Aanhef
De raad van de gemeente Hellendoorn;
gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 26 augustus 1997;
gelet op de artikelen 147 en 149a Gemeentewet;
b e s l u i t:
vast te stellen de volgende
Verordening binnentreden ter uitvoering noodverordeningen
Tekst
Enig artikel
Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift van een door de burgemeester op grond van artikel 176 Gemeentewet vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Toelichting
Toelichting
Artikel 12 Grondwet luidt als volgt:
1Het binnentreden in een woning tegen de wil van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen.
2Voor het binnentreden overeenkomstig het voorgaande lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen. Aan de bewoner wordt een schriftelijk verslag van het binnentreden verstrekt.
Artikel 176 Gemeentewet biedt, in het geval een zgn. noodverordening is afgekondigd, geen wettelijke basis om tegen de wil van de bewoner een woning binnen te treden. Artikel 149a Gemeentewet biedt die wettelijke basis wel, zij het dat de raad de bevoegdheid tot binnentreden bij verordening moet verlenen. Voor het binnentreden moet voldaan zijn aan de volgende vereisten:
1dat het voorschrift van de noodverordening, waarvan de naleving wordt beoogd, strekt tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of tot bescherming van het leven of de gezondheid van personen;
2een afzonderlijke machtiging met inachtneming van het gestelde in de Algemene wet op het binnentreden moet zijn verleend.
De verordening kan niet worden toegepast bij de uitvaardiging van zgn. noodbevelen (artikel 175 Gemeentewet). Dit zijn namelijk geen algemeen verbindende voorschriften als bedoeld in artikel 149a Gemeentewet.