feest qua aard en omvang gelijk aan een evenement met invloed op de openbare orde, mogelijke overlast of invloed op de openbare verkeersveiligheid, dan wordt dit besloten feest gelijkgesteld aan een evenement en zijn hiervoor de benodigde vergunningen en ontheffingen nodig.
3.4 Andere wet- en regelgeving
3.4.1 Landelijke wet- en regelgeving
Bij het organiseren van een evenement kan ook landelijke wet- en regelgeving van toepassing zijn. Te denken valt aan:
•de Algemene wet bestuursrecht;
•de Gemeentewet;
•de Alcoholwet;
•de Wet op de Kansspelen;
•de Wegenverkeerswet;
•de Omgevingswet;
•de Luchtvaartwet
•de Zondagswet;
•de Dienstenwet;
•de Dienstenrichtlijn;
•Vuurwerkbesluit;
•Besluit bouwwerken leefomgeving;
•Besluit activiteiten leefomgeving;
•Handelsregisterwet 2007;
•Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP).
Een uitgebreide uitleg omtrent bovenstaande wetgeving is te vinden in bijlage 1 van deze beleidsnota.
3.4.2 Omgevingsplan
Naast het aanvragen van een evenementenvergunning dient voor sommige evenementen een omgevingsvergunning ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ te worden aangevraagd. Een uitgebreide uitleg over deze aanvraag is te vinden in bijlage 2 van deze beleidsnota.
4 Het proces van het aanvragen van een evenementenvergunning
4.2 Aanvragen vergunningplichtige evenementen
4.2.1 Aanvraag in zijn algemeenheid & termijnen
Bij grotere evenementen kan niet worden volstaan met een melding wegens, mogelijk risico op verstoring van de openbare orde, overlast situaties, verkeersveiligheid en/of zedelijkheid. Om voorwaarden op maat te kunnen geven, is een vergunning noodzakelijk. Het is immers van groot belang dat de hulpdiensten goed op de hoogte zijn van de geplande evenementen.
De organisator van een evenement dient, al dan niet na een gewenste dan wel verplichte (B/C-evenement) voorbespreking met de gemeentelijke evenementencoördinator en/of vergunningverlener, een (digitale) aanvraag in voor de vergunningen, ontheffingen en meldingen, welke benodigd zijn voor het betreffende evenement.
Het aanvraagformulier dient tijdig ingediend te worden, zodat benodigde adviezen tijdig aangevraagd en verstrekt kunnen worden en er voldoende ruimte is om te voldoen aan wettelijk voorgeschreven publicatie-, bekendmakings- en bezwaartermijnen.
Op grond van artikelen 2:25 jo. 2:25a van de APV dienen evenementenvergunningen tijdig te worden aangevraagd via het door de burgemeester vastgestelde aanvraagformulier. Om zorg te dragen voor een deugdelijke beoordeling van de aanvraag dienen aanvragers zich te houden aan de hieronder gestelde indieningstermijnen. De termijnen zijn gecategoriseerd voor het melden van O-evenementen en het indienen van aanvragen voor evenementenvergunningen voor A-, B- of C-evenementen:
Categorie evenement
Indieningstermijn voorafgaand aan het evenement
Melden bij gemeente voorafgaand aan kalenderjaar t.b.v. Evenementenkalender
O-evenement (melding)
3weken
-
A-evenement (regulier)
8weken
1september – 1 november
B-evenement (aandacht)
12weken
1september – 1 november
C-evenement (risico)
12weken
1september – 1 november
Naast de indieningstermijn van 8 weken (A-evenement) of 12 weken (B/C-evenement) weken voor het aanvragen van een evenementenvergunning, gelden de volgende regels voor het indienen van een aanvraag:
•Organisatoren kunnen niet eerder dan 6 maanden van tevoren een vergunning voor een evenement aanvragen in verband met actuele regelgeving en omstandigheden op locatie;
•De gemeente attendeert organisatoren van evenementen, die zijn opgenomen in de gemeentelijke evenementenkalender, uiterlijk 16 weken voor aanvang van het evenement om tijdig de evenementenvergunning aan te vragen.
4.2.2 Aanvraagproces evenementenvergunning
Indien niet volstaan kan worden met een melding, dient een evenementenvergunning te worden aangevraagd. Het aanvragen van een evenementenvergunning in de gemeente Heumen kan worden gedaan door het door de burgemeester vastgestelde aanvraagformulier te downloaden van de evenementenpagina van de gemeentesite: https://www.heumen.nl/evenement-organiseren. Organisatoren dienen dit formulier volledig, duidelijk, leesbaar, naar waarheid en tijdig in te vullen en per post of per e-mail op te sturen naar de gemeente. Het aanvraagformulier dient voorzien te zijn van de vereiste bijlagen. Om te zorgen voor een werkbare behandelingstermijn van de betreffende vergunningen dienen vergunningen voor A-evenementen uiterlijk 8 weken van tevoren te worden ingediend. Voorts dienen vergunningen voor grotere evenementen, B- en C-evenementen minimaal 12 weken van tevoren te worden ingediend. Indien organisatoren zich niet houden aan deze aanvraagtermijn kan de aanvraag op grond van artikel 1:8, tweede lid, van de APV respectievelijk artikel 2:25a, derde lid, van de APV worden geweigerd.
4.2.3 Overzichtskaart proces aanvragen evenementenvergunning
Samenvattend ziet het proces van het aanvragen van een evenementenvergunning er als volgt uit:
(bron: Handreiking evenementenveiligheid GHOR Gelderland-Zuid 2023)
5 Is er sprake van een 0-, A-, B- of C-evenement?
5.2 Risico-classificatie met behulp van risicoscan ‘Live-events’
5.2.1 Evenementen: meldingplichtige evenementen
Deze categorie evenementen vraagt niet om een bijzonder kader, omdat ze veelal gering van omvang zijn, in de regel overdag plaatsvinden en een beperkte geluidsproductie veroorzaken. Het betreft bijvoorbeeld buurtfeesten, straatbarbecues, schoolfeesten of kleinere evenementen zonder versterkte muziek of omroep.
Of een klein evenement melding- of vergunningplichtig is, hangt af van de criteria omschreven in artikel 2:25, vierde lid, onder a, van de APV. In dat artikel is bepaald dat er sprake is van een 0-evenement indien aan alle van de onderstaande volgende criteria wordt voldaan:
•het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;
•het evenement tussen 10.00 en 01.00 uur plaatsvindt;
•geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur en/of na 0.00 uur;
•het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, bromfietspad, parkeerplaats, openbaar terrein of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
•slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object;
•er een organisator is; en
•de organisator minimaal drie weken voorafgaand aan het evenement daarvan schriftelijk melding heeft gedaan bij de burgemeester.
Wanneer een meldingplichtig evenement overlast veroorzaakt, kan, indien opnieuw een melding voor het evenement wordt gedaan, bijv. bij een jaarlijks terugkerend evenement, het evenement worden aangemerkt als een vergunningplichtig evenement. Alvorens dit besluit wordt genomen, worden eventuele betrokkenen/belanghebbenden eerst gehoord.
5.2.2 A-evenementen: reguliere evenementen
De activiteiten, omvang, locatie en tijdstippen van een A-evenement vormen weinig tot geen belasting voor de omgeving en hebben een laag risicogehalte. Deze categorie evenementen heeft veelal een herhalend karakter: ze worden jaarlijks georganiseerd. A-evenementen zijn wel vergunningplichtig op grond van artikel 2:25, eerste lid, van de APV.
Voorbeeld van een A-evenement is een lokale sinterklaasintocht.
5.2.3 B-evenementen: aandacht evenementen (beperkt risico)
B-evenementen zijn vergunningplichtig op grond van het bepaalde in artikel 2:25, eerste lid, van de APV. Zij hebben, naast het gestelde in de APV en andere regelgeving, een bijzonder kader nodig omdat deze een belasting (kunnen) vormen voor de leefomgeving rondom de locatie waar deze evenementen worden gehouden. Dit kader betreft de volgende onderdelen:
•Het evenemententerrein kan, indien nodig, nauwkeurig worden afgebakend waarbij er kan worden aangegeven hoe de locatie mag worden ingericht;
•Er zullen, indien van toepassing, veiligheids- en medische voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden;
•Er zullen, indien van toepassing, algemeen geldende geluidsrichtwaarden en/of eindtijden voor evenementen aan de vergunning kunnen worden verbonden.
Bij B-evenementen wordt een advies aangevraagd bij de drie hulpdiensten (brandweer, geneeskundige hulp (GHOR) en politie). Dit advies wordt gebaseerd op de door de evenementenorganisatie aangeleverde stukken. Bij deze aanvragen dient de organisator dan ook een veiligheidsplan (inclusief draaiboek, plattegrond en verkeersplan) in te dienen. Naar aanleiding van de bevindingen uit het ‘Evaluatierapport Evenementen Tweestromenland’ en de wens om structureel vooroverleg te voeren zal de vergunningverlener zorg dragen dat een vooroverleg wordt ingepland om de aanvraag te bespreken met de verschillende partijen c.q. stakeholders. Voorts zullen tijdig afspraken worden gemaakt voor een schouw en evaluatie van het betreffende evenement.
Voorbeelden van B-evenementen zijn kermissen en (tent)feesten, zoals de Maldense Vierdaagse feesten.
5.2.4 C-evenementen: risico-evenementen (hoog risico)
C-evenementen vragen, net zoals B-evenementen, om een bijzonder kader. In principe is een C-evenement gelijk aan een B-evenement met als verschil dat er een integraal advies kan worden gevraagd aan het Veiligheidsbureau. Daarnaast wordt voor een C-evenement een veiligheidsoverleg georganiseerd, alvorens de vergunning wordt verstrekt. Tevens vraagt een C-evenement een nog grotere inzet van de hulpverleningsdiensten om de openbare orde en veiligheid te handhaven. Het betreft hier voornamelijk grote en zeer grote, omvangrijke evenementen met vaak landelijke uitstraling, omvang en aard.
C-evenementen vinden tot op heden niet plaats in de gemeente Heumen.
5.5 Advisering evenementenveiligheid
5.5.1 Rol Veiligheidsregio/Veiligheidsbureau
Bij C-evenementen treedt de Veiligheidsregio op de voorgrond, onder voorzitterschap van het gemeentelijke team veiligheid. Op basis van landelijke systematiek en regionale uitwerkingen daarvan, kunnen C-evenementen door het Veiligheidsbureau (mede) worden beoordeeld en indien nodig van advies voorzien. De besluitvorming ligt formeel bij de burgemeester, maar de beoordeling en behandeling van de aanvraag vindt ten aanzien van de veiligheidsaspecten plaats door specialisten van het Veiligheidsbureau. Zij maken een advies op voor de burgemeester. Op basis van dit advies neemt de burgemeester zijn besluit ten aanzien van het (onder bepaalde voorwaarden) wel of niet verlenen van de evenementenvergunning. Gezien openbare orde en veiligheid exclusief toebehoort aan de burgemeester dient hij hierin de afweging te maken van wel of niet vergunnen.
6 Veiligheid
6.4 Geneeskundige veiligheid/Volksgezondheid
6.4.1 EHBO
In lijn met de handreiking van GHOR Gelderland-Zuid dienen aanvragers van een evenementenvergunning aangaande EHBO te handelen in overeenstemming met de standaardvoorwaarden uit de voorgenoemde handreiking. Van belang is dat aanvrager bij kleine evenementen zorg draagt voor één EHBO’er per 1000 gelijktijdig aanwezige bezoekers met een minimum van twee EHBO’ers.
6.5 Verkeersveiligheid
6.5.1 Calamiteitenstrook/route
De hulpverleningsdiensten dienen te allen tijde vrije doorgang te hebben op en naar de evenementenlocatie. Er kunnen dan ook voorwaarden gesteld worden met betrekking tot het vrijhouden van een bepaalde route of calamiteitenstrook. In de vergunning wordt dan opgenomen welke afmeting de vrije doorgang dient te hebben. Daarnaast kunnen, afhankelijk van de locatie, aanvullende maatregelen getroffen worden.
6.5.2 Verkeersregelaars
Op basis van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn bij activiteiten op de openbare weg, waarbij het verkeer voor de veiligheid van de deelnemers en de weggebruikers geregeld moet worden, verkeersregelaars vereist. Verkeersregelaars die ingezet worden bij evenementen hebben de taak het verkeer voor de veiligheid van deelnemers/bezoekers van het evenement te regelen.
Verkeersregelaars moeten een instructie (e-learning) volgen en daarna een toets afleggen voordat zij aan de slag kunnen.
De werkwijze van de e-learning is:
De organisatie van een evenement moet van tevoren bij de gemeente een evenementenvergunning aanvragen. Indien tijdens het evenement gebruikt wordt gemaakt van verkeersregelaars dient bij de aanvraag of melding aangegeven te worden:
1hoeveel verkeersregelaars aangesteld moeten worden; en
2of het gaat om verkeersregelaars voor bepaalde tijd (1 jaar) of om eenmalige verkeersregelaars.
In verband met de te volgen procedure is het noodzakelijk minimaal 8 (A-evenement) of 12 (B/C-evenement) weken voorafgaande aan het evenement de aanvraag of melding bij de gemeente in te dienen.
Procedure:
De organisatie ontvangt van de gemeente een bevestiging van de vergunningaanvraag. Hiermee kan bij de Stichting Verkeersregelaars Nederland (SVNL) een code voor e-learning worden aangevraagd. Dit kan op drie manieren:
•via de website: www.verkeersregelaarsexamen.nl;
•per e-mail: secretariaat@verkeersregelaarsexamen.nl;
•per telefoon: 030-8200361.
Met deze code moet de organisatie zich op de website van de SVNL registreren. Deze registratiecode is 4 weken geldig. Binnen deze periode moeten alle verkeersregelaars de instructie hebben gevolgd. Nadat de verkeersregelaars door de organisatie zijn opgegeven ontvangen zij hun persoonlijke inloggegevens. Hiermee kunnen de verkeersregelaars de voor hen relevante instructie starten. Voor eenmalige verkeersregelaars is dit de standaard instructie, voor verkeersregelaars voor bepaalde tijd is dit een uitgebreidere variant. De organisatie wordt per e-mail over de voortgang op de hoogte gehouden.
Na afloop van de cursus ontvangt de organisatie een overzicht met geslaagden en de instructieverklaringen namens de Nederlandse politie. Deze instructieverklaringen zijn geldig vanaf 2 weken voorafgaand aan het evenement. Van deze instructieverklaringen moet een kopie naar de gemeente worden gestuurd. Nadat alle verklaringen bij de gemeente binnen zijn geeft de gemeente een aanstellingsbesluit af. Dit besluit is geldig voor de duur van het evenement.
Op de dag van het evenement moeten alle verkeersregelaars ongeacht de theorie-instructie te allen tijde nog een specifieke post- en taakinstructie bijwonen.
Kosten
Actuele informatie is vindbaar op de website van de SVNL: www.verkeersregelaarsexamen.nl. E-learning wordt kosteloos ter beschikking gesteld voor verkeersregelaars ten behoeve van niet-commerciële sportevenementen of sportevenementen onder auspiciën van de volgende organisaties: KNVB, KNMV, NTFU, KNWU, KNSB, NWB, KNBLO, Atletiekunie.
6.5.3 Verkeersmaatregelen en -besluiten
Bij een evenement kan het nodig zijn om wegen af te sluiten, rijrichtingen te veranderen (bijv. eenrichtingsverkeer) en dergelijke. De organisator geeft in de aanvraag, in het draaiboek en het veiligheidsplan aan hoe men hiermee om wil gaan. De medewerker verkeer beoordeelt dit en geeft zo nodig advies of aanwijzingen. Uitgangspunt is dat doorgaande routes, hoofdwegen en routes voor openbaar vervoer niet afgesloten worden. In overleg met de verkeersdeskundige zullen, indien nodig, verkeersbesluiten worden genomen. De hieruit voortvloeiende kosten zijn voor de organisator.
Omleidingsroutes worden samen met de wegbeheerder bepaald. Aan de vergunning worden voorschriften verbonden ten aanzien van verkeersmaatregelen, zoals welke wegen wanneer en hoe lang mogen worden afgezet en eisen aan wegafzettingen en verlichting daarvan.
Indien nodig neemt het college verkeersbesluiten om de verkeersmaatregelen te formaliseren. Dit dient in de pas te lopen met de termijnen die verbonden zijn aan de behandeling van en besluit op de aanvraag van de evenementenvergunning. Vergunninghouder draagt in ieder geval zorg dat parkerende bezoekers geen hinder opleveren voor de omgeving.
6.6 Alcohol en verboden middelen
6.6.1 Do’s en don’ts voor evenementenorganisator
•Zorg voor toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving over alcohol- en drugsgebruik.
•Controleer de leeftijd van jongeren onder de 18 jaar en voorkom dat deze groep alcohol aanschaft. Gebruik bijvoorbeeld verschillende kleuren polsbandjes.
•Voorkom dat bezoekers alcohol naar binnen smokkelen, laat geen flesjes of flacons toe.
•Schenk uitsluitend zwak-alcoholische dranken.
•Schenk geen alcohol aan dronken personen.
•Zorg voor een aantrekkelijk alcoholvrij aanbod.
•Zorg ervoor dat mensen wat kunnen eten.
•Zorg voor voldoende punten waar mensen kunnen uitrusten.
•Organiseer geen ‘happy hours’ of vergelijkbare kortingsacties met alcohol conform het verbod in de APV.
Denk aan informatievoorziening aan bezoekers en deelnemers, vooraf en tijdens het evenement:
•Vermeld het alcohol- en drugsbeleid in de huisregels (bijvoorbeeld op de website en toegangskaart).
•Zorg dat de huisregels goed en duidelijk zichtbaar zijn tijdens het evenement.
•Instrueer de medewerkers over het alcohol- en drugsbeleid.
Voor tips en hulp rondom het verstrekken van alcohol tijdens evenementen kan contact worden opgenomen met verslavingszorginstelling IrisZorg.
6.8 Tappunten en gebruik van glaswerk
6.8.1 Tappunten
Bij evenementen wordt regelmatig bier geschonken. Dit gebeurt door horecaondernemers middels een tappunt op hun eigen terras en/of door de organisatie van een evenement met een (mobiel) tappunt op het evenemententerrein.
6.8.1.1 Tappunt op eigen terras
Horecabedrijven die een Alcoholwetvergunning voor het terras hebben, mogen alcoholhoudende dranken verstrekken op hun terras. Wanneer dit terras niet op het evenemententerrein is gelegen, maar wel in de nabijheid ervan kan dit een negatieve invloed hebben op de organisatie van het evenement, bijv. wanneer een horecaondernemer tijdens het evenement ook een tappunt op zijn terras plaatst. Bekeken moet worden of dit tappunt gericht is op de directe bezoekers van het horecabedrijf. Is dit niet het geval dan is het verstandig dat de horecaondernemer aansluiting zoekt bij de organisatie van het evenement of het tappunt op een ander moment op zijn terras plaatst.
Horecabedrijven die een tappunt op hun eigen terras hebben, dienen – ook gedurende een evenement – zich te houden aan de sluitingstijden zoals omschreven in artikel 2:29, eerste lid, van de APV en/of zoals opgenomen in de aan het horecabedrijf verleende Alcoholwetvergunning.
6.8.1.2 Tappunten op straat
Voor het tappen elders dan in een horeca-inrichting inclusief terras (bijv. op de openbare weg) moet een ontheffing op grond van artikel 35, van de Alcoholwet worden aangevraagd. Een dergelijke ontheffing kan alleen afgegeven worden voor bijzondere gebeurtenissen van zeer tijdelijke aard.
Met een bijzondere gebeurtenis van zeer tijdelijke aard wordt bedoeld: een regionale of plaatselijke (bijzondere) gebeurtenis van zeer tijdelijke aard die bestemd is voor de inwoners van de gemeente in het bijzonder. Als voorbeeld van een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard wordt in de toelichting van de Alcoholwet genoemd: kermissen, braderieën, muziek- en sportfeesten, jaarmarken en andere manifestaties die éénmalig, dan wel in de regel niet meer dan tweemaal per jaar plaatsvinden.
Het aanvragen van een ontheffing op grond van artikel 35, van de Alcoholwet kan gelijktijdig met het aanvragen van een evenementenvergunning worden gedaan.
6.8.2 Gebruik van glaswerk
Tijdens evenementen kunnen voorwaarden aan de vergunning worden verbonden, zoals de voorwaarde dat in verband met de veiligheid van de bezoekers en ter bescherming van het milieu drank uitsluitend in plastic en duurzame kunststofbekers mag worden geschonken. Indien nodig bepaalt de burgemeester op grond van zijn bevoegdheden dat de regel ook geldt voor lokale openbare inrichtingen zoals lokale commerciële en paracommerciële horecabedrijven/-instellingen en of deze voor alleen buiten of ook voor binnen geldt.
6.8.3 Verbod gebruik wegwerpplastic
Sinds 3 juli 2023 geldt er in Nederland een verbod op de verkoop van bepaalde plastic wegwerpproducten ‘single-use plastics’. Organisatoren en verkopers mogen tijdens evenementen geen gratis plastic wegwerpbekers en/of maaltijdverpakkingen meegeven. Zij zijn verplicht hierin een andere keuze van verpakking in aan te bieden, zoals herbruikbare of plastic-vrije verpakkingen.
6.9 Herstel en opruimwerkzaamheden
6.9.1 Afval
Door het niet goed verzamelen van afval en achterblijvende rommel, kan ook overlast ontstaan. Op advies van de afdeling Ruimtelijke Domein worden aan de evenementenvergunning voorwaarden op het gebied van de inzameling en afvoer van afval verbonden.
6.9.2 Afvalinzameling- en verwerking
De organisatie dient ervoor te zorgen dat er voldoende minicontainers/afvalbakken geplaatst worden. De organisatie van een evenement kan hiervoor een verzoek doen bij de afdeling Ruimtelijke Domein. Voor grotere evenementen zijn voor zover beschikbaar rol- en/of afzetcontainers voorhanden. De kosten van afvalverwerking komen voor rekening van de organisatie.
Daarnaast wordt in de evenementenvergunning de voorwaarde opgenomen dat de organisatie verplicht is het afval op en in de directe omgeving van de locatie van het evenement op te ruimen en het terrein schoon op te leveren. Dit dient te gebeuren vóór de in de vergunning vermelde eindtijd. Indien de vergunninghouder dit, naar het oordeel van de gemeente, niet naar genoegen heeft gedaan, wordt het afval door of vanwege de gemeente verwijderd op kosten van de organisatie.
Indien bij een evenement gebruik wordt gemaakt van openbaar groen of gemeentelijke eigendommen kan als voorschrift bij de vergunning worden opgenomen dat schade hieraan door de gemeente op kosten van de vergunninghouder wordt hersteld. Om onenigheid over mogelijke schade te voorkomen kan door de gemeente en de vergunninghouder samen voor het evenement de toestand van het terrein worden geschouwd en vastgelegd.
7 Beperking van (eventuele) overlast
7.7 Geluid
7.7.1 Geluidsnormen bij evenementen in de open lucht/openbare ruimte
Bij het bepalen van de geluidsnormen moeten we een belangenafweging maken. Geluid is meestal een onlosmakelijk onderdeel van een evenement. Het draagt bij aan de beleving en sfeer. Bij sommige evenementen is muziek de hoofdactiviteit. We moeten de geluidsnorm niet zo laag stellen dat de beleving weg is. Aan de andere kant hoeven omwonenden niet onbeperkt hinder te accepteren. Aanvrager dient zorg te dragen dat de geluidsterkte van de voort te brengen muziek zodanig is afgesteld dat het niet hinderlijk hoorbaar is te achten.
Bij het bepalen van de geluidsnormen is het uitgangspunt dat in de woning, bij gesloten ramen en deuren, een normaal gesprek mogelijk moet zijn. In de dag- en avondperiode mag daarom het geluidsniveau door het evenement in de woning niet hoger te zijn dan 50 dB(A). De gemiddelde gevelisolatie van een woning is 25-30 dB(A). Dit betekent dat de maximale gevelbelasting 80 dB(A) is.
Verschil frequenties dB (A) en dB (C)
De gebruikelijke maat voor geluidbelasting is het A-gewogen geluidniveau, uitgedrukt in dB(A). Door de A-weging, die ongeveer de gevoeligheid van het menselijk oor representeert bij een geluidsterkte van 80 dB, worden de lage frequenties niet sterk meegenomen. Lage frequenties worden sterker meegenomen in een andere wegingscurve, de dB(C). Door het verschil tussen de waarden in dB(A) en dB(C) bij de normstelling mee te nemen, wordt een grens gesteld aan de hoeveelheid laagfrequent geluid. Het verschil mag maximaal 13 dB zijn. Dit is verwerkt in de dB(C) norm.
Bij het vergunnen van evenementen wordt bijna altijd ontheffing van artikel 4:6, tweede lid, van de APV afgegeven. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt om tijdens het vergunde evenement (muziek)geluid ten gehore te brengen. De maximale ontheffingswaarde bij evenementen is 80 dB(A) / 93 dB(C).
Deze geluidsnormen worden op 50 meter afstand van de gevel van gevoelige gebouwen gemeten. De ontheffingswaarde wordt duidelijk vermeld in het voorschrift van de vergunning.
7.7.2. 12-dagen regeling (incidentele festiviteiten)
Het komt voor dat horecazaken en locaties die onder het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) vallen een festiviteit willen organiseren waarbij de verwachting is dat niet aan de gestelde geluidsnormen uit het Bkl kan worden voldaan. Voor deze gevallen is de 12-dagen regeling van toepassing, welke zijn grondslag vindt in artikel 4:3, van de APV en artikel 5.68 Bkl. Op deze locaties kunnen ten hoogste 12 etmalen per jaar een festiviteit plaatsvinden waarbij de geldende geluidsnormen worden verruimd. Voor de 12-dagen regeling geldt een meldingstermijn van drie weken.
Het is voor aanvragers van een evenementenvergunning van belang om te weten dat indien tegelijkertijd een beroep op de 12-dagen regeling gedaan wordt, de indieningstermijn van de evenementenvergunning leidend is.
7.7.3 Geluidsnormen kermisattracties
Om het geluidsniveau van kermisattracties in de hand te houden, worden hiervoor onderstaande standaard vergunningvoorwaarden en geluidnormen in de evenementenvergunning opgenomen:
•Het is verboden om een muziekinstallatie en andere geluidsapparaten te gebruiken buiten de openingsuren van de kermis, behoudens voor het afstellen en testen op de dag voorafgaande aan de eerste kermisdag gedurende maximaal een half uur;
•Het is verboden gebruik te maken van sirenes, hoorns en dergelijke geluidsapparaten anders dan voor begin en einde van een rit dan wel om een andere kermisactiviteit aan te kondigen;
•De geluidsinstallatie, inclusief de luidsprekers, mogen zich uitsluitend binnen de kermisattractie bevinden waarbij de voorzijde van de luidsprekers uitsluitend naar beneden gericht mag zijn en naar het midden van de kermislocatie: de luidsprekers mogen in geen geval op of richting de omringende woonbebouwing zijn gericht;
•De geluidsinstallatie moet zodanig zijn afgesteld dat het geluidsniveau van 90 dB(A) gemeten op 1 meter vóór de luidsprekers niet wordt overschreden;
•In geval dat meerdere luidsprekers staan opgesteld, geldt dat gemeten tussen de luidsprekers in of gemeten op 1 meter voor de luidsprekers de 90 dB(A) of 85 dB(C) niet mag worden overschreden.
Begrippenlijst
Algemeen plaatselijke verordening
Gemeentelijke regeling omtrent openbare orde en veiligheid
Beslistermijn
De vastgestelde periode waarin de gemeente moet beslissen over de vergunningaanvraag
Evenement
Elk voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, uitzonderingen daargelaten – zie art. 2:24 van de APV
Evenementenkalender
Overzicht van alle aangemelde evenementen en verwachte in de gemeente
Live-events
Digitaal systeem waarin evenementen worden vermeld en de risicoscan wordt aangevraagd bij de adviesverlenende instanties: politie, brandweer en GHOR
Mandaat
De machtiging om een bevoegdheid uit te oefenen in naam (en onder verantwoordelijkheid) van het betreffende bestuursorgaan
Omgevingsplan
Opvolger bestemmingsplan, bevat alle gemeentelijke regels voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving
Omgevingsvergunning
Vergunning om bepaalde activiteiten te kunnen ondernemen in de fysieke leefomgeving
Schaarse vergunning
Situatie dat voor een locatie een beperkt aantal vergunningen beschikbaar is en in potentie meer aanvragen mogelijk zijn
Vigerend
Geldend
Afkortingenlijst
APV
Algemene Plaatselijke verordening
Awb
Algemene wet bestuursrecht
Bbgbop
Besluit brandveilig gebruik en de basishulpverlening overige plaatsen
Bkl
Besluit kwaliteit leefomgeving
dB
Decibel
GHOR
Geneeskundig Hulpverleningsorganisatie in de Regio
jo.
juncto
Ow
Omgevingswet
Bijlagen
Bijlage I Wet- en regelgeving
Besluit brandveilig gebruik en de basishulpverlening overige plaatsen (Bbgbop)
Per 1 januari 2018 is het BGBOP van kracht. Dit besluit geeft regels over het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke plaatsen, voor zover dit niet in andere wetgeving is geregeld. Daarnaast bevat dit besluit regels over de zogenoemde basishulpverlening op die plaatsen.
In de BGBOP is de mogelijkheid opgenomen om de gebruiksmelding gelijk te stellen met een vergunningaanvraag. Dit betekent dat als de vergunningaanvraag voor de evenementenvergunning eveneens voldoet aan de indieningsvereisten voor de gebruiksmelding, de aanvraag ook beschouwd kan worden als de betreffende melding. Hierdoor hoeft niet een aparte melding te worden ingediend, waardoor de aanvrager niet twee keer dezelfde stukken hoeft in te dienen.
Meer informatie over de BGBOP te vinden op de evenementenpagina op de gemeentelijke website.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Omgevingswet
Als een evenement gehouden wordt in een gebouw (of deel van een gebouw dat is bestemd om afzonderlijk te worden gebruikt) of verblijfruimte (waaronder in sommige gevallen ook semi permanente tenten) moet er een relatie worden gelegd naar het Besluit bouwwerken leefomgeving dat onder de Omgevingswet het Bouwbesluit 2012 opvolgt en de Omgevingswet (Ow). Voor gebouwen dient vaak op basis van het Bbl een gebruikersmelding gedaan te worden. In een aantal andere gevallen (gebouwen/constructies) dient er een omgevingsvergunning op grond van de Ow te worden verleend.
Alcoholwet
Voor het mogen schenken van zwak-alcoholische dranken op de openbare weg (en op een andere locatie dan genoemd in de vergunning in zin van artikel 3 Alcoholwet) is een ontheffing noodzakelijk op grond van artikel 35 Alcoholwet. Deze ontheffing kan worden verstrekt bij een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard (een aaneengesloten periode van maximaal twaalf dagen).
Wegenverkeerswet
Gelet op de bepalingen in de Wegenverkeerswet 1994 en het daarop gebaseerde Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), is het mogelijk om (gedeelten van) wegen, straten en/of pleinen, die in het beheer en eigendom van de gemeente zijn af te sluiten ten behoeve van een evenement.
In sommige gevallen is voor een dergelijke verkeersmaatregel, een verkeersbesluit op basis van die wetgeving nodig. Voor evenementen is ook bepaald dat een ontheffing nodig is van het verbod voor het houden van wedstrijden met voertuigen op de openbare weg.
Wet op de kansspelen
Op grond van de Wet op de kansspelen is het verboden een bijeenkomst (waaronder een evenement) te organiseren, waar gelegenheid tot het deelnemen aan het klein kansspel wordt gegeven. Als klein kansspel worden aangemerkt het kienspel, vogelpiekspel, rad van avontuur en andere vergelijkbare spelen. Het college kan hiervoor een ontheffing of vergunning (afhankelijk van het soort kansspel) verlenen.
Wet Luchtvaart
Als er tijdens een evenement helikopters, heteluchtballonnen en/of andere vliegende toestellen starten of landen, is de veiligheid van het luchtverkeer in het geding. In zo’n geval is daarom veelal toestemming van Gedeputeerde Staten nodig om benodigde ontheffingen te krijgen van diverse luchtvaartwetten en -besluiten.
Regeling verkeersregelaars 2009
Om verkeersstromen bij tijdelijke wegafzettingen, zoals tijdens evenementen, in goede banen te leiden, kunnen beroeps- en/of evenementenverkeersregelaars ingezet worden. In de Regeling verkeersregelaars 2009 worden de eisen omschreven waaraan verkeersregelaars moeten voldoen.
Vuurwerkbesluit
De vuurwerkramp in Enschede in 2002 is aanleiding geweest voor het aanscherpen van wet- en regelgeving rondom het in- en uitvoeren, opslaan, bewerken, afleveren, het voorhanden hebben en het afsteken van vuurwerk. In het Vuurwerkbesluit staan alle geldende regels omtrent het afsteken en in bezit hebben van vuurwerk.
Zondagswet
Bij evenementen die op zondag plaatsvinden geldt de Zondagswet. In de Zondagswet is bepaald dat het algemeen verboden is om op zondag voor 13.00 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen. Er kan ontheffing van het bepaalde van de Zondagswet worden verleend.
Bijlage II Aanvraag omgevingsvergunning
Voor alle gronden en gebouwen binnen onze gemeente zijn bestemmingen opgenomen in het (tijdelijk deel) omgevingsplan. Al deze bestemmingen kennen gebruiksvoorschriften.
Nu kan zich bij het organiseren van evenementen met betrekking tot het omgevingsplan het volgende voordoen:
1Het evenement (inclusief opbouwen en afbreken) is kortdurend en incidenteel:
•Dergelijke evenementen zijn, juist gelet op het incidentele karakter, niet in strijd met het omgevingsplan, ongeacht de bestemming en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften (tenzij de desbetreffende bestemming dit natuurlijk uitdrukkelijk verbiedt).
2Het evenement is kortdurend of langdurend (inclusief opbouwen en afbreken) en vindt jaarlijks of met enige regelmaat plaats:
•Deze evenementen moeten passen binnen de gebruiksregels van de bestemming van de gronden waarop het evenement plaatsvindt.
Past het binnen deze bestemming en gebruiksregels dan behoeft er planologisch gezien geen omgevingsvergunning te worden verleend.
Past het niet binnen deze bestemming en gebruiksregels dan zal een omgevingsvergunning handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening moeten worden aangevraagd.
NB:
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking is getreden. Bestaande bestemmingsplannen zijn omgezet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De betreffende omgevingsvergunning zal met toepassing van artikel 5.18 Ow jo. 5.21 Ow moeten worden verleend. Duidelijk moet zijn dat het hier gaat om een bevoegdheid om de vergunning te verlenen. Het is niet in alle gevallen wenselijk/mogelijk om de vergunning te verstrekken. Vervolgens zal de mogelijkheid tot het organiseren van een evenement binnen de vigerende bestemming in het omgevingsplan moeten worden geregeld. Meer informatie over het aanvragen van een omgevingsvergunning kan worden opgevraagd bij de Omgevingsdienst regio Nijmegen: https://www.odregionijmegen.nl/de-omgevingswet/.