Aanhef
Team Veiligheid, Vergunningen & Handhaving
1Vaststellen van het Uitvoeringsprogramma VTH 2026;
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.2 Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023-2026
1.2.1 Doelstellingen beleid
In de uitvoerings- en handhavingsstrategie stellen wij ons bij de uitvoering en handhaving voor de periode 2023-2026 de onderstaande doelstellingen. In hoofdstuk 3 t/m 5 van dit uitvoeringsprogramma benoemen wij de concrete acties die wij daarvoor dit jaar uitvoeren.
Algemeen U&H doel
Doelstelling 2023-2026
Veiligheid
De doelstelling van veiligheid is het beperken van de (bouwgerelateerde) risico's.
Periodiek (minimaal 2 x in de realisatiefase) houden wij samen met de VRBZO integraal risicogericht toezicht op vooraf afgesproken (categorieën) bouwwerken.
We inventariseren (bv. gebiedsgericht) en pakken stapsgewijs de risicovolle situaties aan om (brand)veiligheid van (illegale) bewoning te waarborgen.
Gezondheid
De doelstelling van gezondheid is het streven naar een leefomgeving waar gezondheid voor een ieder tot de basiswaarden behoort en in balans is.
Behouden en/of verbeteren van de huidige situatie in het kader van alcoholgebruik onder jongeren.
Omgevingskwaliteit
Het beperken en/of voorkomen van aantasting van cultureel erfgoed, architectuur, stedenbouw, landschap, natuur, beleving en identiteit.
Voorkomen en bestrijden van illegale (ver)bouw en gebruik van de in het omgevingsplan vastgelegde functies met oog voor het behoud van cultureel erfgoed en bestaande (landschappelijke) waarden.
Duurzaamheid
Het leveren van een constructieve bijdrage aan de energie transitie en verduurzaming.
Alle omgevingsvergunningsaanvragen worden getoetst en bij het toezicht gecontroleerd op het voldoen aan de eisen voor energiezuinigheid (bijna energie neutrale gebouwen), milieu (Milieuprestatie coëfficiënt) en de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, volgens de hiervoor vastgestelde toets -en toezichtprotocollen.
Doelstellingen 2023-2026
Uitvoeringskwaliteit
De mate waarin een product voldoet aan juridische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Ook wel aangeduid als de inhoudelijke kwaliteit.
Voorkomen van het ongebruikt laten voortbestaan van rechten uit vergunningen en daarmee het vergunningenbestand op orde brengen.
75% van onze werkprocessen zijn beschreven en -waar nodig- ingericht in zaaksyste(e)m(en).
We ondernemen de nodige acties om te blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria m.b.t. de kritieke massa.
Dienstverlening
De manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omgeving, melders, etc.) omgaat.
We streven naar een verrassende klantvriendelijke dienstverlening door klanten en partners duidelijk te maken wat ze van ons mogen verwachten. We hebben een luisterend oor en verassen klanten door snel te reageren en verwachtingen te managen.
Afspraak= afspraak
In ieder contact met de klant maken we duidelijke afspraken (managen verwachting) leggen we deze (intern) vast en komen we deze na.
We bellen op tijd terug en handelen de terugbelnotities administratief af.
We stellen een heldere en concrete klachten- en meldingen procedure (handhaving) op, met duidelijke afhandelwijze, termijnen en communicatiemomenten. We communiceren de procedure op de website.
Financiën
De inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten/producten.
Door toepassing van risico analyses wordt getracht efficiëntie en effectiviteit te bewerkstelligen. De begroting dient dekkend te zijn voor onze inzet op risicobeheersing en beleidsdoelrealisatie.
Er wordt periodiek geïnventariseerd of de begroting voldoet aan de beide elementen en er wordt begroot op basis van output.
1.2.2 Prioritering
Voor iedere bestuursperiode van vier jaar bepalen wij de prioriteiten aan de hand van een probleemanalyse. Onderdeel van deze analyse is een risicoanalyse, waarbij wij de negatieve effecten en kans op overtreding van de regelgeving in beeld brengen. De inschatting van de risico’s voor de leefomgeving is richtinggevend voor de bestuurlijke prioriteiten die worden gesteld bij het stimuleren en/of afdwingen van naleefgedrag.
Jaarlijks vertalen wij de prioritering door in het uitvoeringsprogramma en bepalen wij hoe de aanwezige capaciteit binnen de gemeente in te zetten. Bij de jaarlijkse evaluatie van beleid en uitvoering(sprogramma) checken wij of de prioritering zo nodig bijgesteld moet worden. Bijvoorbeeld omdat overtredingen vaker voorkomen en/of een groter effect hebben dan verwacht. Uiteraard spelen ook de politieke context en maatschappelijke ontwikkelingen hierbij een rol. Voor 2023 zijn de prioriteiten vastgesteld op basis van een (nieuwe) probleemanalyse. In 2024 is op basis van het College Uitvoeringsprogramma de handhaving van het vrachtwagenverbod voor de kern van Heeze hieraan toegevoegd. In bijlage 1 is een overzicht van de voor 2026 geldende prioritering opgenomen die gelijk is aan die van 2025.
Vooralsnog is er geen reden om het accent te verleggen: een consistente lijn in toezicht en handhaving levert resultaat op ten aanzien van naleefgedrag. Daarom krijgen, net als in voorgaande jaren ook in 2026 onderstaande problemen/overtredingssoorten de hoogste (bestuurlijke) prioriteit:
Prioriteit Hoog
Bestuurlijke prioriteit
•Het handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning activiteit nieuw/verbouw in:
o het geval van kamerverhuur (5 of meer wooneenheden), logies en woningsplitsing
o particuliere woningen
o restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor en/of winkel
X
•Gevaarzetting door (staat) bouwwerk, open erf of terrein voor bestaande bouw (constructie, fundering, asbest, brandveiligheid, verwaarlozing, etc.)
X
•Handelen in strijd met het omgevingsplan
4Het gaat hier om de (voormalige) activiteit “strijdig gebruik”.
:
o bedrijfsmatige activiteiten die niet zijn toegestaan
o overige bewoning in strijd met omgevingsplan (zoals kamerverhuur/woningsplitsing/wonen waar niet is toegestaan)
o permanente bewoning recreatieve inrichtingen
X
•Instandhoudingsplicht/onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden (conform Erfgoedkaart)
•Overtreden van de Algemene Plaatselijke Verordening/Verordening fysieke leefomgeving:
o afval illegale stort (meldingen afvalstort, drugsafval en zwerfvuil)
X
o vrachtwagenverbod kern Heeze
X
o geluidsoverlast (evenementen en horeca)
o overlast jongeren (meldingen op overlast jeugd)
o verrommeling van de openbare ruimte (vervuiling, controle reclame, terrassen, verloren en verlaten (brom)fietsen, uitstalling, aanhangers/caravan)
o woonoverlast (burenruzies)
o loslopende honden en hondenpoep
o handel en gebruik van (soft)drugs
•verkoop alcohol minderjarigen (Alcoholwet en evenementen)
X
•overtreden vergunningsvoorwaarden (bv terrassen, geen leidinggevende aanwezig, sluitingstijden, geen actuele vergunning)
•overlast evenementen en horeca
X
Figuur 1: Prioritering 2026
De geselecteerde prioriteiten pakken wij zo veel mogelijk met voorrang op, waarbij wij het accent leggen op de bestuurlijke prioriteiten. Deze prioritering betekent ook dat andere zaken minder aandacht krijgen of niet dan wel niet direct worden aangepakt. Per 1 november 2025 zijn twee fulltime Boa’s aangenomen. Door deze structurele capaciteit kan in 2026 aan alle prioriteiten aandacht besteed worden en kan ook de ingezette weg uit de Boa-pilot worden voortgezet om ook aan parkeer- en andere overtredingen in de openbare ruimte aandacht te besteden. Uit de tussentijdse evaluatie van de Boa-inzet blijkt het opleggen van boetes een goede prikkel tot naleving van wet- en regelgeving te zijn. We verwachten dat de aanwezigheid en zichtbaarheid van de vaste Boa’s een verder positief effect op de naleving van regels in de openbare ruimte zal hebben.
Hoofdstuk 3 Programma VTH breed: waar zetten we op in?
3.2 Activiteiten 2026
3.2.1 Beleidscyclus
Een programmatische en cyclische benadering van uitvoering en handhaving levert op grond van wettelijke verplichtingen de volgende beleidsproducten:
•(meerjaren)Beleid (4 jaarlijks);
•Uitvoeringsprogramma en werkplannen (jaarlijks);
•Voortgangs- en management rapportages (2 maal per jaar);
•Jaarevaluatie (en bijstelling) beleid en uitvoeringsprogramma (jaarlijks).
In de loop van 2026 (na installatie van de nieuwe raad) stellen we een nieuw meerjarenbeleid 2027-2030 op in opvolging van de huidige Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023-2026. Voor de kwaliteitsimpuls van de beleidscyclus en (proces)verbetering VTH en om de basis op orde te krijgen wordt extern ingehuurd in aanvulling op coördinatie en juridisch beleidsadvies.
Data gedreven werken: rapportages en inrichting PowerBrowser
VTH breed is data van belang voor o.a. het opstellen van het uitvoeringsprogramma, het monitoren/evalueren in hoeverre dit uitvoeringsprogramma (en daarmee de beleidsmatige doelen) behaald worden en voor sturingsdoeleinden zoals het bijstellen van het programma, beleid en middelen. Na de opstartjaren 2022 en 2023 waarin de nieuwe vakapplicatie niet optimaal functioneerde en registreerde is in 2024 de vakapplicatie verder ingericht en geïmplementeerd in de organisatie maar zijn door koppelproblemen met het nieuwe zaaksysteem data niet goed geborgd. In 2025 is veel tijd aan het oplossen van incidenten besteed en is de koppeling (op momenten) nog steeds niet stabiel gebleken. In 2025 is geïnvesteerd in een uniforme werkwijze voor de registratie en de vastlegging daarvan in werkprocessen. De administratie VVH zal in 2026 systeemchecks uit gaan voeren op ontbrekende gegevens en hierop sturen. Indien voldoende uren beschikbaar zijn (doordat deze niet naar het oplossen van problemen in de functionaliteit van het systeem gaan) zal in de loop van 2026 worden gestart met het inrichten van het automatisch (op gezette tijden) data laten genereren van rapportages door het systeem.
De indicator betreft de mate waarin de vakapplicatie m.b.t. monitoring is ingericht. Deze activiteit levert een bijdrage aan het strategische doel m.b.t. Uitvoeringskwaliteit.
3.2.2 Dienstverlening
Onze doelstelling is een verrassende klantvriendelijke dienstverlening door o.a. klanten en partners duidelijk te maken wat ze van ons mogen verwachten, een luisterend oor te hebben en snel te reageren. Dit doen we door de volgende uitgangspunten in onze dienstverlening te hanteren:
-uiterlijk binnen twee werkdagen, dan wel de anderszins gecommuniceerde termijn, terug te bellen (inclusief juiste administratieve afhandeling van het terugbelverzoek);
-zorgdragen voor interne vervanging bij afwezigheid, zodat tijdig teruggebeld kan worden dan wel de juiste termijn gecommuniceerd wordt;
-in elk contact duidelijke afspraken te maken en aan te geven welke vervolgstap op welke termijn een initiatiefnemer of belanghebbende kan verwachten;
-de gemaakte afspraken vast te leggen in het zaaksysteem in het tabblad “memo”, zodat deze voor elke (vervangende) behandelaar inzichtelijk zijn;
-gemaakte afspraken na te komen, wat ook betekent dat indien wij een afspraak niet (tijdig) kunnen naleven zoals beoogt wij wel binnen de afgesproken termijn dit mededelen en daarbij een nieuwe termijn communiceren;
-te streven om binnen vijf werkdagen de ontvangst van een aanvraag, verzoek, klacht of melding te bevestigen;
-zo snel mogelijk, maar binnen de beslistermijn (vergunningen) / een redelijke termijn van acht weken dan wel binnen een met de verzoeker gecommuniceerde termijn, een besluit op een aanvraag, klacht/melding of verzoek om handhaving te nemen. De afhandeling van een klacht/melding of verzoek kan ook betekenen dat een zaak (nu) niet opgepakt wordt, vanwege bijvoorbeeld de prioritering;
-bij toezicht en handhaving snel duidelijkheid aan betrokkenen te geven door o.a. te streven een controlerapport binnen 10-15 werkdagen na controle op te maken en de bijbehorende brief of ander contactmoment binnen 10-15 werkdagen na rapport te verzenden/ te laten plaatsvinden.
De indicator hierbij betreft het aantal 1) tijdig en juist afgehandelde telefoonnotities, 2) aanvragen waarvan de beslistermijn is verlengd, 3) binnen de (verlengde) beslistermijn genomen besluiten, 4) binnen de (gecommuniceerde) beslistermijn genomen besluiten op verzoeken om handhaving. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Dienstverlening.
3.2.3 Financiën
Door toepassing van risicoanalyses trachten wij efficiëntie en effectiviteit te bewerkstelligen. De begroting dient steeds dekkend te zijn voor onze inzet op risicobeheersing en beleidsdoelrealisatie. Wij inventariseren of de begroting voldoet aan deze beide elementen.
Voor deze inventarisatie maken we de kosten en financiële middelen voor uitvoering en handhaving inzichtelijk. Zo maken wij (jaarlijks) de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk voor de activiteiten die we willen verrichten om de doelen in de Uitvoerings- en handhavingsstrategie te behalen. Dit uitvoeringsprogramma draagt daar aan bij. Ook de jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma en de beleidsdoelrealisatie kan hier input voor leveren. Waar nodig vragen wij extra budget aan of stellen wij dat gedurende de begrotingscyclus bij. Wij begroten hierbij op basis van output. In 2025 lijken de op basis van de aantallen aanvragen te verwachten legesopbrengsten achter te blijven. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de gewijzigde systematiek van de Omgevingswet en de door in A2-samenwerking per 1-1-2024 opgestelde tarieventabel en tarieven. Ook moet de kostendekkendheid (opnieuw) beoordeeld worden. In 2026 zal een analyse plaatsvinden en zo nodig aanpassing van de tarieven (tabel) worden voorgesteld.
Deze activiteit levert een bijdrage aan het strategische doel m.b.t. Financiën. De indicator betreft 1) het vaststellen van het uitvoeringsprogramma en 2) de eventuele bijsturing vanuit de jaarevaluatie.
3.2.4 Kwaliteitsborging
Voor de kwaliteit van uitvoering is de borging van een aantal processen van belang:
Werkprocessen
Registratie van werkprocessen is onder meer van belang voor de continuïteit van onze dienstverlening. Het ook daadwerkelijk werken volgens deze werkprocessen is van belang voor de uniformiteit van onze uitvoering en handhaving, dus het op gelijke wijze handelen van de verschillende medewerkers. Beiden dragen bij aan het borgen van de kwaliteit van onze dienstverlening. Het opstellen en actueel houden van deze werkprocessen is, naast dat het hier een wettelijke verplichting betreft
11Artikel 13.9, lid 3 Omgevingsbesluit.
, dan ook van belang voor de bedrijfsvoering. In 2024 is een pilot Optimaliseren processen VVH en klantreizen onder begeleiding van een extern bureau gestart met twee processen. In 2025 zijn nog acht processen en twee klantreizen doorlopen. Vele acties ter optimalisatie van de processen die hier uit voortkwamen zijn uitgevoerd of in uitvoering. Begin 2026 volgt nog het laatste proces. In de specifieke programma’s gaan wij verder in op de processen die in deze pilot worden uitgewerkt en geoptimaliseerd (zie 4.2.1 en 5.2.1 onder Activiteit afstemming en samenwerking).
Kwaliteitscriteria
Het is belangrijk de kwaliteit van de uitvoering van de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken goed te regelen. Hiervoor zijn landelijk de zogenaamde “kwaliteitscriteria” in het leven geroepen, met daarin per deskundigheidsgebied minimale vereisten aan o.a. opleiding(niveau), werkervaring, tijdsbesteding (frequentie) en het aantal medewerkers. In de Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Heeze-Leende 2023 is het minimale niveau van de kwaliteitscriteria door de raad bepaald op ‘bodemniveau’. Vanaf 1 januari 2025 gelden de landelijk vastgestelde Kwaliteitscriteria 3.0 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Doelstelling: de kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunning-, toezicht- en handhavingstaken te professionaliseren en de gewenste kwaliteit (en continuïteit) in de organisatie te borgen.
In januari 2026 start het EVP(ErVaringsPofiel)-validatietraject voor de medewerkers van het team VVH die zich bezig houden met vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht. Een daarvoor ingeschakeld extern bureau brengt hiermee tevens in beeld in hoeverre we voldoen aan de Kwaliteitseisen VTH 3.0. Zo zorgen we dat we steeds een actueel overzicht hebben op de onderdelen waar we wel en niet voldoen aan de kwaliteitscriteria en nemen waar nodig actie om alsnog te kunnen voldoen.
In de specifieke programma’s geven wij aan welke eventuele specifieke actie(s) wij dit jaar uitvoeren om aan de kwaliteitscriteria te voldoen (zie 4.2.2 en 5.2.2), waarmee een bijdrage geleverd wordt aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit. Het gaat dan voornamelijk om het inschakelen van deskundigen op het gebied van brandveiligheid, bouwconstructies, bouwfysica en monumenten.
Indicator: in het jaarverslag doen we mededeling over de naleving van de kwaliteitscriteria. Met deze informatie in het jaarverslag geven we tevens invulling aan de door de gemeenteraad in de Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht opgenomen informatieverplichting met betrekking tot de kwaliteitscriteria. Het jaarverslag wordt ter kennis gebracht aan de raad.
3.2.5 Omgevingswet
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en een deel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) ingevoerd. Met de Omgevingswet zijn 26 wetten gebundeld in één overkoepelende wet voor de fysieke leefomgeving met o.a. als doel om de lokale overheid meer ruimte te bieden en het voor initiatiefnemers, zoals professionele ontwikkelaars en inwoners, eenvoudiger te maken om initiatieven te realiseren. Doel van de Wkb is om de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Beide wetten hebben een groot aantal wijzigingen aangebracht in o.a. het vergunningenstelsel en het toezicht daarop. Landelijk is de teneur dat de nieuwe wetgeving vooralsnog alleen meer werk/kosten met zich heeft gebracht zowel voor initiatiefnemers als bevoegde gezagen en omgevingsdiensten.
Afgelopen jaar zijn veruit de meeste aanvragen die vanwege het overgangsrecht nog onder de Wabo vielen, behandeld. Een achttal milieu- en RO aanvragen ingediend onder de Wabo loopt nog (al dan niet in combinatie met bouwen). In 2025 is volop gewerkt met aanvragen en meldingen onder de nieuwe wetgeving.
De oorspronkelijk door het Rijk aangekondigde Wkb voor verbouw en gevolgklassen 2 en 3 wordt vooralsnog niet ingevoerd. Er is twijfel over de verhouding tussen de kosten van bouwborging en de verbetering van de bouwkwaliteit hierdoor. In 2026 geldt daarom de Wkb alleen voor nieuwbouw die valt in gevolgklasse 1.
Hoofdstuk 4 Programma Vergunningverlening: waar zetten we op in?
4.2 Activiteiten vergunningverlening
4.2.1 Preventiestrategie
De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de preventiestrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn:
Activiteit communicatie, voorlichting en vooroverleg
In het voortraject zoveel mogelijk doen om te voorkomen dat we achteraf (formeel) tot actie moeten overgaan. Hierdoor weet een initiatiefnemer zo snel mogelijk welke mogelijkheden er zijn en wat er moet gebeuren om de benodigde toestemming te krijgen.
Beantwoorden eerstelijns vragen en omgevingsloket (incl. uitwerking)
Vooroverleg, principeverzoeken, conceptaanvragen en toets vergunningsvrij bouwen
Doorlopende informatieverstrekking in de vorm van publicaties, brochures, informatiebijeenkomst: welke regels gelden er + evt. actuele onderwerpen.
De indicator van deze activiteit betreft het aantal vooroverleggen, principeverzoeken, ’verken uw idee’ aanvragen, conceptaanvragen, informatieverzoeken en verzoeken vergunningsvrij. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening.
Activiteit afstemming en samenwerking
Op uniforme wijze zorgdragen voor een vlotte, gestroomlijnde en integrale afhandeling van dossiers.
-Voor interne afstemming en werkverdeling vindt structureel overleg plaats tussen de verschillende vergunningverleners;
-Tussen de vergunningverleners en de medewerkers van ruimtelijke ordening vindt structureel overleg over de inhoud plaats en met de medewerkers van handhaving vindt dit waar nodig ad hoc plaats;
-Als een initiatief daartoe aanleiding geeft vindt in een zo vroeg mogelijk stadium afstemming plaats met andere interne disciplines zoals groen, openbare ruimte, riool, sociaal domein (o.a. maatschappelijke ondersteuning) en dergelijke én/of betrokken uitvoeringsorganisaties zoals de omgevingsdienst en veiligheidsregio;
-In het kader van externe afstemming handelen wij volgens de samenwerkingsafspraken met de diverse partijen en hebben wij waar nodig aanvullend ad hoc overleg.
Vaststellen en actueel houden van de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatiestromen in de digitale omgeving
14In een later stadium kan dan via zogenaamde kwaliteitscontroles het werken volgens deze processen geborgd worden.
: In 2026 worden de nog openstaande actiepunten uitgevoerd ten behoeve van de vijf te optimaliseren VTH processen van vergunningverlening die in 2025 doorlopen zijn. Eén proces wordt nog onder begeleiding van het externe bureau doorlopen (nr 5 hieronder). Het gaat om de volgende vijf processen 1 t/m 5 (6 t/m 11 = toezicht en handhaving):
1Conceptverzoek (eerste sessie in 2024 geweest)
2Aanvraag uitgebreid behandelen (=reguliere aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen, omgevingsplanactiviteit en handelen ism omgevingsplan) (eerste sessie in 2024 geweest)
3Melding activiteit behandelen (melding omgevingswet)
4Aanvraag vergunning regulier (APV/bijzondere wetten)
5Melding activiteit behandelen (APV melding en overige)
6Controle uitvoeren (Bouwtoezicht)
7Controle uitvoeren (toezicht APV, bijzondere wetten, Ow)
8Intrekken vergunning
9Incidentmelding/klacht algemeen
10Handhavingsverzoek
11Invordering handhaving
Doorlopen EVP (=ErVaringsProfiel) traject tot vaststelling en borging kwaliteitscriteria VTH 3.0 door een extern bureau. Deelname door casemanagers, toezichthouders en handhavingsjuristen voor hun deskundigheidsgebied(en). Gevolgd door competentiescan en resulterend in een opleidingsplan of vervolgtraject (per medewerker).
De indicator van deze activiteit betreft het aantal vastgelegde actuele werkprocessen (met bijbehorende informatiestromen en afspraken) en geoptimaliseerde processen dit jaar. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening.
4.2.2 Vergunningenstrategie
De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de vergunningenstrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn:
Activiteit reguliere toetsing
Het voorkomen van m.n. onveilige en/of ongezonde situaties/overtredingen én het borgen van leefbaarheid en/of duurzaamheid, waarin ook snelheid, tijdigheid en integraliteit van besluitvorming een belangrijke rol speelt.
Prognose aantallen 2026
Administratieve ondersteuning
div.
Afhandelen Wabo- activiteiten
3
Meldingplichtige activiteiten - Omgevingswet gerelateerd
Bouwen (bouwtechnische melding)
40
Brandveilig gebruik van een bouwwerk
2
Reguliere / uitgebreide vergunning activiteiten - Omgevingswet gerelateerd
Omgevingsplanactiviteit:
Bouwen (omgevingsplan)
180
Handelen in strijd met ruimtelijke ordening
50
Uitvoeren werk of werkzaamheid
10
Inrit/uitweg
15
(Doen) vellen van een houtopstand
40
Bouwactiviteit
Toetsen aan Bbl (Bouwbesluit) conform toetsmatrixen, waarbij wij:
-bij de beoordeling van bouwconstructies gebruik maken van de diensten van een advies- en ingenieursbureau voor bouwconstructies (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4);
-vanuit duurzaamheidsoverwegingen alle omgevingsvergunningaanvragen toetsen op het voldoen aan de eisen voor energiezuinigheid (bijna energie neutrale gebouwen), milieu (Milieuprestatie coëfficiënt) en de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen volgens de hiervoor vastgestelde toetsprotocollen;
-bij de beoordeling van aanvragen waarbij bouwfysica een hoge prioriteit heeft, maken wij gebruik van de diensten van een adviesbureau voor bouwfysica (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4);
-voor de beoordeling van brandveiligheid bij de vooraf afgesproken categorieën van bouwwerken advies van de veiligheidsregio vragen (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4).
60
Totaal
400
Toestemmingen openbare orde en veiligheid
Alcoholwet
35
Evenementen aanmelding (vergunningvrij)
15per 1-1-2025 kleinschalige evenementen vergunningvrij: alleen kennisgeving nodig waarop ovb wordt gestuurd. Voldoet evenement niet aan criteria voor vergunningvrije evenementen: dan vergunning aanvragen (cat. A evenement zonder veel indieningsvereisten: wel leges)
100
Evenementen vergunningen
40
Overige vergunningen APV & bijzonder wetten
80
Totaal
235
Coördinatie/afstemming uitvoeringsorganisaties
div.
Juridische procedures (bezwaar/ beroep/ voorlopige voorziening) & ondersteuning
50
De indicator hierbij betreft het aantal (aangevraagde en verleende) meldingen en omgevingsvergunningen. Door de vooralsnog ingevulde fte voor toezichthouders en de aanstelling van twee Boa’s worden meer illegale situaties beoordeeld op de mogelijkheid van het verlenen van een omgevingsvergunning. Dit leid tot een toename van het aantal (aan)vragen. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. voornamelijk Veiligheid, Gezondheid, Duurzaamheid en Uitvoeringskwaliteit.
Sloopmeldingen, bodemtaken en aanvragen omgevingsvergunning waarvan de activiteit “milieu”
16Inclusief de natuuractiviteit, meldingen milieu, bodemenergie, en dergelijke.
en “monument” onderdeel uitmaken worden sinds 2024 volledig onder mandaat door de omgevingsdienst afgehandeld (zie bijlage 2) De omgevingsdienst handelt deze taken af conform de regionale uitvoeringskaders.
Activiteit intrekking vergunningen
Het op orde brengen/houden van het vergunningenbestand en daardoor het (organisatie breed) meer effectief en efficiënt kunnen werken. Met een vergunningenbestand dat op orde is kan bijvoorbeeld onnodig extra toezicht voorkomen worden en kan er ook vanuit de BAG en de WOZ met juiste gegevens worden gewerkt. Hiermee is ook onze dienstverlening gebaat.
Prognose aantallen 2026
Intrekken omgevingsvergunning milieuzaken (door ODZOB)
Onderdeel werkprogramma ODZOB
Intrekken overige omgevingsvergunningen
25
De indicator van deze activiteit betreft het aantal intrekkingen. Deze activiteit levert een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening.
Hoofdstuk 5 Programma Toezicht & Handhaving: waar zetten we op in?
5.2 Activiteiten
5.2.1 Preventiestrategie
De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de preventiestrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn:
Activiteit communicatie en voorlichting
In het voortraject zoveel mogelijk doen om te voorkomen dat we achteraf (formeel) tot actie moeten overgaan. Hierdoor weten burgers, bedrijven en instellingen welke regels waarom gelden en worden zij gestimuleerd om aan deze regels te voldoen.
Doorlopende informatieverstrekking in de vorm van publicaties, brochures: m.n. welke regels gelden er en wat is de achtergrond daarvan + evt. actuele onderwerpen. We gaan inwoners periodiek en terugkerend informeren over aansprekende thema’s om overtredingen te voorkomen.
Toezichthouders/boa’s hanteren waar mogelijk een positieve benadering als eerste aanspreekpunt “buiten”. Dat betekent dat de benadering zich o.a. richt op de voordelen van naleven, benadrukken van het nut van regels, sociale norm en voorkomen van overtredingen.
Vanwege het grote belang van veilige evenementen en horeca is een folder ‘veilige horeca’ beschikbaar die we actief onder de aandacht brengen.
De indicator van deze activiteit betreft het aantal vooroverleggen, principeverzoeken, ’verken uw idee’ aanvragen, conceptaanvragen, informatieverzoeken en verzoeken vergunningsvrij (in § 4.3). Daarnaast de contactmomenten naar aanleiding van een melding/constatering door de toezichthouder waarna de overtreding wordt opgelost. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening.
Activiteit afstemming en samenwerking
Op uniforme wijze zorgdragen voor een vlotte, gestroomlijnde en integrale afhandeling van dossiers.
-Voor interne afstemming en werkverdeling vindt structureel overleg plaats tussen de verschillende medewerkers van toezicht en handhaving;
-Tussen de medewerkers van toezicht en handhaving, de vergunningverleners en/of de medewerkers van ruimtelijke ordening vindt waar nodig ad hoc overleg plaats over de inhoud plaats;
-In het kader van externe afstemming handelen wij volgens de samenwerkingsafspraken met de diverse partijen en hebben wij waar nodig aanvullend ad hoc overleg;
-In het kader van integrale samenwerking met betrokken instanties zoals de
-en, veiligheidsregio, politie en dergelijke, hebben onze toezichthouders verder een zogenaamde oog- en oor functie voor die andere instanties. Dat betekent dat onze toezichthouders constateringen van overtredingen op wet- en regelgeving buiten hun bevoegdheid en/of takenpakket, doormelden aan deze instanties.
Vaststellen en actueel houden van de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatiestromen in de digitale omgeving
18In een later stadium kan dan via zogenaamde kwaliteitscontroles het werken volgens deze processen geborgd worden.
: In 2026 worden de nog openstaande actiepunten uitgevoerd ten behoeve van de vijf te optimaliseren VTH processen van toezicht en handhaving die in 2025 doorlopen zijn. Het gaat om de volgende vijf processen 6 t/m 11 (1 t/m 5 = vergunningverlening):
1Conceptverzoek (eerste sessie in 2024 geweest)
2Aanvraag uitgebreid behandelen (=reguliere aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen, omgevingsplanactiviteit en handelen ism omgevingsplan) (eerste sessie in 2024 geweest)
3Melding activiteit behandelen (melding Omgevingswet)
4Aanvraag vergunning regulier (APV/bijzondere wetten)
5Melding activiteit behandelen (APV melding en overige)
6Controle uitvoeren (Bouwtoezicht)
7Controle uitvoeren (toezicht APV, bijzondere wetten, Ow)
8Intrekken vergunning
9Incidentmelding/klacht algemeen
10Handhavingsverzoek
11Invordering handhaving
Doorlopen EVP (=ErVaringsProfiel) traject tot vaststelling en borging kwaliteitscriteria VTH 3.0 door een extern bureau. Deelname door casemanagers, toezichthouders en handhavingsjuristen voor hun deskundigheidsgebied(en). Gevolgd door competentiescan en resulterend in een opleidingsplan of vervolgtraject (per medewerker).
De indicator van deze activiteit betreft het aantal vastgelegde actuele werkprocessen (met bijbehorende informatiestromen en afspraken) in 202. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening.
Activiteit (buurt)bemiddeling/mediation
Conflicten naar aanleiding van m.n. verstoorde verhoudingen/ruzies zo veel mogelijk in een voorstadium aanvliegen en hiermee verdere escalatie en eventuele volgende conflicten voorkomen.
Bemiddeling door de gemeente zelf, een door de gemeente “ingekochte buurtbemiddelaar” of door een externe mediator
Inzet van laagdrempelige bemiddeling en mediation is maatwerk en afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De indicator van deze activiteit betreft het aantal voor bemiddeling/mediation doorverwezen zaken. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Dienstverlening.
Deregulering
Wij houden doorlopend in de gaten of regels uit een verordening of beleidsregel nog voldoen en nodig zijn. Signalen geven wij door aan de medewerker(s) verantwoordelijk voor het betreffende product.
5.2.2 Toezicht- en sanctiestrategie
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens in gegaan op het ‘toezicht tijdens de realisatiefase’ (bouwtoezicht) en het ‘toezicht tijdens de beheer- of gebruiksfase’. Per toezichttraject zijn de toezicht- en sanctiestrategie geïntegreerd.
De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de toezicht- en sanctiestrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn:
Activiteit regulier toezicht realisatiefase (“bouwtoezicht”)
Het voorkomen van m.n. onveilige en/of ongezonde situaties / (voortdurende) overtredingen en het borgen van leefbaarheid en/of duurzaamheid, waarin ook snelheid en tijdigheid van optreden een belangrijke rol speelt.
Administratieve ondersteuning bouwtoezicht
Toezicht door kwaliteitsborger
Voor de in de Omgevingswet aangewezen gevallen toetst en controleert de kwaliteitsborger de bouwtechnische aspecten. Het toezicht van kwaliteitsborger en gemeente zijn zo veel mogelijk complementair aan elkaar en waar mogelijk wordt steeds de samenwerking opgezocht. Wij houden toezicht conform beleid, dit betekent o.a. dat wij actief en steekproefsgewijs toezicht houden op de algemene werking van het Wkb stelsel.
Toezicht door gemeente
Melding Ow/Wkb
Beoordelen gereedmelding ogv het Bbl 2 weken voor ingebruikname
Wabo omgevingsvergunningen + bouwactiviteit Ow/Wkb
Toezicht conform toezichtmatrixen, waarbij wij:
-voor de beoordeling van (o.a. aanvullende, vervangende) en het controleren van (o.a. complexe) bouwconstructies gebruik maken van een advies- en ingenieursbureau voor bouwconstructies (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4);
-vanuit duurzaamheidsoverwegingen alle omgevingsvergunningen controleren op het voldoen aan de eisen voor energiezuinigheid (bijna energie neutrale gebouwen), milieu (Milieuprestatie coëfficiënt) en de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen volgens de hiervoor vastgestelde toezichtprotocollen;
-bij het controleren van vergunningen met complexe bouwfysica gebruik maken van de diensten van een adviesbureau voor bouwfysica (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4);
-het initiatief nemen om op de vooraf afgesproken (categorieën) bouwwerken minimaal 2x op gezette tijden met de VRBZO integraal risicogericht toezicht te houden (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4).
Overige Omgevingswet activiteiten
Klachten hinder/bouwlast
Controle inrichtingseisen Alcoholwet
Veiligheidscontroles evenementen
-A en B evenementen worden door de gemeente gecontroleerd;
➢ Specifiek voor carnaval houden wij themacontroles brandveiligheid bij horecapanden;
➢ Waar nodig voeren wij bij evenement(vergunningen) opbouwcontroles uit, waarbij extra aandacht is voor zowel de constructieve als brandveiligheid van podia en tenten.
-C evenementen worden door de VRBZO samen met gemeente gecontroleerd.
Coördinatie/afstemming uitvoeringsorganisaties
Handhavingsacties voortvloeiend uit het bouwtoezicht
De indicator hierbij betreft het aantal bouwtoezichtzaken, controles en waarschuwingen. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. voornamelijk Veiligheid, Gezondheid, Duurzaamheid, Omgevingskwaliteit en Uitvoeringskwaliteit.
Toezicht op vergunningen waarbij de onderdelen “milieu,” een deeltoestemming betreffen laten wij van A tot Z onder mandaat door de omgevingsdienst afhandelen (zie bijlage 2). De omgevingsdienst handelt deze taak af conform het regionale uitvoeringskader.
Activiteit regulier toezicht beheer- of gebruiksfase
Het voorkomen en bestrijden van m.n. onveilige en/of ongezonde situaties/overtredingen én het borgen van leefbaarheid en/of duurzaamheid met oog voor het behoud van cultureel erfgoed en bestaande (land)schappelijke waarde. Hierbij speelt vaak ook de snelheid en tijdigheid van optreden een belangrijke rol.
Administratieve ondersteuning toezicht & handhaving
Domein Bouwen, Slopen, Erfgoed en RO
Omgevingswet gerelateerd
Brandveilig gebruik van een bouwwerk
De veiligheidsregio (VRBZO) voert periodiek toezicht uit conform het handhavingsuitvoeringsprogramma van de VRBZO (bijlage 3) en ons uitvoerings- en handhavingsbeleid/strategie. Verder pakken zij signalen op over brandonveilige situaties en verzorgen de eventuele eerste waarschuwing (inclusief hercontrole). Daarnaast wordt in 2026 in samenspraak met de VRBZO een opzet gemaakt voor toezicht op risicovolle klasse A objecten: wat willen we en hoe gaan we dat doen en borgen? (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4);
Bouwactiviteiten/slopen en bestaande bouw, met accent op
-Gevaarzetting door staat bouwwerk, open erf of terrein, m.n. veiligheid (o.a. constructie, fundering, asbest, brandveiligheid bv risicoklasse A objecten) en gezondheid (o.a. overschrijding geluidsnormen, verwaarlozing). Dit nemen wij integraal mee bij het toezicht voor domein “Bouwen” en via signaaltoezicht. Ook bijvoorbeeld na een brand of andere calamiteit (zoals een natuurramp) zien wij er op toe of ingrijpen nodig is. Waar nodig schakelen wij ten behoeve van het toezicht een deskundige in bijvoorbeeld op het gebied van constructies en/of brandveiligheid (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4);
-Brandveiligheid bij kamerverhuur vanaf 5 of meer wooneenheden/ woningsplitsing (handelen zonder of in strijd met omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen en/of activiteit bouwen). Wij intensiveren onze controles. Waar nodig schakelen wij ten behoeve van het toezicht een deskundige in bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4);
Beschermd Erfgoed, met accent op
-Het ondernemen van actie op signalen van bouwen en/of verbouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van een monument.
Ruimtelijke Ordening, met accent op
-actief toezicht op bedrijfsmatig gebruik waar dit (planologisch) niet is toegestaan. Het gaat dan voornamelijk om bedrijven die op een locatie zitten die niet als bedrijfslocatie is bestemd en/of die niet toegestane (deel)activiteiten uitoefenen zoals onrechtmatige (buiten)opslag
19Vanuit o.a. het oogpunt van veiligheid (bv voorkomen van brandoverslag) en het voorkomen van verrommeling is (buiten)opslag veelal gereguleerd.
. Het kan bijvoorbeeld gaan om loodsen bij bedrijven(terreinen) of bijgebouwen in het buitengebied. Maar bijvoorbeeld ook om een zwaardere milieucategorie dan ter plaatse is toegestaan.
Overige omgevingsrecht gerelateerde activiteit, met accent op
-het in stand houden van waardevolle gebieden en objecten. Alle signalen m.b.t. aantasting daarvan, zoals landschapselementen of houtopstanden die op basis van bijvoorbeeld de bomenlijst als waardevol of monumententaal zijn aangemerkt, pakken wij dan ook op om schade zo veel mogelijk te beperken.
Domein APV, Alcoholwet en Evenementen
Openbare orde en veiligheid
Evenementen met accent op Invulling toezicht door boa‘s. Bij het toezicht ligt het accent op:
-in samenwerking met de organisatie van een evenement steekproefsgewijs toezicht houden op de naleving van de geldende leeftijdsgrenzen bij verkoop alcohol;
-aandacht voor en handhaving van geluidsnormen volgens nieuw vastgestelde Beleidsregels evenementen 2026 zowel ter voorkoming van gehoorschade (bezoekers) als overlast (omgevings).
-minimaliseren risico aantasting openbare orde en veiligheid en woon- en leefklimaat door overlast evenementen en horeca (parkeren, geluidsoverlast, doorgaan na sluiten), door tijdens en na afloop van een evenement hierop te sturen. Enerzijds preventief door m.n. kennis en bewustwording bij de organisator te vergroten over alle voorwaarden en relevante wet- en regelgeving verbonden aan een evenement, én te stimuleren om spontaan hieraan te voldoen. Anderzijds door bij evenementen zichtbaar te zijn en toezicht te houden (Boa’s, politie en/of veiligheidsregio) door regelmatig te controleren op naleving van vergunningvoorschriften en om mogelijke veiligheidsrisico’s te constateren en te voorkomen.
Overige APV en bijzondere wetten
Invulling van toezicht door eigen toezichthouders (Boa’s) in combinatie met flexibele inhuur. Bij het toezicht ligt het accent op:
-Elke melding m.b.t. afval illegale stort wordt opgepakt en teruggekoppeld aan de melder. Het gaat dan voornamelijk om meldingen afvalstort, drugsafval en zwerfvuil. Prioritering werkt door in de volgorde van afhandeling van meldingen. Voor milieumeldingen werken we intensief samen met de omgevingsdienst;
-Vrachtwagenverbod kern Heeze. Dit zal in 2026 planmatig plaatsvinden door controle-dagen.
Alcoholwet
Invulling toezicht m.n. aan de hand van de boa‘s. Door beschikbaarheid twee fulltime Boa’s zal in 2026 hier themagewijs aandacht aan gegeven worden. Bij het toezicht ligt het accent op:
-toezicht op de naleving van de geldende leeftijdsgrenzen bij verkoop alcohol, om zo de huidige situatie in het kader van alcoholgebruik onder jongeren te behouden en waar mogelijk te verbeteren. In ons Preventie en handhavingsplan Alcoholwet is de uitwerking hiervan nader beschreven;
Coördinatie/afstemming uitvoeringsorganisaties
Invorderingsprocedures
Juridische procedures (bezwaar / (hoger) beroep / voorlopige voorziening) met bijbehorende werkzaamheden
-naast juridische procedures wordt door handhavingsjuristen ingezet op gesprekken en overleg in de voorfase om tot oplossing te komen. Dit heeft positief resultaat op aantal procedures wat daardoor afneemt.
De uitvoering van het toezicht in de beheer- of gebruiksfase verdelen we in 2 blokken:
-blok 1: toezicht op basis van klachten en signalen (reactief toezicht);
-blok 2: projectmatig toezicht op bestuurlijke prioriteiten (actief toezicht).
Bij de uitvoering van toezicht en handhaving werken we steeds zo veel mogelijk doelmatig, leveren we maatwerk en hanteren we de menselijke maat. Dit betekent dat wij in een zo’n vroeg mogelijk stadium in (informele) handhavingstrajecten standaard kritisch kijken naar o.a. de oplosbaarheid, omstandigheden van het geval en zo nodig ook ons eigen handelen in de betreffende casus betrekken, bijvoorbeeld door hier bij de begunstigingstermijn rekening mee te houden
20Uiteraard binnen de geldende jurisprudentie, wet- en regelgeving.
.
De indicator van deze activiteit betreft het aantal controles, waarschuwingen, voornemens opleggen last, opgelegde lasten en proces verbalen. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. voornamelijk Veiligheid, Duurzaamheid, Gezondheid, Omgevingskwaliteit en Uitvoeringskwaliteit.
Naast het toezicht op alle niet onder de basistaken vallende “milieutaken” (inclusief het aspect externe veiligheid
21Externe veiligheid is de kans dat personen in de omgeving van een activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen.
en groene wetgeving
22De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is voor de hele provincie Noord-Brabant verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van de regels in de Wet natuurbescherming.
) laten wij ook het toezicht op “bodem” van A tot Z onder mandaat door de omgevingsdienst afhandelen (zie bijlage 2). De omgevingsdienst handelt deze taken af conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid. Dat de ODZOB taken namens ons uitvoert neemt niet weg dat onze toezichthouders een signaalfunctie hebben en een eerste aanspreekpunt bij klachten kunnen zijn. Wij werken op dit vlak dan ook vooral met signaaltoezicht.
5.2.3 Gedoogstrategie
Het uitgangspunt is om de gedoogstrategie niet in te zetten. Waar dit bij uitzonderingen toch aan de orde is, zetten wij deze strategie overeenkomstig het beleid in.
5.2.4 Dommelstroom Interventie Team/ondermijning
Binnen de zes gemeenten van het basisteam Dommelstroom is het initiatief ingezet om te komen tot een doorontwikkeling en professionalisering van integrale handhaving in relatie tot de aanpak van ondermijning en (integrale) veiligheid. Hiertoe is medio 2020 binnen de Dommelstroomgemeenten een bestuurlijk interventieteam onder aanvoering van een intergemeentelijke teamleider van start gegaan: het Dommelstroom Interventieteam (DIT). Het DIT heeft een duidelijke verbinding met de aanpak van ondermijning en is gericht op het integraal uitoefenen van toezicht en handhaving van wettelijke en lokale regelgeving ten behoeve van complexe casuïstiek, het voorkomen en signaleren van strafbare feiten en het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Dit naar voorbeeld van het Peelland Interventie Team.
Op basis van de o.a. in een convenant vastgelegde afspraken levert iedere partner een (vaste) deelnemer: een of meerdere vertegenwoordigers die deelnemen aan de structurele overleggen en interventies. Het structurele overleg heeft maandelijks plaats binnen het zogenaamde kernteam dat bestaat uit inhoudelijke coördinatoren van de diverse deelnemende instanties (o.a. gemeenten, ODZOB, VRBZO, Politie, Senzer). Voor de interventies die daaruit voortvloeien kunnen de afgevaardigde toezichthouders en juridische ondersteuners ingezet worden.
Met de invulling van de functie Beleidsadviseur Openbare Orde en Veiligheid van het cluster veiligheid, de aangestelde Boa’s en de (voorlopige) invulling van de formatie bij toezicht en handhaving verwachten we in ieder geval tot 1 juli 2026 voldoende invulling te kunnen geven aan enkele DIT acties per jaar. Er is voor 2026 in totaal 270 uur geraamd.
5.2.5 Overige activiteiten Toezicht & Handhaving
Uit in 2025 uitgevoerde evaluatie van de in 2024 gestarte Boa pilot is de behoefte aan twee Boa’s voor Heeze-Leende gebleken. Eind 2025 zijn twee Boa’s in vaste dienst aangesteld. In 2026 bouwen de Boa’s verder aan het fundament van het Boa-team. Daarvoor worden werkprocessen, afspraken en samenwerkingen met interne en externe partners verder ontwikkeld en wordt gewerkt aan de positionering, zichtbaarheid en professionalisering van de Boa’s.
Bijlage 2 Werkprogramma ODZOB
WERKPROGRAMMA HEEZE-LEENDE 2026
Uitvoering in Ontwikkeling
Inleiding
Doel
Voor u ligt het document “ODZOB werkprogramma gemeenten 2026” (hierna: werkprogramma). Dit werkprogramma heeft als doel een zo goed mogelijk beeld te geven van de taken die door de gemeente voor 2026 aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) worden opgedragen.
Afbakening
Het werkprogramma geldt voor geheel 2026 en betreft de basis- en verzoektaken voor vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) en de overige verzoektaken. De ODZOB is verantwoordelijk voor het operationele deel, terwijl de gemeenten verantwoordelijk blijven voor het strategische deel in de beleidscyclus. De ODZOB en de gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verbinden van de twee delen.
Uitgangspunten
Iedere deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het onderbrengen van het basistakenpakket bij de ODZOB. Bij het uitvoeren van dit werkprogramma houdt de ODZOB zich aan de Dienstverleningsovereenkomst (DVO), regionaal uitvoeringsbeleid en de financiële kaders van dit werkprogramma.
Het werkprogramma bestaat uit taken die onderdeel uitmaken van het primaire proces (productief en declarabel) en daaraan gerelateerde werkzaamheden (indirect productief en declarabel).
Het GPO-lid van de gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de ODZOB. Omgekeerd vormen de accountmanagers van de ODZOB het eerste aanspreekpunt voor de gemeente.
In bijlage 3 is een tabel toegevoegd waarin alle basis- en verzoektaken zijn opgenomen. Per deelnemer is aangegeven of wij de taak uitvoeren en of wij daarvoor mandaat (m) hebben om besluiten te nemen, of wij machtiging (mch) hebben om handelingen te verrichten niet zijnde het nemen van een besluit of dat wij enkel advies (a) verstrekken.
Voorbereiding, vaststelling, coördinatie uitvoering en monitoring
Onderdeel van de voorbereiding van het werkprogramma is de GPO-special van 15 mei 2025. Tijdens deze special is een doorkijkje gegeven naar het werkprogramma voor 2026 en nieuwe ontwikkelingen binnen de thema’s van de ODZOB.
De in bijlage 4 opgenomen definitieve budgetten zijn in samenwerking met de betreffende gemeente bepaald. Het werkprogramma wordt door alle gemeenten individueel vastgesteld. De ODZOB coördineert de uitvoering van het werkprogramma. Periodiek rapporteert ODZOB over de (financiële) uitvoering van het werkprogramma en stemt dit af met de deelnemer.
Financieel kader (in uren)
Dit werkprogramma is opgesplitst in de volgende hoofdstukken:
•Vergunningverlening (basis- en VTH-verzoektaken);
•Toezicht en handhaving (basis- en VTH-verzoektaken);
•Advies (verzoektaken);
•Informatieanalyse, -verstrekking en gegevensbeheer (basis- en verzoektaken).
Kwaliteit
Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) speelt een belangrijke rol in het beschermen van de leefomgeving. Om dit effectief te doen, is het belangrijk dat de kwaliteit van uitvoering en handhaving goed geborgd is. Met de komst van de Kwaliteitscriteria 3.0 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, die sinds 1 januari 2025 van kracht is, wordt verdere uniformiteit en kwaliteit in de uitvoering van de Omgevingswet nagestreefd.
Om uitvoering te geven aan het werkprogramma zijn of worden werkafspraken opgesteld voor een aantal processen, thema’s en onderwerpen. De ODZOB houdt bij de uitvoering van dit werkprogramma rekening met deze afspraken. Deze werkafspraken zijn dynamisch van aard. Dat betekent dat het werkafspraken document gaandeweg het uitvoeringsjaar kan worden uitgebreid en bijgesteld. De ODZOB werkt op deze manier continu aan verbetering van haar processen en de kwaliteit van de producten.
Wat willen we bereiken?
De ODZOB draagt op verschillende manieren bij aan een gezondere en veiligere leefomgeving in de regio. Via vergunningverlening beoordeelt en verleent de ODZOB vergunningen en meldingen voor milieubelastende activiteiten, waarbij ze toetst of bedrijven en projecten voldoen aan de wetgeving en milieunormen. Daarnaast is de ODZOB verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van milieuwetgeving, wat helpt om de milieukwaliteit te waarborgen. Ook biedt de ODZOB specialistisch advies op onder meer het gebied van geur, licht, lucht, geluid, veiligheid, klimaat en bodemkwaliteit. Dit draagt bij aan een weloverwogen beleidsvorming en projectontwikkeling. Het voorgaande is uitgewerkt in de onderstaande uitvoeringskaders.
Regionaal operationeel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH)
Op 3 juli 2024 heeft het algemeen bestuur van de ODZOB ingestemd met het Regionaal Operationeel Kader 2025-2028 voor de milieutaken vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH). Het ROK-VTH stelt de ODZOB beter in staat op een effectieve, efficiënte en innovatieve manier uitvoering te geven aan vergunningverlening, toezicht en handhaving met als resultaat een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving.
Artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit (Ob) stelt dat bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen voor de werkzaamheden die ingevolge artikel 13.12 door de omgevingsdienst worden verricht. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden daartoe worden uitgevoerd. Met het ROK-VTH wordt invulling gegeven aan dit artikel.
In het ROK-VTH zijn doelstellingen opgenomen voor onderstaande thema’s met een aanpak op vergunningverlening en toezicht & handhaving inclusief indicatoren ten behoeve van de monitoring.
Veiligheid:
•Omgevingsveiligheid
•Ondermijning en milieucriminaliteit
Gezondheid
•Luchtkwaliteit: fijnstof en stikstof (NOx)
•Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
Duurzaamheid
•Energiebesparing
•Circulaire economie
Leefbaarheid
•Geluid- en geurhinder
Basis op orde
•Actueel bedrijvenbestand
Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest
Het beoordelen van sloopmeldingen (met asbestinventarisatierapport) en asbesttoezicht wordt vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd.
Beleid Uitvoering Bodemtaken onder de Omgevingswet
De bodemtaken worden vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd volgens het Regionaal Beleid Uitvoering bodemtaken welke is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. Het uitvoeringskader richt zich op vergunningverlening en het toezicht op de milieubelastende activiteiten graven en saneren en op het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie. Deze werkzaamheden dragen bij aan de bescherming van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem.
Hoe gaan we dat doen bij vergunningverlening?
Industrie en agrarisch
Het behandelen van vergunningaanvragen en afhandelen van meldingen is een wettelijke taak met beperkte vrijheden. Alle relevante inhoudelijke milieuaspecten van de activiteiten worden bij de behandeling van een aanvraag betrokken om zo de leefomgeving te beschermen. Ook de behandeltermijn, resultaat en wijze van communiceren met de initiatiefnemer en omwonenden zijn aan regels gebonden.
We bevinden ons in een periode van omvangrijke ontwikkelingen en politieke keuzes met invloed op vergunningverlening. De ODZOB werkt intensief samen met zijn deelnemers aan deze ontwikkelingen, zoals de transitie van de veehouderij en de doorontwikkeling van de VTH-taken van de ODZOB.
In 2025 is gestart met het intrekkingsbeleid voor gemeenten. In 2026 gaan we hier verder mee en vindt verdere uitwerking plaats in concrete werkafspraken. Dit doen we in samenspraak met de gemeenten.
In het kader van vergunningverlening is de problematiek die speelt rondom stikstof in relatie tot de agrarische vergunningverlening een factor die van belang is. Door fungerende wet- en regelgeving liggen veel aanvragen stil. Het blijft momenteel “koffiedik kijken” wat de ontwikkelingen in deze gaan worden. Om in control te blijven hebben we een taskforce georganiseerd die alle knelpunten gestructureerd en integraal in beeld brengen en oppakken. We stemmen hierbij periodiek af met de deelnemers.
De problematiek rondom stikstof en verduurzaming van de landbouw speelt in deze regio een grote rol en heeft direct invloed op de behandeling van vergunningaanvragen. Daarnaast speelt de Omgevingswet een rol bij de invulling van het onderwerp gezondheid bij vergunningverlening. De beleidsonderwerpen ZZS, Schone Lucht Akkoord, circulaire economie en energie werken de komende jaren door in de vergunningverlening en afhandeling van meldingen.
De komende vier jaar hanteren we de volgende uitgangspunten met betrekking tot milieu:
1We zorgen voor focus op milieurisico’s, die ertoe doen;
2We zorgen voor actuele vergunningen, waar nodig;
3We borgen integrale afstemming tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving;
4We borgen integrale afstemming met regionale bevoegde gezagen en partners.
Omdat we te maken hebben met een uitdagende arbeidsmarkt binnen vergunningverlening, wordt onderzocht of, en zo ja onder welke voorwaarden, meldingen meer administratief kunnen worden uitgevoerd waarbij we vergunningverleners de spaarzame capaciteit effectiever kunnen inzetten.
De werkzaamheden voor vergunningverlening voor milieubelastende activiteiten, onder het regime van de Omgevingswet, omvatten:
•Conform overgangsrecht behandelen aanvragen omgevingsvergunning Wabo milieu;
•Op basis van het uitvoeringsprogramma behandelen van aanvragen, ambtshalve wijzigingen en ambtshalve revisie omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten, bouwactiviteiten en omgevingsplanactiviteiten. Hierbij is inbegrepen het voeren van vooroverleg (afstemming met gemeente, verstrekking informatie over overige vergunningplichten, participatie), advisering, en de behandeling van zienswijzen, bezwaar en beroep;
•In voorkomende gevallen worden in afstemming met bevoegd gezag ook casemanagementtaken uitgevoerd;
•Behandelen meldingen (o.a. OB/Bal, Bkl en Bbl);
•Opstellen van maatwerkvergunningvoorschriften (Bal, Bkl en Bbl);
•Overige adviezen m.b.t. milieubelastende activiteiten (b.v. beoordelen aanmeldnotitie, beoordelen MER voorafgaande aan vergunningprocedure, toetsen rapportage PRTR).
Bodem
Het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie wordt als een milieubelastende activiteit gezien onder de Omgevingswet. Deze basistaak, het beoordelen van meldingen en het toezicht erop, worden al jarenlang uitgevoerd door de ODZOB (voormalig besluit Bodemkwaliteit).
Met de verschuiving van de bodemtaken van de provincie naar de gemeente is sinds 1 januari 2024 de taak voor gemeenten uitgebreid met de vergunningverlening (en toezicht) op milieubelastende activiteiten graven en saneren van de bodem. De werkzaamheden bestaan met name uit het beoordelen van meldingen. Het beoordelen van de meldingen valt onder de basistaak. Indien maatwerkvoorschriften opgesteld dienen te worden (op verzoek van de initiatiefnemer of beargumenteerd door een gemeente) zal overgestapt worden naar het vergunningentraject. Bij de invoering van de Omgevingswet zijn er nog verontreinigingen die vallen onder het overgangsrecht.
Deze zullen conform de oude procedure worden behandeld.
Bij de ingang van de Omgevingswet zijn ook (ondiepe) onttrekkingen voor wat betreft grondwaterkwaliteit als bodemtaak toegevoegd. Waterschappen krijgen de meldingen binnen en beoordelen op kwantiteit. Gemeenten zijn bevoegd op de waterkwaliteit van het onttrokken water. De onttrokken hoeveelheid water wordt veelal op het gemeentelijk riool geloosd waardoor de gemeentelijke rioolbeheerder ook betrokken wordt in het beoordelingsproces. Het beoordelingsproces verloopt nog niet naar wens van alle bevoegde partners en zal gedurende 2026 worden bijgesteld. De kwaliteitsbeoordelingen worden door team bodem namens de gemeenten uitgevoerd.
Mobiel breken
Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Deze activiteit is geregeld in afdeling 7.2 van het Bbl en wordt volgens een risicogerichte werkwijze uitgevoerd, zoals opgenomen in het evaluatierapport mobiele puinbrekers van april 2022.
Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES)
We voeren werkzaamheden uit met betrekking tot het beoordelen van meldingen van lozingen die vielen onder het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen (thans Omgevingswet) en meldingen gesloten bodemenergiesystemen.
Gesloten bodemenergiesystemen (GBES-en) zijn sinds de komst van de Omgevingswet een milieubelastende activiteit onder de bevoegdheid van de gemeenten. Dit betreft een basistaak voor de ODZOB.
Er komen steeds meer GBES-en bij en dat vraagt om een zorgvuldige afweging. Reden hiervoor is dat systemen steeds dichter bij elkaar komen te liggen en elkaar, open bodemenergiesystemen of andere belangen kunnen beïnvloeden (interferentie en/of minder koude of warmte opbrengst kan dan optreden); Doordat er nog steeds meer systemen bijkomen is het van belang om de meldingen goed te beoordelen. Dit vraagt meer zorgvuldigheid van de melders, maar ook alertheid bij de beoordeling en bij de toezichthouders.
Asbest
Het beoordelen van sloopmeldingen met asbestinventarisatierapport en asbesttoezicht wordt uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB d.d. 30 november 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd. Om invulling aan dit beleid te geven is een generiek werkproces ontwikkeld dat we hanteren en dat met alle deelnemers gedeeld is. Dit werkproces stelt ons in staat de doelstellingen van risicogericht en informatie gestuurd werken te realiseren en levert ons allen een efficiencyvoordeel op. Dit betekent wel dat individueel maatwerk voor een gemeente ten aanzien van het proces asbest niet tot de mogelijkheden behoort. Eind 2025 is gestart met de evaluatie van de uitvoering asbest toezicht. In februari 2026 wordt de evaluatie aan het AB voorgelegd
Juridische ondersteuning vergunningverlening
Onder juridische ondersteuning worden onderstaande taken verstaan:
•Bezwaar en (hoger) beroep behandelen alsmede verzoeken om voorlopige voorziening i.h.k.v. vergunningprocedures;
•Algemene juridische ondersteuning bij vergunningprocedures.
Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Het gaat om zowel basis- als verzoektaken. Deze werkzaamheden zijn vaak moeilijk vooraf te ramen.
Hoe gaan we dat doen bij toezicht en handhaving?
Industrie en agrarisch
Voor de uitvoering van toezicht en handhaving bij industriële en agrarische bedrijven werken we volgens de ROK-systematiek. Het ROK-VTH vormt voor de ODZOB het kader waarbinnen we onze werkzaamheden de komende 4 jaar gaan uitvoeren. In het ROK-VTH zijn zowel inhoudelijke doelstellingen als ambities en randvoorwaarden voor continue kwaliteitsontwikkeling (ontwikkelopgaven) opgenomen. In lijn daarmee is, in de vorm van een doelenboom, met onze deelnemende gemeenten de Leidraad ROK VTH 2025-2028 opgesteld. In deze leidraad is meer duiding gegeven aan de bestuurlijke ambities en doelstellingen binnen het VTH-domein. De doelenboom is opgenomen in bijlage 1.
Om grip te krijgen en te houden op de uitvoering van alle activiteiten onder het ROK-VTH en zeker ook gezien de omvang van het programma is een implementatieplan gemaakt. Dit gebruiken we om zowel de onderliggende ontwikkelopgaven als ook acties/projecten voor de inhoudelijke doelstellingen te plannen over een periode van 4 jaar (2025-2028). Dit implementatieplan is in het voorjaar 2025 met de deelnemers gedeeld. In bijlage 2 wordt verder ingegaan op dit implementatieplan (A) en het jaarprogramma 2026 (B).
Voor de gehele periode 2025-2028 hanteren we de indeling in vijf blokken. Deze zijn hieronder schematisch weergegeven.
Signalen, klachten en meldingen
Een deel van het toezicht, zowel agrarisch als industrieel, is niet planbaar. Blok 1 bevat toezicht naar aanleiding van klachten, ongewone voorvallen en signalen (intern, van gemeente, waterschap, etc.). Het betreffen o.a. meldingen over inrichtingen, zoals geluids- of geuroverlast, maar ook meldingen over niet inrichtingen (drugsafvaldumpingen, asbestbranden e.d.). Daarnaast doen zich gedurende het jaar omstandigheden voor waardoor het noodzakelijk of gewenst is toezicht of andere taken uit te voeren bij een inrichting die niet voorzien waren in dit programma. Op basis van signalen kunnen bedrijven worden aangedragen voor een controle. Deze controles kunnen op initiatief van zowel de deelnemer als de ODZOB zijn.
Voor klachten merken we nog op dat hierop een analyse plaatsvindt om op basis van patronen informatie te krijgen over specifieke bedrijven, activiteiten, bedrijfstypen of gebieden. De resultaten hiervan kunnen aanleiding geven voor signaaltoezicht, programmatisch toezicht of geluidmetingen.
Projectmatige aanpak en programmatisch toezicht
Programmatisch toezicht is het vooraf planbare toezicht in de blokken 2 en 3. In blok 2 is dat thematisch toezicht, gemotiveerd vanuit bestuurlijk benoemde thema’s zoals veiligheid, gezondheid, de energietransitie en emissies. In blok 3 betreft het branchetoezicht, waarvoor in de aanloop van het ROK een prioritering is gemaakt die als basis dient.
Industriële bedrijven
Voor industrieel toezicht wordt een deel van de projecten zoals genoemd in bijlage 2 onder de blokken 2 en 3 van het ROK uitgevoerd. Door de deelnemers is aangegeven dat het op orde krijgen en houden van het bedrijvenbestand en in beeld brengen van de risico’s van ZZS (zeer zorgwekkende stoffen) prioriteit moet krijgen.
Veehouderijen
Sinds 2022 wordt middels risicoprioritering bepaald bij welke veehouderijen toezicht wordt gehouden. De belangrijkste milieurisico’s verbonden aan het houden van vee, de regionale en lokale bestuurlijke prioriteiten en doelen en het naleefgedrag worden bij deze prioritering betrokken en vervolgens vertaald naar risico indicatoren. Bestuurlijke aandacht voor een locatie maakt eveneens onderdeel uit van de risico indicatoren, waardoor inzet bij bestuurlijke dossiers geborgd is.
Duurzaamheid
De ODZOB voert als basistaak de energiecontroles uit bij alle gemeenten in de regio. Deze energiecontroles worden tot en met 2026 gefinancierd vanuit de Speciale Uitkering Toezicht en Handhaving Energie (SPUK-THE). Een voorwaarde van deze SPUK-THE financiering is dat de ODZOB namens de gemeenten ook het al bestaande toezicht gericht op energiebesparing blijft uitvoeren. Dit is het jaarlijkse brancheproject Energiebesparing dat wordt opgepakt van het ROK. Momenteel wordt ongeveer 10% van het energietoezicht bekostigd vanuit het ROK. De overige 90% wordt gefinancierd vanuit de SPUK-THE. Het is nog onzeker of en in welke vorm de speciale uitkering een vervolg krijgt na 2026.
Het toezicht op de Werkgebonden Personen Mobiliteit (WPM) is een basistaak. Dit betreft regelgeving gericht op CO2 reductie van woon-werkverkeer en zakelijk verkeer van werknemers van bedrijven met tenminste 100 werknemers. Er is voor 2026 gekozen om de uitvoering van dit toezicht via de prioritering van het ROK op te pakken.
In 2025 is de conceptregeling voor de implementatie van de Europese Richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) gepubliceerd. Vanuit de collectieve taken wordt nagegaan in hoeverre de richtlijn doorwerking zal krijgen in het milieutoezicht vanaf 2026.
Gerelateerde werkzaamheden
Om het toezicht uit te kunnen voeren worden er door de ODZOB projectplannen opgesteld. Deze projecten worden vervolgens opgenomen in een jaarplanning. We houden vinger aan de pols door de voortgang van de projecten en de budgetten te monitoren. Ook de ontwikkelopdrachten met betrekking tot kwaliteit zijn ondergebracht in blok 4. Zie voor een planning bijlage 2.
Handhaving
Bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving
Blok 5 is erop gericht om, met de ons ter beschikking staande handhavingsinstrumenten, opvolging te geven aan overtredingen die vanuit toezicht zijn gesignaleerd. Hierbij wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toegepast. De werkzaamheden om een overtreding te beëindigen (herstelsanctie) bevatten naast het opstellen van een voornemen en beschikking tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang ook dwangsomcontroles. Ook de behandeling van verzoeken om handhaving vallen onder blok 5.
Als ook nog vermoed wordt dat de regels bewust zijn overtreden, kan daarnaast ook strafrechtelijk onderzoek worden gedaan. Dit wordt afgestemd met het Functioneel Parket (FP) en/of de politie en kan leiden tot de inzet van de milieu-boa’s van de ODZOB. In de meeste gevallen leidt de inzet van onze boa’s tot een proces-verbaal (verkort of uitgebreid) of een bestuurlijke strafbeschikking milieu. Onder regie van het FP is het ook mogelijk dat onze boa’s een bijdrage leveren aan grotere opsporingsonderzoeken, waarvoor primair de politie, ILT-IOD of NVWA-IOD aan de lat staan.
In 2025 is gestart met een team handhaving. Alle bestuurs- en strafrechtelijke handhavingscontroles worden door dit team gecoördineerd en uitgevoerd. Hierbij wordt optimaal samengewerkt met onze juristen en toezichthouders. Daarmee is de gewenste koppeling gemaakt tussen het bestuurs- en strafrecht, in lijn met de uitgangspunten van de LHSO. De ODZOB voldoet daarmee aan de landelijke kwaliteitscriteria VTH.
Bodem
We werken naar een meer risicogerichte toezichthouding. Dit gaan we doen op basis van een landelijk risicoprofiel, dat we in 2026 gaan implementeren. We houden op de volgende milieubelastende activiteiten toezicht:
•het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie;
•graven in de bodem;
•saneren van de bodem.
In overleg met betreffende gemeenten worden de grote (infrastructurele) projecten geïnventariseerd. Dit kunnen zowel projecten zijn binnen de eigen gemeentegrenzen als projecten die de gemeentegrenzen overschrijden.
Mobiel breken
Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Dit geldt ook voor het toezicht hierop.
Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES)
De hoeveelheid meldingen ziet de ODZOB door de grotere focus op de energietransitie en klimaat fors toenemen. Ook heeft de ODZOB geconcludeerd dat de uitvoering van de aanleg van de systemen niet altijd naar wens plaatsvindt. Gebaseerd op het aantal ingediende meldingen en een risicogerichte aanpak, wordt op deze basistaak regiobreed ingezet. Hierbij wordt uitgegaan van fysiek toezicht op 10% van de systemen. Dit toezicht vindt bij de aanleg plaats.
Asbest
We voeren toezicht op asbest risicogericht en informatiegestuurd uit. Locaties waar lage risico’s aanwezig zijn worden niet of minder diepgaand gecontroleerd. Locaties waar meer risico bestaat worden nauwkeurig geïnspecteerd. Daarnaast worden projectmatig zaken opgepakt die vanuit het reguliere toezicht aandacht vragen.
De uitvoering doen we volgens het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat vanaf 1 januari 2024 geldt.
Ketentoezicht
De uitvoering van ketentoezicht is voor de ODZOB een wettelijke basistaak. Ten aanzien van ketentoezicht zijn in de Kwaliteitscriteria 3.0 eisen aan organisaties gesteld die deze taken (of werkzaamheden) uitvoeren: minimaal 6 medewerkers (die ieder 900 uur aan ketentoezicht spenderen) die voldoen aan bepaalde criteria.
Om hieraan te kunnen voldoen is de samenwerking opgezocht met de drie andere OD’s in Brabant.
De insteek is om gezamenlijk te voldoen aan de Kwaliteitscriteria 3.0. De drie directeuren van de OD’s in Brabant hebben een ambitiedocument vastgesteld. De ODZOB pakt het inregelen van het integrale ketentoezicht op vanuit de Meerjarenontwikkelaanpak. Het programmatisch ketentoezicht heeft betrekking op meerdere verwerkingsketens, met name bodem, asbest en afval. De uitvoeringsstructuur (inclusief onderbouwing financiën en capaciteit) wordt in 2026 Brabantbreed opgetuigd.
Juridische ondersteuning toezicht en handhaving
Een deel van de juridische inzet op handhaving valt onder het ROK (zie paragraaf 4.1.4.). De inzet op bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijke handhaving zoals in paragraaf 4.1.4 beschreven voeren we onder dit hoofdstuk ook uit voor bodem, GBES en asbest.
Daarnaast bieden we juridische ondersteuning op alle wetsdomeinen als het gaat om onderstaande taken (deze taken maken dus geen onderdeel uit van het ROK-budget voor toezicht en handhaving):
•Bezwaar en (hoger) beroep behandelen alsmede verzoeken om voorlopige voorziening i.h.k.v. handhavingsprocedures. Hieronder valt het opstellen van een verweerschrift en de vertegenwoordiging van het college in rechte. In principe gaat het altijd om besluiten die door de ODZOB in mandaat zijn genomen. De bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift ligt bij het college, de behandeling van een beroep of hoger beroep tegen een dergelijk besluit valt wel onder deze paragraaf.
•Invorderingsprocedures tot en met het nemen van een invorderingsbesluit. Dit houdt het vervolg in bij de vaststelling van een overtreding van een opgelegde last. Hieronder valt de verbeurtebrief (kennisgeving van de verbeurde dwangsom) die gepaard gaat met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen tegen het voorgenomen besluit alsmede het besluit tot invordering van de verbeurde dwangsom. Het traject dat daarna volgt, zoals de aanmaning en de invordering bij dwangbevel blijft een bevoegdheid van de gemeente.
•Invulling geven aan verzoeken op grond van de Wet Open Overheid (WOO) die ontvangen zijn door onze deelnemers.
•Algemene juridische ondersteuning bij handhavingsprocedures.
Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Het gaat om zowel basis- als verzoektaken.
Advies
Onder de adviestaken vallen alle door de ODZOB, op verzoek van de gemeenten, uitgevoerde taken die:
•Niet onder het basistakenpakket vallen of;
•Geen betrekking hebben op milieubelastende activiteiten.
Onder de overige taken zijn zeer verschillende taken opgenomen. Werkzaamheden worden in overleg met de deelnemer uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn vergunningverlening bij bouwactiviteiten, advisering technische bouwtoets, advisering bij afwijkingen of opstellen van omgevingsplannen (alle milieuthema’s), advisering erfgoed en welstand. Met de komst van de Omgevingswet dienen de milieuthema’s geïntegreerd te worden in de omgevingsplannen.
Hierbij wordt ondersteuning gevraagd bij het opstellen van regels in het omgevingsplan, met een toenemende vraag om beleidsmatig ondersteuning te bieden. En ook de programma’s Externe Veiligheid worden op verzoek opgesteld.
Ook vallen beoordelingen akoestische- of geurrapporten, ondersteuning bij geluidsaneringsprojecten, zonebeheer of inzet op geluidsmetingen onder de adviestaken. Tevens ondersteunen we deelnemers door uitvoeringsbeleid op het gebied van geluid en geur op te stellen.
De gemeenten kunnen deze gebruiken om hun beleid te actualiseren.
Daarnaast ligt er een grote opgave voor het omzetten van gezoneerde industrieterreinen naar de nieuwe methodiek onder de Omgevingswet. De ODZOB is projectmatig deze omzetting voor de belanghebbende gemeenten aan het doorvoeren.
De ODZOB voert in opdracht van de provincie op het thema circulaire economie, een meerjarige opdracht uit tot en met 2027. Deze opdracht richt zich op de volle breedte van VTH-werk waaronder vergunningverlening. De mogelijkheden voor vergunningverlening zitten hem in het bespreken van circulaire economie bij vooroverleg, het opnemen van voorschriften over afvalpreventie en grondstoffengebruik en het bieden van experimenteerruimte voor initiatieven gerichte op circulaire economie. Daarnaast dienen beoordelingen voor einde afvalstof te worden uitgevoerd, zodat een afvalstof gemakkelijker als een grondstof kan worden ingezet. De opdracht van de provincie is in eerste instantie gericht op de bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag, maar waar mogelijk trekken we dit breder naar de bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag, wanneer de ontwikkelingen in de markt daarom vragen. Dan kan bijvoorbeeld gedacht worden aan einde afvalstofbeoordelingen of experimenteerruimte. De mogelijkheid om CE te verweven in het milieutoezicht kan vorm krijgen door aandacht te geven aan en toezien op gescheiden afvalstromen, de wijzen van verwerking (de juiste verwerking, zo hoogwaardig mogelijk) en op bewustwording bij bedrijven. Ook biedt ketentoezicht kansen om bij te dragen aan circulaire economie. In 2025 inventariseren we wat de ODZOB in de uitvoering op het gebied van circulaire economie nog meer kan betekenen voor de deelnemers. In 2026 zal hier verder invulling aan worden gegeven.
Informatieanalyse, -verstrekking en –gegevensbeheer
Vanuit diverse hoeken krijgt de ODZOB vragen om informatie. In de meeste gevallen zijn het vragen die betrekking hebben op een vergunning- of handhavingsprocedure en daarmee onder de basistaken van het werkprogramma vallen. Vaak worden er echter ook raadsvragen of persvragen gesteld, waarbij wij gevraagd worden om het college hierover te adviseren.
Gerelateerd aan de VTH-processen worden op verzoek gegevens bijgehouden in diverse systemen. Het gegevensbeheer valt onder deze categorie. In bijlage 3 is per deelnemer aangegeven welke gegevens er worden bijgehouden.
Wij rapporteren minimaal 1 keer per jaar over de uitvoering van alle VTH-taken met het jaarverslag.
Deze rapportage is ondergebracht in deze categorie.
Ook de gerelateerde taken en de werkzaamheden van de accountmanagers vallen hieronder.
Bijlage 1 Doelenboom ROK VTH
Bijlage 2 A. Implementatieplan jaarschijf 2026
Implementatieplan: jaarschijf 2026
Er is een (interne) opdracht verstrekt om te komen tot een implementatieplan, als concreet en realistisch hulpmiddel om alle gewenste doelstellingen en verbeteracties voor de komende 4 jaar te kunnen realiseren. De beschikbare middelen en capaciteit voor het implementeren van alle noodzakelijke acties zijn beperkt. In 2025 zijn diverse projecten gepland op gebied van toezicht en verbetering van de kwaliteit van vergunningverlening en toezicht.
Voor 2026 is opnieuw een planning in de maak van diverse opgaven. Hierbij worden alle opgaven verdeeld in 3 groepen:
1De inhoudelijke projecten voor toezicht (op basis van de Leidraad en risicogerichte aanpak) (blok 2 en 3 van de ROK-T financiering).
2De randvoorwaardelijke kwaliteitsopgaven die noodzakelijk zijn voor verdere ontwikkeling en professionalisering van VTH-taakuitvoering. (Blok 1,4 en 5 van de ROK-T financiering)
3De dienst brede ontwikkelopgaven die in de Meerjarenaanpak van de ODZOB worden geprogrammeerd (Deels bekostigd uit blok 4 met extra budget van deelnemers voor de Meerjarenontwikkelaanpak)
Daarbij de volgende kanttekeningen.
-Het vaststellen van de werkprogramma’s loopt iets voor op de programmeringen van bovenstaande opgaven. Onderstaande opsomming van de ROK-opgaven kan dus op details nog wijzigen als gevolg van voortschrijdend inzicht;
-De opgaven voor alle Meerjarenopgaven zijn nog niet door het AB vastgesteld. Dus ook hiervoor geldt dat er nog wijzigingen mogelijk zijn.
-De doelenboom is nu nog dezelfde als bij de vaststelling van het ROK is meegezonden. Er lopen nog twee opgaven om deze doelenboom te verbreden (met asbest en bodem) en te verfijnen. We verwachten in het voorjaar 2026 een aangepaste versie van de doelenboom. Dit heeft geen gevolgen voor de keuze van de opgaven.
De samenhang tussen de drie delen is schematisch weergegeven in de onderstaande afbeelding:
B. Jaarprogramma 2026: Toezichtprojecten en ontwikkelopgaven
Deel 1 Projectenboekje 2026
Toezichtproject
Doorloop / nieuw
Veiligheid
1
Aandachtsbedrijven
Doorloop
2
Afvalbranche
Doorloop
3
Energiedragers Lithium-ion batterijen & Energieopslagsystemen
Doorloop
4
Interventieteams (PIT, KIT, DIT)
Doorloop
5
Ketentoezicht
Doorloop
6
IPPC: nog definiëren
Nieuw
7
Vuurwerk
Doorloop
Gezondheid
8
Mestsubstraat
Doorloop
9
Meten is weten
Doorloop
10
Veehouderijen
Doorloop
11
Zeer Zorgwekkende stoffen (lucht en water)
Doorloop
Duurzaamheid
12
Circulaire economie
Nieuw
13
Energiebesparing
Doorloop
14
Energiebesparing SPUK
Doorloop
15
Rapportageplicht personenmobiliteit
Doorloop
Leefbaarheid
16
Aanpak meldingen en klachten (verdieping)
Doorloop
Basis op orde & risicogericht (risicoscore > 25)
17
Autodemontage
Doorloop
18
Risicogericht kleine branches: RWZI, minerale olie, recycling kunststof, Grondbanken / grondreiniging
Nieuw
19
Gebiedscontroles industrieterreinen
Doorloop
Deel 2 Kwaliteitsopgaven ROK-VTH 2026
Kwaliteit-opdrachten en projecten
Doorloop/nieuw
Veiligheid
Meldgedrag Ongewone voorvallen verbeteren en inzet VV (in opdracht blok 1)
Doorloop
Gezondheid
Samenwerking ZZS en REV verbeteren
Doorloop
Leefbaarheid
Escalatie bij geur- of geluidklachten voorkomen
Doorloop
Kwaliteit VTH-taken
Checklist en considerans van de actuele vergunning
Doorloop
Betere samenwerking tussen V, T en H
Doorloop
Uitwerking risicoanalyse op toezicht
Doorloop
Aanpak blinde vlekken ontwikkelen
Doorloop
Uniforme aanpak (agragrisch) aandachtsbedrijven verbeteren (koppelen aan Tproject)
Doorloop
Programmamanagement
Doorloop
Kwaliteitsopdrachten en projecten nieuw voor 2026
Bijdragen aan kwaliteit locatiedossier
Nieuw
Taakomschrijving handhavers tav milieucriminaliteit en illegaliteit
Nieuw
Wegwijzer IPPC (borgen wettelijke taken)
Nieuw
Randvoorwaarden risicogericht beoordelen VV : check op gebruik LVS tool
Nieuw
Deel 3 Ontwikkelopgaven Meerjarenaanpak 2026*
Onder de noemer Kwaliteitsverbetering operationele taken (afkomstig van ROK-VTH-bodem-asbest):
Ontwikkelopgaven 2026
Doorloop/ nieuw
Structurele samenwerking en afstemming met andere overheden en partners faciliteren 2026
Doorloop
Landelijk Informatiegestuurd Risicomodel (asbest, bodem, water) ontwerpen/implementeren (periodiciteit controles bewaken)
Nieuw
Integraal Ketentoezicht doorontwikkelen (van aspectsgewijs naar integraal) 2026
Doorloop
Aanpak illegaliteit en milieucriminaliteit ontwerpen en implementeren 2026
Nieuw
Monitoringstool ontwerpen en implementeren m.b.t. effectiviteit VTH-inzet 2026
Doorloop
Procesontwerp taken indirecte lozingen ontwerpen en borgen (structurele afstemming rioolbeheerders).
Nieuw
Werkprocesinrichting actueel houden van vergunningen (jaarplanning voor toetsen en actualiseren)
Nieuw
Casemanagement VTH inrichten voor complexe dossiers
Nieuw
*: De ontwikkelopgaven worden afzonderlijk voorgelegd aan het AB in december 2025. Dit kan nog voor wijzigingen zorgen op dit voorgestelde programma voor 2026.
Bijlage 3 Overzicht werkzaamheden
A. VERGUNNINGVERLENING
Vooroverleg
M
Milieuactiviteit industrieel / natuur
M
Milieuactiviteit agrarisch / natuur
M
Gesloten bodemenergiesysteem
M
Sloopactiviteit incl asbest
M
Bodemactiviteit
M
Bouwactiviteit
M
Juridische procedures vergunningverlening
behandelen bezwaar en (hoger)beroep (incl verweerschrift)
M
Administratieve en procedurele afhandeling meldingen en vergunningen
M
publiceren (Wep)
M
digitale ter inzage legging (uitgebreide procedures)
M
heffen leges milieuvergunningen
Nvt
B. TOEZICHT EN HANDHAVING
Milieuactiviteit industrie
M
Milieuactiviteit agrarisch
M
Bodemactiviteit
M
Bodemactiviteit
M
Bouwactiviteit
M
Sloopactiviteit verwijdering asbest
M
Gesloten bodemenergiesystemen
M
Klacht/meldingen behandelen
M
Juridische procedures handhaving, waaronder:
opstellen+verzenden verbeurtebrief
M
invorderingsbesluit
M
behandelen bezwaar en (hoger)beroep (incl verweerschrift)
M
C. ADVIES
Advies juridisch
Nvt
Verzoek Woo
A
Advies bodem/water
A
Advies geluid
A
Zonebeheer
A
Geluidmetingen
A
Advies archeologie
A
Advies erfgoed en omgevingskwaliteit
A
Advies gebiedsontwikkeling en omgevingsplan
A
Advies omgevingsveiligheid
A
Advies energie en duurzaamheid
A
D. INFORMATIEANALYSE, -VERSTREKKING EN GEGEVENSBEHEER
Gegevensbeheer
RVMK/ LVMK
M
CIMLK verkeer
M
CIMLK agrarisch
M
KRD
M
BZV (alleen als we bouwtaken uitvoeren)
M
REV
M
IPPC database
M
E-MJA (energie efficiency)
M
E-PRTR
M
Amice
M
BIS (alleen voor nieuwe bodemtaken onder OW en bodemtaken waarvoor de Provincie het bevoegd gezag is)
M
NAZCA (inclusief externe kosten)
M
M = Mandaat (om besluiten te nemen)
A = Advies
Nvt = taak wordt niet afgenomen
Bijlage 4 Financieel werkprogramma
Opmerkingen / toevoegingen: