Aanhef
De raad van de gemeente Heerlen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 september 2025;
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
”VERORDENING MARKTGELDEN HEERLEN 2026”
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt onder ‘marktterreinen’ verstaan de pleinen, straten en wegen, welke daartoe voor het houden van markten zijn aangewezen.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor het:
a.beschikbaar stellen van een plaats op marktterreinen gedurende de tijden voor de markten bestemd;
b.gebruikmaken van diensten, verleend door de gemeente in overleg met de (sub-)marktcommissie, voor reclame- en promotieactiviteiten.
Artikel 3 Belastingplicht
Het marktgeld wordt geheven van degene aan wie de standplaats is toegewezen.
Artikel 4 Maatstaf van heffing
1De maatstaf van heffing voor de berekening van het marktgeld is de ruimte welke op een marktterrein is toegewezen.
2Voor standplaatsen met artikelen of branches waarmee gelet op de weersomstandigheden niet gedurende het gehele jaar standplaats kan worden ingenomen (seizoen standplaatsen) wordt, in tegenstelling tot het in lid 1 gestelde, het marktgeld geheven per keer dat de standplaats wordt ingenomen.
Artikel 5 Tarieven
1Het marktgeld bedraagt:
Heerlerheide
a.voor het innemen van een vaste standplaats op het marktterrein te Heerlerheide per strekkende meter front met een maximum diepte van twee meter en een minimum van vier meter front, per marktdag € 2,58;
b.voor het innemen van een dagplaats op het marktterrein te Heerlerheide per strekkende meter front met een maximum diepte van twee meter en een minimum van vier meter front, per marktdag € 3,08;
Hoensbroek
c.voor het innemen van een vaste standplaats op het marktterrein te Hoensbroek per strekkende meter front met een maximum diepte van twee meter en een minimum van vier meter front, per marktdag € 2,58;
d.oor het innemen van een dagplaats op het marktterrein te Hoensbroek per strekkende meter front met een maximum diepte van twee meter en een minimum van vier meter front, per marktdag € 3,08;
Heerlen Centrum
e.voor het innemen van een vaste standplaats op het marktterrein te Heerlen Centrum per strekkende meter front met een maximum diepte van twee meter en een minimum van vier meter front, per marktdag € 3,08;
f.voor het innemen van een dagplaats op het marktterrein te Heerlen Centrum per strekkende meter front met een maximum diepte van twee meter en een minimum van vier meter front, per marktdag € 3,56;
g.voor het innemen van een vaste standplaats op het marktterrein te Heerlen Centrum per strekkende meter front met een diepte van meer dan twee meter en maximaal vier meter met een minimum van vier meter front, per marktdag € 3,93;
h.voor het innemen van een dagplaats op het marktterrein te Heerlen Centrum per strekkende meter front met een diepte van meer dan twee meter en maximaal vier meter met een minimum van vier meter front, per marktdag € 4,67.
2Voor de berekening van het marktgeld wordt:
a.een gedeelte van een marktdag gerekend voor een gehele marktdag;
b.een gedeelte van een strekkende meter gerekend voor een gehele strekkende meter.
3Het recht bedraagt voor gebruikmaking van diensten, verleend door de gemeente in overleg met de (sub-)markt-commissie, voor reclame- en promotieactiviteiten per standplaats per maand € 10,33.
Artikel 6 Heffingstijdvakken
1Voor de vaste standplaatsen is het heffingstijdvak een kalendermaand.
2Voor de standplaatsen die incidenteel worden ingenomen, is het heffingstijdvak één dag.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld
1Het marktgeld vermeld in het eerste lid van artikel 6 is verschuldigd bij de aanvang van een heffingstijdvak.
2Het marktgeld vermeld in tweede lid van artikel 6 is verschuldigd op het tijdstip waarop de standplaats wordt ingenomen.
Artikel 8 Wijze van heffing
Het marktgeld wordt geheven door middel van een mondelinge kennisgeving of een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur waarop het verschuldigde bedrag is vermeld.
Artikel 9 Tijdstip van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8:
a.mondeling wordt gedaan, op het moment van de kennisgeving;
b.schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen naar de dagtekening van de kennisgeving.
2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 10 Overgangsrecht
De Verordening marktgelden 2025, van 7 november 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening marktgelden Heerlen 2026.