Gemeentelijke regelgeving

Gemeente Heerlen - Verplichte participatie voor initiatiefnemers onder de Omgevingswet

Gemeente Heerlen · geldt sinds 1 januari 2024

Aanhef

Inleiding/aanleiding

In de Omgevingswet wordt onder een participatieve aanpak verstaan: ‘het in een vroeg stadium betrekken van belanghebbende (inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit’. Het begrip belanghebbende is gedefinieerd in de Algemene wet bestuursrecht: ‘degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken’.

In de Omgevingswet (Ow) wordt uitgegaan van vertrouwen in initiatiefnemers, vertrouwen van de burger in de overheid en vertrouwen tussen overheden. Participatie is een instrument dat kan bijdragen aan dit onderlinge vertrouwen en is daarom een belangrijk aspect in de Omgevingswet.

Voorstel

1Participatie verplicht te stellen voorafgaand aan het indienen van een vergunningaanvraag, als bedoeld in artikel 16.55, lid 7 omgevingswet, bij de volgende activiteiten:

a.bedrijfsdoeleinden:

de realisatie van nieuwe bedrijfsgebouwen/terreinen of de uitbreiding van bestaande bedrijfsgebouwen, indien dit niet plaatsvindt op een bestaand bedrijventerrein en het milieuhindereffect (o.a. geluid, geur, externe veiligheid) groter is dan 30 meter;

b.detailhandel grootschalig:

de realisatie van nieuwe detailhandelsvestigingen of de uitbreiding daarvan met een winkelvloeroppervlakte van 1500 m² of meer;

c.duurzame energie:

i.de realisatie van zonneweides en installaties voor het opwekken van duurzame energie, buiten een bedrijfsbestemming en niet aangebracht op een dak;

ii.de realisatie van één of meer windmolens, ongeacht de hoogte;

d.infrastructuur:

de aanleg van grootschalige nieuwe en /of een ingrijpende reconstructie van weg- en waterinfrastructuur met bijbehorende weg,- water-, parkeren groenvoorzieningen;

e.maatschappelijk voorzieningen:

i.de realisatie van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals onderwijsvoorzieningen en religieuze voorzieningen, met een gebruiks-oppervlakte van 1500 m² of meer;

ii.de realisatie van nieuwe voorzieningen die verband houden met (tijde-lijke) opvang van vluchtelingen, asielzoekers en/of migranten, be-schermd wonen en/of 24 uurs zorg, of de uitbreiding daarvan met een gebruiksoppervlakte van 1500 m² of meer;

f.sport- en recreatieve voorzieningen:

de realisatie van nieuwe voorzieningen of de uitbreiding daarvan voor sport, recreatie en leisure met een gebruiks- c.q. buitenoppervlakte van 1500 m² of meer.

2Dit besluit in werking te laten treden op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt.

Argumenten

1.1 Deze activiteiten kunnen een grote impact hebben op de omgeving.

Participatie, voorafgaand aan de vergunningaanvraag, bij de genoemde activiteiten kan leiden tot betere planvorming. Vooral bij initiatieven die grote gevolgen voor de omgeving kunnen hebben, is het van belang dat alle belangen van betrokkenen bekend zijn en hier zoveel als mogelijke rekening mee wordt gehouden.

1.2 Het is niet nodig om bij alle omgevingsvergunningaanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht te stellen.

In gevallen dat participatie niet verplicht is, zal een aanvrager vaak toch aan participatie doen. Participatie kan tot compromissen, draagvlak en begrip leiden. Hierdoor kan worden voorkomen dat belanghebbenden gebruik maken van de mogelijkheden van bezwaar en beroep en daardoor voor vertraging van de omgevingsvergunningprocedu-re kunnen zorgen.

De gemeente zal bij overleggen over een mogelijk initiatief de initiatiefnemer al in een vroeg stadium adviseren en stimuleren om participatie toe te passen, ook indien dit niet verplicht is.

1.3 Verplichte participatie vergroot de mogelijkheid om te komen tot een integrale belangenafweging bij de vergunningverlening.

Participatie draagt bij aan een betere belangafweging en besluitvorming door de gemeente, indien de belangen van alle betrokken bekend zijn en zijn meegewogen in de planvorming.

1.4 Participatie is een belangrijke pijler voor Heerlen.

Uit het coalitieakkoord ‘Uit liefde voor onze stad’ blijkt dat participatie bij initiatieven als een belangrijk instrument wordt gezien om bewoners, ondernemers, maatschappelij-ke organisaties en andere belanghebbenden in een vroegtijdig stadium te betrekken bij ontwikkelingen hun leefomgeving. Dit besluit draagt hier aan bij.

2Het adviesrecht is gebaseerd op toekomstige wetgeving, artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet.

Dit betekent dat de grondslag voor dit besluit pas ontstaat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Tegenargumenten en risico’s

1.1 Het verplicht stellen van participatie zal niet automatisch leiden tot betere participatie.

Met het verplicht stellen van participatie kan niet gestuurd worden op de wijze of de vorm van de participatie, omdat de raad of het college niet bevoegd zijn om voor te schrijven hoe geparticipeerd moet worden.

1.2 Participatie leidt niet altijd tot draagvlak

Participatie is geen synoniem voor draagvlak. Initiatiefnemers en belanghebbenden kunnen het, ook na intensieve gesprekken en uitvoerige participatietrajecten, nog steeds niet eens zijn met elkaar. Belangen en uitgangsposities kunnen verschillend zijn.

Naar elkaar luisteren betekent niet dat er altijd een voor iedereen wenselijke en gedragen oplossing komt. Uiteindelijk moeten alle argumenten en belangen worden afgewogen en zal er een besluit volgen.

1.3 Door de verplichte participatie ontstaat een extra verplichting voor initiatiefnemers bij de aanvraag van een omgevingsvergunning.

De Omgevingswet verplicht de gemeente niet om activiteiten aan te wijzen waarbij participatie verplicht wordt gesteld. Het aanwijzen van deze gevallen berust op een bevoegdheid, waar uw raad gebruik van kan maken.

Kosten en dekking

n.v.t.

Communicatie

Dit besluit wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad.

Evaluatie

Dit besluit zal worden geëvalueerd na 2 jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet en, indien nodig, worden bijgesteld. Er is gekozen voor een termijn van 2 jaar, omdat de verwachting is dat lopende initiatieven nog zo veel als mogelijk onder de huidige wet- en regelgeving zullen worden afgehandeld. Daarnaast zal de onbekendheid met het nieuwe wettelijke kader tot gevolg hebben dat de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet in de beginperiode na de inwerkingtreding nog niet veelvuldig zullen worden toegepast.

Planning, procedure en uitvoering

Het voorgestelde besluit zal geagendeerd worden voor behandeling in de commissie ROLO en de raad van december 2022.

Het besluit treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Naar verwachting is dit op 1 juli 2023 aanstaande. Hiervoor wordt nieuw Koninklijk Besluit in procedure gebracht.

raadsbesluit

De raad der gemeente Heerlen;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 november 2022 registratienummer BWV-22002092;

gezien het advies van de raadscommissie ;

besluit:

1Participatie verplicht te stellen voorafgaand aan het indienen van een vergunningaanvraag, als bedoeld in artikel 16.55, lid 7 omgevingswet, bij de volgende activiteiten:

a.bedrijfsdoeleinden:

de realisatie van nieuwe bedrijfsgebouwen/terreinen of de uitbreiding van bestaande bedrijfsgebouwen, indien dit niet plaatsvindt op een bestaand bedrijventerrein en het milieuhindereffect (o.a. geluid, geur, externe veiligheid) groter is dan 30 meter;

b.detailhandel grootschalig:

de realisatie van nieuwe detailhandelsvestigingen of de uitbreiding daarvan met een winkelvloeroppervlakte van 1500 m² of meer;

c.duurzame energie:

iii.de realisatie van zonneweides en installaties voor het opwekken van duurzame energie, buiten een bedrijfsbestemming en niet aangebracht op een dak;

iv.de realisatie van één of meer windmolens, ongeacht de hoogte;

d.infrastructuur:

de aanleg van grootschalige nieuwe en /of een ingrijpende reconstructie van weg- en waterinfrastructuur met bijbehorende weg,- water-, parkeren groenvoorzieningen;

e.maatschappelijk voorzieningen:

iii.de realisatie van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals onderwijsvoorzieningen en religieuze voorzieningen, met een gebruiks-oppervlakte van 1500 m² of meer;

iv.de realisatie van nieuwe voorzieningen die verband houden met (tijde-lijke) opvang van vluchtelingen, asielzoekers en/of migranten, be-schermd wonen en/of 24 uurs zorg, of de uitbreiding daarvan met een gebruiksoppervlakte van 1500 m² of meer;

f.sport- en recreatieve voorzieningen:

de realisatie van nieuwe voorzieningen of de uitbreiding daarvan voor sport, recreatie en leisure met een gebruiks- c.q. buitenoppervlakte van 1500 m² of meer.

2Dit besluit in werking te laten treden op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.