Gemeentelijke regelgeving

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Heeze-Leende houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Verordening reinigingsheffingen 2018

Gemeente Heeze-Leende · geldt sinds 28 december 2017

Aanhef

De raad van de gemeente Heeze-Leende;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2017, nr. 17.64;

gelet op:

Gemeentewet, art. 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b

Wet Milieubeheer, art. 15.33

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende verordening:

“Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018”

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening wordt geheven:

a.een afvalstoffenheffing;

b.reinigingsrechten.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1minicontainer: een vanwege de gemeente uitgezette ophaalbak met een bepaald volume;

2gft-afval: groente, fruit- en tuinafval;

3restafval: huishoudelijk afval niet zijnde gft-afval;

4grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden;

5grof tuinafval: tuinafval dat met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomt, doch dat te groot of te zwaar is om op dezelfde wijze als gft-afval aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden.

6Bedrijfsafval: afvalstoffen afkomstig van bedrijven en instellingen, die naar aard, omvang en samenstelling gelijk zijn te stellen aan huishoudelijke afvalstoffen, die aan de periodieke inzameldienst in minicontainers worden aangeboden en tegelijkertijd met de inzameling van de huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden meegenomen;

7Brabant Water N.V.: Brabant Water naamloze vennootschap, gevestigd te ‘s-Hertogenbosch;

8verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van de Brabant Water N.V. voor de levering van water betrekking heeft.

Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit

1Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer.

2De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingplicht

1De afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

a.degene die naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

b.ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De afvalstoffenheffing wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Hoofdstuk III Reinigingsrechten

Artikel 6 Belastbaar feit

Onder de naam “reinigingsrechten ” worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 7 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 8 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De afvalstoffenheffing wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen

Artikel 9 Belastingtijdvak

1Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel van afrekeningen van de Brabant Water N.V. plaatsvindt de verbruiksperiode zoals die voor de betrokken belastingplichtige voor het desbetreffende belastingobject geldt.

2In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10 Wijze van heffing

De belasting wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Deze kan worden gesteld op de afrekening van Brabant Water N.V.. Als dagtekening van de kennisgeving geldt in dat geval de dagtekening van de afrekening.

Als kennisgeving van voorlopig gevorderde bedragen wordt aangemerkt de afrekening van Brabant Water N.V. of de kennisgeving op andere wijze van betaling van voorschotbedragen.

Artikel 11 Ontstaan van de belastingschuld voor de heffing ter zake van de niet met de periodieke inzameldienst ingezamelde afvalstoffen

1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel en de rechten bedoeld in onderdeel 2.4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

2De tarieven voor de milieustraat zoals bedoeld in de artikelen 1.2.3 en 1.2.4 van de tarieventabel zijn per direct aan de poort van de milieustraat verschuldigd.

Artikel 12 Termijnen van betaling

1Ingeval het belastingtijdvak de verbruiksperiode is moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, het voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag worden betaald tegelijk met en op dezelfde wijze als die waarop het voorschotbedrag, onderscheidenlijk het definitieve bedrag van de afrekening van de Brabant Water N.V. moet worden betaald.

2In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, het voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag worden betaald op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld.

3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 13 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten.

Artikel 14 Overgangsrecht

1De “Verordening reinigingsheffingen 2017”, vastgesteld op 12 december 2016 door de gemeenteraad van Heeze-Leende, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Indien het belastingtijdvak een verbruiksperiode is en deze niet gelijk is aan het kalenderjaar, vangt in afwijking in zoverre van artikel 9, eerste lid, het eerste belastingtijdvak waarvoor deze verordening geldt aan op 1 januari 2018 en eindigt dat belastingtijdvak op het moment dat de op 1 januari 2018 lopende verbruiksperiode eindigt.

Artikel 15 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

2De datum van ingang van heffing is 1 januari 2018.

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening reinigingsheffingen 2018”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.