2. Visie, uitgangspunten en doelstellingen
2.3 Uitgangspunten
2.4 Doelstellingen
Onze algemene doelstelling voor VTH sluit aan bij het maatschappelijk doel van de Omgevingswet:
Met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang:
–Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en
–Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijk functies.
Daarbij hebben we als team VTH Leefomgeving het doel om in een zo vroeg mogelijk stadium integraal samen te werken om de haalbaarheid en kwaliteit van een initiatief te vergroten.
Uit de algemene doelstellingen volgen concrete kwaliteitsdoelen die, zoals benoemd in onze kwaliteitsverordening, zien op de volgende onderwerpen:
–Dienstverlening
–Uitvoeringskwaliteit van diensten en producten
–Financiën
De kwaliteitsdoelen zijn uitgewerkt met bijbehorende indicatoren en streefwaarden in bijlage 1 van dit beleid.
6. Strategieën
6.1 Preventiestrategie
6.1.1 Voorlichting
We zetten ten eerste voorlichting in om te zorgen dat mensen weten welke kaders en regels gelden. Zo zijn er in het verleden folders opgesteld over stoken, die zijn verspreid in de gebieden waar veel overlast werd ervaren. Daarnaast is er bijvoorbeeld een zonnekaart voor de wijk tuindorp ’t Lansink opgesteld waarbij inzichtelijk is gemaakt waar zonnepanelen wel/niet toegestaan zijn in de wijk, aangezien deze wijk beschermd dorpsgezicht is en er veel vragen waren over wat is toegestaan in de wijk op dit vlak.
Deze voorlichting kunnen we dan ook inzetten als we signalen ontvangen dat er onduidelijkheid is over de kaders en regels op een bepaald thema of als we bijvoorbeeld in een bepaald gebied veel klachtmeldingen binnenkrijgen op bepaalde onderwerpen. Daarnaast zetten we voorlichting in om inwoners en bedrijven te informeren over belangrijke wetswijzigingen en nieuwe wetten zoals de Wet kwaliteitsborging (Wkb).
6.1.2 Klantcontact
Inwoners, bedrijven en overige belanghebbenden kunnen ons met vragen concreet benaderen via de volgende kanalen:
•Telefonisch contact: via het algemene nummer van de gemeente, waarbij een groot deel van de week vergunningverleners bereikbaarheidsdienst hebben om inhoudelijke vragen te beantwoorden en overige vragen ook bij de betreffende inhoudelijk medewerker terecht komen.
•E-mail: via het algemene e-mail adres van de gemeente of het specifieke e-mail adres voor lopende zaken, kunnen vragen via de administratie bij de inhoudelijk medewerkers terecht komen en op korte termijn beantwoord worden.
•Contactformulier: via het contactformulier van de website komen vragen bij de administratie terecht die deze vragen doorzetten naar de betreffende inhoudelijk medewerker, die deze vervolgens zo snel mogelijk behandelt.
•Social media: deze kanalen van de gemeente zijn niet primair bedoelt voor het behandelen van inhoudelijke vragen. Waar mogelijk wordt dan ook verwezen naar de bovenstaande contactmogelijkheden (telefoon, mail, contactformulier), maar waar nodig worden inhoudelijke vragen die via social media binnenkomen weldegelijk doorgezet naar de betreffende inhoudelijk medewerker die er dan mee aan de slag gaat.
6.1.3 Conceptverzoek/vooroverleg
Klantcontact kan eventueel leiden tot een conceptverzoek (ook wel vooroverleg genoemd). Het conceptverzoek kan dan ruimtelijk getoetst worden. Hier is ook de ruimte om waar nodig de betreffende regels uit te leggen aan de indiener van het conceptverzoek. Als hierom gevraagd wordt door de indiener kan er ook aan de technische regels getoetst worden. In principe gaat de behandeling van dit conceptverzoek schriftelijk, als het plan erom vraagt kan er ook een fysiek vooroverleg plaatsvinden.
Na de inwerkingtreding van de Wkb in 2024 zal voor gevolgklasse 1 het vooroverleg in principe niet meer op de bouwtechnische component zien, alhoewel wij een overgangsfase hanteren (2024-2025) waarin we hier nog wel ruimte toe bieden. Dit omdat de nieuwe wetgeving mogelijk voor veel vragen en onduidelijkheid zal zorgen bij marktpartijen en inwoners en we met het oog op preventie voor een extra vangnet willen zorgen.
Het aanbieden van een vooroverleg is in lijn met de Omgevingswetsfilosofie. Hierbij wordt er meer waarde aan de voorfase gehecht, om de vergunningenfase vervolgens soepeler te laten verlopen.
6.2 Vergunningenstrategie
6.2.1 Toetsing vergunningaanvragen
In het onderstaande schema lichten we toe hoe de inhoudelijke toetsing er op hoofdlijnen uitziet (dit werken we jaarlijks verder uit in het Toetsprotocol dat we opnemen in het uitvoeringsprogramma). We maken daarbij een onderscheid tussen de verschillende activiteiten. Hierbij speelt mee dat in 2024 de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in werking treedt, waarmee een onderscheid ontstaat tussen bouwwerken in de gevolgklasse 1 (GK1), waarvoor de bouwtechnische toets volledig naar de bouwsector verschuift, en de bouwwerken in gevolgklasse 2 en 3 (GK2 en GK3) waarvoor wij als gemeente verantwoordelijk blijven voor de bouwtechnische toetsing (aannemelijkheidstoets). Als gemeente hebben we ervoor gekozen om een overgangsperiode te hanteren (de jaren 2024 en 2025) waarin we aanvullende dienstverlening bieden om de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen. In onderstaande schema is voor de bouw dan ook niet alleen een onderscheid gemaakt in werkwijze voor gevolgklasse 1 ten opzichte van gevolgklasse 2 en 3, maar ook een onderscheid in werkwijze voor gevolgklasse 1 tijdens de overgangsfase en de werkwijze na die overgangsfase.
GK1 (2024-2025)
GK1 (vanaf 2026)
GK2 en GK3
bouw
–We voeren geen bouwtechnische toets meer uit
–Administratieve beoordeling bouwmelding en een inhoudelijke beoordeling bouwmelding aan de hand van de bijzondere lokale omstandigheden
–We bieden, waar gewenst, een bouwtechnisch vooroverleg aan
–We voeren geen bouwtechnische toets meer uit.
–Administratieve beoordeling bouwmelding
We voeren een bouwtechnische toets uit op basis van het Bbl. Waarbij we ons focussen op constructieve veiligheid en brandveiligheid en we de mate van diepgang baseren op de risicoanalyse
Omgevings-planactiviteit (omgevings-plan en welstand)
–Waar van toepassing vindt een volledige welstandstoets plaats
–We toetsen altijd volledig aan het omgevingsplan
Specifieke toetsen op wijkniveau:
–In de wijk Tuindorp ’t Lansink toetsen we altijd aan het sloopvergunningenstelsel in het omgevingsplan Tuindorp ’t Lansink.
–In de wijk Hart van Zuid toetsen we altijd aan de regeling voor instandhouding en bescherming karakteristieke bouwwerken in het Parapluplan karakteristiek erfgoed Hart van Zuid.
Monumenten, erfgoed
De vergunningverlener neemt het besluit op basis van een inhoudelijke beoordeling vanuit team Ruimtelijke Ordening en de Erfgoedcommissie met het lokale en landelijke erfgoedbeleid als grondslag, met eventueel aanvullend advies vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Staatstoezicht op de Mijnen.
Kap
De vergunningverlener neemt het besluit op basis van een inhoudelijke beoordeling vanuit Gildebor.
Aanleg
Hiervoor vindt een volledige omgevingsplantoets plaats, waarbij het besluit eventueel op basis van advisering van buiten het team VTH wordt genomen (afhankelijk van de specifieke aanvraag).
Uitritten
Eerst toetst de vergunningverlener aan de APV (vergunningplicht uitwegen), dan wel de regels in het omgevingsplan, waarna een inhoudelijke beoordeling volgt door de medewerkers van Beheer en Verkeer en de vergunningverlener het besluit neemt.
Standplaats
De vergunningverlener neemt het besluit op basis van het standplaatsenbeleid.
De wetgever heeft in september 2023 besloten om een knip aan te brengen in gevolgklasse 1, waarbij vanaf 1 januari 2024 de Wkb gaat gelden voor nieuwbouw in gevolgklasse 1 en op een later moment (waarschijnlijk 1 juli 2024) de Wkb gaat gelden voor de verbouwingen in deze gevolgklasse. Voor zover de Wkb dan ook nog niet van toepassing is op de verbouwingen in gevolgklasse 1, geldt de werkwijze zoals deze hierboven voor gevolgklasse 2 en 3 is beschreven voor deze bouwwerken.
6.2.2 Soorten vergunningen
Voor de vergunningenstrategie maken we onderscheid op twee assen: de technisch-inhoudelijke complexiteit van de activiteit op de ene as en de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de activiteit op de andere as.
Technisch-inhoudelijke complexiteit
In het geval de aanvraag een technisch-inhoudelijk complexe situatie betreft en/of de activiteit binnen een gebied ligt of komt te liggen dat een grote dynamiek kent en/of gevoelige functies herbergt, zullen bij de beoordeling van de vergunningaanvraag veel criteria worden beoordeeld om tot een besluit te kunnen komen.
Sociaal-maatschappelijke complexiteit
Als de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de situatie groot is, ligt het totstandkomingsproces gecompliceerd. Bijvoorbeeld vanwege de locatie van de aanvraag, actiebereidheid, gevoeligheid van de functie, voorgeschiedenis of media-aandacht. In dat geval is het proces minstens zo belangrijk als de inhoud. Afstemming, (voor)overleg en/of samenwerking zijn noodzakelijk tussen samenwerkingspartners en het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de initiatiefnemer en belanghebbende derden.
Typen vergunningen
In combinatie leiden de twee assen tot vier typen vergunningen:
1Vergunning eenvoudig: de vergunning is technisch-inhoudelijk noch sociaal-maatschappelijk complex. De vergunning kan zelfstandig door de vergunningverlener worden behandeld, waarbij de vergunning vooral zal bestaan uit standaardvoorschriften.
2Vergunning eenvoudig+: de situatie is technisch-inhoudelijk gezien niet complex, maar de sociaal-maatschappelijke impact is groot. Dit betekent dat er een vergunning, die hoofdzakelijk bestaat uit standaardvoorschriften, moet worden voorbereid door de vergunningverlener in samenwerking met de procesmanager. Waarbij er extra aandacht is voor het proces dat doorlopen wordt en aanvullende specifieke voorschriften mogelijk zijn.
3Vergunning specifiek: de situatie is technisch-inhoudelijk complex, maar de sociaal-maatschappelijke complexiteit is klein. De vergunningverlener behandeld de vergunning, waarbij er inhoudelijk afstemming plaatsvindt met interne adviseurs en partners van de gemeente. Dit leidt soms tot aanvullende specifieke voorschriften, maar in principe zal de vergunning vooral bestaan uit standaardvoorschriften. Het is mogelijk dat de procesmanager de vergunningverlener bij dit proces ondersteunt.
4Vergunning specifiek+: de situatie is zowel technisch-inhoudelijk als sociaal-maatschappelijk complex. Dit betekent dat er een vergunning moet worden voorbereid door de vergunningverlener, die daarbij inhoudelijk afstemming zoekt met interne adviseurs en partners van de gemeente en de procesmanager betrokken wordt. Waarbij er extra aandacht is voor het proces dat doorlopen wordt en aanvullende specifieke voorschriften mogelijk zijn.
6.2.3 Bijzondere lokale omstandigheden
Voor de bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 van de Wkb, wordt de bouwsector zelf verantwoordelijk voor de bouwtechnische toets. In plaats van de gemeente zal dan de private kwaliteitsborger meekijken of het bouwwerk aan de technische regels voldoet. Hierbij moet de kwaliteitsborger rekening houden met eventuele bijzondere lokale omstandigheden.
Als er sprake is van bijzondere lokale omstandigheden is het aan de gemeente om dit vooraf kenbaar te maken. Wij maken deze bijzondere lokale omstandigheden voor de gemeente Hengelo dan ook in dit beleid kenbaar. Het gaat hierbij concreet om de volgende omstandigheden:
•Grondwaterstromen (bij boorpalen): in het hele grondgebied van de gemeente Hengelo is dit een bijzondere lokale omstandigheid
•Bodemdaling (zoutwinning): hiervoor is een protocol opgesteld, dit protocol verstrekken we via onze website www.hengelo.nl
•Niet gesprongen explosieven: als gemeente hebben wij in kaart waar dit speelt, de bodemadviseur informeert hierover bij de vergunningaanvraag als dit op de betreffende locatie van belang is
•Hogere waarden besluit (onder de Omgevingswet gaat dit “basisgeluidsemissie” en “geluidbeleid” heten; dit moet nog worden opgesteld): voor bepaalde delen van ons grondgebied is een dergelijk besluit genomen (via bestemmingsplan of OPA) waar we de kwaliteitsborgers naar verwijzen
We publiceren de bijzondere lokale omstandigheden ook op onze website www.hengelo.nl. De versie zoals deze op de website gepubliceerd wordt is de meest actuele stand van zaken en kan mogelijk op termijn aanvullende bijzondere lokale omstandigheden bevatten die hierboven nog niet staan benoemd.
6.2.4 Schone Lucht Akkoord
De gemeente Hengelo heeft het Schone Lucht Akkoord (SLA) getekend. De ambitie hiermee is om in alle relevante sectoren de uitstoot van vervuilende stoffen te beperken, om zo in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen.
Eén van de thema’s uit het SLA is industrie. Industrie moet zich aan algemene regels en regels uit vergunningen houden. In de vergunningverlening worden aan de hand van de best beschikbare technieken (BBT) voorschriften opgesteld. Door scherp te vergunnen zorgen we ervoor dat de doelen uit het SLA behaald kunnen worden. Scherp vergunnen betekent concreet de volgende werkwijze:
1Bij alle aanvragen om een omgevingsvergunning grenswaarden voor emissies naar lucht opnemen, die zich zo dicht mogelijk aan de onderkant van de BBT-range bevindt
2Indien een bedrijf van mening is dat de onderkant van de BBT range niet haalbaar is, moet dit door het bedrijf technisch en economisch worden onderbouwd
3Als de aanvraag onvoldoende informatie bevat om tot een besluit te komen wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten als het bedrijf de informatie niet alsnog verstrekt.
De uitvoering van deze vergunningtaken vindt namens ons plaats door de Omgevingsdienst Twente. Met de omgevingsdienst hebben wij werkafspraken gemaakt over de uitvoering van bovenstaande werkwijze. We nemen het hier echter beleidsmatig in ons eigen beleid op, omdat wij op dit moment als enige Twentse gemeente het SLA hebben getekend en het dus niet in het VTH-beleid Twente voor de Omgevingsdienst kon worden opgenomen.
6.3 Toezichtstrategie
6.3.1 Vormen van Toezicht
We onderscheiden zeven vormen van toezicht, hieronder lichten we per vorm toe of en hoe we hier gebruik van maken.
1Toezicht voor of bij oplevering
Deze vorm van toezicht is gekoppeld aan het afgeven van een omgevingsvergunning of het accepteren van een melding voor nieuwe activiteiten of wijzigingen daarvan. Het gaat hier om een zogenaamde oplevercontrole, waarbij wordt nagegaan of aan de voorschriften en eisen wordt voldaan, zoals opgenomen in de vergunning en/of regelgeving. Omdat er sprake is van een nieuwe of andere situatie, is extra aandacht vereist voor de uitvoering of aanwezigheid van voorgeschreven voorzieningen en de bekendheid met de geldende regels. Deze oplevercontrole levert een goed beeld op hoe het is gesteld met de naleving van regelgeving en kan dan ook van invloed zijn op de frequentie waarmee in de toekomst toezicht wordt uitgeoefend.
In het onderstaande schema lichten we toe in hoeverre we deze vorm van toezicht toepassen voor de verschillende soorten situaties. Hierbij speelt mee dat in 2024 de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in werking treedt, waarmee een onderscheid ontstaat tussen bouwwerken in de gevolgklasse 1 (GK1), waarvoor bijna alle toezichtstaken naar de bouwsector verschuiven, en de bouwwerken in gevolgklasse 2 en 3 (GK2 en GK3) waarvoor wij als gemeente volledig verantwoordelijk blijven voor het toezicht. Als gemeente hebben we ervoor gekozen om een overgangsperiode te hanteren (de jaren 2024 en 2025) waarin we aanvullend toezicht houden voor de bouwwerken in gevolgklasse 1 om de vinger aan de pols te houden bij deze transitie. In onderstaande schema is voor de bouw dan ook niet alleen een onderscheid gemaakt in werkwijze voor gevolgklasse 1 ten opzichte van gevolgklasse 2 en 3, maar ook een onderscheid in werkwijze voor gevolgklasse 1 tijdens de overgangsfase en de werkwijze na die overgangsfase.
GK1 (2024-2025)
GK1 (vanaf 2026)
GK2 en GK3
Bouw
–Controle bouw op bijzondere lokale omstandigheden
–Administratieve beoordeling dossier bevoegd gezag en een inhoudelijke beoordeling dossier bevoegd gezag aan de hand van de bijzondere lokale omstandigheden
Administratieve beoordeling dossier bevoegd gezag
Vanaf de categorie woningen wordt met betrekking tot verleende vergunningen actief toezicht gehouden, met name op constructieve veiligheid, omgevingsveiligheid en brandveiligheid
RO
Dit kan onderdeel zijn van de omgevingsvergunning, waarbij geen aanvullend toezicht voor de RO-component plaatsvindt en voor het overige de werkwijze geldt zoals hierboven bij bouw toegelicht. Voor RO-aanvragen houden we hooguit administratieve controles.
Aanleg
Eventueel toezicht op aanleg vindt plaats door de netbeheerders.
Uitritten
Op uitritten vindt geen toezicht plaats.
Monumenten, erfgoed
Actief toezicht hierop vindt plaats door het team RO. Controles voortvloeiend uit een verleende omgevingsvergunning worden door de toezichthouders van team VTH afgestemd met de betreffende collega’s van team RO.
Kap
Gildebor houdt toezicht voor wat betreft illegale kap, vaststelling noodkap en verplantverplichting als voorwaarde. Team VTH houdt alleen aanvullend toezicht voor wat betreft het bouwen bij bomen. Team Beheer houdt toezicht voor wat betreft voldoening financiële compensatie als vergunningsvoorwaarde.
Standplaats
Dit gaat voor vergunningverlening onder de Omgevingswet vallen, maar het toezicht blijft buiten team VTH, bij de BOA’s (team Veiligheid).
De wetgever heeft in september 2023 besloten om een knip aan te brengen in gevolgklasse 1, waarbij vanaf 1 januari 2024 de Wkb gaat gelden voor nieuwbouw in gevolgklasse 1 en op een later moment (waarschijnlijk 1 juli 2024) de Wkb gaat gelden voor de verbouwingen in deze gevolgklasse. Voor zover de Wkb dan ook nog niet van toepassing is op de verbouwingen in gevolgklasse 1, geldt de werkwijze zoals deze hierboven voor gevolgklasse 2 en 3 is beschreven voor deze bouwwerken.
2Periodiek toezicht
Reeds bestaande inrichtingen, objecten of installaties worden op basis van de risicoanalyse volgens een bepaalde frequentie bezocht bij deze vorm van toezicht.
Op basis van onze huidige werkwijze vindt er geen aanvullend periodiek toezicht plaats voor bestaande bouw. Er vindt wel periodiek toezicht op de brandveiligheid plaats door de brandweer, waarbij de brandweer een eigen prioritering hanteert op basis van het Risico Afwegingsmodel Toezicht (RAT). De toezichthouders controleren ook periodiek de lijst van bouwwerken waar nog geen startmelding van is gedaan, om te controleren of deze werkzaamheden inderdaad nog niet begonnen zijn.
3Thematisch toezicht
Deze vorm van toezicht richt zich op een bepaald thema uit de regelgeving. Zo wordt in een korte tijd inzicht verkregen in het naleefgedrag voor dat thema. Aanleiding kan zijn het vermoeden dat op dit punt de regels niet in acht worden genomen. Vaak vallen dit soort controles binnen een project waarvoor een projectplan wordt geschreven.
We maken van thematisch toezicht gebruik voor de GBSP-controles (Gemeente, Brandweer, Sociale recherche, Politie) waarvoor we zo’n tien keer per jaar op pad gaan om toezicht te houden op onderwerpen zoals kamerverhuur. Daarnaast maken we van deze vorm van toezicht gebruik als er vanuit andere afdelingen (intern) hierover een verzoek komt of als hierover een besluit komt van een hogere overheid waar wij als gemeente uitvoering aan moeten geven (bijvoorbeeld rond het toezicht op brandbare gevels).
4Gebiedsgericht toezicht
In dit geval spreken we van toezicht in het vrije veld of op basis van bijvoorbeeld een beheerplan of het bedrijvenbestand. Deze vorm van toezicht is meer gericht op het preventief aanwezig zijn in een stadsdeel, op een industrieterrein of in het buitengebied. Het is belangrijk dat bij het toezicht rekening wordt gehouden met de kans dat niet-naleving van de regels zich zal voordoen en activiteiten die niet bij ons bekend zijn, terwijl men dit wel had moeten melden (zicht krijgen op illegale activiteiten). We maken binnen de gemeente Hengelo geen gebruik van gebiedsgericht toezicht.
5Administratief toezicht
Deze vorm wordt ook wel de controle ‘van achter het bureau’ genoemd. Een administratieve controle richt zich op de juiste registratie van wettelijke verplichtingen, bijvoorbeeld het controleren of aan keurings- of certificeringsverplichtingen is voldaan. Indien daartoe aanleiding bestaat zal er een controle ter plaatse worden uitgevoerd.
Administratief toezicht is onderdeel van onze andere vormen van toezicht, waarbij een mix van administratief toezicht en toezicht op locatie plaatsvindt. Administratief toezicht zal voor bouwwerken in gevolgklasse 1 onder de Wkb steeds meer de plaats in gaan nemen van toezicht op locatie.
6Toezicht n.a.v. klachten en incidenten
Reden voor deze controle is een binnengekomen klachtmelding of melding van een incident of calamiteit. In de praktijk komen we op dit moment aan de behandeling van alle niet-anonieme meldingen toe. Anonieme meldingen nemen we niet in behandeling, met uitzondering van meldingen die zien op constructieve veiligheid, brandveiligheid, omgevingsveiligheid of op een levensbedreigende situatie.
Mocht op gegeven moment blijken dat we niet aan de behandeling van alle meldingen toekomen, dan geven we prioriteit aan meldingen die zien op één of meerdere van de volgende punten:
•Levensbedreigende situaties
•Constructieve veiligheid
•Brandveiligheid
•Omgevingsveiligheid
7Toezicht tijdens lopende handhavingsprocedures
Als vervolg op de onder punt 1 tot en met 6 uitgevoerde toezichtvormen kan het zijn dat dat een handhavingsprocedure wordt gestart om overtredingen op te heffen. Tijdens deze procedure is het nodig een vinger aan de pols te houden of de illegale situatie al dan niet is opgeheven en/of sancties nodig zijn. Het gaat hier dus om controles die worden gehouden na een vooraanschrijving, een opgelegde dwangsom- of bestuursdwangbeschikking of genomen beschikking tot gedogen of het intrekken van een vergunning. De controle richt zich alleen op de overtreding(en) waarop de brief of beschikking betrekking heeft. Van de controle wordt een verslag gemaakt.
6.3.2 Toezicht tijdens de verschillende fasen
Toezicht vindt op verschillende momenten plaats. De toezichtstrategie biedt hiervoor een aantal richtlijnen om een uniforme aanpak van controles van bedrijven, instellingen en objecten te bereiken. Dit mede omdat toezicht op de verschillende aspecten door verschillende toezichthouders plaatsvindt, eventueel al dan niet gezamenlijk in het kader van het integrale aspect. Daarin onderscheiden we verschillende fasen.
Realisatiefase
De realisatiefase heeft voornamelijk te maken met de activiteiten slopen, inrichten, aanleggen en bouwen. Het toezicht kan plaatsvinden op onderdelen (op basis van prioriteitsstelling), maar kan ook een controle van alle geldende regelgeving en vergunde voorschriften betekenen.
Beheer- of gebruikfase
Bij de beheer- of gebruiksfase is allereerst sprake van planmatige (on)aangekondigde controles, de zogenaamde objectcontroles. De controles kunnen wat betreft diepgang en reikwijdte verschillen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een deelcontrole en een volledige controle. Beide zijn visuele controles. Een deelcontrole is gericht op een beperkt aantal thema’s of onderwerpen. Een volledige controle is juist gericht op meerdere of alle thema’s of onderwerpen. Controles in de beheer- of gebruiksfase kunnen op verschillende manieren worden georganiseerd. Per bedrijf of gebied, per thema of onderwerp, zoals:
•specifieke aspecten
•branchegericht
•ketencontrole
•geveltoezicht
Sloopfase
Tot slot is er de sloopfase. Tijdens deze fase worden de betreffende bouwwerken gesloopt en wordt een controle uitgevoerd van alle geldende wet- en regelgeving en vergunde voorschriften (voor wat betreft de sloopveiligheid, voor asbest ligt dit bij de Omgevingsdienst).
7. Beleidskeuzes Wkb
7.3 Handhavingsfase
7.3.1 Gedogen gefaseerde oplevering
Specifieke aandacht vraagt de situatie, met name bij grotere bouwprojecten van woningen, waarin gefaseerd wordt opgeleverd. Het is namelijk mogelijk dat één vergunning voor meerdere bouwwerken wordt aangevraagd. In dat geval zal het dossier bevoegd gezag pas worden aangeleverd als alle woningen klaar zijn. Het is echter denkbaar dat daarvoor al een deel van de woningen wordt opgeleverd en in gebruik genomen. Ingebruikname is formeel pas toegestaan als het dossier bevoegd gezag is aangeleverd bij ons als gemeente. Vanuit praktische overwegingen is het echter gewenst deze gefaseerde opleveringen mogelijk te maken. Juridisch is het voor ons mogelijk om af te wijken van de beginselplicht tot handhaving, omdat het bij deze gefaseerde oplevering zal gaan om een situatie waarbij er zicht is op legalisatie. Het stelsel van kwaliteitsborging levert ons namelijk het bewijsvermoeden dat aan de voorschriften wordt voldaan bij het gereedkomen van het bouwwerk en de Wkb schrijft voor dat strijdigheden die aan het verlenen van de verklaring van de kwaliteitsborger in de weg staan direct worden gemeld. Een combinatie van deze twee bepalingen leidt er dan ook toe dat zolang er geen informatie beschikbaar is die het tegendeel bewijst, wij als gemeente er vanuit mogen gaan dat het project uiteindelijk aan de voorschriften zal voldoen.
Bijlage 1: Kwaliteitsdoelen
Algemeen doel
Beleidsdoel
Indicator
Streefwaarde
Toelichting
Dienstverlening
De organisatie is bereikbaar
24-uurs bereikbaarheid voor calamiteiten
100%
Bijhouden of er calamiteiten zijn geweest en of er toen inderdaad iemand bereikbaar was (via de teammanager).
Bereikbaarheid voor vergunning-technische vragen (tussen 9.00 – 12.30 op werkdagen)
100%
Beschikbaarheid rooster voor deze bereikbaarheidsdiensten gebruiken of zodra dit technisch mogelijk is controleren of er tijdens deze dagdelen altijd iemand was gekoppeld aan het telefoonnummer (9191)
Klanten zijn tevreden
Klanttevredenheid m.b.t. communicatie, proces en inhoud
Minimaal een 7 gemiddeld
Periodieke enquête onder mensen die vooroverleg of aanvraag hebben gedaan, gedurende een kwartaal/halfjaar, voor het eerst in 2025
We reageren snel
De tijd tussen de ontvangst van het Informatieverzoek en de inhoudelijke reactie of het doen van een procesvoorstel
Gemiddeld maximaal 3 dagen
Wanneer is de zaak aangemaakt (of op team VTH Leefomgeving is gezet in het systeem) en daarna afgerond is meetbaar in IRIS. (Alles wat geregistreerd wordt als klantcontact in IRIS, zien wij als informatieverzoek)
Percentage buiten de termijn genomen besluiten n.a.v. een vergunning-aanvraag
Maximaal 1%
Deze data halen we uit RxMission.
Het aantal vergunning-aanvragen waarvoor de beslistermijn wordt verlengd
Maximaal 40%
Deze data halen we uit RxMission.
We behandelen niet-anonieme klachten en handhavings-verzoeken
Het aantal niet-anonieme klachten en handhavings-verzoeken dat in behandeling wordt genomen ten opzichte van alle binnengekomen niet-anonieme klachten en handhavings-verzoeken
100%
Onder “in behandeling nemen” valt ook een telefonisch gesprek met de klager, waarna geoordeeld wordt dat geen actie nodig is
Optimale dienstverlening
Het aantal gegronde klachten over onze dienstverlening
0
Het aantal ophalen bij de teammanager VTH, die alle klachten ontvangt via de klachtencoördinator (registratie in IRIS als bron)
Uitvoerings-kwaliteit
De Landelijke Handhavings-strategie Omgevingsrecht (LHSO) wordt gehanteerd
Aantal keren dat is afgeweken van de LHSO
0
Meten door aan het einde van het jaar de handhavingsjuristen te vragen of er zaken zijn waarin een afwijkende werkwijze is gehanteerd (deze werkwijze is niet volledig betrouwbaar, maar is de enige manier om een globaal beeld te krijgen van dit doel)
Overtreding beëindigd na 1e controlebezoek
Percentage hercontroles waarbij een eerder geconstateerde overtreding nog niet is beëindigd
Maximaal 40%
Meetbaar zijn de zaken waarin een hercontrole plaatsvindt, bij die zaken kijken we naar het percentage waar bij de hercontrole geen overtreding meer wordt geconstateerd
In geval van instellen bezwaar/ beroep is het bezwaar/ beroep ongegrond
Het percentage van alle vergunning- en handhavings-besluiten dat heeft geresulteerd in een gegrond bezwaar/beroep
Maximaal 5%
Data vanuit de bezwaarcommissie (ingevoerd in IRIS)
Financiën
We heffen indien mogelijk kostendekkende leges
Volgens vastgestelde legesverordening
Maximaal 100%
Volgt uit het periodieke kostendekkendheids-onderzoek
Bijlage 2: Risicoanalyses
1Risicoanalyse bouw
2Risicoanalyse omgevingsgebruik