3 Risicomanagement en Weerstandsvermogen/ratio
3.1 Het risicomanagementproces
Ad 3.1.a Identificeren en vastleggen van risico’s
Financiële risico’s
Voor de financiële risico’s geldt als definitie:
“De kans op een gebeurtenis die leidt tot een directe financiële tegenvaller van materiële (grote) betekenis, die niet is afgedekt in de begroting.”
Doen deze risico’s zich voor dan moeten zij gedekt kunnen worden uit de beschikbare weerstandscapaciteit. Onder de financiële risico’s vallen ook frauderisico’s en de risico’s met betrekking tot lopende grondexploitaties.
Kaders voor het identificeren zijn:
1Risico’s worden vastgelegd in een risicomanagementsysteem.
2Risico’s die voor de hele gemeente gelden worden als één risico opgenomen
3Naast de omschrijving van een risico wordt ook de oorzaak, het gevolg en het domein vastgelegd.
4Van elk financieel risico wordt de omvang en impact bepaald.
5Per grondexploitatie wordt een separate risicoanalyse opgesteld. Deze risicoanalyse wordt tenminste twee keer per jaar, in ieder geval ten tijde van de begroting in de meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) en ten tijde van de jaarrekening in de nota actualisatie grondexploitatie (NAG) geactualiseerd. Hier horen ook de project-specifieke risico’s en de conjunctuurrisico’s (economische c.q. vastgoedcrises) bij. De uitkomst hiervan wordt vastgelegd in het risicomanagementsysteem.
6Indien nodig wordt vertrouwelijke informatie in risico’s geanonimiseerd en in algemene zin beschreven.
7Per domein, wordt minimaal twee keer per jaar een risicoanalyse uitgevoerd inclusief een actualisatie van de risico’s die al in het risicomanagementsysteem zijn opgenomen. Dit gebeurt voorafgaand aan de begroting en de jaarrekening zodat de paragraaf risicomanagement en weerstandsvermogen kan worden geactualiseerd.
Frauderisico’s beleidskaders
1Door middel van een frauderisicoanalyse wordt per domein een inventarisatie van de frauderisico’s uitgevoerd.
2Per domein worden de frauderisico’s, de kans van voordoen en de genomen en te nemen beheersmaatregelen besproken en vastgelegd.
3De frauderisicoanalyse en de bijbehorende beheersmaatregelen worden minimaal twee maal per jaar, bij de begroting en de jaarrekening geactualiseerd en besproken met het MT van de werkorganisatie en ter kennisname voorgelegd aan de colleges en de raden.
4Door middel van de verbijzonderde interne controle (VIC) wordt gecontroleerd of de frauderisicoanalyse is geactualiseerd en de opgenomen beheersmaatregelen zijn geïmplementeerd.
Reguliere risico’s
Dit zijn risico’s die zich kunnen voordoen en waarbij het gevolg vrij goed in te schatten is én risico’s zonder financiële gevolgen. Voor reguliere risico’s met een financieel gevolg worden verzekeringen afgesloten of voorzieningen getroffen. Deze maken geen deel uit van de risico’s met betrekking tot de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.
Ad. 3.1.b Kwantificeren van de financiële risico’s
De gekwantificeerde financiële risico’s zijn de input voor het berekenen van de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit.
De beschikbare weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit om het weerstandsvermogen/ratio te bepalen (zie 3.2). Verder kunnen de risico’s hierdoor worden geprioriteerd om focus aan te brengen in sturing en beheersing.
Kaders voor het kwantificeren zijn:
1Het risicobedrag (financiële gevolg) wordt bepaald door de kwantitatieve kans van optreden te vermenigvuldigen met het risicobedrag.
2Financiële risico’s met een kans van optreden van 90% of meer zijn géén risico maar een werkelijkheid en worden als claim meegenomen in de P&C cyclus.
3.2 Weerstandsvermogen/ratio
3.2.1 Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente kan beschikken om niet-voorziene financiële tegenvallers op te vangen.
De beschikbare weerstandscapaciteit kan bestaan uit de volgende componenten:
I. Reserves, voor zover niet beklemd
II. Onbenutte belastingcapaciteit
III. Post onvoorzien
IV. Stille reserves
Deze componenten worden verder toegelicht in paragraaf Risicomanagement en Weerstandsvermogen/ratio van de begroting respectievelijk de jaarstukken.
3.2.2 Benodigde weerstandscapaciteit
Voor alle in het risicomanagementsysteem opgenomen financiële risico’s wordt een kans van optreden en een financiële omvang ingeschat. Dit gebeurt door via het risicomanagementsysteem een Monte-Carlosimulatie uit te voeren om de benodigde weerstandscapaciteit met betrekking tot de gemeentelijke risico’s te berekenen. Voor de simulatie wordt een zekerheidspercentage aangehouden van 90%. Dat wil zeggen dat het bedrag dat uit de simulatie naar voren komt, de benodigde weerstandscapaciteit, met een zekerheid van 90%
1Voor de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit wordt een zekerheidspercentage gehanteerd van 90%. Dit is het meest gangbare percentage. Er zijn echter gemeenten die op een ander, lager percentage hanteren. Hierdoor neemt de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit af als gevolg van een lager zekerheidspercentage.
voldoende is om de risico’s af te dekken.
Niet afgedekt deel benodigde weerstandscapaciteit van gemeenschappelijke regelingen
De uitkomst van de gemeentelijke berekening van de benodigde weerstandscapaciteit dient eventueel nog aangevuld te worden met het aandeel van de gemeente in de benodigde weerstandscapaciteit van de gemeenschappelijke regelingen (GR) waaraan de gemeente deelneemt. Dit voor het gedeelte van de benodigde weerstandscapaciteit van de betreffende GR dat niet door de GR zelf kan worden afgedekt. Dit dient door de GR opgenomen te zijn in de jaarrekening c.q. begroting van de GR.
3.2.3 Hoogte van het weerstandsvermogen/ratio
Er bestaat geen voorschrift met betrekking tot de minimale hoogte van het weerstandsvermogen/ratio.
In het algemeen wordt een weerstandsvermogen/ratio van 1,0 tot 1,4 als voldoende beschouwd, van 1,4 tot 2,0 als ruim voldoende en groter dan 2,0 als uitstekend.
Het streven is om het weerstandvermogen/ratio op minimaal 1,2 (voldoende) te houden.