Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels inzake aanwijzing en aanleg van gehandicaptenparkeerplaatsen

Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht · geldt sinds 19 maart 2025

Aanhef

Het college van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht;

gelet op

▪ de artikelen 147 en 160 van de Gemeentewet;

▪ het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) en de Wegenverkeerswet 1994;

▪ de Europese Regeling gehandicaptenparkeerkaart;

Overwegende,

dat het gewenst is voor de beoordeling van aanvragen tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerplaats regels te stellen;

BESLUIT

vast te stellen de volgende:

BELEIDSREGELS INZAKE AANWIJZING EN AANLEG VAN GEHANDICAPTENPARKEERPLAATSEN

Artikel 1

Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a.RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

b.BABW: het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;

c.AWB: de Algemene wet bestuursrecht;

d.ASVV: de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom, opgesteld door het CROW (Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond, Water en Wegenbouw en de Verkeerstechniek);

e.Aanvrager: de natuurlijke of rechtspersoon die verzoekt om voor hem een gedeelte van de openbare weg als gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats in te richten;

f.Parkeergelegenheid op eigen terrein:

1een parkeerplaats op eigen terrein of in een garage waarover de aanvrager kan beschikken op grond van eigendom, huur in gebruikgeving;

2parkeerplaats(en) welke de aanvrager kan huren of kopen in een garage of op een open perceel grond waarvan in de bouwvergunning, een huur- of koopovereenkomst is vastgelegd dat deze is bedoeld als parkeergelegenheid voor het adres van de aanvrager;

g.Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;

h.Gehandicaptenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;

i.Gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart voor een persoon, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking heeft van langdurige aard, waardoor hij/zij – met gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat is zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen;

j.Bestuurderskaart: gehandicaptenparkeerkaart voor een persoon die zich pleegt te vervoeren met een door hemzelf bestuurd motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig;

k.Passagierskaart: gehandicaptenparkeerkaart voor een persoon die voor verplaatsingen per motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig is aangewezen op een ander;

l.Instellingenkaart: gehandicaptenparkeerkaart voor het bestuur van instellingen ten behoeve van het personeel belast met het vervoer van bewoners die in aanmerking komen voor een gehandicapten-parkeerkaart;

m.Algemene gehandicaptenparkeerplaats: parkeerplaats voorzien van het verkeersbord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990;

n.Gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats: parkeerplaats voorzien van het verkeersbord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990 en een onderbord met vermelding van een kenteken, behorend bij een motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig, waarvan de houder in het bezit is van een gehandicapten-parkeerkaart en degene die krachtens artikel 12 BABW de desbetreffende parkeerplaats toegewezen heeft gekregen;

o.Kenteken:

-als bedoeld in artikel 1,onder g, van de Wegenverkeerswet 1994 of

-merk en/of type van het voertuig, voor zover betrekking hebbend op een gehandicaptenvoertuig;

p.College: het college van Burgemeester en Wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht.

Artikel 2

Aanvraag gehandicaptenparkeerplaats

1De aanvraag voor een algemene gehandicaptenparkeerplaats wordt schriftelijk ingediend bij het college;

2De aanvraag dient vergezeld te gaan van een kopie van de Europese gehandicaptenparkeerkaart (bestuurderskaart, passagierskaart of instellingenkaart), een kopie van het kentekenbewijs deel 1 en 2, een kopie van het legitimatiebewijs en indien het gaat om een plaats voor een bestuurder een kopie van het geldige rijbewijs.

Artikel 3

Aanwijzing gehandicaptenparkeerplaats

1Het college kan krachtens een verkeersbesluit, zoals bedoeld BABW en met inachtneming van de Wegenverkeerswet en de AWB op eigen initiatief of op een daartoe strekkend verzoek een gehandicap-tenparkeerplaats aanwijzen.

2Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen worden doorgaans aangewezen bij openbare voorzieningen die veel publiek trekken, zoals winkelcentra, gemeentehuis, schouwburg/dorpshuis, bibliotheek en andere openbare instellingen die regelmatig worden bezocht door gehandicapten.

Ze worden zo dicht mogelijk bij de voorziening, waarvoor ze zijn bestemd, aangelegd met zo weinig mogelijk obstakels op de weg naar deze voorziening.

3Geserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen worden aangewezen binnen een loopafstand van 100 meter van het woonadres of het werkadres van de aanvrager.

Artikel 4

Beoordeling aanvraag gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestuurder

1De aanvrager heeft de beschikking over een gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder.

2De aanvrager is in het bezit van een geldig rijbewijs.

3De aanvraag heeft betrekking op gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bij het woon- of werkadres.

4De aanvrager heeft niet de beschikking over parkeergelegenheid op eigen terrein.

5De mogelijkheid tot aanleg van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is aanwezig binnen een loopafstand van 100 meter van het woon- of werkadres.

6De aanwijzing van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats mag niet leiden tot:

a.een verkeersonveilige situatie;

b.belemmering van de doorstroming van het overige verkeer.

Artikel 5

Beoordeling aanvraag gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats passagier

1De aanvrager heeft de beschikking over een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier.

2De chauffeur is dusdanig slecht ter been dat het voor hem niet mogelijk is om de aanvrager hulp te bieden bij de verplaatsing over een afstand van 100 meter.

3De aanvrager kan uit veiligheidoverwegingen niet alleen worden gelaten.

4De aanvraag heeft betrekking op een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bij het woonadres.

5De aanvrager heeft niet de beschikking over parkeergelegenheid op eigen terrein.

6De mogelijkheid tot aanleg van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is aanwezig binnen een loopafstand van 100 meter van het woonadres.

7De aanwijzing van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats mag niet leiden tot:

a.een verkeersonveilige situatie;

b.belemmering van de doorstroming van het overige verkeer.

Artikel 6

Aanleg gehandicaptenparkeerplaats

1Een algemene gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd door plaatsing van het bord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990.

2Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd door plaatsing van het bord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord waarop het kenteken van het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig van de aanvrager staat vermeld.

3Indien een gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd op een gedeelte van een parkeerstrook of op de rijbaan, wordt witte belijning op het wegdek aangebracht ter markering van de parkeerplaats.

4De maatvoering van de gehandicaptenparkeerplaats dient zo mogelijk te voldoen aan de richtlijnen in het ASVV.

Artikel 7

Wijziging gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

1Indien een aanvrager een voertuig bestuurt met een ander kenteken dan op het onderbord bij de hem toegewezen gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is aangebracht, dient de aanvrager een wijziging van het kenteken aan te vragen.

2De wijziging van het kenteken vormt geen aanleiding voor hernieuwde toetsing op de beoordelings-criteria, zoals genoemd in artikel 4 en 5.

3De gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt gewijzigd door het verwijderen van het onderbord met het oude kenteken en het aanbrengen van een onderbord met het nieuwe kenteken.

Artikel 8

Verhuizing gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

1Indien een aanvrager van een gehandicaptenparkeerplaats niet langer woonachtig is op hetzelfde adres als ten tijde van de aanvraag, dient de aanvrager, indien hij van de hem toegewezen gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats gebruik wil maken, een verhuizing van de gereserveerde gehandicapten-parkeerplaats aan te vragen.

2De verhuizing van de gehandicaptenparkeerplaats vormt aanleiding voor hernieuwde toetsing op de beoordelingscriteria, zoals genoemd in artikel 4 en 5.

3De gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt verhuisd door middel van het verwijderen van het bord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990, met het onderbord waarop het kenteken staat vermeld van het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig van de aanvrager op de oude locatie en het aanleggen van de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats op de nieuwe locatie, zoals beschreven in artikel 6.

Artikel 9

Kosten

1De kosten voor de behandeling van een aanvraag voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats komen voor rekening van de gemeente.

2De kosten voor het aanleggen, verwijderen van de gehandicaptenparkeerplaats en wisselen van het onderbord bij kentekenwijziging komen voor rekening van de gemeente.

Artikel 10

Geldigheidstermijn gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

1Wanneer een aanvraag voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt toegewezen, vindt na vijf jaar een hernieuwde toetsing plaats op de beoordelingscriteria, zoals bedoeld in artikel 4 en 5.

2De resultaten van deze toetsing kunnen uitwijzen dat het besluit tot toewijzing van de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt ingetrokken.

Artikel 11

Intrekking gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

1Het college kan een toegewezen gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats intrekken:

a.op verzoek van de aanvrager;

b.bij verhuizing van de aanvrager;

c.bij overlijden van de aanvrager;

d.bij het vervallen van de gehandicaptenparkeerkaart van de aanvrager;

e.bij het niet meer in bezit hebben van een motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig door de aanvrager;

f.bij oneigenlijk gebruik of bij gebruik dat in strijd is met de bepalingen van deze beleidsregel.

2Een besluit tot intrekking, zoals bedoeld in het voorgaande lid van dit artikel, wordt schriftelijk en met redenen omkleed aan de aanvrager kenbaar gemaakt.

3Wanneer een toegewezen gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt ingetrokken, wordt het bord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990, met het onderbord waarop het kenteken staat vermeld van het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig van de aanvrager, verwijderd.

Artikel 12

Hardheidsclausule

1In die gevallen waarin het consequent toepassen van het bepaalde in de voorgaande artikelen tot onaanvaardbare gevolgen voor de aanvrager leidt, kan ten gunste van de aanvrager worden afgeweken.

Artikel 13

Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

2Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Beleidsregel gehandicaptenparkeerplaatsen Hendrik-Ido-Ambacht”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.