Wet en regelgeving.
Besluit omgevingsrecht
Dakkapellen aan de voorzijde van een bouwwerk kunnen volgens het besluit omgevingsrecht (Bor) alleen vergunningsvrij opgericht worden indien ze voldoen aan het bestemmingsplan en indien er geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. In de gemeente Heeze-Leende zijn hierdoor dakkapellen aan de voorzijde meestal vergunningsplichtig. Vergunningsvrije dakkapellen aan de voorzijde dienen, doordat er binnen de bestemmingsplannen geen regels voor dakkapellen zijn opgenomen, alleen te voldoen aan de regels opgenomen in artikel 3.3 bijlage II Bor.
Omdat de discussie met burgers meestal gaat over het verschil tussen de regels vergunningsvrij bouwen en de welstandsregels hebben wij gekeken of het wenselijk is de regels voor vergunningsvrije dakkapellen en de welstandsregels voor dakkapellen meer naar elkaar toe te brengen.
In de regels vergunningsvrij bouwen zijn de volgende punten opgenomen die verschillen met de welstandsregels:
-gemeten vanaf de voet van de dakkapel mag de dakkapel niet hoger zijn dan 1,75 meter; - de onderzijde van de dakkapel moet meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet liggen; - de zijkanten van de dakkapel moeten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak blijven.
welstandsnota “de sgonste parel”, januari 2013
In de welstandsnota van januari 2013 is het welstandsbeleid van de gemeente Heeze-Leende vastgesteld. In de welstandsnota is een aantal sneltoetscriteria opgenomen voor dakkapellen. Indien het bouwwerk voldoet aan deze criteria wordt het niet beoordeeld door de welstandscommissie, maar wordt het bouwwerk meteen goedgekeurd. Het bouwwerk voldoet immers aan de vooraf vastgestelde welstandsregels. Indien het bouwwerk niet voldoet aan de sneltoetscriteria zal het alsnog beoordeeld moeten worden door de welstandscommissie.
In de welstandsnota zijn nu de volgende criteria opgenomen:
Plaatsing en aantal:
-bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Dus niet boven elkaar gerangschikt;
-bij een individueel hoofdgebouw gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan de geleding van de voorgevel;
-het dakvlak dient minimaal 0,5 meter aan de bovenzijde en 1 meter aan de overige zijde vrij te blijven; − niet meer dan 1 dakkapel per woning per dakvlak.
Maatvoering:
-hoogte maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte met een maximum van 1,50 meter.
-Gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot de bovenzijde van het boeibord of de daktrim;
-breedte in totaal maximaal 40% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 3 meter gemeten tussen de woningscheidende muren of eindgevels, Gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel.
Vormgeving:
-plat afgedekt;
-gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van het hoofdgebouw;
-indeling van profielen en kozijnen gelijk aan die van gevelramen en kozijnen van het hoofdgebouw; − geen overmaat aan detailleringen, dus een bescheiden overstek, boeibord en ornamenten.