Gemeentelijke regelgeving

Verordening Wet Inburgering

Gemeente Heerlen · geldt sinds 1 maart 2013

HOOFDSTUK 1 Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

1In deze verordening wordt verstaan onder:

a.het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen

b.de wet: de Wet inburgering zoals die luidde op 31 december 2012

c.de wetswijziging: de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de verstrekking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb.2012,430).

d.inburgeringsplichtige: persoon, bedoeld in artikel X, 2e tot en met 5de lid van de wetswijziging.

2De begripsomschrijvingen in de wet, de wetswijziging en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt.

Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen

1Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.

2Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende middelen:

a.Schriftelijk middels het blad Plussen en Minnen en indien gewenst middels het weekblad Parkstad.

b.Schriftelijk middels het gemeentelijk informatiecentrum, de informatiebalies van de afdeling Werkgelegenheid en Sociale Zaken.

c.Informatie aan inburgeringsplichtigen wordt gepubliceerd op de website van de gemeente Heerlen.

d.De klantmanagers inburgering van de gemeente Heerlen geven individuele informatie en advies op aanvraag.

Hoofdstuk 2 Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening

Artikel 3 Inburgeringsaanbod

Het college biedt een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige, te weten:

a.De houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 en

b.De geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g van de wet, die geen oudkomer is al bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de wet en

c.Niet asielgerechtigden die op 31 december 2012 deelnemen aan een alfabetiseringstraject.

Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening

1De inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de individuele vaardigheden, persoonlijke omstandigheden en maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. Er zal zoveel mogelijk maatwerk geleverd worden.

2Een inburgeringstraject is altijd duaal en dat betekent dat uitstroom naar vrijwilligerswerk of regulier werk, dan wel een vervolgopleiding vast onderdeel is van het inburgeringstraject.

3Aan de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 onder a biedt het college maatschappelijke begeleiding aan. De maatschappelijk begeleiding zal door Vluchtelingenwerk uitgevoerd worden

4Een inburgeringsvoorziening kan naast datgene wat in de wet is vastgelegd ook bevatten:

a.Een intakegesprek en diagnose

b.Casemanagement en de daarbij behorende voortgangsgesprekken..

Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage

1De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt in ten hoogste 12 termijnen betaald.

2Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening of de taalkennisvoorziening de termijnen van de betaling vast.

Artikel 6 Opleggen van verplichtingen

Het college kan een inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 bij beschikking een of meer van de volgende verplichtingen opleggen:

a.het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening;

b.het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;

c.het deelnemen aan voortgangsgesprekken bij casemanagers;

d.voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat door het college wordt bepaald;

e.het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan.

Hoofdstuk 3. Het aanbod van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening

Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod

1.Het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet wordt

1schriftelijk vastgelegd. Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de

inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 in de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.

2In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de

inburgeringsvoorziening en de rechten en verplichtingen vermeld die

aan de voorziening worden verbonden.

3De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 aan wie een aanbod wordt

gedaan gaat tijdens het diagnosegesprek al dan niet akkoord met het

gedane aanbod.

4Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod

aanvaardt, zal binnen 6 weken het besluit tot vaststelling van de

inburgeringsvoorziening conform het gedane aanbod aan de

inburgeraar worden toegezonden.

Artikel 8 De inhoud van de beschikking

Het besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening bevat in ieder geval:

a.een beschrijving van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening;

b.een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 van de wet;

c.de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;

d.de termijnen en wijze van betaling.

Hoofdstuk 4 De bestuurlijke boete

Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

1De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste €250 indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtige is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid van de wet.

2De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening.

3De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.

Artikel 10 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding

1De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 750 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn zijn inburgeringsexamen heeft behaald.

2De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2013

Artikel 12 Citeertitel

De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering gemeente Heerlen 2013.

Aldus besloten tijdens de vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Heerlen van 12 maart 2013.

griffier, voorzitter,

Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen

Lid 1

De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd.

Lid 2

In het tweede lid geeft de raad het college de opdracht om (in ieder geval) een aantal middelen te gebruiken om de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen vorm te geven.

Gezien de complexiteit van de nieuwe wetswijzing per 1 januari 2013 en het overgangsrecht moeten de inburgeringsplichtigen waarop het overgangsrecht en de handhaving van toepassing is goed geïnformeerd worden.

Het college van de gemeente Heerlen maakt voor de informatieverstrekking dan ook gebruik van:

· Plussen en Minnen en het Weekblad Parkstad

· Informatie is beschikbaar aan de balies van WS

· Klantmanagers kunnen de inburgeringsplichten persoonlijk informeren tijdens een afspraak

· De beschikbare informatie wordt gedeeld met samenwerkingspartners zoals Stichting Vluchtelingen Werk

Artikel 3 Inburgeringsaanbod

Vanaf 1 januari 2013 is het college alleen verplicht een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening aan te bieden aan asielgerechtigden en een inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden.

Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening

Een inburgeringsvoorziening bestaat uit een taal- en duale component.

Het einddoel is gerealiseerd als:

· het inburgeringsdiploma is gehaald

· Het duale deel is ingevuld: uitstroom naar vrijwilligers- of

regulier werk of uitstroom naar opleiding.

Maximale duur inburgeringstraject: 14 maanden

De gemeente Heerlen: 1x een aanbod voor een inburgeringstraject + inburgeringsexamen. Daarna betaalt de inburgeraar het zelf.

Invulling duaal: minimaal 6 maanden (trede 5 participatieladder)

Verlenging van een inburgeringstraject: ter beoordeling en na goedkeuring van casemanager.

Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage

In de aanbesteding is geregeld dat het innen van de eigen bijdrage door de taalaanbieders wordt verzorgd. Zij hanteren hierbij de 12 maanden termijn.

Artikel 6 Opleggen van verplichtingen

Deelnemer:

a.is verplicht het programma te volgen.

b.is aanwezig bij alle bijeenkomsten.

c.houdt zich aan de regels van de cursusinstellingen

d.houdt zich aan de afspraken, gemaakt met de trajectbegeleiding.

e.stelt de trajectbegeleiding onmiddellijk op de hoogte indien hij/zij niet naar een bijeenkomst kan komen, echter alleen met een geldige reden.

f.stelt de trajectbegeleiding onmiddellijk op de hoogte van zijn/haar

verhuizing en nieuw adres.

g.zal zich volledig inzetten om het traject succesvol af te sluiten.

Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid van de wet dat bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening op te leggen. Het college legt in de beschikking tot de vaststelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening deze verplichtingen vast.

Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod

Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het goed is – leidt tot een besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening.

In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet en dat het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan.

Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking tot het vaststellen van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod (het vierde lid).De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente meedeelt (het derde lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke mededeling geschiedt in de vorm van het laten ondertekenen door de inburgeringsplichtige van een verklaring die door de gemeente is opgesteld.

Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten voorbereiden op het inburgeringsexamen.

Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

Artikel 35 van de wet draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd.

Het college legt geen boete op indien voor dezelfde gedragingen de bijstand kan worden verlaagd op grond van artikel 18, tweede lid van de Wet Werk en Bijstand.

De gedragingen en de maatregelen zijn opgenomen in de Afstemmingsverordening WWB.

Artikel 10 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding

Artikel 34, onderdeel d van de wet biedt de mogelijkheid voor gemeenten om de bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500 naar maximaal € 1000 in het geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen. Dit is geregeld in het eerste en tweede lid van artikel 10.

Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel 9, derde lid, van de verordening. Op grond van artikel 32 van de wet moet het college in de boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet behalen dan wel op een andere wijze aan zijn inburgeringsplicht heeft voldaan. Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het inburgeringsexamen niet heeft behaald, maakt het eerste lid het mogelijk dat het college een hogere boete vaststelt van €750. Ook in dat geval zal in de boetebeschikking een nieuwe termijn moeten worden opgenomen waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet behalen.

Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn niet aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, regelt het tweede lid dat het college wederom een hogere bestuurlijke boete kan opleggen. De maximumboete in het vierde lid geldt ook voor alle hierop volgende overschrijdingen van termijnen door de inburgeringsplichtige.

Het college legt geen boete op indien voor dezelfde gedragingen de bijstand kan worden verlaagd op grond van artikel 18, tweede lid van de Wet Werk en Bijstand. De gedragingen en de maatregelen zijn opgenomen in de Afstemmingsverordening WWB.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.