Gemeentelijke regelgeving

Ligplaatsenverordening pleziervaartuigen gemeente Het Hogeland

Gemeente Het Hogeland · geldt sinds 1 april 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Het Hogeland,

gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet;

1Aan het afmeren van en het innemen van ligplaatsen door schepen uit een oogpunt van ordelijk gebruik (gezondheids-, veiligheids-, en milieuaspecten alsmede aanzien van de gemeente;

2Met betrekking tot veiligheid op, het ordelijk gebruik en de bescherming van het openbaar vaarwater in zijn algemeenheid en van bruggen, kademuren, oevers en waterstaatwerken;

3Ter bevordering van de rechtszekerheid van eigenaren, bewoners en gebruikers van de diverse pleziervaartuigen;

Besluit vast te stellen de Ligplaatsverordening pleziervaartuigen gemeente Het Hogeland.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

a.Aanleggen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een (plezier)vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig;

b.Afmeren: het vastmaken van een (plezier)vaartuig of een ander drijvend object aan een vast object, zoals een kade of een oever;

c.Bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders

d.Ligplaats (plezier)vaartuig: een aangewezen plaats waar (plezier)vaartuigen met vergunning het gehele jaar van het ligplaatsjaar mogen afmeren;

e.Ligplaats innemen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een (plezier)vaartuig op of aan de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander (plezier)vaartuig, anders dan met aanleggen wordt bedoeld;

f.Openbaar vaarwater: wateren die voor het publiek, al dan niet met enige beperkingen, bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.

g.Passantenligplaats: een ligplaats die voor korte duur (niet langer dan 3 x 24 uur) wordt ingenomen en bedoeld voor tijdelijke aanmeren van (plezier)vaartuigen.

h.Pleziervaartuig: een (plezier)vaartuig dat uitsluitend bestemd en in gebruik is voor recreatiedoeleinden. Onder deze (plezier)vaartuigen vallen niet de woonschepen;

i.Vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd, dan wel bestemd of geschikt is voor het dragen of vervoer te water van personen of voor het dragen of vervoer van al dan niet met het drijvend lichaam een geheel uitmakende voorwerpen, daaronder ook begrepen een vaartuig zonder waterverplaatsing, een casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig dat de geschiktheid tot varen of drijven verloren heeft;

j.Vaste ligplaats: een ligplaats die voor langere duur wordt ingenomen, niet zijnde een passantenligplaats. Deze ligplaats wordt doorgaans toegewezen op jaarbasis of voor een vergelijkbare vaste periode.

k.Verwaarloosd (plezier)vaartuig: een (plezier)vaartuig waarvan casco en/of opbouw zodanig onvoldoende zijn beschermd tegen water- en weersinvloeden dat instandhouding van het vaartuig, zonder daarvoor ingrijpender maatregelen dan het normaal te verrichten onderhoud te treffen, in gevaar komt;

Artikel 2 Werkingssfeer

1Deze verordening is van toepassing op het openbaar vaarwater binnen de grenzen van de gemeente Het Hogeland, in ieder geval voor zover het gaat om specifieke belangen die deze verordening beoogt te beschermen (openbare orde, ordelijk gebruik, gezondheid, veiligheid, milieu-aspecten en aanzien van de gemeente).

2In voorkomende gevallen kan het zo zijn dat tevens regelgeving van andere waterbeheerders dan de gemeente Het Hogeland van toepassing is.

Artikel 3 Nadere regels / Aanwijsbesluit

1Het bevoegd gezag kan aan het innemen of hebben van een ligplaats nadere regels stellen uit het oogpunt van ordelijk gebruik van de ligplaatsen, openbare orde, veiligheid, gezondheid, milieuhygiëne, het aanzien en de toeristische promotie van de gemeente. Ook kan zij nadere regels stellen uit het oogpunt van het nautische beheer, voor zover het ligplaatsen betreffen, die zijn gelegen binnen de gemeente gelegen wateren die in beheer zijn bij het waterschap en de gemeente.

2Het bevoegd gezag stelt een aanwijsbesluit vast waarin is vastgesteld welke gedeelten van het openbaar vaarwater voor welk type (plezier)vaartuig – met inachtneming van de overige bepalingen in deze verordening – is toegestaan ligplaats in te nemen, te hebben, dan wel beschikbaar te stellen. Het bevoegd gezag kan een ligplaatskaart vaststellen.

3Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats op de in artikel 4 bedoelde gedeelten nadere regels en beperkingen stellen. Deze regels kunnen betrekking hebben op:

a.Openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;

b.Het soort en aantal (plezier)vaartuigen dat een ligplaats mag innemen.

Artikel 4 Ligplaats innemen buiten aangewezen gedeelten

1Het is verboden met een (plezier)vaartuig aan te leggen, een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel beschikbaar te stellen buiten de in het aanwijsbesluit – als bedoeld in artikel 3, lid 2 – aangewezen gedeelten van openbaar vaarwater.

2Het college kan bij besluit bepaalde gedeelten van het openbaar water aanwijzen waar het verboden is een ligplaats in te nemen, een ligplaats te hebben of een ligplaats beschikbaar te stellen, ook wanneer deze niet expliciet in het aanwijsbesluit zijn opgenomen.

Artikel 5 Voorschriften en beperkingen

1Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kan het bevoegd gezag voorschriften en/of beperkingen verbinden in het belang van:

a.Ordelijk gebruik van ligplaatsen;

b.Openbare orde;

c.Veiligheid;

d.Gezondheid;

e.Milieuhygiëne;

f.Het aanzien van de gemeente;

g.Nautisch beheer van de vaarwegen.

2Degene aan wie krachtens deze verordening een ligplaatsvergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften na te komen.

Hoofdstuk 2 Bepalingen voor overige schepen

Artikel 6 pleziervaartuigen

1Het is verboden een pleziervaartuig af te meren, aan te leggen of een ligplaats in te nemen in strijd met de nadere regels als bedoeld in artikel 3 (Aanwijsbesluit).

2Het is verboden om een pleziervaartuig langer af te meren, aan te leggen of een ligplaats in te nemen dan de in de nadere regels bepaalde tijdsduur.

3Het verbod uit artikel 3 van deze verordening is niet van toepassing op:

a.Ten hoogste één pleziervaartuig voor eigen gebruik, waarmee een ligplaats wordt ingenomen evenwijdig aan het perceel waarop de eigen woning of recreatiewoning is gelegen, binnen het grondgebied van de gemeente op voorwaarde dat de doorvaart niet wordt belemmerd, het innemen van een ligplaats niet in strijd is met het omgevingsplan en geen ligplaats wordt ingenomen in een rietkraag/ecologische zone;

4Voor vaste ligplaatsen is een ligplaatsvergunning vereist. Deze vergunning is persoonsgebonden en alleen geldig voor het pleziervaartuig in ongewijzigde vorm. De vergunning is niet overdraagbaar en vervalt zodra de vergunninghouder het gebruik van de ligplaats beëindigt of het pleziervaartuig overdraagt aan een derde.

5De vergunning wordt verleend door het bevoegd gezag op basis van beschikbaarheid.

a.De ligplaatsvergunning is maximaal vijf jaar geldig en vervalt automatisch na deze termijn.

b.De vergunning vervalt ook indien:

i.Het liggeld niet tijdig wordt betaald;

ii.Het pleziervaartuig langer dan drie maanden afwezig is zonder schriftelijke kennisgeving aan het bevoegd gezag;

iii.Het pleziervaartuig wordt verkocht of overgedragen, zonder melding aan het bevoegd gezag

c.Na het vervallen van een vergunning wordt de ligplaats opnieuw beschikbaar gesteld via een transparante selectieprocedure, zoals beschreven in artikel 15.

6Voor het innemen van een ligplaats is jaarlijks voorafgaand aan gebruik liggeld verschuldigd, conform de Liggeldverordening.

7Als er meer aanvragen zijn dan beschikbare ligplaatsen, wordt de vergunning toegewezen via een transparante loting, zoals beschreven in artikel 11.

8Per huishouden wordt maximaal één ligplaatsvergunning verleend. Hiermee wordt beoogd de beschikbare ligplaatsen eerlijk te verdelen onder alle geïnteresseerden.

a.Van het maximum van één ligplaatsvergunning per huishouding kan slechts worden afgeweken als er geen andere gegadigden zijn voor een ligplaats. Deze tijdelijke vergunning wordt maximaal voor één ligplaatsjaar afgegeven. Na dit ligplaatsjaar moet de boot zijn verwijderd en komt de ligplaats weer vrij voor geïnteresseerden die nog geen ligplaatsvergunning hebben.

9Volgorde van voorrang ligplaatsvergunning voor pleziervaartuigen conform onderstaande oproep- en toewijzingsprocedure:

a.Inwoners van het dorp:

De eerste oproep wordt gericht aan natuurlijke personen die op het moment van de oproep staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op een adres in het dorp waarin de ligplaats is gelegen. Dit draagt bij aan het behoud van lokale watersportvoorzieningen en voorkomt verdringing van lokale bewoners door externen.

b.Inwoners van de gemeente:

Als na het doorlopen van de eerste oproep- en toewijzingsprocedure nog ligplaatsen beschikbaar zijn, volgt een tweede oproep gericht aan inwoners van de gemeente Het Hogeland die buiten het betreffende dorp wonen. Hiermee wordt gewaarborgd dat ligplaatsen in de eerste plaats ten goede komen aan de inwoners van de gemeente en wordt bijgedragen aan een evenwichtige spreiding van ligplaatsen binnen de gemeentegrenzen.

c.Kandidaten van buiten de gemeente:

Als na de tweede oproep- en toewijzingsprocedure nog ligplaatsen beschikbaar zijn, wordt een oproep gedaan aan zowel BRP-ingezetenen van de gemeente Het Hogeland als gegadigden van buiten de gemeente, inclusief geïnteresseerden die reeds over een ligplaatsvergunning beschikken en een tweede vergunning willen aanvragen. Het percentage ligplaatsen dat beschikbaar wordt gesteld aan gegadigden van buiten de gemeente Het Hogeland wordt gemaximeerd op 10% van het totaal aantal beschikbare ligplaatsen, om de schaarse ruimte primair beschikbaar te houden voor inwoners van Het Hogeland.

10Ten aanzien van de openbare orde, volksgezondheid, milieuhygiëne, het aanzien van de gemeente en de veiligheid, als het bieden van voldoende veiligheid bij de doorvaart kunnen er bij de vergunningsverlening voorwaarden worden gesteld onder andere ten aanzien van breedte en diepte van het (plezier)vaartuig.

11Voor passantenplaatsen (pleisterplaatsen) geldt een maximale verblijfsduur van 3x24 uur per periode, zoals vastgesteld in het Aanwijsbesluit.

Artikel 7 Schepen voor bijzonder doeleinden

Van het verbod bedoeld in artikel 4 kan het bevoegd gezag voor schepen voor bijzondere doeleinden ontheffing verlenen.

Hoofdstuk 3 Overige bepalingen

Artikel 8 Zorg- en onderhoudsplicht

1De eigenaar van een (plezier)vaartuig, draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van het (plezier)vaartuig geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.

2Eenieder die een (plezier)vaartuig voor verblijf verbouwt, gebruikt, laat gebruiken, sloopt of onderhoudswerkzaamheden uitvoert, draagt er, voor zover dat in het vermogen ligt, zorg voor dat als gevolg hiervan geen gevaar voor de gezondheid, veiligheid of schade en of vervuiling aan het milieu ontstaat dan wel voortduurt.

3Het is in het belang van het aanzien van de gemeente verboden om af te meren of een ligplaats in te nemen of ingenomen te houden met een (plezier)vaartuig dat in verwaarloosde toestand verkeert. Van een verwaarloosd (plezier)vaartuig is in ieder geval sprake:

a.Wanneer casco en/of opbouw zodanig onvoldoende zijn beschermd tegen water en weersinvloeden dat de instandhouding van het (plezier)vaartuig, zonder daarvoor ingrijpender maatregelen dan het normaal te verrichten onderhoud te treffen, in gevaar komt;

b.De vorm en/of het uiterlijk aanzien van het (plezier)vaartuig in ernstige mate wordt verstoord door (onderdelen van) installaties, objecten of andere toevoegingen;

c.Een (plezier)vaartuig of object een te grove inbreuk vormt op wat in de omgeving gebruikelijk is, denk hierbij aan;

i.Een (plezier)vaartuig waar graffiti op aangebracht is of is beklad;

ii.Beschadiging, achterstallig onderhoud, sterke veroudering, (gedeeltelijke) afbraak, instorting of door verwaarlozing het uiterlijk sterk is aangetast.

4Op het (plezier)vaartuig mogen geen vaartuigvreemde voorwerpen worden opgeslagen of vastgemaakt;

5Naast of in de buurt van het (plezier)vaartuig mogen geen andere objecten zoals bij- of volgbootjes, kano’s en vlotten en andere spullen worden afgemeerd of opgeslagen.

Artikel 9 Weigeringsgronden ligplaatsvergunning

1Een ligplaatsvergunning of ontheffing kan geweigerd worden als:

a.Er al een ligplaatsvergunning of ontheffing is verleend voor de gevraagde locatie;

b.De aanvrager niet een natuurlijke persoon van tenminste 18 jaar oud is;

c.De ligplaats voor een ander doeleinde wordt gebruikt, dan voor het afgemeerd hebben van en het aan- en afvaren van het (plezier)vaartuig.

d.Het innemen van de ligplaats in strijd is met het omgevingsplan of het aanwijzingsbesluit.

e.Het (plezier)vaartuig belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water.

f.Het (plezier)vaartuig niet voldoet aan het gestelde in artikel 8.

g.Als de aanvrager zich niet deugdelijk kan identificeren als eigenaar van het (plezier)vaartuig en/of het (plezier)vaartuig niet deugdelijk kan identificeren.

h.Als de aanvrager onjuiste dan wel onvolledige gegevens heeft verstrekt;

i.Het innemen van de ligplaats met het gewenste (plezier)vaartuig door de nautische situatie ter plaatse niet mogelijk of wenselijk is.

Artikel 10 Intrekken of wijzingen van ligplaatsvergunning

De ligplaatsvergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

a.Als ter verkrijging daarvan onjuiste en/of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b.Als op grond van een verandering van de omstandigheden, inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne, het aanzien van de gemeente en/of goed ruimtelijke ordening;

c.Als de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet worden nagekomen;

d.Als de houder van de vergunning of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt;

e.Als de houder van de vergunning of ontheffing de bepalingen in deze verordening, de nadere regels als bedoeld in artikel 3, dan wel de voorschriften behorende bij de vergunning overtreedt;

f.Bij vergroting of substantiële wijziging van het (plezier)vaartuig zonder daarvoor verkregen vergunning;

g.Als de verplichtingen uit artikel 8 (zorg- en onderhoudsplicht) niet worden nageleefd;

h.Bij herhaaldelijke of voortdurend niet-betaling van liggeld.

Artikel 11 Verdeling ligplaatsvergunning pleziervaartuigen op basis van loting

Bij het beschikbaar komen van een ligplaats voor een pleziervaartuig:

1Maken burgemeester en wethouders door een openbare kennisgeving op de website van de gemeente, www.hethogeland.nl, bekend dat er een ligplaats vrijkomt, welke afmetingen deze ligplaats heeft, voor welke categorie (plezier)vaartuig deze ligplaats geschikt is en welke gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

2Als een aanvraag vóór de indieningdatum is ingediend, maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om de aanvraag aan te vullen. Indien er meerdere onvolledige aanvragen zijn, worden de betreffende aanvrager op dezelfde dag op de hoogte gesteld van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen.

3Als blijkt dat, er met inachtneming van de volgorde van voorrangsregels in artikel 6 meer aanvragen zijn dan ligplaatsen, organiseert de gemeente een loting uitgevoerd door een onafhankelijke notaris, aan te wijzen door de burgemeester.

4Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij krachtens deze verordening bepaalde, komen voor beoordeling als bedoeld in het vijfde lid in aanmerking.

5De loting vindt plaats door blind te trekken. Er worden per ligplaats meerdere lotnummers getrokken. De volgorde van de uitslag van de trekking per ligplaats wordt genoteerd door de notaris. De notaris maakt een proces-verbaal op van de loting en vermeldt daarin de wijze waarop de loting is uitgevoerd, de uitslag van de volgorde van trekking en de datum van de loting en is ondertekend door de notaris. Gegadigden worden uitgenodigd om bij de loting aanwezig te zijn;

6Na de loting wordt de eerst getrokken aanvraag in behandeling genomen en inhoudelijk beoordeeld of aan alle voorwaarden wordt voldaan voor verkrijgen van een ligplaatsvergunning;

7Als deze aanvraag niet vergund kan worden, wordt voor de specifieke ligplaats de volgorde gehanteerd van de trekking van de notaris;

8De overige aanvragers die niet zijn ingeloot, worden in kennis gesteld middels een besluit op de aanvraag.

9In aanvulling op artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht moet een aanvraag om vergunning tevens zijn voorzien van de navolgende gegevens/stukken:

a.bewijs dat de aanvrager daadwerkelijk beschikt over een pleziervaartuig en dat de aanvraag voor de ligplaats van dat (plezier)vaartuig dient;

b.een recente foto, niet ouder dan 3 maanden, van het (plezier)vaartuig;

c.lengte, breedte en hoogte van het (plezier)vaartuig en merk en typenummer van het (plezier)vaartuig en zo mogelijk de naam en registratienummer van het (plezier)vaartuig;

10Bij de inhoudelijke beoordeling van een aanvraag of verzoek tot wijziging van een ligplaatsvergunning wordt leges (administratiekosten) conform de legesverordening in rekening gebracht.

Artikel 12 Inzage ligplaatsvergunning (plezier)vaartuig

De houder van een ligplaatsvergunning is verplicht deze op de eerste vordering van een ambtenaar belast met de zorg voor de naleving van een of meer bepalingen van deze verordening, ter inzage af te geven aan deze ambtenaar.

Artikel 13 Het nakomen van aanwijzingen

1Eenieder is verplicht terstond te gehoorzamen aan de mondelinge aanwijzingen, gegeven door een ambtenaar, aangewezen door het bevoegd gezag, belast met de uitvoering van deze verordening.

2Het college kan aan de rechthebbende op een (plezier)vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

3De rechthebbende op een (plezier)vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Artikel 14 Strafbepalingen

1Overtreding van een ge- of verbodsbepaling in deze verordening, of krachtens deze verordening gestelde regels, kan leiden tot bestuursrechtelijke maatregelen, waaronder het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang, conform de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet en de Omgevingswet.

2Als de overtreding tevens een strafbaar feit oplevert, kan deze worden bestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, conform artikel 154 van de Gemeentewet.

Artikel 15 Overgangsbepaling

1Vergunningen of ontheffingen verleend voor inwerkingtreding van deze verordening blijven – indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – van kracht en worden vanaf de inwerkingtreding van deze verordening geacht te zijn vergunningen of ontheffingen verleend krachtens deze verordening.

2Voorschriften en beperkingen opgelegd voor inwerkingtreding van deze verordening blijven- indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken- na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden geacht voorschriften en beperkingen te zijn, opgelegd krachtens deze verordening.

3Aanvragen van vergunning of ontheffing waarop, op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van deze verordening.

4Bij een latere vrijval van de ligplaats, wordt de ligplaats toegewezen via een lotingssysteem zoals omschreven in artikel 15 van deze verordening.

Artikel 16 Samenloop met andere regelgeving

1Deze verordening laat onverlet de regelgeving die voortvloeit uit de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening, de waterschapsverordening en het Binnenvaartpolitiereglement.

2Het college houdt bij het vaststellen van nadere regels en het verlenen van vergunningen of ontheffingen rekening met de toepasselijke regelgeving zoals bedoeld in lid 1.

Artikel 17 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking één dag na de datum van bekendmaking.

2Met de inwerkingtreding van de “Ligplaatsenverordening gemeente Het Hogeland vervalt artikel 5:25 en lid 3 van artikel 6:5 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Het Hogeland.

3Deze verordening wordt aangehaald als “Ligplaatsenverordening pleziervaartuigen Het Hogeland”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.