Gemeentelijke regelgeving

Geluidverdeelplan Eemshaven en Oostpolder

Gemeente Het Hogeland · geldt sinds 22 december 2023

Aanhef

Beleidsregel

Opdrachtgever Gemeente Het Hogeland

Hoofdstraat-West 1

9981 AA Uithuizen

Contactpersoon de heer B. Moes

Uitgevoerd door Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV

Behandeld door J.P. Dwarshuis

Datum 28 november 2023

Kenmerk 6559-GVP/NAA/jd/ft/11

1Inleiding. 4

2Regels 6

2.1 Begrippen 6

2.2 Toepassingsgebied 8

2.3 Toetsing aan de gebruiksregels 8

2.4 Beoordeling bij afwijken van de gebruiksregels 8

2.5 Toetsingsprocedure 9

2.6 Monitoring en evaluatie 10

3Algemene toelichting op de regels. 12

3.1 Doel van het geluidverdeelplan 12

3.2 Geluidverdeelsystematiek in hoofdlijnen 12

4Artikelsgewijze toelichting op de regels. 16

4.1 Begrippen 16

4.2 Toepassingsgebied 19

4.3 Toetsing aan de gebruiksregels 20

4.4 Beoordeling bij afwijken van de gebruiksregels 21

4.5 Toetsingsprocedure 21

4.6 Monitoring en evaluatie 22

5Geluidbudgetten. 23

5.1 Standaard kavelbudgetten 23

5.2 Standaard nestbudgetten 23

5.3 Vergund grotere kavelbudgetten 25

6Inputgegevens geluidverdeelmodel 26

6.1 Beoordelingspunten 26

6.2 Uitgangspunt totale geluidruimte en geluidruimte per terrein 26

6.3 Basis voor geluidverdeelmodel 26

6.4 Gehanteerde reservebronnen 26

6.5 Geluidverdeelmodel 26

6.6 Berekende geluidsniveaus verdeelde geluidruimte 27

Bijlagen

1Samenvatting wettelijk kader

2Stroomdiagram toetssystematiek

3Standaard kavelbudgettenkaart

4Standaard nestbudgettenkaart

5Vergund grotere kavelbudgettenkaart

6Bepaling gebruikt kavel- en nestbudget

7Bepaling toetsingsmarge

8Beoordelingspunten geluidverdeelplan

9Bronkenmerken standaard kavelbudgetbronnen

10Bronkenmerken standaard nestbudgetbronnen

11Onderbouwing nestbudgetbronnen

12Invoergegevens standaard kavelbudgetten in geluidverdeelmodel

13Invoergegevens standaard nestbudgetten in geluidverdeelmodel

14Emissiekengetal actueel vergunde ruimte versus standaard kavelbudgetten

15Grafische weergaven geluidverdeelmodel

16Overige invoergegevens geluidverdeelmodel

17Berekende geluidsniveaus totaal verdeelde geluidruimte

18Totaal verdeelde geluidruimte versus Wgh-grenswaarden

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze beleidsregel wordt verstaan onder

GVP, terreinen en plan

1GVP: het Geluidverdeelplan Eemshaven en Bedrijventerrein Oostpolder als vervat in het bestemmingsplan Eemshaven en het provinciaal inpassingsplan Bedrijventerrein Oostpolder;

2terrein Eemshaven: het plangebied van het bestemmingsplan Eemshaven;

3terrein Oostpolder: het plangebied van het provinciaal inpassingsplan Bedrijventerrein Oostpolder;

4plan: als de activiteiten worden verricht binnen het terrein Eemshaven: het bestemmingsplan Eemshaven en als de activiteiten worden verricht binnen het terrein Oostpolder: het provinciaal inpassingsplan Bedrijventerrein Oostpolder;

Activiteiten en vergunning

5activiteiten: de activiteiten verricht in een inrichting als bedoeld in art. 1.1 lid 3 Wm, alsmede de activiteiten die worden verricht in een inrichting die niet op grond van 1.1. lid 3 Wm is aangewezen, maar wel een relevante geluid­emissie kunnen veroorzaken, met uitzondering van windturbines;

6bestaande activiteiten: de activiteiten zoals aanwezig op het moment van inwerkingtreding van het plan;

7veranderde activiteiten: de activiteiten na verandering of revisie (bijvoorbeeld na een omgevingsvergunning activiteit milieu voor het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting, al dan niet via revisie);

8andere activiteiten: geheel andersoortige activiteiten veroorzaakt door een ander bedrijf waarbij de bestaande activiteiten of veranderde activiteiten worden beëindigd (bijvoorbeeld na het intrekken van een omgevings­vergunning activiteit milieu);

9vergunning: Wabo vergunning milieu alsmede geaccepteerde melding Abm;

Geluidverdeelmodel

10geluidverdeelmodel: het rekenmodel behorend bij dit GVP. De invoergegevens bij het in werking treden van het plan zijn in hoofdstuk 6 gespecificeerd.

Beoordelingspunt

11beoordelingspunt: rekenpunt waarop de geluidimmissiewaarde wordt berekend en getoetst. De beoordelings­punten zijn gespecificeerd in § 6.1;

Zeeschepen

12coaster: een zeewaardig schip met een Gross Tonnage tot ca. 10.000 ton;

13zeeschip: een zeewaardig schip met een Gross Tonnage van ca. 10.000 ton of meer;

Kavelgeluid en nestgeluid

14kavelgeluid: het geluid veroorzaakt door de activiteiten, niet omvattende het nestgeluid;

15nestgeluid: het nestgeluid geproduceerd door schepen verbonden aan de activiteiten;

Geluidkavel en ligplaats

16geluidkavel: het oppervlak gelegen binnen de bestemming “Bedrijventerrein – industrie” waarop binnen het plan activiteiten worden uitgevoerd of met welke voor de toekomst rekening is gehouden. De geluidkavels zijn gespecificeerd in § 5.1.

17ligplaats: het oppervlak gelegen binnen de bestemming “Bedrijventerrein – industrie” waarop binnen het plan nestgeluid wordt veroorzaakt of met welke voor de toekomst rekening is gehouden. De ligplaatsen zijn gespecificeerd in § 5.2;

Geluidbudgetten

18standaard geluidbudget: het standaard kavelbudget of het standaard nestbudget;

19standaard kavelbudget: de geluidemissiewaarden voor kavelgeluid in dB(A)/m² die aan een geluidkavel zijn toegekend op basis van het geluidverdeelmodel. De standaard kavelbudgetten zijn gespecificeerd in § 5.1;

20standaard nestbudget: de geluidemissiewaarden voor nestgeluid in dB(A) die aan een ligplaats zijn toegekend op basis van het geluidverdeelmodel. De standaard nestbudgetten zijn gespecificeerd § 5.2;

21vergund groter geluidbudget: het vergund groter kavelbudget of het vergund groter nestbudget;

22vergund groter kavelbudget: het geluidbudget voor kavelgeluid van een geluidkavel dat groter is dan het standaard kavelbudget conform een geldende vergunning. De vergund grotere kavelbudgetten bij het in werking treden van het plan zijn gespecificeerd in § 5.3;

23vergund groter nestbudget: het geluidbudget voor nestgeluid dat groter is dan het standaard nestbudget conform een geldende vergunning. Bij het in werking treden van het plan is op geen enkele ligplaats een vergund groter nestbudget aanwezig;

Gebruikte delen geluidoppervlak en geluidbudgetten

24gebruikt kaveloppervlak: het deel of de delen van de geluidkavel(s) waarop de activiteiten plaatsvinden;

25gebruikt kavelbudget: het deel of de delen van het standaard kavelbudget en het vergund groter kavelbudget behorend bij het gebruikt kavel­oppervlak zoals bepaald volgens bijlage 6;

26gebruikt ligplaatsdeel: het deel of de delen van de ligplaats(en) waarop nestgeluid wordt veroorzaakt;

27gebruikt nestbudget: het deel of de delen van het standaard nestbudget en het vergund groter nestbudget behorend bij het gebruikt ligplaatsdeel zoals bepaald volgens bijlage 6;

In acht te nemen geluidruimte overige terreinen

28in acht te nemen geluidruimte overige terreinen: de geluidruimte die bij toetsingen voor de industrieterreinen buiten het terrein waarop de (getoetste) activiteiten plaatsvinden, in acht wordt genomen zoals beschreven in § 6.2;

Mutaties

29mutatie: elke verandering binnen de gronden met bestemming “Bedrijventerrein – industrie” die effect kan hebben op de geluidbelasting vanwege het industrieterrein op de beoordelingspunten. Onder mutatie wordt in ieder geval verstaan: het bouwen van een bouwwerk, het oprichten, veranderen of veranderen van (de werking van) een milieu-inrichting of het in werking hebben daarvan al dan niet milieu-neutraal, het slopen van een bouwwerk alsmede het veranderen van het gebruikt kaveloppervlak.

Reserve

30reserve: op een beoordelingspunt op enig moment het verschil tussen:

. de Wet geluidhinder grenswaarde en

. de som van

* binnen het terrein waarop de activiteiten plaatsvinden: de standaard kavelbudgetten, de vergund grotere kavelbudgetten, de standaard nestbudgetten en de vergund grotere nestbudgetten en

* de in acht te nemen geluidruimte overige terreinen.

Toetsingsmarge

31toetsingsmarge: de bij toetsing toegepaste marge zoals bepaald conform bijlage 7;

Betrokken partijen bij het zonebeheer

32zonebeheerteam: een team bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente Het Hogeland, de provincie Groningen, Groningen Seaports (GSP) en Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta (SBE) dat adviseert over de geluidverdeling industrielawaai binnen de Wgh geluidzone rond de terreinen Eemshaven, Eemshaven-Zuidoost en Oostpolder;

33zonebeheerder: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland.

34technisch zonebeheerder: de door de gemeente aangewezen akoestisch adviseur die de geluid­ruimte beheert en bewaakt.

2.2 Toepassingsgebied

Artikel 2 Toepassingsgebied

De beleidsregel is van toepassing op besluiten op aanvragen om vergunningen binnen het terrein Eemshaven en het terrein Oostpolder ten aanzien van toetsing aan de specifieke gebruiksregels en het afwijken van de gebruiks­regels.

Deze paragraaf is van toepassing op de toetsing aan de specifieke gebruiksregels onder a van het plan.

Paragraaf 2.3 Toetsing aan gebruiksregels

Artikel 3 Inleiding

1Alle mutaties worden getoetst.

2Van een toetsing kan worden afgezien. Dit ter beoordeling van de zonebeheerder.

3De mutaties worden in het geluidverdeelmodel verwerkt.

4In het geval een inrichting is gesloten en de vergunning is ingetrokken, blijven de bedrijfsobjecten van de gesloten inrichting in het geluidverdeelmodel gehandhaafd tot het moment waarop voor het slopen dan wel voor andere activiteiten een vergunning is verleend.

5In het geval een inrichting is vergund, maar niet is opgericht, worden bij het intrekken van de vergunning de bedrijfsobjecten uit het geluidverdeelmodel verwijderd.

Artikel 4 Vervallen vergund groter kavelbudget en nestbudget

Het vergund groter kavelbudget en het vergund groter nestbudget vervallen wanneer op de geluidkavel of de ligplaats de vergunning is ingetrokken.

Artikel 5 Wijze van toetsing

1De gebruikte kavelgeluidruimte mag op enig beoordelingspunt niet groter zijn dan (de immissiewaarde resulterend uit) het gebruikt kavelbudget.

2Er wordt naar gestreefd dat de gebruikte kavelgeluidruimte op een aan het gebruikt kaveloppervlak toegevoegd deel waarop géén vergund groter kavelbudget aanwezig is, niet groter is dan (de immissiewaarde resulterend uit) het standaard kavelbudget behorend tot dat toegevoegd deel.

3De gebruikte nestgeluidruimte mag op enig beoordelingspunt niet groter zijn dan (de immissiewaarde resulterend uit) het gebruikt nestbudget.

4De reserve mag op enig beoordelingspunt niet kleiner zijn dan de actuele reserve.

5Het gestelde in lid 1 t/m 4 geldt afzonderlijk voor de dag-, avond- en nachtperiode (conform de periode-indeling van de Wet geluidhinder).

6Bij toepassing van lid 1 t/m 4 wordt de toetsingsmarge gehanteerd, met dien verstande dat het kavel- c.q. nestbudget met deze marge wordt verhoogd en de actuele reserve met deze marge wordt verlaagd.

Deze paragraaf is van toepassing op het afwijken van de specifieke gebruiksregels van het plan.

Paragraaf 2.4 Beoordeling bij afwijken van de gebruiksregels

Artikel 6 Toestaan grotere kavelgeluidruimte

1Voor het toestaan van een grotere kavelgeluidruimte moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

a.uit het advies van het zonebeheerteam blijkt dat de reserve niet onevenredig wordt aangetast en

b.in de aanvraag is aangetoond dat de extra geluidruimte nodig is ondanks toepassing van de beste beschikbare technieken en eventuele extra maatregelen.

2Voor onevenredige aantasting van de reserve spelen factoren als de mate van overschrijding van het standaard kavelbudget, van het vergund groter kavelbudget en van de mate van verkleining van de reserve, op één beoordelingspunt, op meerdere beoordelingspunten of gemiddeld over alle beoordelingspunten een rol.

3Onder eventuele extra maatregelen wordt ook begrepen het toepassen van een qua geluidhinder optimale terreinindeling.

Artikel 7 Toestaan grotere nestgeluidruimte

1Voor het toestaan van een grotere nestgeluidruimte moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

a.uit het advies van het zonebeheerteam blijkt dat de reserve niet onevenredig wordt aangetast en

b.in de aanvraag is aangetoond dat de extra geluidruimte nodig is ondanks de mogelijkheid voor dan wel de planning van de aan te leggen walstroom.

2Voor onevenredige aantasting van de reserve spelen factoren als de mate van overschrijding van het standaard nestbudget, van het vergund groter nestbudget en van de mate van verkleining van de reserve een rol.

Artikel 8 Toestaan verkleining reserve

1Voor het toestaan van een verkleining van de reserve moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

a.uit het advies van het zonebeheerteam blijkt dat de reserve niet onevenredig wordt aangetast en

b.in de aanvraag is aangetoond dat het verkleinen van de reserve niet kan worden voorkomen ondanks toepassing van maatregelen, waaronder een qua geluidhinder optimale terreinindeling.

2Het bepaalde in Artikel 6 lid 2 is van overeenkomstige toepassing.

2.5 Toetsingsprocedure

Artikel 9 Toetsingsprocedure

1Een bedrijf doet bij het bevoegd gezag een aanvraag om een vergunning. In de aanvraag is een geluidrapport opgenomen. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag bij de technisch zonebeheerder een pré-toets aanvragen.

2Een bedrijf vraagt vooraf bij de technisch zonebeheerder een knip van het geluidverdeelmodel op, waarmee het geluidrapport wordt opgesteld. De technisch zonebeheerder verstrekt het kavel- en het nestbudget. Hij verstrekt ook de spelregels voor het gebruik van het geluidverdeelmodel en de specifieke eisen die ten behoeve van de toetsing aan het GVP aan de aanvraag en het geluidrapport worden gesteld. Ten minste worden in de aanvraag aangegeven: het gebruikt kaveloppervlak, de aangevraagde kavelgeluidruimte, de toetsing aan het gebruikt kavelbudget, de aangevraagde nestgeluidruimte, het gebruikte ligplaatsdeel en de toetsing aan het gebruikt nestbudget.

3Het bevoegd gezag toetst de inhoud van het geluidrapport aan de algemene vereisten voor een geluid­rapport, of de beste beschikbare technieken zijn toegepast en verifieert of de inhoud in overeenstemming is met de overige delen van de aanvraag.

4Het bevoegd gezag stuurt het geluidrapport vergezeld van zijn beoordeling van het rapport en de BBT toets voor een toets aan het GVP naar de technisch zonebeheerder.

5De technisch zonebeheerder toetst het rapport aan de Wgh grenswaarden en aan de regels van het GVP.

6Indien de aangevraagde geluidruimte voldoet aan de gebruiksregels van het GVP, zendt de technisch zone­beheerder de toetsrapportage naar de zonebeheerder en namens deze tevens naar het bevoegd gezag. Dit geldt dan als advies van de zonebeheerder aan het bevoegd gezag.

7Indien de aangevraagde geluidruimte niet voldoet aan de gebruiksregels van het GVP maar een afwijking daarvan nodig is:

a.ontvangt de aanvrager eerst gelegenheid het geluidrapport aan te passen;

b.stuurt de technisch zonebeheerder de concept toetsrapportage naar het zonebeheerteam voor advies;

c.voegt de technisch zonebeheerder het advies van het zonebeheerteam toe aan de toetsrapportage en zendt deze naar de zonebeheerder;

d.zendt de zonebeheerder haar advies naar het bevoegd gezag.

8Het bevoegd gezag houdt bij haar beslissing rekening met het advies van de zonebeheerder.

Artikel 10 Bijzondere bepalingen

1De technisch zonebeheerder kan het bevoegd gezag advies geven ten aanzien van het bij de aanvraag om grotere geluidruimte gevoegde onderzoek. Indien het geluidrapport hierop niet (voldoende) wordt aangepast, neemt de technisch zonebeheerder zijn advies opnieuw op in zijn (concept) toetsrapportage.

2Wanneer het zonebeheerteam niet tot een unaniem advies kan komen, geeft de technisch zonebeheerder in de toetsrapportage de verschillende standpunten weer.

Artikel 11 Beste beschikbare technieken

1In het geluidrapport bij de aanvraag is minimaal het bedrijfsscenario opgenomen dat voldoet aan de beste beschikbare technieken.

2Mocht blijken dat door technische ontwikkelingen tegen vergelijkbare kosten een hoger beschermingsniveau bereikt kan worden dan vastgestelde BBT-documenten dan wordt daaraan in het akoestisch onderzoek aandacht besteed.

Paragraaf 2.6 Monitoring en evaluatie

Artikel 12 Verkleining vergund groter kavel- en nestbudget

1Het bevoegd gezag verlangt van het bedrijf c.q. de eigenaar of gebruiker van de geluidkavel of ligplaats een onderzoek naar de benodigde kavel- c.q. nestgeluidruimte met toepassing van de beste beschikbare technieken

a.bij de aanvraag om revisie van de vergunning;

b.op grond van de evaluatievoorschriften verbonden aan de vergunning;

c.op basis van de wettelijke actualisatieplicht van vergunningen op basis van milieuwetgeving, zoals wijziging in de BREF en

d.na een verzoek van de zonebeheerder.

2Het bevoegd gezag zal voor de in lid 1 bedoelde rapportage de volgende termijn stellen in de situaties genoemd onder lid 1:

a.bij de aanvraag;

b.de in het evaluatievoorschrift genoemde termijn;

c.2 jaar na het ingaan van wettelijke actualisatieplicht;

d.2 jaar na het verzoek.

33. Het bevoegd gezag verstrekt dit onderzoek vergezeld van zijn beoordeling aan het zonebeheerteam in de situaties genoemd in lid 1:

a.bij de aanvraag;

b.t/m d: binnen 3 maanden na ontvangst van de rapportage.

4Afhankelijk van de resultaten van het onderzoek geeft het zonebeheerteam omtrent het verkleinen dan wel laten vervallen van het vergund groter kavelbudget c.q. het vergund groter nestbudget haar advies aan het bevoegd gezag.

5Het vergund groter kavelbudget kan gedurende een bepaalde termijn gehandhaafd blijven ten behoeve van het in de toekomst uitvoeren van veranderde activiteiten op de geluidkavel . Deze termijn bedraagt ten hoogste 3 jaar vanaf de termijn genoemd in lid 2, tenzij het bedrijf binnen deze periode aantoont dat het vergund groter kavelbudget nodig is voor concrete toekomstige veranderingen op de geluidkavel .

6Het vergund groter nestbudget kan gedurende een bepaalde termijn gehandhaafd blijven ten behoeve van het in de toekomst uitvoeren van veranderde activiteiten op de ligplaats. Deze termijn bedraagt ten hoogste 3 jaar vanaf de termijn genoemd in lid 2, tenzij de eigenaar c.q. gebruiker van de ligplaats binnen deze periode aantoont dat het vergund groter nestbudget nodig is voor concrete toekomstige veranderingen op de ligplaats.

Artikel 13 Verkleining vergund groter kavel- en nestbudget op verzoek eigenaar of gebruiker

De eigenaar of gebruiker van de geluidkavel of de ligplaats kan verzoeken het vergund grotere kavel- of nest­budget te verkleinen.

Artikel 14 Monitoring

1De zonebeheerder stelt ten minste elke twee jaar een voortgangsrapport op over de ontwikkelingen op de terreinen en in de zone over de afgelopen kalenderjaren. Daarin wordt onder meer verslag gedaan van de in de voorgaande kalenderjaren uitgegeven geluidruimte en een overzicht van de nog resterende geluidruimte. Ten minste de samenvatting daarvan wordt openbaar gemaakt.

2Het zonebeheerteam evalueert het GVP ten minste elke vijf kalenderjaren. Als er wijzigingen nodig of gewenst zijn, adviseert het zonebeheerteam het college van burgemeester en wethouders over aanpassing. Bij deze aanpassing verwerkt het college in ieder geval de vergrotingen en verkleiningen van de vergund grotere kavel- en nestbudgetten. Ook wordt bezien of de standaard kavelbudgetten, de standaard nestbudgetten, de vergund grotere kavelbudgetten en de vergund grotere nestbudgetten nog wel overeenkomen met de daadwerkelijke geluidproductie van gerealiseerde bedrijven om zodoende onnodige geluidreserveringen te voorkomen. Eerstvolgende reguliere evaluatie is in 2028.

Artikel 15 Zonebeheerteam

De zonebeheerder ziet erop toe dat het zonebeheerteam in beginsel 3x per jaar bijeenkomt voor het bespreken van de ontwikkelingen op de terreinen. Besproken worden in ieder geval:

1de in Artikel 9 bedoelde concept-toetsrapporten;

2het voortgangsrapport en het evaluatierapport zoals bedoeld in Artikel 14.

4 Artikelsgewijze toelichting op de regels

4.1 Begrippen

Artikel 1 Begripsbepaling

GVP, terreinen en plan

Het GVP heeft betrekking op de plangebieden van het bestemmingsplan Eemshaven en het provinciaal inpassings­plan Oostpolder. Met plan wordt aangeduid het plan waarbinnen de (beoordeelde) activiteiten worden verricht. Het GVP geeft geen regels voor het toestaan van geluidruimte voor de activiteiten plaatsvindend op het industrie­terrein Eemshaven Zuidoost: daarvoor zijn regels gegeven in het bestemmingsplan Eemshaven Zuidoost 2017. Het houdt wél rekening met de geluidruimte voor dat terrein en voor de toetsingsprocedure et cetera wordt zoveel mogelijk bij deze beleidsregel aangesloten.

Activiteiten en vergunning

3Onder de activiteiten en het daardoor geproduceerd geluid wordt dus verstaan het geluid van de “toestellen en installaties” en de activiteiten van al dan niet mobiele machines en apparaten zoals laden en lossen en intern transport vanwege inrichtingen als bedoeld in art. 1.1 lid 3 Wm en op grond van dat artikellid bij AMvB, te weten het Besluit omgevingsrecht (Bor), zijn aangewezen. Hiertoe behoren ook de laad- en losactiviteiten die buiten de grens van de inrichting op de openbare weg of op het water plaatsvinden, maar toegerekend (moeten) worden aan de inrichting. Het geluid van windturbines valt niet onder de werkingssfeer van het GVP (art. 1b Wgh). Aanvullend worden onder het GVP activiteiten beoordeeld die niet op grond van art. 1.1 lid 3 Wm in het Besluit omgevingsrecht is aangewezen, maar wel een relevante geluidemissie kunnen veroorzaken. Hierbij wordt op dit moment met name gedoeld op opslaglocaties voor elektrische energie op industriële schaal en aan zonne­parken. Hiermee wordt ook geanticipeerd op de toekomstige Omgevingswet waaronder deze activiteiten mogelijk in de totale geluidbeoordeling zullen moeten worden betrokken. Deze definitie wijzigt uiteraard niet dat deze activiteiten niet aan Wgh grenswaarden behoeven te worden getoetst. Met deze “uitbreiding” van het begrip activiteiten ten opzichte van art. 1.1. lid 3 Wm is uitdrukkelijk niet bedoeld om het niet-inrichting­gebonden nestgeluid van schepen onder de werkings­sfeer van het GVP te brengen.

8Gedoeld wordt op geheel andersoortige activiteiten van een ander bedrijf, waarbij de bestaande of veranderde activiteiten worden beëindigd.

9Waar in het GVP wordt gesproken over een vergunning wordt gedoeld op een omgevingsvergunning voor een inrichting (art. 1.1 lid 1 Wm), maar eveneens op de acceptatie van een melding van een inrichting vallend onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit (Abm). Waar wordt gesproken over de aanvraag, wordt ook gedoeld op de melding Abm. Waar wordt gesproken over de vergunde geluidruimte, wordt ook gedoeld op de op grond van maatwerk­voorschriften krachtens het Abm geldende geluidruimte. Er wordt niet gedoeld op de grond van de standaard geluidvoorschriften van het Abm geldende geluidruimte; die zou namelijk groter kunnen zijn dan het standaard kavelbudget.

Beoordelingspunt

11Toetsingen worden uitgevoerd op alle in de beleidsregel gespecificeerde punten. In uitzonderlijke gevallen kunnen voor een individuele toetsing nog beoordelingspunten worden toegevoegd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een mutatie gelegen op zeer korte afstand op woningen, waarbij een significante toename van de geluidbelasting ontstaat op woningen gelegen tussen twee beoordelingspunten.

Kavelgeluid en nestgeluid

14Het industriegeluid wordt in het GVP gesplitst in kavelgeluid en nestgeluid. Het kavelgeluid is het geluid veroorzaakt door de activiteiten minus het nestgeluid. De activiteiten kunnen ook plaatsvinden binnen de geografische grens van een ligplaats. Kavelgeluid kan dus ook binnen de geografische grens van een ligplaats worden veroorzaakt.

15Nestgeluid is het geluid dat wordt veroorzaakt door het geluid van aggregaten (met veelal een dieselmotor) en/of hoofd- en/of hulpmotoren op schepen. Deze aggregaten worden gebruikt voor het produceren van de noodzake­lijke elektriciteit aan boord van het schip. Deze elektriciteit is nodig voor ventilatiesystemen voor bepaalde ruimten zoals de machinekamers. De installaties zijn in bedrijf op het moment dat de schepen in de haven aan de kade liggen. Dit geluid kan worden geproduceerd gedurende de tijd van laden en lossen van het schip of de periode dat het schip in een dok of eventueel op de kade ligt om daaraan of daarop werkzaamheden te verrichten. In dit geval is er een duidelijke binding tussen het schip en de kade van de inrichting waaraan of waarop zij liggen en het betreft dan het inrichtinggebonden nestgeluid, het wordt toegerekend aan de inrichting. Onder het GVP wordt uitsluitend dit inrichtinggebonden nestgeluid als nestgeluid beschouwd. Als regel zal het schip in dit geval ook liggen binnen de – in de vergunningaanvraag aangegeven - grens van de inrichting aan wiens kade het schip ligt. De geluid­voorschriften verbon­den aan de Wabo (milieu-)vergunning dan wel de voorschriften aan het Activitei­ten­besluit milieubeheer (Abm) van de inrichting behoren dit nestgeluid te omvatten. Er zijn ook schepen die in de haven liggen te wachten totdat ze (kunnen) worden geladen of gelost. Of na afloop nog liggen te wachten vóór zij weer vertrekken, bijvoorbeeld omdat een sluis richting de binnen­wateren pas de volgende ochtend weer wordt bediend. Daarnaast schuilen in de haven ook schepen bij­voor­beeld vanwege ongunstige weersomstandigheden op zee of calamiteiten aan het schip. De haven­meester kan deze laatste schepen een plaats toewijzen. De schepen en het dan veroorzaakte nestgeluid behoren niet tot de milieu-inrichting aan wiens kade zij liggen. Mogelijk liggen ze zelfs aan een kade, een steiger of palen die niet eens niet behoort tot een milieu-inrichting. Dit nestgeluid wordt onder het GVP niet beoordeeld. De geluid­voorschriften van de inrichting hebben géén betrekking op dit nestgeluid.

Er zijn twee bijzondere situaties bij het onderscheid tussen kavel- en nestgeluid:

Het geluid van tankerschepen wordt (altijd) gerekend tot kavelgeluid. Deze schepen worden veelal gelost met pompen op het schip, waarvoor ook de generatoren op het schip in werking zijn. Voor het lossen zijn de pompen op het schip en de generatoren t.b.v. die pompen van het schip maatgevend. Dit moet in ieder geval worden beschouwd als kavelgeluid, omdat het hoort bij laden en lossen. De schepen worden vaak geladen met pompen in de inrichting. Het geluid van de aggregaten tijdens het laden zou kunnen worden beschouwd als nestgeluid, maar dan zou een schip op de ene dag kavelgeluid produceren en de andere dag nestgeluid. Daarom wordt het geluid van tankerschepen (altijd) gerekend tot kavelgeluid.

Het nestgeluid van schepen op een scheepswerf wordt als inrichtinggebonden beschouwd en dus onder het GVP beoordeeld gedurende de gehele periode dat op of aan het schip werkzaamheden bij of in het dok plaatsvinden. Als deze werkzaamheden bijvoorbeeld alleen gedurende de dagperiode plaatsvinden, wordt óók het nestgeluid gedurende de avonden en nachten ertussen beschouwd als inrichtinggebonden, vanaf de start tot het eind van de werkzaamheden op of aan het schip.

Geluidkavel en ligplaats

16In de beleidsregels worden de begrippen geluidkavel en ligplaats gebruikt om het begrip geluidkavel uit de planregels mee aan te duiden. Dat er in de beleidsregel twee woorden voor worden gebruikt, is enkel en alleen met het oog op (vereenvoudigd) woordgebruik. Er is geen betekenisverschil. Op elke geluidkavel is een standaard kavelbudget gelegd. Samen omvatten de geluidkavels het totale oppervlak met een standaard kavelbudget binnen het GVP. De grenzen van een geluidkavel kúnnen overeenkomen met een kadastrale kavel of met de grens van een (actuele) inrichting, maar dat is niet noodzakelijk: een geluidkavel kan ook een déél daarvan zijn of worden gevormd door meerdere ervan of een geheel andere begrenzing hebben. De geluidkavel onder een bestaand bedrijf is zo gekozen dat deze overeenkomt met het door een bedrijf en/of inrichting voor de feitelijke, daadwerkelijke activiteiten gebruikte oppervlak. Door op deze manier de geluidkavel te definiëren vindt toetsing altijd plaats aan het bij de activiteiten gebruikte oppervlak. Wanneer bijvoorbeeld via de aanvraag vooralsnog slechts een deel van de kavel daadwerkelijk wordt ingevuld met activiteiten, wordt de aangevraagde geluidruimte aan het budget behorend tot een kleiner opper­vlak (dus netto een kleiner budget) getoetst. Zo blijft er altijd kavelbudget beschikbaar op het nog niet gebruikte deel van de kavel. Op deze manier wordt mede invulling gegeven aan het doel van het geluid­verdeel­plan.

Op deze manier werd feitelijk enige tijd getoetst via een vergelijkbare regel in het geluidverdeelplan bij het voorbereidingsbesluit. Daarvóór werd dit echter niet zo gedaan. Voor een aantal bestaande bedrijven is daarom de geluidkavel nu kleiner gekozen dan de milieu-inrichting en is op het resterende deel van de kavel een standaard kavelbudget gelegd, waarvoor de ruimte uit de reserve is gehaald.

17Op elke ligplaats is een standaard nestbudget gelegd. Samen omvatten de ligplaatsen het totale oppervlak met een standaard nestbudget binnen het GVP.

Geluidbudgetten

18Het standaard geluidbudget als bedoeld in de planregels wordt in deze beleidsregels aangeduid met twee begrippen, te weten het standaard kavelbudget voor een geluidkavel en het standaard nestbudget voor een ligplaats. Het ene begrip uit de planregels wordt in de beleidsregels dus aangeduid met twee afzonderlijke begrippen, maar er wordt exact hetzelfde mee bedoeld, op dezelfde wijze als het ene begrip geluidkavel in de beleidsregels uiteenvalt in geluidkavel en ligplaats.

19Het standaard kavelbudget is een geluidemissie van een standaard geluidbron volgens vaste kenmerken zoals bronhoogte en geluidspectrum gelijkmatig verdeeld over het oppervlak van de geluidkavel. Het is evenredig met de grootte van de kavel en wordt daarom uitgedrukt in een geluidsvermogenniveau LW in dB(A)/m². De geluidkavels en het daaraan toegekende standaard kavelbudget zijn opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Zij zijn daarmee geborgd binnen het plan.

20Het standaard nestbudget is de combinatie van een geluidemissie van drie standaard geluidbronnen voor respectievelijk een binnenvaartschip, een coaster en een zeeschip. Het heeft vaste kenmerken per type schip. Het is uitsluitend afhankelijk van het aantal bedrijfsduren per type schip per etmaalperiode. Het is onafhankelijk van de grootte van de ligplaats en wordt uitgedrukt in een geluidsvermogenniveau LW in dB(A). De ligplaatsen en het daaraan toegekende standaard nestbudget zijn opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Zij zijn daarmee geborgd binnen het plan.

21Het begrip vergund groter geluidbudget wordt in de planregels niet gebruikt, wel wordt daar gesproken over situaties wanneer op grond van een vergunning een grotere geluidruimte is toegestaan. Van een vergund groter geluidbudget kan sprake zijn in één of meer etmaalperioden.

22Een vergund groter kavelbudget wordt gevormd door de geluidsbronnen en de aanwezige of toekomstige reflecterende en afschermende bebouwing binnen de geluidkavel. Dit vergund groter kavelbudget kan dus in elke richting verschillend van grootte zijn.

23Een vergund groter nestbudget wordt in principe gevormd door een combinatie van drie standaard geluid­bronnen als voor het standaard nestbudget, maar zou in specifieke gevallen afwijkende waarden kunnen hebben.

Gebruikte delen

24Geluidkavels liggen vast. Een bedrijf kan in de praktijk voor zijn activiteiten gebruik maken van precies één hele geluidkavel, maar ook van een deel daarvan of van meerdere geluidkavels. Het gebruikt kaveloppervlak omvat naast de hoofd- ook de secundaire activiteiten van de inrichting. Het omvat ook de wegen en parkeerterreinen op het bedrijfsterrein, maar tijdelijke zaken als bouwketen, bouwopslagen en tijdelijke wegen en parkeerterreinen niet. Het gebruikt kaveloppervlak wordt begrensd door een lijn rondom deze activiteiten. Vaak zal de indeling van het terrein volgens de tekening bij de aanvraag als uitgangspunt kunnen gelden voor het gebruikt kavel­oppervlak. Kleine nog niet met activiteiten ingevulde stukjes binnen deze lijn maken deel uit van het gebruikt kaveloppervlak. Voorkomen moet worden dat het gebruikt kaveloppervlak er uitziet als een gatenkaas en de minste of geringste inbreiding leidt tot een verandering van het gebruikt kaveloppervlak. Soms zijn binnen het gebruikt kaveloppervlak groei, toekomstige ontwikkelingen, vergroting van de productie­capaciteit mogelijk of misschien worden die op moment van de aanvraag al verwacht. Voor zover die kunnen leiden tot een toename van de geluidproductie, kan dat aanleiding zijn om een overeenkomstig kleiner gebruikt kaveloppervlak aan te (moeten) houden. Het gebruikt kaveloppervlak lijkt dan dus kleiner dan uit een terrein­tekening zou worden afgeleid. In het GVP wordt er immers naar gestreefd om voor de geluid­productie bij de uiteindelijke volledige invulling van het gebruikt kaveloppervlak zoveel mogelijk binnen het gebruikt kavel­budget te realiseren.

25Het gebruikt kavelbudget is het kavelbudget dat behoort tot het gebruikt kaveloppervlak. Als het gebruikt kaveloppervlak niet precies gelijk is aan een geluidkavel, wordt het gebruikt kavelbudget gevormd door een deel of een optelsom van de budgetten van de geluidkavels. Dit heeft als consequentie dat ook het uitsluitend veranderen van het gebruikt kaveloppervlak een te toetsen mutatie is in de zin van dit GVP. Met het oog op verkleining of vergroting van het gebruikt kaveloppervlak, splitsing of samenvoeging van activiteiten of inrichtingen zijn regels opgenomen over de verdeling van het gebruikt kavelbudget. Bij splitsing dient op elk zelfstandig deel van de geluidkavel dan wel van de gebruikte geluidkavel ten minste het standaard kavelbudget te blijven liggen.

26Het gaat bij deze begripsomschrijvingen om het in de praktijk gebruikte gedeelte van de ligplaats. Een bedrijf kan in de praktijk gebruik maken van precies één ligplaats en de enige zijn die de ligplaats gebruikt. Maar het kan ook voorkomen zijn dat een ligplaats door meerdere bedrijven wordt gebruikt. In dat geval moet het nest­budget van die ligplaats worden verdeeld. Als één bedrijf meerdere ligplaatsen gebruikt, wordt het gebruik per ligplaats beoordeeld t.o.v. het budget van die ligplaatsen.

In acht te nemen geluidruimte overige terreinen

26Voor een activiteit op terrein Eemshaven is de in acht gehouden geluidruimte overige terreinen dus de ruimte voor terrein Eemshaven Zuidoost plus die voor terrein Oostpolder, zoals die in het provinciaal inpassingsplan Oostpolder voor die terreinen is aangehouden. Opgemerkt wordt dat deze ruimte kleiner is dan de ruimte die vóór uitbreiding met Oostpolder voor het terrein Eemshaven binnen de tot 2023 geldende Wgh grenswaarden beschikbaar is. Op dezelfde manier is voor een activiteit op terrein Oostpolder de in acht gehouden geluidruimte overige terreinen dus de ruimte voor terrein Eemshaven plus die voor terrein Eemshaven Zuidoost, zoals die in het provinciaal inpassingsplan Oostpolder voor die terreinen is aangehouden.

Mutaties

27Door op deze manier veranderingen binnen de werkingssfeer van het geluidverdeelplan te brengen, kunnen zij via Artikel 3 ten aanzien van het aspect geluid worden getoetst. Een verandering van het gebruikt kaveloppervlak kan bijvoorbeeld ontstaan door splitsing van de inrichting, samenvoeging van meerdere inrichtingen of vergroten met een ongebruikt perceel. Het gebruikt kaveloppervlak en gebruikt ligplaatsdeel worden dan opnieuw bepaald.

Reserve

28Bij de beoordeling van de vraag of op enig moment een grotere ruimte kan worden vergund, speelt de reserve een belangrijke rol. Uit de begripsomschrijving volgt dat hiervoor rekening wordt gehouden met alle standaard kavel- en nestbudgetten en de vergund grotere kavel- en nestbudgetten op de overige kavels van het terrein waarop de activiteiten worden uitgevoerd. Op deze manier wordt geborgd dat altijd ten minste deze budgetten op de overige kavels beschikbaar blijven voor toekomstige activiteiten. Bij toekenning uit de reserve op het ene terrein wordt de in acht te nemen geluidruimte van de andere terreinen niet aangetast. In het geluidverdeelmodel is voor terrein Eemshaven en voor terrein Oostpolder de in acht te nemen geluidruimte opgenomen, omvattend de kavel- en nestbudgetbronnen plus de bronnen die de reserve representeren. Voor het terrein Eemshaven Zuidoost is de beschikbare ruimte opgenomen conform het bestemmingsplan voor dat terrein van 2017. Deze drie ‘geluidpotten’ samen vullen de Wgh grenswaarde op de beoordelingspunten zo goed mogelijk op. Alleen voor zover met deze bronnen samen de geluidbelasting op een beoordelingspunt kleiner blijft dan de Wgh grenswaarde, is de geluidruimte tussen de terreinen Eemshaven en Oostpolder uitwisselbaar. Het is duidelijk dat de reserve van beoordelingspunt tot beoordelingspunt en in de tijd kan variëren.

Toetsingsmarge

29De marge is voor kavelgeluid afhankelijk van de grootte van de geluidkavel.

4.2 Toepassingsgebied

Artikel 2 Toepassingsgebied

De beleidsregel wordt in ieder geval gehanteerd bij de genoemde toetsingen en beoordelingen. Aanvullend wordt het gebruikt voor de monitoring van de reserve en voor evaluatiedoeleinden van die terreinen.

Voor zover de regels van het bestemmingplan Eemshaven Zuidoost 2017 daarmee niet in strijd zijn, kunnen deze beleidsregels ook worden gehanteerd bij toetsingen en beoordelingen op dit terrein.

4.3 Toetsing aan de gebruiksregels

Artikel 3 Inleiding

2Van een rekenkundige toetsing zou bijvoorbeeld kunnen worden afgezien wanneer die naar het oordeel van de zonebeheerder akoestisch geen effect heeft.

3Het geluidverdeelmodel is dus een dynamisch model. De standaard geluidbudgetten mogen echter niet worden gewijzigd.

4In Artikel 4 is bepaald dat een vergund groter kavel- en nestbudget vervallen, op het moment dat de vergunning wordt ingetrokken. Op dat moment vervallen ook de geluidbronnen, ook van een eventueel vergund groter kavelbudget. Intrekken van de (milieu)vergunning betekent echter niet dat ook de gebouwen mogen worden gesloopt. Deze kunnen ook door een andere inrichting weer worden gebruikt. Via dit artikellid wordt geborgd dat het afschermend en reflecterend effect van deze gebouwen op de geluidoverdracht van andere bedrijven in het geluidverdeelmodel blijft gehandhaafd tot het moment dat een sloopvergunning is verleend dan wel deze gebouwen mogen worden veranderd via een vergunning voor andere activiteiten.

5In afwijking van lid 4 wordt van niet gerealiseerde gebouwen het afschermend en reflecterend effect niet in het geluidverdeel­model gehandhaafd.

Artikel 4 Vervallen vergund groter kavelbudget en nestbudget

Het vergund groter kavel- en nestbudget blijven op de geluidkavel c.q. de ligplaats gelden zolang het bestaande bedrijf hier gevestigd blijft, ook wanneer dat bedrijf zijn activiteiten verandert. Een vergund groter kavel- c.q. nestbudget gelden dus voor het aanwezige bedrijf, maar kan niet worden ‘meegenomen’ naar een geheel ander bedrijf dat andere activiteiten uitvoert. Bij intrekken van de vergunning vervalt het automatisch.

Analoog vervalt het ook als een meldingsplichtig bedrijf meldt dat het zijn milieurelevante activiteiten structureel beëindigt. In de praktijk gebeurt dit laatste niet altijd. Het bepaalde in dit artikel geldt echter ook wanneer blijkt dat deze melding kennelijk is verzuimd te doen, bijvoorbeeld bij de constatering dat het bedrijf is vertrokken en een ander bedrijf zich op deze locatie meldt.

Artikel 5 Wijze van toetsing

1Voor de toetsing van het kavelgeluid als bedoeld in lid 1 en 2 geldt dat uitsluitend de totale (aangevraagde) geluidruimte wordt getoetst aan het totaal gebruikt kavelbudget. Er vindt géén toets per gedeelte plaats, bijvoorbeeld per geluidkavel in het geval de activiteiten verdeeld over meerdere geluidkavels plaatsvinden. De toets gebeurt op immissieniveau op elk afzonderlijk beoordelingspunt: de (aangevraagde) geluid­ruimte wordt op elk punt getoetst aan het budget. Een bestaand bedrijf wordt getoetst aan het vergund groter kavel- c.q. nestbudget indien dat aanwezig is. Wanneer een kleinere geluidruimte wordt vergund, leidt dat niet tot een verkleining van het vergund groter kavel- of nestbudget. Verkleining van het vergund groter geluidbudget verloopt via de procedure van Artikel 12.

2Een nieuw bedrijf wordt altijd getoetst aan het standaard kavel- c.q. nestbudget (zie artikel 4).

3Een bedrijf kan zijn vergund groter geluidbudget inzetten voor nieuwe of gewijzigde activiteiten. Dat inzetten kan bijvoorbeeld door het treffen van (extra) maatregelen aan bestaande geluidbronnen. Of door het inleveren van een evaluatierapport waaruit blijkt dat de gebruikte geluidruimte kleiner is dan het vergund groter kavelbudget. In bepaalde gevallen kan hierbij voor die nieuwe of gewijzigde activiteiten een relatief grote geluidruimte ontstaan, bijvoorbeeld in het geval van een relatief kleine wijziging in geval van een groot bestaand bedrijf. Deze nieuwe of gewijzigde activiteiten worden uiteraard reeds getoetst aan BBT. Deze regel beoogt dat in zo’n geval voor de nieuwe of gewijzigde activiteiten voor zover redelijkerwijs mogelijk wordt gestreefd naar een geluid­productie die niet hoger is dan het standaard kavelbudget. Maar gelet op lid 1 leidt een overschrijding van het standaard kavelbudget door dit gedeelte niet tot een overschrijding van de gebruiksregel van het plan.

4De mutatie wordt ook getoetst op het effect op de geluidoverdracht van andere bedrijven. Immers realisatie of juist sloop van fysieke objecten kunnen vanwege het ontstaan van reflecties of wegvallen van afscherming leiden tot een toename van de geluidbelasting veroorzaakt door andere bedrijven. Voor dergelijke mutaties wordt een toets uitgevoerd naar het effect op de reserve. Wanneer binnen het gebruikt kaveloppervlak geen relevante veranderingen zijn van fysieke objecten, kan deze toetsing vervallen.

7De toetsing vindt afzonderlijk plaats voor de dag-, avond- en nachtperiode.

8Er wordt een kleine marge toegepast om te voorkomen dat marginaal grotere waarden dan het budget direct leiden tot een budgetoverschrijding.

4.4 Beoordeling bij afwijken van de gebruiksregels

Artikel 6 Toestaan grotere kavelgeluidruimte

Over het algemeen zullen beide criteria in samenhang worden beoordeeld: hoe groter de aantasting van de reserve, hoe meer maatregelen mogelijk moeten worden verlangd, c.q. hoe verdergaand aangetoond zal moeten worden dat de geluidbelasting niet verder kan worden verlaagd. Afhankelijk van de situatie zal beoordeling moeten plaatsvinden op één beoordelingspunt, op meerdere beoordelingspunten of gemiddeld over alle beoordelingspunten. Voorwaarde a: Het onevenredig aantasten van de reserve moet worden voorkomen. In dat geval kunnen immers de gebruiksmogelijkheden van de overige kavels of ligplaatsen wanneer daar extra ruimte noodzakelijk is, of andere toekomstige ontwikke­lingen onevenredig worden beperkt. Voorwaarde b: Aan het aantonen dat de grotere kavelgeluidruimte nodig is, kan bijvoorbeeld invulling worden gegeven door te beschrijven welke maatregelen reeds zijn voorzien, aangevuld met een beschouwing van de mogelijkheden, de geluidreductie en de kosten en baten van het beperken van de geluidruimte tot het geldend kavelbudget (het vergund groter kavelbudget dan wel het standaard kavelbudget). Het is niet voldoende om te beschouwen of er mogelijkheden zijn om helemaal aan het budget te voldoen. Wanneer dit niet mogelijk is, zal getracht moeten worden de overschrijding zoveel mogelijk te beperken. Hiervoor kan nodig zijn meerdere varianten te bezien, bijvoorbeeld in stappen van 0.5 dB of 1.0 geluidreductie. Bovenstaande beoordelingen laten onverlet dat de wettelijke bepalingen en grenswaarden van Wgh, Wabo en Wm altijd blijven gelden en uiteraard voorrang houden op dit plan. Gelet op uitgangspunten van het plan wordt aan die wettelijke bepalingen voldaan wanneer aan de planvoorwaarden wordt voldaan: we kunnen ons op dit moment geen situatie voorstellen dat daaraan dan niét wordt voldaan. Het toestaan van de grotere kavelgeluidruimte door het bevoegd gezag leidt op het moment van haar besluit tot het ontstaan van een nieuw dan wel een vergroting van een al bestaand vergund groter kavelbudget.

Artikel 7 Toestaan grotere nestgeluidruimte

1Hiervoor geldt hetzelfde als voor het toestaan van een grotere kavelgeluidruimte. Voorwaarde b: Op dit moment is walstroom voor binnenvaartschepen technisch eigenlijk altijd mogelijk, maar voor zeeschepen en coasters niet altijd. Het toestaan van de grotere nestruimte door het bevoegd gezag leidt op het moment van haar besluit tot het ontstaan van dan wel een verandering van het al bestaand vergund groter nestbudget.

Artikel 8 Toestaan verkleining reserve

1Hiervoor geldt hetzelfde als voor het toestaan van een grotere kavelgeluidruimte. Voorwaarde b: De mogelijkheden om verkleining van de reserve te voorkomen, zullen veelal beperkt zijn. Soms is met een andere indeling of inrichting van het terrein het gewenste doel te benaderen. in het uiterste geval zullen afschermingen gehandhaafd moeten blijven of alternatieven worden opgericht, of verstrooiende absorberende maatregelen moeten worden genomen om ongewenste reflecties te voorkomen.

4.5 Toetsingsprocedure

Artikel 9 Toetsingsprocedure

2Een toetsing wordt normaliter uitgevoerd op het moment dat de concept aanvraag inhoudelijk door het bevoegd gezag is beoordeeld. Er zal naar gestreefd worden de toetsings- en adviseringsprocedure af te ronden vóór definitieve indiening van de aanvraag. In specifieke gevallen kan op een eerder moment, al in een pril stadium van een ontwikkeling, een pré-toets worden uitgevoerd, bijvoorbeeld bij een grootschalig initiatief. Voor de “aangevraagde geluidruimte” wordt dan gelezen: de voor de ontwikkeling benodigde geluidruimte.

3Hiertoe behoort ook de beoordeling of de aantallen en bedrijfstijden per etmaalperiode in de representatieve bedrijfssituatie overeenstemmen met de aangevraagde bedrijfstijden en capaciteiten, alsook de vraag welke bedrijfssituaties tot de representatieve bedrijfssituatie moeten worden gerekend.

Artikel 11 Best beschikbare technieken

1Bij de toetsing aan en het afwijken van de specifieke gebruiksregels (§ 2.3 en 2.4) gaat het om de ruimtelijke toets. Dit artikel maakt duidelijk dat daarnaast altijd sprake blijft van de verplichte milieutoetsing aan de beste beschikbare technieken (BBT). Er is niet automatisch aan BBT voldaan wanneer aan de gebruiksregels is voldaan. Dat geldt niet alleen voor een IPPC inrichting c.q. alleen voor toetsing aan BREF-documenten, maar voor alle inrichtingen. Dit betekent dat altijd de toets aan BBT in het aanvraagrapport aan de orde moet komen los van de ruimtelijke toets en dat daaruit kan voort­vloeien dat een kleinere geluidruimte moet worden aange­vraagd dan het kavelbudget. Omgekeerd kan– ondanks toepassing van BBT en verdergaande maatregelen –een grótere geluidruimte dan het geluidbudget nodig zijn. Het al dan niet toestaan daarvan verloopt via afwijken van de gebruiksregels.

4.6 Monitoring en evaluatie

Artikel 12 Verkleining vergund groter kavel- en nestbudget

Een onderzoek waaruit blijkt dat de vergunde grotere geluidruimte redelijkerwijs met in achtneming van BBT zou kunnen worden verkleind, leidt dus niet onmiddellijk tot een verkleining van het vergund groter kavel- of nest­budget, al zal het bevoegd gezag de ruimte in de vergunning in bepaalde gevallen wel direct verkleinen (zoals bij het verlenen van de revisievergunning). Het bedrijf staat de geluidruimte dus niet onmiddellijk af aan de gemeente als zonebeheerder. Het bedrijf zal de ruimte op een later moment kunnen inzetten voor concrete ontwikkelingen binnen het bedrijf, waarvoor het bedrijf dan binnen 3 jaar concrete plannen zal moeten presenteren. De ruimte kan dus niet voor onbepaalde ontwikkelin­gen gedurende onbepaalde tijd door het bedrijf op de kavel worden behouden. In elk specifiek geval zal zo moeten worden beoordeeld tot welk moment het die vergund grotere geluidruimte nodig heeft. Hierover zullen onderling afspraken worden gemaakt tussen bedrijf, bevoegd gezag en zonebeheerder. Dit doet recht aan de bedrijven, die zich via bestuurlijke toestemming (vergunningen) op deze locatie en in deze vorm hebben gevestigd.

Artikel 13 Verkleining vergund groter kavel- en nestbudget op verzoek eigenaar of gebruiker

De eigenaar of gebruiker kan bijvoorbeeld een dergelijk verzoek indienen opdat voor een andere geluidkavel of ligplaats een grotere geluidruimte kan worden toegestaan.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.