Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels en beleidsregels heffing gemeentelijke belastingen en uitvoering Wet WOZ Helmond 2023

Gemeente Helmond · geldt sinds 11 januari 2023

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van Helmond;

Gelet op de bepalingen van de Gemeentewet, de Algemene Wet Bestuursrecht, de Wet WOZ en de desbetreffende belastingverordeningen;

B e s l u i t :

1Vast te stellen de Nadere regels en beleidsregels heffing gemeentelijke belastingen en uitvoering Wet WOZ Helmond 2023;

2met ingang van de datum van inwerkingtreding van voorgenoemde regels het besluit “Nadere regels en beleidsregels heffing gemeentelijke belastingen en uitvoering Wet WOZ Helmond 2019”, vastgesteld 18 december 2018 in te trekken;

3na vaststelling als bedoeld onder 1 het besluit op de gebruikelijke wijze bekend te maken.

HOOFDSTUK 3. HET VERLENEN VAN AMBTSHALVE VERMINDERING VAN BELASTINGAANSLAGEN

3.1. Algemeen.

Op grond van artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) en de artikelen 231, 242 en 244 van de Gemeentewet kan de heffingsambtenaar een onjuiste belastingaanslag of beschikking ambtshalve verminderen.

Daarnaast kan hij ambtshalve een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf verlenen.

3.2. Reikwijdte en definities

1Deze nadere regels gelden bij de heffing van gemeentelijke belastingen in de zin van artikel 219 van de Gemeentewet, met dien verstande dat onder gemeentelijke belastingen mede worden begrepen rechten die door de gemeente kunnen worden geheven.

2Van deze nadere regels zijn uitgezonderd belastingaanslagen, waaraan ingevolge een wettelijk voorschrift een op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken gegeven beschikking tot vaststelling van de waarde ten grondslag heeft gelegen, voor zover op deze aanslagen artikel 18a, eerste lid, onder b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van (overeenkomstige) toepassing is.

3Voor de toepassing van deze nadere regels wordt verstaan onder:

a.de ambtshalve vermindering: de vermindering, ontheffing, teruggaaf of vrijstelling van belastingen bedoeld in artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 244 van de Gemeentewet;

b.de belanghebbende: de belastingplichtige of degene die de belasting als hoofdelijk mede-aansprakelijke heeft betaald;

c.de driejaarstermijn: de termijn door welk verloop na het tijdstip van het ontstaan van de belastingschuld op voet van artikel 11, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de bevoegdheid tot het vaststellen van een aanslag vervalt

d.het bedrag van de vermindering: de vermindering van het belastingbedrag vermeerderd met (het daaraan toe te rekenen gedeelte van) de bestuurlijke boete of de kostenopslag, indien een bestuurlijke boete of een kostenopslag is toegepast. Het bedrag van de vermindering wordt berekend per belastingaanslag.

e.de belastingaanslag: de aanslag bedoeld in artikel 2, derde lid, onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met dien verstande dat voor de toepassing van deze nadere regels wordt verstaan onder:

1de aanslag, de voorlopige aanslag, de navorderingsaanslag: het gevorderde bedrag, onderscheidenlijk het voorlopig gevorderde, het nagevorderde bedrag;

2het aanslagbiljet: de kennisgeving van het in onderdeel 1. bedoelde bedrag.

f.de belastingwet: algemeen verbindende voorschriften en nadere regels op het gebied van gemeentelijke belastingen.

3.3. Gevallen waarin ambtshalve vermindering wordt verleend.

Ingeval het bedrag van de belasting had behoren te zijn vastgesteld op een bedrag dat tenminste € 15,-- per aanslag lager is dan het te hoog vastgestelde bedrag van die belasting, verleent de heffingsambtenaar ambtshalve de vermindering waarvoor de belanghebbende redelijkerwijs in aanmerking komt, indien:

a.een bezwaarschrift of een verzoekschrift niet ontvankelijk wordt verklaard wegens het te laat indienen van het bezwaarschrift of het verzoekschrift dan wel om andere redenen van formele aard, of

b.uit enig feit blijkt dat een belastingaanslag tot een te hoog bedrag is vastgesteld en deze aanslag bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet gehandhaafd kan worden.

3.4. Uitzonderingen

Het bepaalde in artikel 3.3 vindt geen toepassing indien:

a.ten tijde van het ontvangen van het bezwaarschrift of het verzoekschrift, dan wel op het tijdstip waarop het in artikel 3.3, onder b, bedoelde feit ter kennis van de heffingsambtenaar komt, de driejaarstermijn is verstreken;

b.aannemelijk is dat de belanghebbende door opzet of grove schuld de wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift of een verzoekschrift ongebruikt heeft laten verstrijken.

3.5. Jurisprudentie.

1Een uitspraak van de Hoge Raad, van een gerechtshof of rechtbank, waarin een toepassing van de belastingwet besloten ligt die voor de belanghebbende gunstiger is dan de bij de heffing van de belasting gevolgde toepassing, leidt niet tot het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting indien de belastingaanslag of de voldoening op aangifte onherroepelijk is komen vast te staan voor de dag, waarop de uitspraak door de Hoge Raad of het hof is gewezen, tenzij het college van burgemeester en wethouders op dit punt een afwijkende regeling heeft getroffen.

2Hetgeen in het eerste lid is bepaald met betrekking tot een uitspraak van de Hoge Raad of van een gerechtshof, is in daartoe leidende gevallen van overeenkomstige toepassing op prejudiciële beslissingen van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen alsmede op rechterlijke uitspraken van het Hof en andere supranationale colleges.

3.6. Mededeling van afwijzing.

Indien geen termen aanwezig zijn om ambtshalve een vermindering te verlenen, wordt daarvan gemotiveerd mededeling gedaan in de uitspraak waarin de niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken van een bezwaarschrift of een verzoekschrift, bedoeld in artikel 3.3, onder a.

HOOFDSTUK 4. GELEGENHEID TOT NADERE ONDERBOUWING VAN BEZWAAR- OF VERZOEKSCHRIFT

4.1. Overlijden van hond op een eerder tijdstip dan datum van ontvangst van de afmelding

Wanneer een belastingplichtige om intrekking of vermindering van een aanslag hondenbelasting verzoekt omdat hij/zij geen houder meer van de hond is met ingang van een eerdere datum dan die van ontvangst van het bezwaar- of verzoekschrift, wordt belanghebbende gedurende een periode van drie weken schriftelijk in de gelegenheid gesteld dat tijdstip aan te tonen door middel van een proces-verbaal van vermissing, verklaring van ontvangst door asiel of andere verkrijger, een door de dierenarts af te geven verklaring van overlijden van de hond, of een andere schriftelijke verklaring.

4.2. Nadere onderbouwing van bezwaar tegen waardebeschikking Wet WOZ/aanslag OZB

Wanneer een bezwaar tegen een waardebeschikking Wet WOZ/aanslag OZB niet is gemotiveerd (een zgn. pro-forma bezwaarschrift) wordt belanghebbende alsnog schriftelijk in de gelegenheid gesteld het bezwaar binnen een periode van vier weken te motiveren, welke periode aanvangt:

-indien belanghebbende om aanvullende informatie vraagt ter onderbouwing van het bezwaar: op het moment dat de informatie wordt verstrekt, dan wel wordt meegedeeld dat deze niet wordt verstrekt;

-in alle andere gevallen: op het moment van verzending van de bevestiging van de ontvangst van het (pro-forma) bezwaarschrift.

4.3. Herstel van vormverzuim bezwaar-, beroep- en verzoekschriften anders dan hiervoor genoemd.

Wanneer:

-een verzoek om ontheffing of vrijstelling van een gemeentelijke belasting, dan wel;

-een bezwaarschrift tegen een aanslag gemeentelijke belastingen, tegen een waardebeschikking of tegen een besluit tot afwijzing van een verzoek als boven bedoeld,

niet voldoet aan de daaraan in de Gemeentewet gestelde vereisten, anders dan hiervoor onder 4.2. bedoeld, wordt belanghebbende schriftelijk in de gelegenheid gesteld om dat vormverzuim binnen een periode van vier weken te herstellen.

4.4. Overschrijding termijnen

Wanneer een belanghebbende binnen de hem/haar geboden termijn geen gebruik heeft gemaakt van de geboden mogelijkheid om een verzuim te herstellen of een verzoek/bezwaar anderszins nader te onderbouwen, wordt de belanghebbende schriftelijk in de gelegenheid gesteld om binnen een periode van twee weken alsnog daartoe over te gaan.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.