Aanhef
Het college van de gemeente Helmond;
gezien het collegevoorstel 50100843;
Gelet op:
•Artikel 10.26 Wet milieubeheer;
•Artikel 4 van de Afvalstoffenverordening Helmond 2011;
•Artikel 1.4 Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Helmond 2020
•Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht;
Overwegende dat:
•De Wet milieubeheer gemeenten de mogelijkheid biedt om in het belang van de doelmatigheid huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen nabij elk perceel;
•In sommige delen van Helmond en voor sommige deelstromen het huishoudelijk afval wordt ingezameld d.m.v. van (ondergrondse) afval inzamelvoorzieningen;
Besluit:
I.De beleidsregel “Locatiekeuze afval inzamelvoorzieningen Helmond 2019” vast te stellen.
BELEIDSREGEL LOCATIEKEUZE AFVAL INZAMELVOORZIENINGEN HELMOND 2019
1. Locatiecriteria
Bij het vaststellen van de locaties voor ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers, aanbiedplaatsen voor minicontainers en aanbiedplaatsen voor grof huishoudelijk afval worden de hieronder beschreven criteria gehanteerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen
•eisen – waaraan moet worden voldaan en waar geen concessies aan gedaan kunnen worden
•richtlijnen – waarnaar wordt gestreefd en bij het zoeken naar de meest geschikte plaats zoveel mogelijk rekening mee wordt gehouden. Van richtlijnen kan gemotiveerd afgeweken worden.
Gelet op de schaarse openbare ruimte kan niet verwacht worden dat een locatie aan alle richtlijnen voldoet. Als niet alle richtlijnen gevolgd zijn dan zal dat in het locatiebesluit (formeel juridisch wordt dit 'aanwijzingsbesluit' genoemd) worden aangegeven en wordt (desgevraagd) gemotiveerd waarom afwijken vanuit algemeen belang in die specifieke situatie gerechtvaardigd is.
Hieronder worden de eisen en vervolgens de richtlijnen besproken. Daarbij wordt allereerst ingegaan op de eisen en richtlijnen die voor alle hierboven genoemde inzamelvoorzieningen gelden. Daarna wordt ingegaan op de specifieke eisen en richtlijnen voor ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers en op de specifieke eisen en richtlijnen voor de aanbiedplaatsen voor (mini)containers en grof huishoudelijk afval.
De eisen/richtlijnen zijn op vier aspecten geclusterd, te weten:
1goede bereikbaarheid/toegankelijkheid voor bewoners en beperken overlast voor omgeving,
2doelmatige inrichting van de openbare ruimte,
3(verkeers-)veiligheid,
4inzamel-logistieke aspecten.
1. 1. Algemene eisen en richtlijnen t.a.v. inzamelvoorzieningen
De algemene eisen en richtlijnen hebben betrekking op de volgende inzamelvoorzieningen:
•ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers;
•aanbiedplaatsen voor (mini)containers;
•aanbiedplaatsen voor grof huishoudelijk afval.
1.1.1 Algemene eisen aan locaties voor inzamelvoorzieningen
Eis
Beschrijving
Goede bereikbaarheid/toegankelijkheid bewoners en beperken overlast omgeving
E1
De inzamelvoorziening bevindt zich niet voor een inrit, carport of garage.
E2
De inzamelvoorziening mag een brandgang niet belemmeren.
Doelmatige inrichting openbare ruimte
E3
De inzamelvoorziening bevindt zich op (in) gemeentegrond.
Veiligheid
E4
De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig daar veilig kan komen en zonder extra verkeersmaatregelen ook veilig kan stoppen en werken.
E5
De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het zicht op verkeersborden, bewegwijzering en verkeerslichten niet wordt belemmerd.
Inzamel-logistieke aspecten
E6
De locatie van een inzamelvoorziening dient bereikbaar te zijn voor het inzamelvoertuig.
Tabel 1: Algemene eisen aan locaties voor inzamelvoorzieningen
1.1.2 Algemene richtlijnen voor locaties van inzamelvoorzieningen
Richtlijn
Beschrijving
Goede bereikbaarheid/toegankelijkheid bewoners en beperken overlast omgeving
R1
De afstand van de inzamelvoorziening tot de gevel van een gebouw is minimaal 1,8 meter.
R2
De inzamelvoorziening bevindt zich bij een gebouw met woonfunctie niet bij een deur, of een raam, of een balkon op de eerste verdieping.
R3
De afstand tussen een inzamelvoorziening en een speelplaats is minimaal 20 meter.
R4
De inzamelvoorziening wordt zodanig gesitueerd dat bij de aanleg en bij het legen geen schade ontstaat aan bomen.
R5
De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat voetgangers en mindervaliden zoveel mogelijk ongehinderd gebruik kunnen maken van looproutes op het trottoir.
R6
De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat sociale controle op het gebruik van de voorziening mogelijk is.
R7
De inzamelvoorzieningen moeten zodanig bereikbaar zijn dat het inzamelvoertuig niet achteruit hoeft te rijden.
Doelmatige inrichting openbare ruimte
R8
De inzamelvoorziening bevindt zich in een verhard gebied. Als dat niet mogelijk is, moet voorkomen worden dat er “snippergroen” ontstaat.
R9
Bomen worden ontzien bij het aanwijzen van locaties. Er worden in principe geen bomen gekapt en trekwortels afgehakt.
Veiligheid
R10
De inzamelvoorziening ligt niet aan een weg geclassificeerd als "drukke doorgaande weg 3".
R11
Er worden geen locaties aangewezen op hoeken van drukke verkeerskruisingen, dat wil zeggen kruisingen van hoofdnetten auto/OV
R12
Er ligt geen vrij liggend fietspad tussen de inzamelvoorziening en het inzamelvoertuig.
R13
De inzamelvoorziening bevindt zich niet naast of 20 meter voor een bushalte of naast een busbaan.
R14
De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat gebruikers die wonen aan een drukke doorgaande weg zo weinig mogelijk hoeven over te steken om hun afval aan te bieden.
Inzamel-logistieke aspecten
R15
De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig (bij lediging van de container) geen hinder ondervindt van aanwezige objecten.
R16
De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat de container bij lediging niet over geparkeerde auto's getild moet worden.
R17
De inzamelvoorziening bevindt zich niet op een laad- en losplaats.
Tabel 2: Algemene richtlijnen voor locaties van inzamelvoorzieningen
1.2 Specifieke eisen en richtlijnen t.a.v. locaties van ondergrondse en bovengrondse inzamelvoorzieningen
1.2.1 Specifieke eisen aan locaties van inzamelvoorzieningen
Eis
Beschrijving
Goede bereikbaarheid/toegankelijkheid bewoners en beperken overlast omgeving
SEV1
De inzamelvoorziening is toegankelijk voor rolstoelgebruikers.
SEV2
Bij aanleg van de inzamelvoorziening wordt de afwatering zo ingericht dat er geen water in de inzamelvoorziening kan stromen. Er mogen geen problemen ontstaan op dit gebied bij lediging en gebruik van de inzamelvoorziening.
Doelmatige inrichting openbare ruimte
Veiligheid
SEV3
De te plaatsen inzamelvoorzieningen mogen geen gevaar veroorzaken voor de veiligheid (zichthinder).
Inzamel-logistieke aspecten
Tabel 3: Specifieke eisen aan locaties van verzamelcontainers
1.2.2 Specifieke richtlijnen voor locaties van inzamelvoorzieningen
Richtlijn
Beschrijving
Goede bereikbaarheid/toegankelijkheid bewoners en beperken overlast omgeving
SRV1
De grootte van een inzamelvoorziening voor restafval wordt gebaseerd op 140 liter week x het aantal aansluitingen dat gebruik gaat maken van de voorziening en een legingsfrequentie van 1x per week. Als richtlijn wordt een loopafstand van maximaal 350 meter meegegeven (art. 1.4. lid h van het Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening Helmond 2017).
SRV2
Openbare inzamelvoorzieningen voor glas, papier, textiel en plastic worden zoveel mogelijk geconcentreerd geplaatst bij winkelcentra. De capaciteit is gebaseerd op het aantal verwachte gebruikers en een ledigingsfrequentie van 1x per week.
Doelmatige inrichting openbare ruimte
SRV3
Containers worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst.
SRV4
Bij onderlossende containers is de afstand tot straatmeubilair en tot parkeerplaats minstens 1 meter en tot rijbaan en fietspad minstens 0,45 meter.
SRV5
De locatie is zodanig gesitueerd dat zo min mogelijk kabels en/of leidingen moeten worden verlegd.
SRV6
De locatie is zodanig gesitueerd dat er zo min mogelijk graafwerkzaamheden nodig zijn in vervuilde grond.
SRV7
Bij plaatsing wordt rekening gehouden met voldoende ruimte rondom en boven de verzamelcontainer ten behoeve van onderhoud van de afval inzamelvoorziening.
Veiligheid
Inzamel-logistieke aspecten
Tabel 4: Specifieke richtlijnen voor locaties van verzamelcontainers
1.3 Specifieke eisen en richtlijnen t.a.v. aanbiedplaatsen voor (mini)containers en grofvuil
1.3.1 Specifieke eisen aan locaties van aanbiedplaatsen
Specifieke eisen aan locaties van aanbiedplaatsen zijn niet van toepassing.
1.3.2 Specifieke richtlijnen voor locaties van aanbiedplaatsen
Richtlijn
Beschrijving
Goede bereikbaarheid/toegankelijkheid bewoners en beperken overlast omgeving
SRA1
De aanbiedplaats is toegankelijk voor rolstoelgebruikers.
SRA2
De aanbiedplaats wordt niet direct naast een andere inzamelvoorziening gesitueerd (tussenruimte minimaal 2 meter).
Doelmatige inrichting openbare ruimte
SRA3
Bij aanbiedplaatsen voor grof huishoudelijk afval is de vrije ruimte groter dan 1 meter en hijsruimte groter dan 6 meter.
SRA4
Bij aanbiedplaatsen voor grof huishoudelijk afval is de afstand tot straatmeubilair minstens 1 meter, tot fietspad minstens 1 meter, tot rijbaan minstens 0,45 meter, tot parkeerplaats minstens 1 meter.
Veiligheid
Inzamel-logistieke aspecten
SRA5
De afstand tussen de aanbiedplaats en het inzamelvoertuig is maximaal 3 meter.
SRA6
De aanbiedplaatsen voor het aanbieden van minicontainers hebben geen stoeprand of ander obstakel tussen aanbiedplaats en inzamelvoertuig.
Tabel 6: Specifieke richtlijnen voor locaties van aanbiedplaatsen
2. Procedure bij bepalen locaties
Het bepalen van de locaties van inzamelvoorzieningen en specifiek van ondergrondse containers vereist een zorgvuldige, transparante en consistente besluitvorming.
Om inzamelvoorzieningen te kunnen plaatsen is het van belang dat er beleid is vastgesteld met plaatsingscriteria, eisen en richtlijnen en aan de hand waarvan een aanwijzingsbesluit wordt genomen met inachtneming van de zienswijzeprocedure. Dat betekent dat de volgende fasen in het proces onderscheiden worden:
1Voorbereiding op basis van de plaatsingscriteria (eisen en richtlijnen) en opstellen aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit bevat in ieder geval het aantal containers, de soort en de locatie.
2Aanwijzingsbesluit wordt vastgesteld door of namens het college.
3De aanwijzingsbesluiten worden bekend gemaakt van het aanwijzingsbesluit op www.officielebekendmakingen.nl.
4Een eventueel bezwaar kan ingediend worden bij het college van de gemeente Helmond
5Een eventueel beroep kan ingediend worden bij Afdeling Rechtspraak van de Raad van State.
3. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.