Aanhef
Voorwoord
Beste lezer,
Heiloo is een prachtige groene gemeente met circa 16.000 (geregistreerde) bomen in beheer en circa 188 hectare beplantingen, gras en natuurvriendelijke oevers.
Dit is 175 vierkante meter per huishouden en dat is meer dan het landelijke richtgetal van 75 vierkante meter groen per huishouden. Wij zijn hier trots op en willen dit graag zo houden. Maar het behouden van groen is niet altijd een vanzelfsprekendheid. Voor de schaarse buitenruimte maken wij continu een belangenafweging tussen verschillende functies.
Woningbouw is naast klimaatadaptatie en de energietransitie, een van de opgaven waar wij de komende jaren voor staan. Deze ontwikkeling beïnvloedt het groen en de buitenruimte en daarmee de identiteit van ons dorp. Door in nieuwbouwwijken aanwezig groen in te passen in groenontwerpen proberen wij de identiteit van Heiloo te behouden en waar mogelijk te versterken. Het behouden en aanplanten van elzenhakhout in de nieuwe wijk Zuiderloo is hier een voorbeeld van.
Dit is slechts een uitgangspunt van de velen, die staan in het voorliggende groenbeleidsplan. Wij hebben hierin opgeschreven hoe wij de komende 10 jaar met ons groen in Heiloo willen omgaan.
Het plan bevat vier thema’s waar de komende jaren extra aandacht voor moet zijn. Dit zijn biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid en identiteit. Een groene omgeving is belangrijk voor het behoud van de biodiversiteit en het opvangen van clusterbuien. Maar groen draagt ook bij aan een betere mentale gezondheid. Een groene omgeving nodigt uit om te bewegen en te ontspannen.
Een droombeeld zou zijn om het groen rondom Heiloo vanaf de Noorder- en Zuiderneg via de Zandzoom te verbinden met het Oosterbos, zodat een aaneengesloten groene ring ontstaat. Voor de biodiversiteit is een robuuste groene verbinding belangrijk, maar het vraagt offers van ander landgebruik.
Naast openbaar groen kent Heiloo ook bijzondere plekken zoals Ter Coulster, het Heilooërbos en Landgoed Willibrordus. Samen met onder meer onze inwoners, Natuurmonumenten, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Landschap Noord-Holland werken wij continu aan het behoud van onze mooie, groene gemeente.
Met vriendelijke groet,
Antoine Tromp Wethouder Groen
Samenvatting
Groen is van grote waarde en vormt voor een groot deel de identiteit van Heiloo. Groen draagt naast de identiteit ook bij aan de actuele thema’s gezondheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie.
Het is van groot belang om het groen te beschermen, aan te vullen, en op de juiste wijze te beheren. Het groenbeleidsplan biedt kaders voor het groenbeleid en sluit aan bij bestaand beleid met betrekking tot het handhaven, beschermen, inpassen en beheren van bestaande (historische) groenstructuren. Voorbeeld van historische structuren zijn de houtwallen die op veel plaatsen in Heiloo nog voorkomen. De gemeente Heiloo stelt eisen en uitgangspunten voor nieuwbouw en reconstructies op. Deze gebruikt de gemeente bij de toetsing van ruimtelijke plannen voor bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk.
Het groenbeleidsplan toont daarnaast de groenstructuur van Heiloo. De groenstructuur is al erg sterk, mede door de bijna complete groene ring om de kern Heiloo heen. De stand van zaken om de groene ring compleet te maken vindt u terug in dit plan. Heiloo is een schakel in Natuurnetwerk Nederland en ligt vlakbij Natura 2000-gebied het Noordhollands duinreservaat. Ook binnen de gemeentegrenzen zijn veel groenstructuren te vinden. Denk bijvoorbeeld aan het Heilooërbos, landgoed Ter Coulster en het Gemeentebos (bij ’t Beestenboetje). Dit zijn enkele van de groenparels van het dorp. Ook de bomenstructuur is erg beeldbepalend, belangrijk voor de biodiversiteit en een verbindende schakel tussen verschillende groengebieden. Deze moet worden behouden en waar het kan worden aangevuld.
Ten slotte geeft het groenbeleidsplan concrete maatregelen aan waar de gemeente zich de komende jaren op gaat richten. Zoals het verbeteren van de biodiversiteit in de Noorder- en Zuiderneg, het aanbrengen van kleurrijke accenten in woonwijken en bij de entrees van het dorp, en het wegnemen van barrières in de groenstructuur voor dieren.
Zo blijft Heiloo een groene gemeente, nu en in de toekomst!
1 Inleiding
1.1 Groene ambitie
Gemeente Heiloo is een groene, natuurvriendelijke gemeente. Zij is trots op haar groen en natuur. In een tijd waarin veel functies om ruimte vragen, is het de uitdaging om groen te behouden en waar mogelijk te versterken. De raad heeft aangegeven een nieuw groenbeleidsplan wenselijk te vinden. Voor de inbedding van de actuele maatschappelijke thema’s zoals biodiversiteit, klimaatverandering en behoud en ontwikkeling van groenstructuren. Een nieuw groenbeleidsplan is noodzakelijk om tot een samenhangend en geactualiseerd beleid voor de gemeente Heiloo te komen. Dit nieuwe beleidsplan besteedt ook aandacht aan de realisatie van de groene zoom aan de westflank van Heiloo, als onderdeel van de groene ring rondom Heiloo en het vergroten van de biodiversiteit in natuur- en recreatiegebieden Noorder- en Zuiderneg.
De gemeente Heiloo geeft met dit nieuwe groenbeleidsplan invulling aan het Collegeprogramma 2022-2026 ‘Heiloo Natuurlijk!’. De opdracht in dit collegeprogramma is als volgt:
•Versterk de biodiversiteit;
•Ga uit van ecologisch groenbeheer;
•Behoud de natuur;
•Stimuleer initiatieven van inwoners;
•Stimuleer behoud en beheer van de houtwallen;
•Plant meer bomen in Heiloo.
Visie
Volgend op de opdracht van het college is het ideaalbeeld voor het groen in Heiloo:
•Het groen wordt behouden en waar mogelijk versterkt;
•Het groene erfgoed en andere belangrijke groene elementen worden beschermd;
•Het onderhoud van het groen is van hoge kwaliteit (niveau B of hoger, CROW);
•De biodiversiteit in het groen is verhoogd en de gemeente is meer klimaatadaptief;
•Er is een vitaal bomenbestand dat wordt beschermd en versterkt;
•Ecologische verbindingen zijn versterkt;
•De groene ring rondom Heiloo is compleet.
Samengevat is de visie van Heiloo op haar groen: Heiloo is groen en wil groen blijven!
Van visie naar groenbeleid
Het groenbeleidsplan geeft de groenstructuur aan, biedt kaders voor het groenbeleid en sluit aan bij bestaand beleid m.b.t. het handhaven, beschermen, inpassen en beheren van bestaande (historische) groenstructuren. Daarnaast worden beleidsuitgangspunten genoemd, concrete maatregelen besproken waar de gemeente zich de komende jaren op gaat richten. En eisen en voorwaarden voor nieuw en te behouden groen opgesomd. Deze eisen en voorwaarden worden gebruikt tijdens de Omgevingstafel voor ruimtelijke plannen. Zie de begrippenlijst voor een uitleg over de Omgevingstafel.
Het bomenbeleid is ook opgenomen in dit beleidsplan, zie Bijlage 1.
Het beleidsplan geldt voor een periode van tien jaar en wordt iedere twee jaar geëvalueerd.
Bijlage 1: Bomenbeleid
In de komende planperiode wordt de aandacht gericht op het in stand houden en het versterken van het bomenareaal. Voor dit doel zijn vier ambities geformuleerd.
De eerste ambitie is om het aantal bomen geleidelijk te laten groeien door met name in herinrichtingsplannen en nieuwbouwplannen extra bomen te planten. Dit hangt af van de locatie. Verder wordt de herplantplicht altijd toegepast voor te kappen bomen in de openbare ruimte. Om de stand van het bomenareaal bij te houden, wordt er jaarlijks een overzicht van het aantal gekapte en geplante bomen opgesteld (bomenbalans) en ter informatie naar de raad gezonden.
De tweede ambitie is om het bomenareaal daar waar mogelijk te versterken. Met name door het uitbreiden van de bomenstructuur. De keuze voor de boomhoogte gaat van hoog naar laag, afhankelijkheid van de mogelijkheden. Daar waar mogelijk kiezen we voor kroonbomen. Alleen bij goed onderbouwde uitzonderingen worden er zuilvormige bomen geplaatst.
De derde ambitie betreft het professionaliseren en verduurzamen van het beheer. Door planmatige opzet van het jaarlijkse onderhoud kan efficiëntiewinst worden geboekt, zodat de huidige bezetting van de bomenploeg en wijkteams het beheer voor een deel zelfstandig kan uitvoeren. Hier is inmiddels een goede stap in gemaakt en de efficiëntiewinst is grotendeels gehaald. Door het onderhoud nog meer te richten op het eindbeeld van de bomen, kan de duurzaamheid van het beheer en de kwaliteit van de bomen worden vergroot. Goed hulpmiddel is het, door alle BUCH-gemeenten, aangeschafte Handboek Bomen van Het Normeninstituut Bomen.
De vierde ambitie is het beschermen van de monumentale bomen en groenparels, conform het Bomenbeleidsplan 2008. Oudere beeldbepalende bomen met grote cultuurhistorische, dendrologische en/of ecologische waarde worden op de lijst beschermwaardige bomen gezet. Deze lijst bestaat uit monumentale bomen uit het landelijke register, de bijzondere en beschermwaardige gemeentelijke bomen en de bijzondere en beschermwaardige particuliere bomen.
In het Omgevingsplan regelt de gemeente dat cultuurhistorische bomen op landgoederen kapvergunningsplichtig zijn. In het Omgevingsplan neemt de gemeente ook een ‘bebouwingscontour houtkap’ op, om aan te geven tot hoever de reikwijdte van deze regels is. Hiervoor gaat de gemeente in overleg met de eigenaren van de landgoederen.
Heiloo kan ook aanvullende regels opnemen om bomen en houtopstanden te beschermen, bijvoorbeeld voor cultuurhistorische bomen op landgoederen.
Kappen van bomen
Het kappen van bomen kan nodig zijn als dit uit de boomveiligheidscontrole blijkt. Ook kan noodkap aan de orde zijn voor acuut gevaar. Verder kunnen bomen die op de bomenlijst staan, en bomen die beschermd zijn in het Omgevingsplan, alleen met een kapvergunning worden gekapt.
Herplantplicht
De herplantplicht wordt altijd toegepast voor te kappen bomen in de openbare ruimte. Uitgangspunt is om de getaxeerde waarde van de te kappen monumentale en bijzondere bomen als uitgangspunt te nemen voor deze herplant. Deze getaxeerde waarde geldt ook voor illegale kap van bomen. Daarnaast dient een boom-effectanalyse plaats te vinden voor alle bomen. Deze geeft inzicht in de conditie van de te kappen bomen. De taxatie vindt plaats op basis van het rekenmodel van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). Bij gemeentelijke en particuliere plannen wordt op deze wijze een objectieve maatstaf gebruikt om de herplant te realiseren. Bomen kunnen niet altijd op dezelfde plek teruggeplant worden, het is bijvoorbeeld niet reëel om een boom terug te planten in een zeer smalle berm met veel kabels en leidingen. In die gevallen wordt de herplantplicht toegepast door de boom op een andere locaties te compenseren. Het al dan niet terugplanten van een boom op dezelfde locatie is altijd een integrale afweging.
Daarnaast kan het noodzakelijk zijn om bomen te verplaatsen. Deze kunnen dan gestald worden bij de Nationale Bomenbank en daarna op een geschikte locatie worden herplant. Gezien de kosten is dit alleen mogelijk bij zeer waardevolle bomen.
Bijlage 2: Maatregelen Noorder- en Zuiderneg
De Noorder- en Zuiderneg zijn twee zeer belangrijke groengebieden in Heiloo. Ze vormen een schakel in de groene ring om Heiloo. De gebieden worden gebruikt voor recreatie. De gebieden hebben een grote potentie om ook voor de natuur een belangrijke plek te zijn. Uit een onderzoek blijkt dat de biodiversiteitsscore in het gebied momenteel laag is.
Om deze score te verhogen zijn twee scenario’s opgesteld. Een basisscenario waarin de inrichting hetzelfde blijft en minimale aanpassingen in beheer worden gedaan. En een optimaal scenario waarin een aantal inrichtingsmaatregelen en aanpassingen in beheer nodig zijn. Eerst herstelbeheer, om de juiste omstandigheden te creëren, en vervolgens specifiek regulier beheer voor het gewenste natuurdoeltype.
Basisscenario
In dit scenario blijft het beheer grotendeels hetzelfde. De inrichting van het gebied blijft hetzelfde, en er wordt geen herstelbeheer toegepast. Met een minimale aanpassing aan het huidige beheer wordt geprobeerd de biodiversiteit te verhogen.
Natuurdoeltype Vochtig schraalgrasland en Droge schraalgraslanden
Dit natuurdoeltype bevindt zich vooral in de Noorderneg op lage open delen langs het Maalwater aan de westoever en op de hogere open delen aan de westzijde van de Noorderneg.
•Schapenbeheer toepassen op percelen waar de potentiële ecologische waarden minder groot zijn en verruiging niet wenselijk is.
•Maaien betreft het éénmaal per jaar afmaaien van het bovengrondse deel van de vegetatie. Maaien in principe niet met klepelmaaier maar met een schotelmaaier of messenbalk om hoge sterfte van fauna te voorkomen. Het maaisel wordt altijd goed afgevoerd. Hierdoor wordt het grasland schraler.
•Verwijderen opslag, dit betekent het uitsteken/trekken van zaailingen van bomen en struiken die het grasland koloniseren.
Natuurdoeltype Vochtige bossen en Park- en stinzenbos
Dit natuurdoeltype is te vinden in de Noorderneg, de lagergelegen bosvakken horen hierbij. En de bosvakken in de Zuiderneg.
Het beheer bestaat voornamelijk uit reactief beheer. Zo wordt de veiligheid in het bos gewaarborgd door regelmatig boomveiligheidscontroles (BVC) uit te laten voeren voor bomen met valbereik op de paden. Pas als het nodig is, wordt er ingegrepen.
Om de bomen beter tot hun recht te laten komen, is het advies in ieder geval 10% van de bomen in de bosvakken te dunnen.
Resultaat basisscenario
Door het uitvoeren van het basisscenario en dus kleine aanpassingen in het beheer te doen, zal de biodiversiteit minimaal toenemen. De kosten zijn ook laag.
Optimaal scenario
In dit scenario worden de potentiële natuurwaarden geoptimaliseerd. Hierdoor ontstaat bloemrijk schraalgrasland en wordt gestreefd naar een gevarieerd bos met zoomvegetaties.
Inrichtingsmaatregelen
Door het toepassen van deze inrichtingsmaatregelen ontstaat een gevarieerder landschap met meer verschillende natuurdoeltypen.
•Het hondenlosloopgebied beperken tot de oostzijde van het Maalwater. De recreatieve voorzieningen ook beperken tot de oostzijde van het Maalwater, door de steiger te verplaatsen naar de overkant. De westzijde van het Maalwater kan zich dan ontwikkelen tot natuur;
•De delen waar veel organische stof aanwezig is afplaggen om te verschralen. Daarna twee keer maaien;
•Opschonen greppels;
•Verwijderen ongewenste vegetatie, zoals bramen;
•Uitdunnen van bosvakken met veel concurrentie;
•Natuurvriendelijke oevers aanleggen;
•Broedeiland voor vogels aanleggen in het Maalwater;
•Heuvels aanleggen op de lig- en speelweide, om de grondbalans te sluiten;
•Asfalt onder de paden verwijderen;
•Zoom- en mantelvegetatie toepassen bij de bosvakken;
•Takkenrillen aanleggen;
•Broeihopen aanleggen voor ringslangen;
•Poelen aanleggen;
•Knotwilgenrij aanvullen;
•Voorzieningen voor oeverzwaluw en ijsvogel aanbrengen.
Per natuurdoeltype (zie begrippenlijst) dient herstelbeheer te worden uitgevoerd en vervolgens passend regulier beheer. Herstelbeheer moet intensief worden uitgevoerd tot de gewenste verschraling bereikt is of tot negatieve effecten optreden. Herstelbeheer kan tot wel vijf jaar duren.
Natuurdoeltype Vochtige schraalgraslanden
Dit natuurdoeltype bevindt zich vooral in de Noorderneg op lage open delen langs het Maalwater aan de westoever.
Het herstelbeheer bestaat uit het herstellen van de hydrologie, extra maaien en afvoeren, en kleinschalig plaggen.
Na het herstelbeheer kan op regulier beheer worden overgegaan:
•Alle gebieden met kwetsbare ecologische waarden en potentiële ecologische waarden (dus niet alleen de westzijde van de Noorderneg) moeten met aangepast materieel worden gemaaid. Dat betekent maaien met de messenbalk en handmatig afruimen;
•De gebieden worden eenmaal per jaar gemaaid;
•Schapenbeheer toepassen op percelen waar de potentiële ecologische waarden minder groot zijn en verruiging niet wenselijk is;
•Verwijderen van opslag.
Natuurdoeltype Droge schraalgraslanden
Dit type bevindt zich voornamelijk op de hogere open delen aan de westzijde van de Noorderneg.
Het herstelbeheer bestaat uit het afplaggen van de vermeste bovengrond, begin juli maaien en binnen een week maaisel verwijderen,. En tweemaal per jaar, in juni en september extra maaien als de productiviteit meer dan 5 ton droge stof/ha bedraagt.
Het regulier beheer bestaat uit:
•Alle gebieden met kwetsbare ecologische waarden en potentiële ecologische waarden (dus niet alleen de westzijde van de Noorderneg) moeten met aangepast materieel worden gemaaid. Dat betekent maaien met de messenbalk en handmatig afruimen;
•Eenmaal per jaar maaien;
•Schapenbeheer toepassen op percelen waar de potentiële ecologische waarden minder groot zijn en verruiging niet wenselijk is. De begrazing moet op een specifieke manier gebeuren, zodat de schapen zo min mogelijk mesten in deze gebieden;
•Verwijderen van opslag.
Natuurdoeltype Vochtige bossen
Dit natuurdoeltype is te vinden in de Noorderneg, de lagergelegen bosvakken horen hierbij.
Als herstelbeheer worden ongewenste soorten gekapt. Dat zijn met name exoten die niet thuishoren in bossen met natuurfunctie. De bomen kunnen ook worden geringd in plaats van gekapt, dan draagt de dode boom als staand hout bij aan de biodiversiteit. Verder mag 30% van de bosvakken gedund worden om te zorgen dat de bomen meer ruimte krijgen.
Als regulier beheer moeten boomveiligheidscontroles (BVC) worden uitgevoerd voor bomen met valbereik op paden en de zomen langs de bosranden worden gemaaid. Maaisel moet worden afgevoerd.
Natuurdoeltype Park- en stinzenbos
Dit betreft voornamelijk de Zuiderneg.
Als herstelbeheer worden ongewenste soorten gekapt. Dat zijn met name exoten die niet thuishoren in bossen met natuurfunctie. De bomen kunnen ook worden geringd in plaats van gekapt, dan draagt de dode boom als staand hout bij aan de biodiversiteit. Verder mag 30% van de bosvakken gedund worden om te zorgen dat de bomen meer ruimte krijgen. Daarnaast worden stinzenflora en rhododendrons aangeplant.
Hierna mag worden overgegaan op regulier beheer:
•Uitvoeren van Boomveiligheidscontroles voor bomen met valbereik op paden;
•Verwijderen van opslag, overmatig braamstruweel en ongewenste exotische struiken;
•Maaien van ruigte en afvoeren van dit maaisel;
•Aanbrengen van kalk en/of organisch materiaal en eventuele grondbewerking, met als doel een losse, kalkrijke bodem met gunstige voorwaarden voor een rijke voorjaars-stinzenflora.
Resultaat optimale scenario
Na het uitvoeren van al deze maatregelen zal de biodiversiteit in het gebied toenemen.
De investeringskosten voor de inrichtingsmaatregelen bedragen zo’n €1.000.000,-. De beheerkosten voor het specifieke beheer per natuurtype zijn daarnaast beduidend hoger dan de beheerkosten in het basisscenario.