3 Nieuwe regeling hogere waarden in de Wet geluidhinder
3.1 Bevoegd gezag
De regeling tot het vaststellen van hogere waarden wordt op één plaats in de Wet geluidhinder ondergebracht. Daarnaast is geregeld dat bijna alle bevoegdheden van Gedeputeerde Staten overgaan naar het college van burgemeester en wethouders. Uitgangspunt is dat een hogere waarde wordt vastgesteld door het college van de gemeente waarbinnen de activiteit ten behoeve waarvan de hogere waarde wordt vastgesteld, zich voltrekt.
Het college van burgemeester en wethouders krijgt in de volgende gevallen de bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen:
-zones langs spoorwegen;
-zones rond gemeentelijke industrieterreinen;
-zones langs wegen;
-reconstructie van een weg als bedoeld in het onderhavige wetsontwerp.
Vanwege de koppeling van nieuwbouw met een bestemmingsplan(wijziging) is hierbij het volgende van belang:
•Wanneer het hogere waardebesluit is gerelateerd aan de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, moet dat bestemmingsplan in overeenstemming zijn met de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde hogere waarden. Als dat niet het geval is kan de gemeenteraad het bestemmingsplan niet vaststellen of herzien. Dit was ook al zo toen Gedeputeerde Staten hun goedkeuring moesten verlenen.
•Als het bestemmingsplan wel strookt met de vastgestelde hogere waarden maar de raad die hogere waarden niet wil, kan de gemeenteraad besluiten om het bestemmingsplan niet vast te stellen of te herzien. Het is daarom raadzaam dat het college de gemeenteraad in een vroeg stadium informeert over het voornemen om één of meer hogere waarden vast te stellen.
Gedeputeerde Staten blijven bevoegd om hogere waarden vast te stellen in de volgende gevallen:
-Aanleg en wijziging van (hoofd)spoorwegen;
-aanleg en reconstructie van provinciale wegen;
-Wanneer de Minister van Verkeer en Waterstaat een weg c.q. spoorweg wil veranderen in situaties waarin de Tracéwet niet van toepassing is
-zones rond industrieterreinen van regionaal belang als zodanig aangewezen bij provinciale milieuverordening. In dergelijke situaties is het van belang dat de provincie tijdig overleg pleegt met de gemeente.
Gedeputeerde Staten blijven langs de ruimtelijke weg betrokken bij situaties waarin de hogere waarde wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Dit doordat Gedeputeerde Staten in de huidige en toekomstige Wet Ruimtelijke ordening nog beschikken over sturingsinstrumenten. Het college van Gedeputeerde Staten verleent nog steeds haar goedkeuring aan bestemmingsplannen, ook binnen de toekomstige Wet op de Ruimtelijke Ordening.
De Minister van VROM wordt op grond van dit wetsvoorstel bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden in geval van een combinatie van reconstructie en sanering van wegen.
3.2 Nieuwe procedure
Als een gemeente een hogere waarde vaststelt is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. Indien burgemeester en wethouders bevoegd zijn de hogere waarde vast te stellen en tegelijk het besluit ten behoeve van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt genomen, moet het ontwerpbesluit tegelijkertijd met het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.
Wanneer het besluit tot vaststelling van een hogere waarde verband houdt met de toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kan het ontwerp van het besluit gedurende twee weken ter inzage worden gelegd
Bijlage 1. Overzicht voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden
De waarden in de onderstaande tabellen komen uit de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. Vanaf 1 januari 2007 wordt voor wat betreft weg- en railverkeer gewerkt met de nieuwe dosismaat Lden (den: day, evening, night). Deze Lden valt gemiddeld 2 dB lager uit, daarom wordt ook de norm met 2 dB verlaagd.
Tabel 1. Voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde wegverkeerslawaai
Situatie
Voorkeursgrenswaarde
Letmaal tot 1 jan.
Lden na 1 jan.
Nieuwe woning
50dB(A)
48dB
Nieuwe woning bestaande weg
Maximale ontheffingswaarde
Nieuw te bouwen woning
Stedelijk: 65 dB(A)
Buitenstedelijk: 55 dB(A)
63dB
53dB
Nieuw te bouwen agrarische bedrijfswoning
Buitenstedelijk: 60 dB(A)
58dB
Vervangende nieuwbouw
Stedelijk: 70 dB(A)
Buitenstedelijk: 65 dB(A)
68dB
63dB
Bestaande woning/nieuwe weg
Nieuw te bouwen woning
Stedelijk: 65 dB(A)
Buitenstedelijk: 60 dB(A)
63dB
58dB
Gelijktijdig met wegaanleg te bouwen woning
Stedelijk: 60 dB(A)
Buitenstedelijk: 55 dB(A)
58dB
53dB
Hoogst toelaatbaar binnenniveau
Nieuwe woning en bestaande weg of
Bestaande woning en nieuwe weg
35dB(A)
33dB
Bestaande woning en bestaande weg (sanering)
40dB(A)
38dB
Tabel 2. Voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde railverkeerslawaai
Situatie
Voorkeursgrenswaarde
Letmaal tot 1 jan.
Lden na 1 jan.
Nieuwe woning
57dB(A)
55dB
Maximale ontheffingswaarde
Nieuw te bouwen woning
70dB(A)
68dB
Hoogst toelaatbaar binnenniveau
Nieuwe woning en bestaande spoorweg of
Bestaande woning en nieuwe spoorweg
37dB(A)
33dB
Bestaande woning en bestaande spoorweg (sanering)
40dB(A)
38dB
Tabel 3. Voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde industrielawaai
Situatie
Voorkeursgrenswaarde, Letmaal
Nieuwe woning
50dB(A)
Eerste zonevaststelling
Maximale ontheffingswaarde
Nieuw te bouwen woning
55dB(A)
In aanbouw zijnde of bestaande woning
60dB(A)
Wijziging zone
Nieuw te bouwen woning, in aanbouw zijnde of bestaande woning
Vastgestelde waarde + 5 dB(A)
Vervangende nieuwbouw
65dB(A)
Hoogst toelaatbaar binnenniveau
Nieuwe woning
35dB(A)
Bestaande woning
40dB(A)
N.b. Voor industrielawaai wordt voorlopig nog niet gewerkt met de nieuwe dosismaat Lden.
Bijlage 2. Onderdelen om te komen tot gemeentelijk hogere waarde beleid
Indien gemeenten zelf bijvoorbeeld gebiedsgericht de maximale voorkeursgrenswaarden (nooit hoger dan de waarden in de Wet geluidhinder) willen vaststellen is dit ook mogelijk.
In dat geval zijn drie onderdelen nodig:
1Vaststellen van de ambitie van de gemeente. Dit is het opstellen van geluidbeleid voor de gemeente voor het onderdeel ontheffingen.
2Ontheffingenbeleid
3Ontheffingscriteria, eventueel over te nemen van de provincie
1Gemeentelijk geluidbeleid
Het vast te stellen hogere waarde beleid is afhankelijk van de ambitie en/of het geluidbeleid van de betreffende gemeente. In veel gevallen moet het opstellen van beleid en vaststellen nog gebeuren. Soms heeft een gemeente al een leefomgevingsplan of gebiedsgericht geluidbeleid waarbij kan worden aangesloten.
2Ontheffingenbeleid
Uit de ambitie van een gemeente blijkt welke richting het hogere waarde beleid heeft. Als dit gebiedsgericht is kan bijvoorbeeld langs hoofdstroomwegen in stads/dorpscentra 65 dB(A) worden toegestaan, de rest binnenstedelijk 55 dB(A) en overig 50 dB(A). Voor uitleggebieden kan ook van 55 dB(A) worden uitgegaan. Met hierbij als uitgangspunt dat bij een nieuw gebied nog voldoende ruimte/vrijheid is om middels afstand van een weg en/of stil wegdek dit geluidniveau te bereiken.
Het is ook mogelijk om aan te sluiten bij het referentieniveau. In de berekeningen voor het referentieniveau wordt ervan uitgegaan dat het referentieniveau gelijk is aan de geluidbelasting vanwege wegverkeer min 10 dB. Dit betekent dat de hogere waarden gelijk mogen zijn aan de te vergunnen geluidniveaus plus 10 dB, uit tabel 4 van de ‘Handreiking industrielawaai en vergunningverlening’, 1998.
Dit betekent concreet voor:
-Landelijke omgeving: 50 dB(A),
-rustige woonwijk: 55 dB(A),
-woonwijk in de stad: 60 dB(A).
Als speciaal geval kan hieraan worden toegevoegd:
-Langs drukke wegen: 65 dB(A)
In het ontheffingen beleid kan ook worden vastgelegd wat men doet met bijvoorbeeld recreatiewoningen of woningsplitsing en uitbreidingen van bestaande woningen.
3Criteria
Het handigst is om de ontheffingscriteria van de Provincie over te nemen. Er zijn echter ook andere criteria mogelijk, maar ze kunnen ook strikt of minder strikt worden toegepast. Dit kan ook worden vastgelegd.
Bijlage 3: Overzicht voorkeursgrenswaarden, maximale ontheffingswaarden en binnenniveau per gebouwsoort
Geluidgevoelige bestemmingen
Wegverkeerslawaai
Railverkeerslawaai
Industrielawaai
Voorkeurs-grens-waarde
Maximale ontheffingswaarde
Binnen-niveau
Voorkeurs-grens-waarde
Maximale ontheffings-waarde
Binnen-niveau
Voorkeurs-grens-waarde
Maximale ontheffings-waarde
Binnen-niveau
stedelijk gebied
buiten-stedelijk gebied
Lden (Letmaal staat cursief)
Letmaal (Letmaal staat cursief)
Letmaal
A
Woningen
48dB
50dB(A)
63dB
65dB(A)
53dB
55dB(A)
33dB
35dB(A)
55dB
57dB(A)
68dB
70dB(A)
33dB
37dB(A)
50dB(A)
55dB(A)
35dB(A)
Agrarische bedrijfswoning
58dB
60dB(A)
B
Basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; instellingen voor hoger beroepsonderwijs
48dB
50dB(A)
63dB
65dB(A)
53dB
55dB(A)
55dB
57dB(A)
68dB
70dB(A)
50dB(A)
55dB(A)
geluidgevoelig verblijfsgebied zoals bedoeld in de Wet geluidhinder
28dB
30dB(A)
28dB
30dB(A)
30dB(A)
ander verblijfsgebied
33dB
35dB(A)
33dB
35dB(A)
33dB
35dB(A)
C
Algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen
48dB
50dB(A)
63dB
65dB(A)
53dB
55dB(A)
55dB
57dB(A)
68dB
70dB(A)
50dB(A)
55dB(A)
verblijfsgebied voor nachtverblijf voor aan bed gebonden patiënten
33dB
35dB(A)
33dB
35dB(A)
35dB(A)
verblijfsgebied voor onderzoek of behandeling van patiënten
28dB
30dB(A)
28dB
30dB(A)
30dB(A)
D
Andere gezondheidszorggebouwen dan bedoeld onder C
48dB
50dB(A)
53dB
55dB(A)
53dB
55dB(A)
55dB
57dB(A)
68dB
70dB(A)
50dB(A)
55dB(A)
verblijfsgebied voor nachtverblijf van aan bed gebonden patiënten
28dB
30dB(A)
28dB
30dB(A)
30dB(A)
ander verblijfsgebied
28dB
30dB(A)
28dB
30dB(A)
30dB(A)
E
Terreinen behorende bij onder C bedoelde gebouwen, voor zover deze bestemd zijn of gebruikt worden voor de in die gebouwen gegeven zorg, en;
53dB
55dB(A)
58dB
60dB(A)
58dB
60dB(A)
--
55dB
57dB(A)
58dB
60dB(A)
--
55dB(A)
55dB(A)
--
woonwagenstandplaatsen
48dB
50dB(A)
53dB
55dB(A)
53dB
55dB(A)
--
55dB
57dB(A)
63dB
65dB(A)
--
50dB(A)
55dB(A)
--
F
Kantoorfunctie
--
--
--
38dB
40dB(A)
--
--
38dB
40dB(A)
--
--
40dB(A)
Bijlage 4: Ontheffingenbeleid Provincie Noord-Brabant
(Los bijgevoegd)
Bijlage 5: Procedure vaststellen hogere waarden
1) De aanvraag (kan ook door onervaren partijen) moet minimaal de volgende informatie bevatten:
-De verzochte hogere waarde;
-De redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen
-De resultaten van het akoestisch onderzoek. In het akoestisch onderzoek moet naar voren komen:
o Geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen indien geen maatregelen worden getroffen
o Doeltreffendheid maatregelen (kosten versus effect) om te voldoen aan voorkeursgrenswaarde
o Doeltreffendheid maatregelen (kosten versus effect) om overschrijding voorkeursgrenswaarde zo klein mogelijk te maken
o Heersende geluidbelasting bij reconstructie
-Indien relevant een overzicht van de gecumuleerde geluidbelasting
-Een verklaring dat maatregelen zullen worden getroffen dat wordt voldaan aan het wettelijk binnenniveau
2) Bij bestemmingsplanwijzigingen aangevraagd voor 13 maart 2007 verzorgt de gemeente de ontheffingsaanvraag.
3) Als de gemeente aanvrager en indiener is, is een functionele scheiding tussen aanvrager en beoordelaar gewenst.
4) De door B&W vastgestelde hogere grenswaarde moet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan.
Bijlage 6: Procedure en termijnen
Actie
Termijn
Nevenacties
Grondslag
Opstellen ontwerp-ontheffingsbesluit
Binnen 16 weken na het in behandeling nemen van de aanvraag
Art 4.18 Awb
Ontwerp-ontheffingsbesluit ter inzage
6weken (2 weken in het geval van een artikel 19 WRO-procedure)
-kennisgeving ontwerpbesluit
-openbare zitting
-indienen reacties
Art. 3.11 lid 1 Awb, art. 110c lid 2 Wgh
B&W nemen een besluit
Indien geen zienswijzen naar voren zijn gebracht binnen vier weken.
-algemene bekendmaking
-mededeling aan de insprekers
Art. 3.18 lid 4 Awb
Of binnen zes maanden na ontvangst verzoek (tenzij aanvullende informatie is gevraagd, opschorten termijn)
-Inschrijving van de hogere waarde bij het kadaster (indien adres bekend, bij globaal bestemmingsplan wachten op uitwerking)
Art. 3.18 lid 1 en 2 Awb
Indienen bezwaren
Binnen zes weken na het verzenden van de beschikking
Art. 6.7 Awb
Heroverweging
Binnen zes weken na de bezwarentermijn
Art. 7.10 lid 1 Awb
of ten hoogste binnen tien weken na bezwarentermijn
Art. 7.10 lid 3 Awb
Beroep bij RvS
Binnen 6 weken na verzending heroverweging
Art. 6.7 Awb