Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
1.voetgangersgebied
De zone in het centrum van Heerlen aangegeven met borden G7 van het RVV 1990 (voetgangersgebied), welke ligt binnen het gebied dat wordt begrensd door de Geerstraat, Kruistraat, Coriovallumstraat, Raadhuisplein, Dr. Poelstraat, Putgraaf, Groene Boord, Spoorsingel, Looierstraat en Schakelweg, de zone in het centrum van Heerlerheide aangegeven met borden G7 van het RVV 1990 (voetgangersgebied), welke zone bestaat uit de straten Wannerstraat en Corneliusplein én de zone in Hoensbroek aangegeven met borden G7 van het RVV 1990 (voetgangersgebied) welke bestaat uit de Kouvenderstraat gelegen tussen het Gebrookerplein en de Christiaan Quickstraat en de Mgr. Lebouillestraat (deels).
2.RVV 1990
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
3.ontheffing
Een in de zin van artikel 87 RVV 1990 door het college van burgemeester en wethouders te verlenen ontheffing, krachtens welke het is toegestaan om met een motorvoertuig het voetgangersgebied of een gedeelte daarvan te berijden;
4.motorvoertuig
Hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;
5.ontheffinghouder
De natuurlijke of rechtspersoon aan wie ontheffing is verleend;
6.winkelsluitingstijd
De op dit moment toegepaste en gangbare winkelsluitingstijden in Heerlen, namelijk maandag t/m woensdag en vrijdag 18.00 uur; donderdag 21.00 uur én zaterdag en zondag 17.00 uur;
7.parkeren
Het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uit laten stappen van personen of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen;
8.laden en lossen
Het onmiddellijk, nadat het motorvoertuig dichtbij de bezorgplaats of ophaalplaats tot stilstand is gebracht, bij voortduring in- en uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht (bevoorrading) die bezwaarlijk anders dan per motorvoertuig kunnen worden vervoerd, gedurende de tijd die daarvoor nodig is met een maximum van een half uur.
9.voertuighouder
Degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande, dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens, als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van de aanvraag in het register was ingeschreven, dan wel degene die met schriftelijke bewijsstukken kan aantonen dat het motorvoertuig op het moment van de aanvraag nog voor tenminste drie maanden aan hem ter beschikking is gesteld door een instantie die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken;
10.onderneming/instelling
Een organisatorisch zelfstandige eenheid die gericht is op de productie of de afzet van goederen of de verlening van diensten;
11.bewoner
Degene die volgens de in de gemeentelijke basisadministratie beschikbare persoonsgegevens woonachtig is in het voetgangersgebied;
12.parkeergelegenheid op eigen terrein
Een parkeergelegenheid, gelegen in het voetgangersgebied, die ter beschikking staat aan de aanvrager van de ontheffing krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of een persoonlijk recht;
13.tijdelijke ontheffing
Een ontheffing voor de periode van maximaal vijf achtereenvolgende werkdagen (of in art. 10 anders aangegeven), voor noodzakelijke ritten die verband houden met verhuis-, installatie-, (ver)bouw-, sloop- en onderhoudswerkzaamheden of kermisactiviteiten of voor evenementen;
14.vaste ontheffing
Ontheffing met een geldigheidsduur van één kalenderjaar, welke jaarlijks automatisch wordt vermeld mits aan de voorwaarden wordt voldaan;
15.werkdag
Maandag tot en met zaterdag;
16.expeditietijden
Tijden gedurende welke het voetgangersgebied toegankelijk is voor gemotoriseerd verkeer, te weten: op maandag tot en met zondag van 07.30 uur tot 12.00 uur.
17t ijdsvenster
De periode waarin de verleende ontheffing van toepassing is.
18.calamiteit
Een (natuur)ramp of niet verwachte gebeurtenis die ernstige schade kan veroorzaken.
Artikel 2 Aanvraag ontheffing
1Een aanvraag om ontheffing voor het in- en uitrijden van het voetgangersgebied met een motorvoertuig moet schriftelijk bij het college van B&W worden ingediend met gebruikmaking van het door het college van B&W vastgestelde formulier. Dit formulier is online beschikbaar via de site van de Gemeente Heerlen (www.heerlen.nl) of bij publiekszaken (Stadhuis).
2Bij de aanvraag van een ontheffing dienen afschriften van gegevens en bescheiden te worden overgelegd die blijkens onderstaand schema voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn:
Soort aanvraag
In te dienen gegevens en bescheiden
Aanvraag vaste ontheffing van een bewoner, woonachtig in het voetgangersgebied die beschikt over een of meerdere eigen parkeerplaats(en)
a.een bewijs van eigendom of van het huren van een pand dat is gelegen in het voetgangersgebied*;
b.een bewijs van eigendom of van het huren van een of meerdere parkeerplaats(en) die is gelegen in het voetgangersgebied;
Aanvraag vaste ontheffing van een bewoner,
woonachtig in het voetgangersgebied,
die niet beschikt over een eigen
parkeerplaats
a.een bewijs van eigendom of van het huren van een pand dat is gelegen in het voetgangersgebied*;
Aanvraag vaste ontheffing van een onderneming of instelling die is gevestigd in het voetgangersgebied en die beschikt over een of meerdere eigen parkeerplaats(en)
a.een bewijs van eigendom of van het huren van een pand dat is gelegen in het voetgangersgebied*;
b.een bewijs van eigendom of van het huren van een parkeerplaats die is gelegen in het voetgangersgebied;
c.een inschrijving in het Handelsregister;
Aanvraag vaste ontheffing van een onderneming of instelling die is gevestigd in het voetgangersgebied en die niet beschikt over een eigen parkeerplaats
a.een bewijs van eigendom of van het huren van een pand dat is gelegen in het voetgangersgebied*;
b.een inschrijving in het Handelsregister;
Aanvraag vaste ontheffing van een mantelzorger
a.een verklaring (niet ouder dan twee maanden) van de huisarts van de mantelzorgkrijgende, van het Centrum Indicatie Zorg (CIZ) óf van een andere professionele zorginstelling waaruit blijkt dat de aanvrager aangewezen is op mantelzorg.
b.een bewijs van eigendom of van het huren van een pand dat is gelegen in het voetgangersgebied*;
Aanvraag vaste ontheffing van een erkend schoonmaakbedrijf
a.Inschrijving bij de kamer van koophandel
b.werkopdrachten of opdrachtbonnen waaruit blijkt dat het berijden van het voetgangersgebied nodig is vanwege een bijzondere situatie als bedoeld in artikel 9;
c.gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden binnen de expeditietijden;
Aanvraag overige vaste ontheffing voor bijzondere situaties
a.werkopdrachten of opdrachtbonnen waaruit blijkt dat het berijden van het voetgangersgebied nodig is vanwege een bijzondere situatie als bedoeld in artikel 9;
b.gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden binnen de expeditietijden;
c.bescheiden waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de voorwaarden behorende bij één van categorieën als bedoeld in artikel 9;
d.andere gegevens en bescheiden die van belang zijn voor de beslissing op de aanvraag;
* In plaats van een bewijs van eigendom of van het huren van een pand dat is gelegen in het voetgangersgebied aan te leveren, kan de aanvrager de gemeente toestemming verlenen om de GBA en/of de OZB-gegevens te raadplegen.
3.Bij de indiening van een aanvraag om een vaste ontheffing door een bewoner van het voetgangersgebied wordt aan de hand van de gemeentelijke basisadministratie getoetst of de aanvrager staat ingeschreven op een adres dat is gelegen in het voetgangersgebied.
Artikel 3 Onvolledigheid ingediende bescheiden
Indien de aanvraag niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 2 gestelde eisen, wordt de aanvrager, binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag, door het college in de gelegenheid gesteld deze binnen twee weken nadat hem dit is meegedeeld, aan te vullen of te verbeteren.
Artikel 4 Beslissingstermijn
1Binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag om een ontheffing wordt hierop beslist.
2Deze beslissing kan voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. Voor afloop van de in het eerste lid van dit artikel gestelde termijn wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld.
3Op een aanvraag om een incidentele ontheffing wordt op de dag van indiening van de aanvraag beslist.
Artikel 5 voorschriften verbonden aan de ontheffing
1Een ontheffing bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a.de periode waarvoor de ontheffing geldt en het tijdvak gedurende welke de ontheffing kan worden gebruikt;
b.het gebied waarvoor de ontheffing geldt;
c.een omschrijving van de verboden waarvan ontheffing is verleend.
d.voor een ontheffing verleend aan een bewoner van het voetgangersgebied minimaal één kenteken;
e.voor een ontheffing verleend aan een bedrijf bij voorkeur één of meerdere kentekens.
2Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden die strekken tot bescherming van het belang van het verbeteren van de leefbaarheid en bereikbaarheid van de binnenstad, een goede handhaving van de wegenverkeerswetgeving en de daarop gebaseerde besluiten, het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers.
3Indien het verkeersbelang, het belang van de openbare orde of veiligheid of andere dringende omstandigheden dat noodzakelijk maken, is het mogelijk tijdelijk in het voetgangersgebied afwijkende maatregelen te treffen.
4Degene aan wie krachtens deze beleidsregels een ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.
5Een ontheffing is niet overdraagbaar.
6Nadat de ontheffing is verleend, ontvangt de ontheffinghouder een toegangspas waarmee de toegang tot het voetgangersgebied wordt verkregen (uitgezonderd zijnde ontheffinghouders welke vallen onder de art 9 lid 14a). Voor de toegangspas conform artikel 9 wordt voor deze pas een borgsom in rekening gebracht.
7De ontheffing moet in het voetgangersgebied duidelijk zichtbaar achter de voorruit van het motorvoertuig aanwezig zijn.
8De ontheffinghouder mag alleen via de kortste route in- en uitrijden.
9De ontheffinghouder dient in het voetgangersgebied stapvoets te rijden.
10Op één opheffing kunnen maximaal drie kentekens worden vermeld.
Artikel 6 Intrekkings- en wijzigingsgronden
1Een ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
a.Op verzoek van de ontheffinghouder;
b.Wanneer de houder van de ontheffing het voetgangersgebied metterwoon verlaat of de aldaar gevestigde onderneming of instelling beëindigt;
c.Indien de ontheffinghouder handelt in strijd met de ontheffing of de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen;
d.Indien blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;
e.Indien sprake is van misbruik van de ontheffing;
f.Indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist en verleend;
g.Bij in gebreke blijven van de betaling voor de ontheffing of voor het verlengen van de ontheffing binnen de gestelde termijnen bedoeld in artikel 5 zesde lid;
h.Na overlijden van de ontheffinghouder.
2Onder misbruik van de ontheffing van de ontheffing wordt in elk geval verstaan:
a.Het gebruiken van de ontheffing voor een ander doel dan waarvoor de ontheffing is afgegeven.
b.Het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige informatie ter verkrijging van een ontheffing.
c.Het aanbrengen van wijzigingen op het ontheffingsbewijs die niet door of namens het college zijn aangebracht.
d.Het niet (volledig) nakomen van het bepaalde bij of krachtens de verordening.
e.Het in het voetgangersgebied zichtbaar in het voertuig leggen van een (kleuren)kopie of andere reproductie van het ontheffingsbewijs.
f.Het aan een ander dan rechthebbende ter beschikking stellen van een ontheffing of het bijbehorende pasje, waarmee toegang verkregen kan worden tot het afgesloten voetgangersgebied. Ook het openen van de toegang van het voetgangersgebied voor een andere dan de ontheffinghouder, wordt als misbruik aangemerkt.
3Indien sprake is van misbruik van de ontheffing als gevolg waarvan de ontheffing door het college van B&W is ingetrokken, zal gedurende het lopende en het daaropvolgende kalenderjaar geen nieuwe ontheffing worden verleend.
4Bij het intrekken van de ontheffing wordt geen vergoeding aan de ontheffinghouder betaald voor de periode waarover de ontheffing nog geldig zou zijn geweest.
Artikel 7 Diefstal, verlies of vermissing
1In geval van diefstal, verlies of vermissing van de ontheffing wordt slechts een duplicaat van een ontheffing verstrekt als van de diefstal, verlies of vermissing (al dan niet digitaal) aangifte is gedaan bij de politie.
2Alle kosten, verbonden aan de uitgifte van een duplicaat van de ontheffing zijn voor rekening van de houder van de ontheffing.
Artikel 8 Vaste ontheffing voor bewoners, ondernemers of instellingen in het voetgangersgebied
1Aan een bewoner, die beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein kan een vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied buiten expeditietijden, om naar de eigen parkeergelegenheid te rijden. Een ontheffing voor bewoners is voor één kalenderjaar geldig en wordt automatisch telkens met een jaar verlengd, zolang de bewoner voldoet aan de criteria voor het verkrijgen van de ontheffing.
2Aan een onderneming of instelling die is gevestigd in het voetgangersgebied en beschikt over een parkeergelegenheid op eigen terrein kan een of meerdere vaste ontheffingen worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied buiten expeditietijden om naar de eigen parkeergelegenheid te rijden. De gemeente verstrekt maximaal één ontheffing per parkeerplek in het voetgangersgebied waarover het bedrijf beschikt. Een ontheffing voor een bedrijf is maximaal één kalenderjaar geldig en wordt automatisch telkens met een jaar verlengd, zolang het bedrijf voldoet aan de criteria voor het verkrijgen van de ontheffing.
3De in het eerste en tweede lid bedoelde ontheffing geldt slechts voor de kortste route en geldt uitdrukkelijk niet voor het parkeren in het voetgangersgebied, met uitzondering van de parkeergelegenheid op eigen terrein.
4De in het tweede lid bedoelde ontheffing kan worden verleend ten behoeve van een werknemer, in dienst van de onderneming of instelling.
5Indien de bewoner, de onderneming of instelling niet beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein kan, indien noodzakelijk voor het laden en lossen, een ontheffing worden verstrekt voor het rijden, laden en lossen in het voetgangersgebied op maandagavond tot en met woensdagavond en vrijdagavond van 18.00 tot 20.00 uur, op donderdagavond van 21.00 en 23.00 uur en op de zaterdagavond en zondagavond van 17.00 tot 19.00 uur.
Artikel 9 Vaste ontheffingen voor bijzondere situaties
1Aan huisartsen kan een vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied van 00.00 – 24.00 uur ten behoeve van patiëntenbezoek. De ontheffing mag uitsluitend gebruikt worden voor spoedgevallen.
2Aan Mantelzorgers kan een vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied van 00.00 – 24.00 uur ten behoeve van mantelzorg aan bewoners(s) van het voetgangersgebied uitsluitend voor laden en lossen in het voetgangersgebied (maximaal 30 minuten).
3a. Aan gemeentelijke handhavers, gebiedsbeheerder, wijkopzichter, servicemedewerkers en storingsdienstmedewerkers voor zover zij een openbare functie uitoefenen, kan een vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied van 00.00 tot 24.00 uur.
b.de onder a genoemde diensten zijn duidelijk herkenbaar in gemeentelijke voertuigen.
4Aan netwerkbeheerders kan een vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied van 00.00 – 24.00 uur, ten behoeve van reparatie en onderhoud aan energie- en informatienetwerken in de openbare ruimte in het voetgangersgebied.
5Aan reinigingsdienst en gladheidsbestrijders (RD4 of namens RD4) die verantwoordelijk zijn voor het schoonhouden van de openbare ruimte of voor de bestrijding van de gladheid in het voetgangersgebied van 00.00 – 24.00 uur, ten behoeve het schoonhouden van de openbare ruimte óf het preventief of curatief bestrijden van de gladheid.
6a. Aan marktkooplui kan een vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied buiten expeditietijden op dinsdagen van 00.00 -24.00 uur en op zaterdagen van 00.00 - 24.00 uur ten behoeve van het onmiddellijk laden en lossen. Een ontheffing voor het parkeren van voertuigen in het voetgangersgebied wordt alleen verleend als aangetoond kan worden dat dit voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is.
b.Aan standplaatshouders kan een ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied buiten expeditietijden van 00.00 -24.00 ten behoeve van het onmiddellijk laden en lossen. Een ontheffing voor het parkeren van voertuigen in het voetgangersgebied wordt alleen verleend als aangetoond kan worden dat dit voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is.
7Aan de marktkraambouwer kan een vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied buiten expeditietijden van maandag 00.00 tot dinsdag 24.00 uur en van Vrijdag 00.00 tot zaterdag 24.00 uur ten behoeve van het onmiddellijk opbouwen of afbreken van marktkramen.
8Aan erkende schoonmaakbedrijven kan een ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangers gebied ten behoeve van het schoonmaakwerkzaamheden aan of in een pand uitsluitend bereikbaar via het voetgangersgebied. De aanvragen dient aan te tonen welk tijdsvenster voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is.
9Aan detailhandel in vis- schaal- en weekdieren gevestigd in het voetgangersgebied kan een vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied buiten expeditietijden ten behoeve van transport van bederfelijke waar met mogelijk lange aanvoerlijnen afhankelijk van tijdstip van binnenkomst van schepen. De aanvrager dient aan te tonen welk tijdsvenster voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is.
10Aan cateringbedrijven gevestigd in het voetgangersgebied, kan een vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied buiten expeditietijden van 00.00 – 24.00 uur, ten behoeve van laden en lossen. Het bedrijf moet minimaal 25% van de omzet uit cateringactiviteiten halen.
11Aan horecabedrijven kan een ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied tussen 00.00 uur en 24.00 uur ten behoeve van het oplossen van storingen die de bedrijfsvoering acuut in gevaar brengen, waarbij parkeren is toegestaan of ten behoeve van laden en lossen.
12Aan apothekers gevestigd buiten het voetgangersgebied kan een vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied van 00.00 – 24.00 uur, ten behoeve van het bezorgen van medicijnen aan bewoners van het voetgangersgebied.
13Aan apothekers gevestigd binnen het voetgangersgebied kan een vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied van 00.00 – 24.00 uur, ten behoeve van het bezorgen van medicijnen aan bewoners van het voetgangersgebied en daarbuiten.
14aAan het kerkbestuur van de Pancratiuskerk kunnen maximaal 40 gratis vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied buiten de expeditietijden van 00.00 – 24.00 en het parkeren op het Pancratiusplein ten behoeve van het bijwonen van kerkdienst voor de duur van de periode van één half uur voor aanvang van de kerkdienst tot één uur na afloop van deze kerkdienst.
14bAan het kerkbestuur van de Pancratiuskerk kunnen maximaal 5 gratis vaste ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied het parkeren op het Pancratiusplein van 00.00-24.00 uur ten behoeve van vrijwilligerswerk aan en in de Pancratiuskerk
Artikel 10 Tijdelijke ontheffing
1Aan kermisexploitanten kan een incidentele ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied van 00.00 tot 24.00 uur ten behoeve van het opbouwen, afbreken, onderhouden en bevoorraden van kermisattracties voor de duur van maximaal 10 dagen.
2Aan organisatoren van evenementen in het voetgangersgebied kan een incidentele ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied van 00.00 tot 24.00 uur ten behoeve van het opbouwen, afbreken, onderhouden en bevoorraden van het evenement en het schoonmaken van de openbare ruimte na afloop van het evenement voor de duur die nodig is voor de opbouw, het houden van en afbreken van het evenement.
3Aan verhuizers kan een ontheffing worden verleend voor het berijden van het voetgangersgebied ten behoeve van verhuizing in het voetgangersgebied. De aanvrager dient aan te tonen welk tijdsvenster voor de verhuizing noodzakelijk is.
41 Aan overige aanvragers kan een incidentele ontheffing worden verleend voor het rijden, laden en lossen in het voetgangersgebied buiten expeditietijden indien:
a.de aanvrager aantoont dat hij/zij verhuis-, (ver)bouw-, installatie- of reparatiewerkzaamheden in het voetgangersgebied moet uitvoeren en:
b.door aanvrager wordt aangetoond dat de goederen, materialen en gereedschappen niet binnen expeditietijden vervoerd kunnen worden en:
c.de goederen niet op andere wijze dan met een motorvoertuig kunnen worden vervoerd.
4.2. Een incidentele ontheffing zoals bedoeld onder punt 4.1 is maximaal vijf aaneengesloten dagen geldig. Aan bouw- en installatiebedrijven kan een incidentele ontheffing van langere geldigheidsduur worden verstrekt. Het bouw- of installatiebedrijf dient de noodzaak hiervan dan aan te tonen.
Artikel 11 Parkeren in het voetgangersgebied
Het college van B&W kan een ontheffing als bedoeld in de artikelen 9 tot en met 10 van deze beleidsregels uitbreiden met een ontheffing voor het parkeren in het voetgangersgebied, indien aanvrager aantoont dat:
a.de nabijheid van het motorvoertuig noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden;
of
b.in redelijkheid niet kan worden verlangd dat de in het motorvoertuig aanwezige gereedschappen en/of materialen worden uitgeladen.
Artikel 12 Hardheidsclausule
In gevallen waarin de toepassing van deze beleidsregels tot onaanvaardbare gevolgen voor een betrokkene kan leiden, kan ten gunste van de aanvrager worden afgeweken van deze beleidsregels.
Artikel 13 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden op 1 januari 2015 in werking.
Artikel 14 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels ontheffingen voor berijden voetgangersgebieden”.
Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders der gemeente Heerlen van 27 mei 2014.
gemeentesecretaris, burgemeester,