Gemeentelijke regelgeving

Beleidsnota Adviesrecht en uitgebreide procedure bij bopa gemeente Heeze-Leende 2023

Gemeente Heeze-Leende · geldt sinds 1 januari 2024

Aanhef

De gemeenteraad van de gemeente Heeze-Leende;

-Gelet op artikel 16.15a onder b van de Omgevingswet

-Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 15 augustus 2023.

Bijlage 1: Toelichting op lijst bindend adviesrecht gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

Een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dient in de volgende gevallen ter advisering aan de gemeenteraad te worden voorgelegd:

Wonen

a.

Bebouwde kom: het toevoegen van meer dan 11 woningen

b.

Vijfsprong t/m gemeentehuisplein in Heeze: het toevoegen van meer dan 6 woningen

c.

Buitengebied: het toevoegen van meer dan 3 woningen

d.

Het toevoegen van een appartementencomplex met meer dan 2 bouwlagen als sprake is van een gelijke goot- en nokhoogte

e.

Het toevoegen van een appartementencomplex met meer dan 3 bouwlagen als sprake is van een ongelijke goot- en nokhoogte

f.

Het huisvesten van meer dan 10 migranten en/of kwetsbare doelgroepen (exclusief tijdelijke opvanglocaties)

Bij het bepalen van de het woningaantal waarvoor advies gevraagd moet worden aan de gemeenteraad is onderscheid gemaakt tussen gebieden. De keuze voor deze verdeling is ingegeven door de verwachte impact van een initiatief op de omgeving.

Het buitengebied in Heeze-Leende heeft een meer open karakter dan het stedelijk gebied. Daarom heeft het toevoegen van meerdere woningen in het buitengebied over het algemeen grotere gevolgen dan in de bebouwde kom.

Het gebied van de Vijfsprong (kruising Boschlaan, Kapelstraat, oprijlaan kasteel, St. Nicasiusstraat) t/m gemeentehuisplein (het plein voor het gemeentehuis en de voormalige Rafaelschool) is in de Omgevingsvisie Heeze-Leende 2040 aangeduid als gebied dat we in willen richten als prettig verblijfsgebied. Omdat het toevoegen van meerdere woningen in dit gebied impact kan hebben op deze ambitie, wil de gemeenteraad bij meer dan 6 woningen advies geven. In de rest van de bebouwde kom is dit bij meer dan 11 woningen.

Omdat hogere appartementencomplexen intensievere bewoning tot gevolg heeft, wenst de gemeenteraad bij hogere complexen ook advies te geven.

Ook kiest de raad ervoor om bij locaties waar meer dan 10 migranten (ook seizoensarbeid) en/of kwetsbare doelgroepen gehuisvest worden, advies van de gemeenteraad verplicht te stellen. Het gaat hierbij om locaties waarvan duidelijk is dat deze doelgroepen daar gehuisvest worden; dus niet op locaties waar 10 doelgroeppersonen gehuisvest zouden kunnen worden, want dat kan in theorie ook in één grote woning.

Als er sprake is van tijdelijke huisvesting, is geen advies van de raad nodig, omdat hier vaak snelle actie nodig is.

Om te bepalen wat het buitengebied en de bebouwde kom is, is de Omgevingsvisiekaart leidend.

Bedrijvigheid

g.

Het toevoegen van perifere detailhandel op een bestaand bedrijventerrein met meer dan 250 m².

h.

Het uitbreiden van een bestaand bedrijventerrein groter dan 3000 m².

i.

Het realiseren van een nieuw bedrijventerrein of het omvormen van een bedrijfslocatie tot bedrijventerrein;

Aanvragen voor het toevoegen van meer dan 250 m2 aan perifere detailhandel worden voor advies aan de gemeenteraad voorgelegd. Reden hiervoor is de impact op de structuur van de bedrijventerreinen en de beschikbaarheid van reguliere bedrijfskavels. 250 m2 is gekozen als ondergrens voor raadsadvies omdat toevoegingen tot deze omvang als kleinschalig gezien worden waarvoor een uitgebreide procedure disproportioneel is.

De aanleg van nieuwe of uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen heeft een grote impact op de fysieke leefomgeving (landschap, water, verkeer, etc.). Om bij een gewenste uitbreiding met beperkte omvang snel te kunnen handelen, wordt een bedrijfskavel t/m 3000 m2 (het gehele perceel, dus inclusief parkeerplaatsen, groen etc.) niet voor advies aan de gemeenteraad voorgelegd.

Het realiseren van een nieuwe bedrijfslocatie wordt altijd voor advies voorgelegd. Ook als er sprake is van een bestaande bedrijfslocatie die voortaan als bedrijventerrein wil gaan fungeren.

Agrarisch

j.

Het omzetten naar, de vestiging van of de uitbreiding van het aantal dieren van een veehouderij.

k.

Het uitbreiden van de bebouwing van een agrarisch bedrijf met meer dan 10% en meer dan 250 m².

l.

Het uitbreiden van de bebouwing van een niet-agrarisch bedrijf in het buitengebied met meer dan 250 m².

Met alle ontwikkelingen rondom gezondheid en natuur is het belangrijk om de omzettingen naar, de nieuwvestiging van (provinciaal beleid staat dit op dit moment niet toe) en het uitbreiden van het aantal dieren van veehouderijen zorgvuldig af te wegen.

Onder een veehouderij wordt verstaan: een agrarisch bedrijf of een deel daarvan met een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met ten minste 250 m² bedrijfsvloeroppervlak dat wordt gebruikt voor veehouderij.

Vanwege het open karakter van het buitengebied, worden grotere uitbreidingen van bebouwing voor advies aan de gemeenteraad voorgelegd. Voor agrarische bedrijven is raadsadvies nodig als de bebouwing met meer dan 10% uitgebreid wordt mits deze uitbreiding groter is dan 250 m2. Deze grens geldt ook voor uitbreidingen van intensieve veehouderijen waarbij het aantal dieren niet toeneemt. Hierbij kan gedacht worden aan uitbreidingen ter verbetering van dierenwelzijn en/of het verminderen van overlast op de omgeving.

Dit open karakter is ook de reden dat we ervoor kiezen om uitbreiding van niet-agrarische bebouwing in het buitengebied van meer dan 250 m2 ter advisering aan de gemeenteraad voor te leggen. Net als bij ‘Perifere Detailhandel’ (zie g.) wordt 250 m2 gezien als bovengrens voor een kleinschalige ontwikkeling.

Onder ‘Wonen in het buitengebied’ (zie c.) is bepaald dat meer dan 3 woningen ter advisering aan de raad voorgelegd worden. Omdat woningtoevoeging in het buitengebied meestal gepaard gaat met de sloop van meer m2’s bestaande bebouwing, leidt dit niet tot uitbreiding van bebouwing.

Toerisme

m.

Het realiseren van nieuwe en uitbreiden van bestaande toeristische voorzieningen met meer dan 250 m² bebouwing, meer dan 3 recreatiewoningen of meer dan 11 standplaatsen.

In het geval van grotere toeristische ontwikkelingen is, vanwege de impact op de fysieke leefomgeving (verkeersaantrekkende werking, landschap, geluid, etc.) advies van de gemeenteraad nodig. Net als bij ‘Perifere Detailhandel’ (zie g.) wordt bij verblijfsrecreatieve voorzieningen een realisatie of uitbreiding van 250 m2 bebouwing gezien als bovengrens voor een kleinschalige ontwikkeling.

Net als bij ‘Wonen in het buitengebied’ (zie c.) wordt bij recreatiewoningen een realisatie of uitbreiding met 3 gezien als bovengrens voor een kleinschalige ontwikkeling

Net als bij ‘Wonen in de bebouwde kom’ (zie a.) wordt een vestiging of uitbreiding van 11 toeristische standplaatsen (plekken waar tent, caravan of camper kan staan) als bovengrens van een kleinschalige ontwikkeling gezien.

Maatschappelijk

n.

Het realiseren van een nieuwe of het uitbreiden van een bestaande maatschappelijke voorziening met een met meer dan 250 m² bebouwing.

o.

Het realiseren van een buitensportveld met meer dan 7.500 m².

De ontwikkeling van grotere maatschappelijke en sportvoorziening (zoals scholen, binnen- & buitensportaccommodaties, religieuze voorzieningen, dorpshuizen en gezondheidscentra heeft impact op de fysieke leefomgeving (verkeersaantrekkende werking, omgeving, geluid, etc.). Daarom is advies van de gemeenteraad nodig bij als meer dan 250 m2 bijgebouwd wordt of als er een sportveld aangelegd wordt dat groter is dan 7.500 m2.

Net als bij ‘Perifere Detailhandel’ (zie g.) wordt een uitbreiding van 250 m2 bebouwing gezien als bovengrens voor een kleinschalige ontwikkeling.

Infrastructuur en ontgronding

p.

De bouw- en aanleg van grootschalige infrastructurele (kunst)werken.

q

Commerciële zandwinning van meer dan 250 m2

Voorbeelden van grootschalige infrastructurele projecten zijn: de aanleg van nieuwe stroom- en gebiedsontsluitingswegen met bijbehorende infrastructurele kunstwerken (zoals bruggen en tunnels).

Onder commerciële zandwinning wordt verstaan het afgraven van zand als oppervlaktedelfstof met als doel om dit zand te verkopen. Vanwege de mogelijke impact van deze zandwinning, zowel tijdens de werkzaamheden als in de eindsituatie, wenst de gemeenteraad bij commerciële zandwinning vanaf 250m2 advies te geven.

Antenne installaties

r.

Het realiseren van een antenne installatie met een hoogte van meer dan 40 meter.

Voor antennes ligt op grond van de huidige wetgeving de bevoegdheid reeds bij het college om met een omgevingsvergunning af te wijken tot antennemasten met een hoogte van maximaal 40 meter. In dat verband hoeft hiervoor geen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te worden aangevraagd. Hoge(re) antenne-installaties kunnen maatschappelijk gevoelig zijn, waardoor voor hogere antenne-installaties advies van de gemeenteraad wenselijk is.

Energieopwekking

s.

Het realiseren van een energieopwekkingsinstallatie voor de opwekking van niet duurzame energie.

t.

Het realiseren van een energieopwekkings- of energieopslaginstallatie waarvan de energie niet voornamelijk voor eigen gebruik dient.

u.

Het realiseren van een energieopwekkings- of energieopslaginstallatie met een oppervlakte van meer dan 250 m².

v.

Het realiseren van een energieopwekkings- of energieopslaginstallatie hoger dan 15 meter.

In de keuze en normering van de projecten is het onderscheid gemaakt tussen duurzame & niet duurzaam opgewerkt en eigen gebruik & levering aan derde van energie.

Omdat grotere en niet-duurzame installaties een aanzienlijke impact op haar omgeving hebben, is advies van de gemeenteraad noodzakelijk. Kleinschalige duurzame (hernieuwbare) energieopwekking en -opslag, voornamelijk voor eigen gebruik, valt buiten het adviesrecht van de gemeenteraad

Uitgangspunt voor het bepalen van ‘kleinschaligheid’ is of de energie voornamelijk voor eigen gebruik is. Onder ‘voornamelijk voor eigen gebruik’ wordt verstaan dat de installatie op piekmomenten energie produceert dat terug geleverd kan wordt aan het net; over het jaar bezien moet de verwachte productiecapaciteit aansluiten bij het energieverbruik van de woning of het bedrijf waarbij de energieopwekkings- of opslaginstallatie geplaatst wordt.

Net als bij ‘Perifere Detailhandel’ (zie g.) wordt 250 m2 gezien als bovengrens voor een kleinschalige ontwikkeling.

In het (huidige) bestemmingsplan Buitengebied is opgenomen dat de maximale toegestane bouwhoogte van een kleinschalige windmolen 15 meter is. Op grond hiervan is bij een windmolen tot deze hoogte geen sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Overige

w.

Indien - naar mening van het college - een politiek-bestuurlijke afweging noodzakelijk is.

De onderwerpen a t/m r van deze lijst zijn niet uitputtend. Er kunnen aanvragen ingediend worden die niet op deze lijst staan maar waarbij een politiek-bestuurlijke afweging wel nodig is. Als het college van mening is dat dat het geval is, dan dient het college deze aanvraag ter advisering aan de gemeenteraad voor te leggen.

Algemene uitzondering:

Indien op voorhand duidelijk is dat het college geen medewerking wenst te verlenen aan een project, dan heeft de beslissing om vergunning te weigeren ook geen planologisch effect. Om die reden is een uitzondering van het adviesrecht, inclusief de daarbij betrokken capaciteit en begeleiding, op zijn plaats als het college de omgevingsvergunning wil weigeren. Een weigeringsbesluit kan zo versneld worden afgedaan.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.