Aanhef
De raad van de gemeente Helmond;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 september 2025
gelet op het bepaalde in hoofdstuk XIX van de Gemeentewet en artikel 228 van de wet in het bijzonder;
besluit:
vast te stellen de Verordening precariobelasting Helmond 2026;
Artikel 1. Definities
Deze verordening verstaat onder:
a.dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;
b.week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;
c.maand: een kalendermaand;
d.jaar: een kalenderjaar
e.vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;
f.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond.
Artikel 2. Belastbaar feit
Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3. Belastingplicht
1De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.
2In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.
Artikel 4. Vrijstellingen
De precariobelasting wordt niet geheven voor het hebben van:
a) voorwerpen, indien de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
b) voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
c) voorwerpen, welke door of vanwege het rijk, de provincie en de gemeente, uitsluitend voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, zijn aangebracht of geplaatst;
d) voorwerpen, waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd;
e) Kiosken, wagens, kramen, manden, tenten, kisten, rekken, bakken, tonnen of dergelijke voorwerpen of uitstallen of opslaan van goederen en materialen alsmede verplaatsbare borden en zuilen, anders dan op de marktplaatsen gedurende de aangewezen marktdagen, niet zijnde standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3 APV Helmond 2020;
f) Straatmeubilair, zoals banken, kunstvoorwerpen, e.d. die niet voor commerciële doeleinden zijn opgesteld en geen onderdeel uitmaken van standplaatsen of horecavoorzieningen zoals terrassen.
g) wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B. en van andere, hetzelfde doel nastrevende instellingen;
h) een onverlicht plat aan de gevel bevestigd bedrijfsnaambord, voor zover:
1de grootste afmeting niet meer bedraagt dan 0,60 meter en
2het bord niet meer vermeldt dan de naam, het beroep of de aard van het bedrijf - eventueel aangevuld met samenhangende zakelijke mededelingen, waarmee geen reclame wordt beoogd - van de persoon of ondernemer, gevestigd in het pand, waaraan het bord is bevestigd;
i) afvoerbuizen van hemelwater of van faecale stoffen;
j) een zonnescherm of markies aan een uitsluitend tot bewoning dienend perceel;
k) pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen en soortgelijke uitstekende constructiedelen;
l) draden, kabels, aardbuizen en pijpleidingen, die in loodrechte richting zijn aangebracht, dan wel rechtstreeks aansluiten aan de buizen, kabels, draden en leidingen van de gemeente;
m) vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handelsnaam;
n) een feestverlichting, voor zover deze geen handelsreclame bevat;
o) voorwerpen en werken aangebracht, geplaatst of gebruikt voor de duur en in het kader van door of vanwege het gemeentebestuur georganiseerde evenementen;
p) voorwerpen betreffende tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk promotioneel of daarmee gelijk te stellen ideëel motief, niet zijnde openbare nutsvoorzieningen of horecavoorzieningen zoals terrassen en tappunten.
Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief
De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde.
Artikel 6. Berekening van de precariobelasting
1Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.
2Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.
3De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.
4Indien de gemeente een vergunning heeft verleend, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere of langere periode heeft voorgedaan. In dat geval wordt aangesloten bij de feitelijk vastgestelde periode.
5Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.
6In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:
a.indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;
b.indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.
7Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.
Artikel 7. Belastingtijdvak
1In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend, is ongeacht de geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar.
2In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.
Artikel 8. Wijze van heffing
De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,--.
4Belastingaanslagen met een totaalbedrag van minder dan € 50,-- worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingaanslag.
Artikel 10. Betalingstermijn
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in één termijn, welke vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.
Artikel 11. Kwijtschelding
Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12. Intrekkingsbepaling en overgangsrecht
De 'Verordening precariobelasting Helmond 2025' vastgesteld bij raadsbesluit van 5 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13. Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting Helmond 2026.
Tarieventabel behorende bij de "Verordening precariobelasting Helmond 2026”
0
Algemeen tarief
01
Voorwerpen waarvoor onder de volgende nummers niet in het bijzonder
is voorzien
per m2, per jaar
€ 24,90
02
als onder nummer 01
per m2, per maand
€ 3,11
03
als onder nummer 01
per m2, per week
€ 1,13
04
als onder nummer 01
per m2, per dag
€ 0,33
1
(vervallen)
2
Borden e.d. op de openbare weg
21
Een niet verplaatsbaar bord of zuil op de openbare weg,
per stuk, per jaar
€ 39,10
22
per stuk, per maand
€ 4,98
23
per stuk, per week
€ 2,28
3
Bouwwerken en -materialen
31
Materialen zoals schutting, hekwerk, steiger, kalk- of
timmerloods, directiekeet of dergelijke werken,
per m2 in beslag te nemen terrein
per maand
€ 3,48
32
Als onder 31
per week
€ 1,74
33
Als onder 31
per dag
€ 0,58
34
Indien de onder 31 tot en met 33 genoemde voorwerpen zich bevinden op de in 71 aangeduide parkeerplaatsen zullen voor de berekening van het tarief de tarieven van 71 van toepassing zijn.
4
(vervallen)
6
Lichtbakken, lichtreclames e.d.
61
Een lichtbak, lichtreclame, letter-
lichtreclame, lantaarn met opschrift
of soortgelijk voorwerp
per 10 dm2, per jaar
€ 16,30
7
Plaatsen van voorwerpen in parkeervak
71
Het tarief bedraagt voor het plaatsen van voorwerpen anders dan een voertuig op een parkeerplaats waar parkeren slechts tegen betaling van parkeerbelasting of met gebruikmaking van een vergunning is toegestaan: per parkeerplaats per dag
€ 25,70
8
Reclameborden, letteropschriften e.d. gevels
81
Een reclamebord, uithangbord, letterop-
schrift, letterreclame, reclamekastje
of vitrine of dergelijk voorwerp, zonder
kunstverlichting, tegen of op een gevel,
muur, wand, schutting of dergelijk werk
per 10 dm2, per jaar
€ 14,00
9
(vervallen)
10
Leidingen, buizen, kabels
101
Leidingen, buizen, kabels, draden, dui-
kers, zinkers en dergelijke
per m1, per jaar
€ 3,11
11
(vervallen)
12
Luifels, balkons, erkers, overbouwingen, e.d.
121
Een luifel, erker, balkon, uitbouw, over-
bouwing en dergelijke onderdelen van bouw-
werken, voor zover aanwezig aan bedrijfspanden,
voor het bedrijfsgedeelte
per m2, per jaar
€ 11,30
13
Zonnescherm, markies
131
Voor een zonnescherm of markies, voor zover
aanwezig aan bedrijfspanden, voor het be-
drijfsgedeelte
per m1, per jaar
€ 8,80
14
Standplaatsen
140
Standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3 APV Helmond 2020,
per vergunde weekdag, per 5 m2, per kwartaal
€ 107,00
141
als onder 140
per vergunde weekdag, per 5 m2, per maand
€ 53,50
142
als onder 140
per 5 m2, per dag
€ 18,90
15
Terrassen e.d.
151
Terrasmeubilair als bedoeld in Artikel 1 van de geldende “Nadere regels
terrassen Helmond”, parasols, terrasafscheidingen, plantenbakken,
afvalbakken, menuborden, losstaande terrasverwarming,
decoratieve objecten en bestekkasten (terrassen) voor het gehele
kalenderjaar zijnde van 1 januari tot en met 31 december in
gebied A.
per m2
€ 20,00
Onder het gebied A wordt begrepen het ge-
bied van de gemeente Helmond gelegen binnen
of aan het Oostende, Noordende, Binderseind,
Zuidende, Kasteel-Traverse, de spoorlijn Eindhoven-
Venlo tussen Burg. Van Houtlaan en Kanaaldijk N.W.,
Kanaaldijk N.W., Eikendreef, Kromme Steenweg,
Steenweg en Kanaaldijk N.W. tot aan het Oostende.
152
Als onder 151
per m2, per maand
€ 7,98
153
Als onder 151
per m2, per week
€ 3,99
154
Als onder 151
per m2, per dag
€ 1,33
155
Als onder 151 voor het gebied B voor het
gehele tijdvak
per m2
€ 14,60
Onder het gebied B wordt begrepen het gebied van de gemeente Helmond niet vallende onder gebied A.
156
Als onder 155
per m2, per maand
€ 4,08
157
Als onder 155
per m2, per week
€ 2,04
158
Als onder 155
per m2, per dag
€ 0,68
Besloten in de openbare vergadering van 4 november 2025.
Mij bekend,
de raadsgriffier
Toelichting Verordening Precariobelasting Helmond 2026
Algemeen
Precariobelasting wordt geheven op grond van artikel 228 van de Gemeentewet.
Precariobelasting is verschuldigd voor het hebben van voorwerpen op openbare gemeentegrond. In alle gevallen waarin de overheid het gebruik van openbare grond veroorlooft of toelaat zal de algemene regel, neergelegd in de verordening Precariobelasting, toepassing vinden. Wanneer echter diezelfde overheid in een bepaald geval een bijzondere regeling treft bij overeenkomst, zal de algemene regel geen toepassing kunnen vinden, omdat zij voor dat geval op bijzondere voorwaarden het gebruik moet toestaan (bijvoorbeeld kermisverpachtingen).
Samenloop met Reclamebelasting
Bij de opstelling van de verordeningen precariobelasting en reclamebelasting is er door de gemeenteraad niet voor gekozen, om bij het samenvallen van de beide heffingen over een ogenschijnlijk gelijk object een van beide heffingen te laten vervallen. Dus als een reclamebord boven gemeentegrond hangt in het centrum, dan is zowel het gebruik van gemeentegrond als het hebben van een reclame-uiting belast. Omdat het gaat om twee verschillende belastbare feiten, maar ook omdat de aanwending van de opbrengsten totaal anders is, is deze keuze gemaakt.
De Precariobelasting is een algemene belasting voor gebruik van gemeentegrond, waarvan de opbrengsten ook ten goede komen van de algemene middelen van de gemeente. De Reclamebelasting is in het leven geroepen op verzoek van ondernemers in het Centrum (en later ook van de Engelseweg e.o.), waarbij de netto opbrengsten volledig ten goede komen aan de ondernemers van de betreffende gebieden. Daarom is het gerechtvaardigd beide heffingen naast elkaar te laten bestaan.
Heffing staat los van vergunning
Belastingplichtigen zien het feit dat ze een aanslag precariobelasting ontvangen soms als bewijs, dat ze hun voorwerpen op gemeentegrond mogen plaatsen. De precariobelasting wordt echter opgelegd als er voorwerpen daadwerkelijk op gemeentegrond geplaatst zijn, ongeacht of daarvoor wel of geen toestemming is verleend.
Artikelen 1, 2 en 3 Begripsomschrijvingen, belastingplicht en belastbaar feit
Deze artikelen zijn van praktische aard. In deze artikelen is bepaald, wie belastingplichtig is, wanneer sprake is van precariobelasting en enkele begripsbepalingen worden nader uitgelegd.
De term ‘persoon’ in de begripsomschrijving ziet zowel op natuurlijke als op rechtspersonen.
Artikel 4 Vrijstellingen
Regelt de vrijstellingen. Hierin is met ingang van 2017 de vrijstelling voor uitstallingen opgenomen, waardoor ook een aantal artikelen uit de tarieventabel, behorend bij deze verordening zijn geschrapt.
Artikel 11 Kwijtschelding
De raad heeft besloten voor deze belasting geen kwijtschelding te verlenen.
Tarieventabel
In de tarieventabel staan diverse onderdelen, waarbij samenloop met de heffing van de reclamebelasting kan voorkomen. Bij de precariobelasting wordt het feit dat een voorwerp zich op, boven of onder gemeentegrond bevindt als belastbaar feit gezien, bij de reclamebelasting is dat de reclame-uiting.
De reclamebelasting is gekoppeld aan het Ondernemersfonds (tbv. Centrummanagement en Engelseweg) en daarmee praktisch een doelbelasting, dit in tegenstelling tot de precariobelasting, die puur een algemene belasting is.
Onderdeel 2:
Met een niet-verplaatsbaar bord of zuil wordt een voorwerp bedoeld, dat al dan niet rechtstreeks duurzaam met de grond is verenigd.