Aanhef
Burgemeester en wethouders van Helmond;
besluit:
vast te stellen de Beleidsregel Handhaving Kwaliteit Kinderopvang Helmond 2009
Opbouw van de beleidsregel
1. Afwegingsmodel
Het afwegingsmodel bestaat uit twee modulen:
1.1 De afwegingsmodule wordt gebruikt voor het afwegen van de ernst van de overtredingen. Dit is een door de VNG ontwikkelde voorbeeldmodule (die met hulp uit de lokale praktijk) aangeeft welke kwaliteitscriteria een hoge, gemiddelde of lage prioriteit krijgen. Vervolgens kan deze afwegingsmodule worden gebruikt om te komen tot eenduidige prioriteitstelling in de sanctionering. De gemeente kan op basis van praktijkervaringen, bepalen of andere prioriteiten gewenst zijn op dit moment is hier nog geen aanleiding voor;
1.2 Een toetsmodule waarin de resultaten van de inspecties (weergegeven als voldoende, onvoldoende of slecht) moeten worden ingevoerd. Door de mogelijke resultaten van de afwegingsmodule te koppelen aan die van de toetsingsmodule kunnen zes categorieën overtredingen worden onderscheiden, namelijk:
Sanctiecategorie
Resultaat afwegingsmodule
Toetsingsresultaat
Hoge prioriteit
Slechte score
Hoge prioriteit
Onvoldoende score
Gemiddelde prioriteit
Slechte score
Gemiddelde prioriteit
Onvoldoende score
Lage prioriteit
Slechte score
Lage prioriteit
Onvoldoende score
2.Sanctieprotocol
De wet voorziet in het opleggen van sancties bij het niet naleven van de Wet Kinderopvang. Het college kan gebruikmaken van de volgende sanctiemogelijkheden:
-Aanwijzing (door college) of bevel (door toezichthouder)
-Toepassen van bestuursdwang;
-Opleggen van een dwangsom;
-Exploitatieverbod;
-Verwijdering uit het register
-Verbod om exploitatie voort te zetten;
-Opleggen van een bestuurlijke boete;
-Strafrechtelijke mogelijkheden.
Welke sanctie bij welke categorie van overtreding hoort is vastgelegd in een sanctieprotocol. Het protocol bestaat uit verschillende handhavingmodules.
In de meeste gevallen moet het college eerst een aanwijzing geven alvorens tot een zwaarder handhavingsmiddel wordt overgegaan. In een aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op welke punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen.
In spoedeisende gevallen heeft de toezichthouder de mogelijkheid een schriftelijk bevel te geven. Voorwaarde voor het geven van een bevel is dat de toezichthouder van oordeel is dat de tekortkomingen bij een kindercentrum zodanig zijn dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door het college van burgemeester en wethouders kan worden verlengd.
Tevens kan de toezichthouder direct een bevel geven wanneer een overtreding van midden of lage prioriteit is en de hersteltermijn niet meer dan 4-6 weken is. Dit om de voortgang van het ongedaan maken van de overtreding te bevorderen.
Toelichting op het afwegingsmodel en het sanctieprotocol
Het afwegingsmodel en het sanctieprotocol is in tabelvorm (zie hieronder):
-Afwegingsmodel; dit afwegingsmodel wordt gebruikt voor de dagopvang, de buitenschoolse opvang en de gastouderopvang afzonderlijk. In de tabellen worden de kwaliteitscriteria weegegeven waarop de toezichthouder (GGD) volgens de Wet Kinderopvang toetst.
-Het sanctieprotocol bestaat uit handhavingsmodules. Deze handhavingsmodules worden gebruikt voor de buitenschoolse opvang, de dagopvang en de gastouderopvang afzonderlijk. In de modules zijn de sancties, herstelperiodes en termijnen herinspectie opgenomen.
Algemene opmerkingen:
-Dit afwegingsmodel is tot stand gekomen in overleg tussen vertegenwoordigers van GGD’s en gemeenten in Zuidoost-Brabant.
-Het model volgt in zijn geheel de handreiking “Kwaliteit handhaven in de kinderopvang” van VNG. Het sanctieprotocol is daarvan de afgeleide.
-De GGD inspecteur brengt de gemeente advies uit op basis van het afwegingsmodel. Handhaving vindt door de gemeente plaats op basis van het sanctieprotocol in deze beleidsregel.
-Wanneer bij sanctie, hersteltermijn, en/of herinspectie twee mogelijkheden worden genoemd wordt als standaard de minst ingrijpende gekozen (dus de laagste sanctie, de hoogste hersteltermijn en termijn voor herinspectie. Wel kan in individuele/ specifieke gevallen op maat gehandeld worden en gekozen worden voor de hoogste sanctie. Dit betekent dat als basis géén bevel wordt uitgevaardigd door de inspecteur. (Blijft natuurlijk mogelijk op maat).
-Bij een rapportage met meerdere onvoldoendes etc. wordt geadviseerd de uiteindelijke sancties/ herstelperiode/ termijn van herinspectie in ieder geval gelijk te laten zijn aan de hoogste sanctie. Afhankelijk van de hoeveelheid onvoldoendes etc. kan op maat gekozen worden voor een hogere sanctie of voor een “andere” sanctie zoals bijv. een boete. De GGD inspecteur kan daarin adviseren.
-De instelling moet, wanneer de herstelperiode korter is dan periode waarbinnen een herinspectie moet plaatsvinden, binnen de herstelperiode melden aan de gemeente dat de verbetering van het betreffend item is gerealiseerd (meldingsplicht).
Afwegingsmodellen en sanctieprotocollen
Afwegingsmodellen en sanctieprotocollen