Aanhef
Nijverdal, 3 maart 2026, kenmerk 2026-001850
De raad van de gemeente Hellendoorn;
gelet op het bepaalde in artikel 15, derde lid van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de
Gedragscode voor raadsleden Hellendoorn 2026
ARTIKEL 1.1 KERNBEPALING
Raadsleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of andere organisatie waarmee zij een persoonlijke betrokkenheid hebben. Raadsleden moeten actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan.
ARTIKEL 1.2 ONTHOUDEN DEELNAME BERAADSLAGING EN STEMMING
1Raadsleden onthouden zich van deelname aan de (voorbereiding op de) beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij strijd met artikel 28 van de Gemeentewet aan de orde is.
2Als een raadslid ingevolge het eerste lid niet deelneemt aan de beraadslaging en de stemming, meldt het raadslid dit voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt en vermeldt hij of zij op welke wijze de besluitvorming hem of haar in het bijzonder aangaat. Raadsleden onthouden zich in deze gevallen ook van beïnvloeding in andere fases van de besluitvorming.
3Onthouding van deelname aan de beraadslaging en stemming wordt aangetekend in de besluitenlijst van de raad.
ARTIKEL 1.3 MELDEN VAN FUNCTIES NAAST HET RAADSLIDMAATSCHAP
1Raadsleden leveren de griffier bij aanvang van het raadslidmaatschap de informatie aan over de functies die zij naast het raadslidmaatschap vervullen. Als gaande het raadslidmaatschap nieuwe functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft direct aangeleverd bij de griffier.
2De informatie betreft in ieder geval:
a.de omschrijving van de functie;
b.de organisatie voor wie de functie wordt verricht;
c.of het al dan niet een functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en;
d.of de functie bezoldigd of onbezoldigd is.
3De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
ARTIKEL 1.4 MELDEN VAN FINANCIËLE BELANGEN
1Raadsleden doen bij de griffier opgaaf van hun substantiële financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft.
2Ook een tussentijds ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden.
3De informatie betreft in ieder geval:
a.een omschrijving van het belang (aard en omvang);
b.de organisatie waarin het financiële belang bestaat.
4De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is niet openbaar en uitsluitend voor politieke ambtsdragers in te zien.
ARTIKEL 1.5 AFSPRAKEN BIJ VERBODEN HANDELINGEN EN VERBODEN OVEREENKOMSTEN
1Raadsleden die voornemens zijn een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan als bedoeld in artikel 15, lid 1 van de Gemeentewet, informeren daarover de griffier en de burgemeester.
2In het geval dat wordt besloten ontheffing te vragen bij Gedeputeerde Staten, als bedoeld in artikel 15, lid 2 van de Gemeentewet, ondersteunt de griffier bij het aanvragen van de ontheffing.
3Artikel 15, lid 1 en 2 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de burgerleden, met dien verstande dat de ontheffing als bedoeld in lid 2 van artikel 15 wordt gevraagd van het presidium.
ARTIKEL 2.1 KERNBEPALING
Raadsleden mogen hun invloed en hun stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.
ARTIKEL 2.2 OMGANG MET GESCHENKEN, FACILITEITEN EN DIENSTEN
Raadsleden nemen van derden geen geschenken aan en accepteren geen faciliteiten of diensten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als raadslid worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal €50,-.
ARTIKEL 2.3 UITNODIGINGEN
1Raadsleden accepteren geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen, waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als raadslid worden aangeboden en die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk en/of de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel.
2Deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die verband houden met het raadswerk en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, melden de raadsleden bij de griffier binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt ook melding gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen indien de kosten niet zijn betaald zijn door de gemeente. Melding kan achterwege blijven, indien er sprake is van andere overheidsorganisaties.
ARTIKEL 3.1 KERNBEPALING
Raadsleden gaan op prudente wijze om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen voor zover deze hen ter beschikking staan en gebruiken deze alleen waarvoor ze bedoeld zijn.
ARTIKEL 3.2 GEBRUIK VAN INTERNE VOORZIENINGEN
Raadsleden houden zich aan de regels voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderruimtes, eventuele ict-voorzieningen en dergelijke.
ARTIKEL 3.3 ONKOSTENVERGOEDINGEN EN DECLARATIES
Raadsleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties.
ARTIKEL 4.1 KERNBEPALING
Raadsleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij uit hoofde van hun lidmaatschap van de gemeenteraad beschikken.
ARTIKEL 4.2 TRANSPARANTIE
Raadsleden zijn open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Raadsleden handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid.
ARTIKEL 4.3 GEHEIMHOUDINGSPLICHT
1Raadsleden die de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs kunnen vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.
2Geheime informatie wordt door de raadsleden veilig beheerd en bewaard.
ARTIKEL 4.4 GEBRUIK INFORMATIE TE EIGEN BATE OF ANDER GEBRUIK
Raadsleden maken niet voor eigen gewin of voor het gewin van een ander gebruik van (nog) niet openbare informatie waarover zij als raadslid beschikken.
ARTIKEL 4.5 GEBRUIK (SOCIALE) MEDIA
In uitlatingen op (sociale) media houden raadsleden de eer en het aanzien van het openbaar bestuur hoog. Raadsleden geven niet opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken over gebeurtenissen in en rond de gemeente.
ARTIKEL 5.1 KERNBEPALING
Raadsleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze met elkaar, andere politieke ambtsdragers, ambtenaren en inwoners om. Raadsleden onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van het openbaar bestuur.
ARTIKEL 5.2 BEJEGENING
1Raadsleden bejegenen elkaar, de collegeleden, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media.
2Raadsleden onthouden zich van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik, ongepaste grappen en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van raadsleden of andere fracties zijn omgangsvormen die niet worden geaccepteerd.
ARTIKEL 5.3 HOUDEN AAN REGELS EN AANWIJZINGEN
1Raadsleden houden zich tijdens de vergadering aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.
2Raadsleden spreken in het debat via de voorzitter.
3Optreden tegen grensoverschrijdende bejegening tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zo nodig spreken raadsleden elkaar hierop aan. De voorzitter kan raadsleden vermanen en terugroepen tot de behandeling van het onderwerp. Bij herhaaldelijke grensoverschrijdende bejegening kan de voorzitter de spreker het woord ontnemen.
ARTIKEL 5.4 VERTROUWENSPERSOON
1Raadsleden die zich geconfronteerd zien met ongewenste omgangsvormen kunnen zich wenden tot de vertrouwenspersoon voor een luisterend oor, begeleiding en ondersteuning.
2Biedt ondersteuning door de vertrouwenspersoon geen oplossing of is bemiddeling tussen raadsleden gewenst, dan wordt in overleg met de griffier en/of de burgemeester een externe bemiddelaar aangezocht.
3Biedt bemiddeling geen oplossing en wenst één van de betrokken raadsleden verdere actie, dan wordt het Protocol omgaan met (vermoedens van) schending van de gedragscode voor raadsleden gevolgd.
4De vertrouwenspersoon brengt jaarlijks een geanonimiseerd verslag van bevindingen uit aan het presidium, de griffier en de burgemeester.
5De vertrouwenspersoon kan uit eigen beweging signalen delen met het presidium, door tussenkomst van de griffier en/of de burgemeester.
ARTIKEL 6.1 EENDUIDIGE INTERPRETATIE
De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. In geval
van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet hij daarin.
ARTIKEL 6.2 TOEZICHT OP NALEVING
1De raad ziet erop toe dat de college- en de raadsleden de voor hen toepasselijke gedragscodes naleven.
2Er is een door de raad vastgesteld protocol hoe om te gaan met (vermoedens van) integriteitsschendingen. Dit protocol (bijlage 1) maakt onlosmakelijk deel uit van deze gedragscode.
ARTIKEL 6.3 JAARLIJKS AANDACHT
Jaarlijks organiseren de raad en het college een (gezamenlijke) bijeenkomst die in het teken staat van het onderwerp integriteit.
ARTIKEL 6.4 EVALUATIE
Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad de gedragscode op actualiteit, functioneren en of deze naar behoren wordt nageleefd.
ARTIKEL 7.1 INTREKKING
De Gedragscode politieke ambtsdragers, vastgesteld op 26 juni 2007 en gewijzigd op 1 februari 2022, wordt ingetrokken.
ARTIKEL 7.2 INWERKINGTREDING
Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de dag na datum van bekendmaking.
ARTIKEL 7.3 CITEERTITEL
Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Gedragscode voor raadsleden Hellendoorn 2026’.
Bijlage 1 Protocol omgaan met (vermoedens van) schending van de gedragscode door raadsleden
Artikel 1 Algemeen
1Dit protocol beschrijft hoe om te gaan met (vermoedens van) integriteitsschendingen door raadsleden. Dit protocol is vastgesteld door de raad en maakt onderdeel uit van de Gedragscode voor raadsleden Hellendoorn 2026.
2Conform het Regelement van orde van de raad van Hellendoorn is de gedragscode ook van toepassing op burgerleden. Waar in dit protocol ‘raadslid’ wordt gelezen, kan tevens ‘burgerlid’ worden gelezen.
3In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt, al dan niet op initiatief van de burgemeester of de plaatsvervangend voorzitter van de raad, bespreking plaats in het presidium van de raad.
4Het protocol is openbaar en via de gemeentelijke website te raadplegen. Raadsleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van het protocol.
5De burgemeester ziet toe op de naleving van de stappen uit dit protocol.
Artikel 2 Het bespreken van integriteitskwesties
1Als een raadslid twijfelt of een handeling, die hij wil verrichten of nalaten, een overtreding van de gedragscode zou kunnen zijn, wint hij advies in bij de griffier en/of de burgemeester.
2Bij twijfel over het handelen van een ander is het uitgangspunt dat een raadslid eerst betrokkene daarop aanspreekt. Daar wordt alleen van afgeweken als het een vermoeden van een ernstige schending betreft en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als het betreffende raadslid op de hoogte gesteld wordt. Wanneer de ander na het aanspreken zijn handelen niet feitelijk corrigeert of het vermoeden blijft bestaan dat de gedragscode wordt overtreden, is melding van (het vermoeden van) schending van de gedragscode de vervolgstap.
Artikel 3 Melding
1Een ieder die schending van de gedragscode vermoedt, kan hiervan melding doen bij de griffier.
2Indien iemand een melding doet wordt deze, voor zover van toepassing, overeenkomstig artikel 4 van dit protocol afgehandeld.
Artikel 4 Melding en vooronderzoek bij vermoedens van schending van de gedragscode door een raadslid
1Als een raadslid vermoedt dat een regel van de gedragscode niet wordt nageleefd door een ander raadslid, dan meldt hij dat, door tussenkomst van de griffier, bij het presidium.
2Het presidium neemt de melding in behandeling en neemt daarbij kennis van de afweging van de melder over toepassing van artikel 2, lid 2 van dit protocol (het voeren van het gesprek tussen de melder en het raadslid waar de melding betrekking op heeft).
3Als een melding betrekking heeft op een lid van het presidium, dan neemt dit lid of nemen deze leden niet deel aan de besprekingen over de afhandeling van de melding. De fractie kan desgewenst een ander raadslid aanwijzen, die het betreffende lid in het presidium vervangt.
4Als een melding betrekking heeft op de plaatsvervangend voorzitter van de raad, worden diens taken op grond van dit protocol waargenomen door de tweede plaatsvervangend voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van het presidium.
5Het presidium verricht vooronderzoek naar de melding. Het presidium kan hierbij te rade gaan bij de burgemeester, de griffier en/of een externe adviseur.
6Het presidium meldt het voornemen tot een vooronderzoek bij de melder. Allen betrachten geheimhouding ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid.
7Ook het raadslid waar de melding betrekking op heeft wordt op de hoogte gesteld van het vooronderzoek naar een vermeende schending, tenzij het om een vermoeden van een ernstige schending gaat en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als het raadslid op de hoogte gesteld wordt.
8Er vindt in het kader van het vooronderzoek een gesprek met melder en eventuele betrokkenen plaats.
9Van de bevindingen uit het vooronderzoek wordt een rapport gemaakt. Als uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van een schending van de gedragscode, is de melding afgehandeld.
10De melder en de betrokkene worden (door tussenkomst van de plaatsvervangend voorzitter van de raad) op hoofdlijnen geïnformeerd over de uitkomsten van het vooronderzoek.
Artikel 5 Feitenonderzoek bij vermoedelijke schendingen door een raadslid
1Indien uit het vooronderzoek, als bedoeld in artikel 4, is gebleken dat er sprake is van een concreet en op redelijke gronden gebaseerd vermoeden dat de gedragscode niet is nageleefd door een raadslid, geeft het presidium opdracht hiernaar onderzoek te verrichten.
2Het presidium meldt het voornemen tot een feitenonderzoek bij de melder en de betrokkene (door tussenkomst van de plaatsvervangend voorzitter van de raad). Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid.
3De opdracht wordt gegeven aan een interne of externe onderzoekscommissie of extern onderzoeksbureau.
4Een interne onderzoekscommissie bestaat minimaal uit de burgemeester en de griffier. Ter ondersteuning kunnen zij, gehoord het presidium, ambtenaren en/of raadsleden aanwijzen. Aan de commissie kunnen externe deskundigen worden toegevoegd.
5Als de afstand tussen de interne onderzoekers en de betrokkene te klein is om voldoende objectief onderzoek te garanderen, wordt een externe onderzoekscommissie ingesteld of een extern onderzoeksbureau ingeschakeld.
6Een externe onderzoekscommissie bestaat uit personen buiten de organisatie.
Artikel 6 Kennisgeving aan betrokkene
1Het betrokken raadslid wordt na het besluit tot het instellen van een feitenonderzoek zo snel mogelijk per brief geïnformeerd.
2In de brief is in ieder geval opgenomen:
a.een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot instellen van het onderzoek;
b.de melding dat alle betrokkenen en getuigen kunnen worden gehoord;
c.de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsbreuk, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden.
Artikel 7 Horen van betrokkene en getuigen
1Het betrokken raadslid en getuigen kunnen worden gehoord.
2De gesprekken worden gevoerd door minimaal twee leden van de onderzoekscommissie.
3Er wordt een gespreksverslag opgemaakt. De gehoorde krijgt de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen schriftelijk te reageren op het gespreksverslag.
4Het gespreksverslag wordt ondertekend door de onderzoekscommissie en de gehoorde. Als de gehoorde weigert het gespreksverslag te ondertekenen, wordt daarvan melding gemaakt in het verslag.
5Als de gehoorde dat wenst, wordt er een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gehoorde bij het verslag gevoegd.
Artikel 8 Rapportage feitenonderzoek
1De rapportage van het ingestelde feitenonderzoek wordt aan het presidium aangeboden, zodat zij als eerste kennis kunnen nemen van de rapportage. Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid.
2Na bespreking in het presidium wordt een samenvatting van het rapport (binnen de mogelijkheden van de wetgeving ten aanzien van openbaarheid van bestuur en privacybescherming) toegezonden aan de raad. Deze samenvatting bevat alle informatie die voor de andere raadsleden nodig is om een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van integriteitsschending.
Artikel 9 Aangifte
1Als uit het feitenonderzoek blijkt dat er vermoeden is van een misdrijf door een raadslid, doet het presidium (door tussenkomst van de plaatsvervangend voorzitter van de raad) aangifte bij de politie.
2Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie.
Artikel 10 Communicatie en openbaarheid
1De plaatsvervangend voorzitter van de raad treedt op als woordvoerder namens het presidium voor eventuele interne en externe communicatie. Hierbij wordt, afhankelijk van de situatie, afgestemd met het presidium en/of het Openbaar Ministerie.
2In de communicatie geldt de wetgeving ten aanzien van openbaarheid van bestuur en privacybescherming als juridisch kader.