Gemeentelijke regelgeving

Gemeente heerlen - Horecasanctiebeleid Heerlen

Gemeente Heerlen · geldt sinds 12 oktober 2021

Aanhef

Considerans

de burgemeester van Heerlen,

overwegende dat;

uit het oogpunt van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid een goede naleving van de voor de horeca geldende wet- en regelgeving noodzakelijk is;

naleving van die regels in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de vergunninghouder zelf is. Deze dient de bedrijfsvoering daar op in te richten;

de burgemeester een beginselplicht heeft tot het handhaven van wet- en regelgeving;

ten behoeve van een effectief toezicht en bestuurlijke handhaving het wenselijk is om inzicht te geven welke bestuurlijke maatregel volgt na een geconstateerde overtreding;

de maatregelen in redelijke verhouding moeten staan tot het geschonden belang. Het doel is om de overtreder te bewegen tot naleving van de geldende regels. Uitgangspunt is een waarschuwing bij lichte overtredingen. Bij ernstige(re) overtredingen wordt beoogd het normgedrag te bereiken door het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang en in het uiterste geval het intrekken van de verleende vergunning(en). De hoogte de dwangsom is afgestemd op het te verwachten (financiële) voordeel dat de overtreder kan behalen bij het niet naleven van de betreffende regels.

ter zake het aantreffen van drugs in een horeca-inrichting en het overtreden van de gedoogcriteria voor coffeeshops, het Damoclesbeleid Heerlen van toepassing is;

de bepalingen uit Hoofdstuk 3 afdeling 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen (hierna: de APV) ook van toepassing zijn op horeca-exploitatievergunningen die verleend zijn in verband met de exploitatie van een coffeeshop;

gelet op:

de artikelen 2:27 t/m 2:34d, 2:43 en 3:2 t/m 3:20 van de APV ;

de Alcoholwet;

artikel 125 van de Gemeentewet;

artikel 174 van de Gemeentewet;

hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Besluit

vast te stellen de volgende beleidsregels:

Artikel 1: Sanctieoverzicht

Leeswijzer: per matrix wordt de soort overtreding aangegeven en welke bestuurlijke stap genomen wordt per constatering. Inclusief een korte toelichting.

Artikel 2: Samenloop overtredingen

Er kan sprake zijn van samenloop van overtredingen. Tegen iedere afzonderlijke overtreding wordt in beginsel conform onderhavig beleid afzonderlijk opgetreden. Bij samenloop van maatregelen die qua zwaarte ongelijk zijn is de zwaarste doorslaggevend. Zo wordt er geen waarschuwing of last onder dwangsom gegeven als de zwaarste overtreding al leidt tot het tijdelijk sluiten van de inrichting of, in het uiterste geval, intrekken van de vergunning(en).

Artikel 3: Begunstigingstermijn

Last onder bestuursdwang

In beginsel wordt een begunstigingstermijn van 48 uren aangehouden, gerekend vanaf de bekendmaking van de last onder bestuursdwang strekkende tot sluiting van de horeca-inrichting, waarbinnen belanghebbende(n) zelf in de gelegenheid worden gesteld om te voldoen aan de last onder bestuursdwang. Ook geeft dit belanghebbende de gelegenheid om voorraden op te maken en/of door te verkopen en regelingen te treffen met personeel, leveranciers en dergelijk. Bij spoedeisende situaties wordt er geen begunstigingstermijn gegeven en kan het sluitingsbevel reeds mondeling gegeven worden.

Indien de effectuering van het sluitingsbevel is opgeschort in verband met een bij de (voorzieningenrechter van de) rechtbank Limburg aanhangig gemaakte procedure, geldt in beginsel een begunstigingstermijn van ten minste 24 uren gerekend vanaf het moment van bekendmaking van een voor de belanghebbende afwijzende uitspraak van (de voorzieningenrechter van) de rechtbank.

Last onder dwangsom

Er wordt, uitgezonderd bijzondere omstandigheden, geen begunstigingstermijn aangehouden gerekend vanaf de bekendmaking van de last onder dwangsom strekkende tot het bepaalde te doen of te laten. In alle gevallen gaat het immers om het nalaten van iets wat direct mogelijk is. Als er een actieve handeling nodig is (bijvoorbeeld het bestellen van een leeftijdssticker) om aan de last te voldoen wordt er daartoe een redelijke termijn gesteld.

Artikel 4: Verjaringstermijn bestuurlijke maatregelen

Voor de handhavingsmatrices geldt dat de volgende stap wordt gezet als binnen 24 maanden na een vorige constatering opnieuw een overtreding plaatsvindt. Waarschuwingen vervallen eveneens na 24 maanden.

Indien een inrichting wordt overgenomen door een nieuwe exploitant vervallen in beginsel alle waarschuwingen en/of lasten onder dwangsom. Een geëffectueerde bestuursdwang blijft in beginsel wel van kracht.

Artikel 5: Vervolgstappen bij voortduren overtredingen

Als binnen de verjaringstermijn het maximum aan bestuurlijke stappen is bereikt wordt per soort overtreding, het specifieke dossier en de aard van de inrichting bezien welke verdere bestuursrechtelijke maatregelen noodzakelijk zijn om tot het gewenste normgedrag te komen. Hierbij kan gedacht worden aan het opleggen van een hogere last onder dwangsom of het alsnog toepassen van bestuursdwang of het intrekken van de vergunning(en).

Artikel 6: Afwijkingsbevoegdheid

De burgemeester heeft bij de besluitvorming over te treffen maatregelen een inherente afwijkingsbevoegdheid. De stappen in de handhavingsmatrices gelden echter als strikt uitgangspunt. Enkel onder bijzondere omstandigheden kan aanleiding zijn van deze uitgangspunten af te wijken.

De afwijking kan ook bestaan uit het overslaan van stappen indien hiertoe aanleiding bestaat, zoals de situatie waarin de overtreder op voorhand expliciet aangeeft dat hij niet wenst mee te werken aan het opheffen van de geconstateerde overtreding(en).

Artikel 7: Gedogen enkel bij zeer bijzondere omstandigheden

Het uitgangspunt is dat alle overtredingen van wet- en regelgeving door middel van handhaving tot beëindiging worden gebracht. Er wordt conform het handhavingsbeginsel niet gedoogd. Alleen bij zeer bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk en gerechtvaardigd zijn om (voorlopig) van bestuursrechtelijk handhavend optreden af te zien. Gedoogde situaties en de voorwaarden daartoe worden te allen tijde in een schriftelijke gedoogbeslissing vastgelegd. Een gedoogbeslissing wordt voor de duur van maximaal drie maanden verstrekt en is persoons- en pandgebonden. Het niet naleven van de gestelde voorwaarden leidt altijd tot het per ommegaande intrekken van de gedoogbeslissing.

Tot een gedoogbeslissing wordt enkel en alleen overgegaan als de toetsen ter zake levensgedrag, Wet Bibob, Bouwbesluit en brandveiligheid met goed gevolg zijn doorlopen.

Artikel 8: Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die waarop deze regels zijn bekendgemaakt.

Artikel 9: Intrekking oude beleidsregel

De beleidsregel ‘Horecasanctiebeleid Heerlen’, vastgesteld op 28 februari 2012, en in werking getreden op 5 april 2012, wordt ingetrokken.

Artikel 10: Citeertitel

Dit handhavingsbeleid wordt aangehaald als “Horecasanctiebeleid Heerlen”.

ALGEMENE TOELICHTING

In de gemeente Heerlen is sinds het jaar 2012 in het Horecasanctiebeleid Heerlen vastgelegd welke bestuursrechtelijke stappen worden genomen bij constateringen van overtredingen van wet- en regelgeving die zien op de horeca-gerelateerde artikelen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen. Overtredingen van de Alcoholwet (tot 1 juli 2021, de Drank- en Horecawet) waren hierin niet opgenomen omdat het toezicht en handhaving op dat moment nog bij de NVWA was gelegen. Per 1 januari 2013 is de burgemeester eveneens bevoegd toezicht te houden en (juridisch) te handhaven op de Alcoholwet en derhalve zijn de meest voorkomende overtreden opgenomen in de handhavingsmatrices.

Het sanctiebeleid heeft als doel om eenduidig en consequent op te treden tegen overtredingen van horeca-gerelateerde APV-bepalingen alsmede de Alcoholwet. Ook wordt op grond van dit beleid sanctionerend opgetreden tegen horecabedrijven waar zich strafbare feiten en/of ordeverstoringen voordoen. Het sanctiebeleid heeft de afgelopen jaren bewezen buitengewoon effectief te zijn bij de bestuursrechtelijke aanpak van horecabedrijven die het niet zo nauw nemen met de regels. Deze aanpak is nodig om zorg te dragen dat iedere horecaondernemer onder dezelfde condities kan ondernemen en concurreren hetgeen een gezond ondernemersklimaat creëert. Ook maakt het onderdeel uit van de aanpak van ondermijnende criminele activiteiten nu algemeen bekend is dat de horeca een van de branches is die hier gevoelig voor is gebleken. Maar onderhavig beleid heeft ook ten doel een belangrijke bijdrage te leveren aan een veilige en leefbare stad waar de inwoners en bezoekers veilig en plezierig kunnen uitgaan en uitgangsexcessen tot een minimum wordt beperkt. Het naleven van de regelgeving door de horecaondernemers is daarbij van groot belang.

Met name de Alcoholwet voorziet in regelgeving ter voorkoming van gezondheidsrisico’s zoals alcoholverslaving. Overtredingen hiervan, evenals bij ernstige ordeverstoringen, kennen derhalve een stevige bestuurlijke reactie.

Het vertrouwen is gegeven dat horecaondernemers het belang van de goede naleving van de wet- en regelgeving onderkennen en daar verantwoordelijkheid in nemen. Uitgangspunt is dan ook dat in beginsel volstaan kan worden met een waarschuwing bij een eerste overtreding. Een dergelijke waarschuwing zal in veel gevallen reeds leiden tot het voorkomen van nieuwe overtredingen en extra aandacht voor de naleving van specifieke regels. Daar waar het gaat om ernstige overtredingen of het moedwillige overtreden van regelgeving is afgeweken van het uitgangspunt en worden direct zwaardere maatregelen getroffen die variëren van een last onder dwangsom of het toepassen van bestuursdwang.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1

De burgemeester handelt in het kader van zijn bevoegdheid tot het treffen van herstelsancties ter naleving van de relevante artikelen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen alsmede de Alcoholwet en aanverwante besluiten overeenkomstig de in dit artikel opgenomen handhavingsmatrices. De meest voorkomende en meest ingrijpende overtredingen hebben een eigen matrix. In de afsluitende matrix geeft een niet-limitatieve opsomming van (weinig) voorkomende overtredingen die een gelijkluidend stappenplan kennen.

Afhankelijk van de ernst of aard van de overtreding kan, gemotiveerd, worden afgeweken door een zwaardere maatregel op te leggen.

Per matrix wordt een korte toelichting gegeven op de overtreding, eventuele uitzonderingen of bijzondere bepalingen, en de bestuurlijke stap die volgt. Daar waar bij lasten onder dwangsom gesproken wordt over ‘maximaal x-keer’ gaat het om het aantal keer de genoemde dwangsom verbeurd kan worden. Mocht het maximum bereikt zijn mag worden aangenomen dat de dwangsommen (of hoogte daarvan) niet hebben geleid tot het gewenste normgedrag en de overtreding vermoedelijk blijft voortduren. Op dat moment wordt per geval bezien welke (zwaardere) bestuursrechtelijke maatregel nodig om te komen tot het gewenste normgedrag. De nieuwe stap is veelal het opleggen van een nieuwe maar fors hogere last (bij een last onder dwangsom, minimaal een verdubbeling) of het overgaan tot het toepassen van bestuursdwang in de vorm van een tijdelijke sluiting.

Toepassing van bestuursdwang geschiedt conform artikel 5:25 Algemene wet bestuursrecht op kosten van de overtreder.

Dwangsombedragen zijn strikte uitgangspunten maar maatwerk is mogelijk. De sanctie moet proportioneel zijn en in redelijke verhouding staan tot de overtreding en de beoogde werking van de dwangsom. Het moet een voldoende financiële prikkel voor de overtreder opleveren om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden.

Artikel 2

Bij een samenloop van overtredingen worden deze in beginsel afzonderlijk afgedaan conform het sanctieoverzicht. Hierbij geldt wel dat de zwaarste overtreding doorslaggevend zal zijn. Als de zwaarste sanctie bestaat uit het intrekken van de vergunning heeft het immers geen nut of noodzaak meer om bijvoorbeeld een waarschuwing voor een gelijktijdig geconstateerde lichtere overtreding te geven. De samenloop kan ook inhouden dat bestuurlijke stappen worden overgeslagen omdat het totaal aan (lichtere) overtredingen tezamen een ernstige verstoring van de openbare orde kan opleveren.

Artikel 4

Als 24 maanden na het bekendmaken van een bestuurlijke maatregel geen nieuwe overtreding wordt geconstateerd vervalt de maatregel. In principe begint de vergunninghouder weer met een schone lei en wordt een nieuwe overtreding weer afgedaan met de eerste stap uit bijbehorende sanctiematrix.

Artikel 7

Van een uitzonderlijke situatie kan sprake zijn als er concreet zicht op legalisatie is waarbij bijv. de vergunningverlening enkel nog afhangt van onvoorziene administratieve handelingen (denk hierbij aan het formaliseren van een huurovereenkomst met een bierbrouwerij).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.