HOOFDSTUK 1 Beoordelingscriteria en afweging
Artikel 1 Afwegingscriterium monumentale bomen: alternatieven
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning moet de aanvrager aantonen dat hij alternatieven voldoende heeft onderzocht om de monumentale boom duurzaam in stand te houden. Dit geldt ook wanneer er in de directe omgeving van de boom werkzaamheden gaan plaatsvinden. Er moet een bomen effect analyse opgesteld worden, volgens het meest recente Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen.
2De bomen effecten analyse, zoals benoemd in lid 1, wordt uitgevoerd door een European Tree Technician.
3Bij een monumentale boom die op basis van veiligheid laag scoort, moet de aanvrager aantonen dat er alternatieven onderzocht zijn om de omgeving in te richten om de situatie veilig te maken en zodoende de monumentale boom te behouden, zie ook artikel 3 van deze beleidsregels.
4De gemeente kan een contra-onderzoek laten uitvoeren.
Artikel 2 Afwegingscriterium monumentale bomen: maatschappelijk belang
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de zwaarte van het maatschappelijk belang bepalen.
2De afweging van het maatschappelijk belang is onderverdeeld in ‘hoog, middel en laag’.
3Het maatschappelijk belang scoort ‘hoog’ indien:
a.er sprake is van een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang, waaronder redenen van sociale of economische aard;
b.het bouwwerk of de aanleg bijdraagt aan fundamentele waarden, zoals veiligheid, volksgezondheid of milieu of een groot sociaaleconomisch belang;
c.het niet van tijdelijke aard is;
d.het belang voor een lange termijn geldt.
Voorbeelden
uitbreiding of bouw van een zorginstelling;
uitbreiding of bouw van een onderwijsinstelling;
projectmatige uitbreiding of inbreiding van woongebieden;
uitbreiding of bouw van een winkel die voor de hele stad van belang is;
de aanleg van infrastructuur die minimaal een bovenwijks belang dient.
4Het maatschappelijk belang scoort ‘middel’ indien:
a.er sprake is van enig algemeen maatschappelijk belang,
b.er sprake is van zwaarwegend individueel belang;
c.het niet van tijdelijke aard is;
d.het belang voor een lange termijn geldt.
Voorbeelden:
uitbreiding of bouw van een buurtwinkel;
aanleg van nutsvoorzieningen;
aanleg van drainage;
aanleggen van een uitrit bij een zorg- of onderwijsinstelling;
aanleggen van zijweg of uitvoegstrook bij een structuurweg.
5Het maatschappelijk belang scoort ‘laag’ indien:
a.Er sprake is van een tijdelijk maatschappelijk belang;
b.er sprake is van een niet-zwaarwegend individueel belang;
c.het belang voor een korte termijn geldt.
Voorbeelden:
bemalen / bronneren;
aanleggen van tijdelijke bouwwegen;
aanleggen van een uitrit of manoeuvreerruimte bij één woning;
uitbreiding of bouw van een woonhuis;
overlast zoals schaduw, plaagdieren of bladval.
Artikel 3 Afwegingscriterium monumentale bomen: veiligheid
1Indien van toepassing moet de aanvrager bij de aanvraag van een omgevingsvergunning aantonen dat sprake is van een zeer onveilige situatie, waarbij instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade. Dit doelt op onveiligheid die voortkomt uit instabiliteit of het verval van de boom.
2De veiligheidstoestand van de boom moet blijken uit een onafhankelijk deskundigenrapport. Dit rapport moet bij monumentale bomen worden opgesteld door een European Tree Technician volgens het meest recente Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Hierin moet ook worden aangetoond dat de onveilige situatie onherstelbaar is en er geen alternatieven voor behoud zijn. Bijvoorbeeld door snoei, verankering, stutten, afzetting of het ontoegankelijk maken van het risicogebied.
3Bij twijfel kan de gemeente een contra-onderzoek laten uitvoeren.
Artikel 4 Afweging van de criteria bij monumentale bomen
1De afweging tussen artikelen 1, 2 en 3 van deze beleidsregels geschiedt op basis van een puntenscore
2De volgende punten kunnen worden behaald:
a.alternatieven zijn voldoende onderzocht én er zijn geen opties tot behoud: 50 punten;
alternatieven zijn onvoldoende onderzocht of er zijn opties tot behoud: 0 punten;
b.maatschappelijk belang ‘hoog’: 50 punten
maatschappelijk belang ‘middel’: 20 punten
maatschappelijk belang ‘laag’: 0 punten
c.zeer onveilige situatie boom voor omgeving én moeilijk veilig te maken: 50 punten
veilige situatie boom voor omgeving of eenvoudig veilig te maken: 0 punten
3Voor de puntentoekenning wordt gebruik gemaakt van het beoordelingsformulier zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregels.
4De afweging is als volgt:
a.bij minder dan 100 punten wordt de omgevingsvergunning geweigerd.
b.bij 100 of meer punten kan de omgevingsvergunning worden verleend.
NIET MONUMENTALE BOMEN EN HOUTOPSTANDEN
Voor alle overige bomen, vanaf 60 centimeter stamomtrek, en houtopstanden wordt aan elf beoordelingscriteria getoetst (zie hierna en in bijlage 1 van deze beleidsregels: beoordelingsformulier) zoals benoemd in Artikel 9 lid 3 van de Regels voor de bescherming van bomen en houtopstanden Heerlen 2024:
Artikel 9 lid 3 van de Regels voor de bescherming van bomen en houtopstanden Heerlen 2024 regels luidt:
Een omgevingsvergunning voor de overige bomen en houtopstanden kan worden verleend, indien de belangen van verwijdering opwegen tegen de belangen van behoud:
De belangen van behoud zijn:
a.natuur en biodiversiteit;
b.cultuurhistorische waarden;
c.dendrologische waarden;
d.structuur- en beeldwaarden voor landschap of stedenbouw;
e.(micro)klimaat en volksgezondheid;
f.kwalitatief goed bomenbestand.
De belangen van verwijdering zijn:
a.ernstige hinder;
b.maatschappelijk belang;
c.potentiële risico’s;
d.toekomstverwachting;
e.financieel nadeel.
Artikel 5 Afwegingscriterium overige bomen en houtopstanden: natuur en biodiversiteit
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de waarde voor natuur en biodiversiteit bepalen.
2De aanwezigheid van beschermde soorten en rode lijst soorten weegt zwaar. Bijvoorbeeld aanwezigheid van maretak, de aanwezigheid van holen en spleten, nesten en fladderiepen (vanwege iepenpage).
3De waarde van een boom/houtopstand voor natuur en biodiversiteit is afhankelijk van de mate waarin een boom voedsel, schuil- en nestelgelegenheid biedt aan vogels, zoogdieren en insecten. Ook kan een boom een essentieel onderdeel vormen van het biotoop van planten.
a.als in een boom of houtopstand een beschermde soort of soort van de rode lijst woont of broedt, of essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de soort scoort de boom de waarde ‘hoog’;
b.als in een boom of houtopstand een of meerdere overige soorten wonen of broeden, scoort de boom de waarde ‘middel’;
c.indien soorten afwezig zijn scoort de boom of houtopstand ‘laag’.
4Dit criterium vervangt nooit de verboden in de wetsartikelen 11.37 t/m 11.59 Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 6 Afwegingscriterium overige bomen en houtopstanden: cultuurhistorische waarden
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de waarde voor cultuurhistorie bepalen.
2De mate waarin een boom een cultuurhistorisch verhaal heeft en bijdraagt aan de (monumentale) beleving van de omgeving bepaalt de cultuurhistorische waarde.
a.een boom of houtopstand met cultuurhistorisch verhaal of in hoge mate bijdraagt aan de monumentale beleving scoort ‘hoog’;
b.een boom of houtopstand met cultuurhistorische waarden maar minder beeldbepalend dan a. scoort ‘middel’;
c.boom of houtopstand zonder cultuurhistorisch verhaal of met weinig of niet bijdraagt aan de monumentale omgeving scoort ‘laag’.
Artikel 7 Afwegingscriterium overige bomen en houtopstanden: dendrologische waarden
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de dendrologische waarde bepalen.
2Dendrologische waarden worden bepaald door de vraag of de boom zeldzaam of algemeen gangbaar is in Heerlen. Daartoe is een uitsluitingslijst opgesteld, met de top-35 voor Heerlen gangbare boomsoorten, zie bijlage 2 van deze beleidsregels.
a.staat de boomsoort niet op deze ‘uitsluitingslijst’, dan scoort de boom of houtopstand waarde ‘hoog’;
b.staat deze wel op de lijst dan scoort deze waarde ‘laag’.
Artikel 8 Afwegingscriterium overige bomen en houtopstanden: waarden voor structuur landschap of stedenbouw
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de waarde voor structuur landschap of stedenbouw bepalen.
2De mate van zichtbaarheid van de ‘habitus’ (= buitenrand) van de boom of houtopstand vanaf de openbare weg bepaalt de waarde. Er wordt ter plaatse gekeken naar een min of meer loodrechte afstand tot de boom of houtopstand vanaf de openbare weg en vanaf daar de mate van zichtbaarheid in % van de habitus.
a.tussen 100 tot 75 % zichtbaar scoort de waarde ‘hoog’;
b.van 75 tot 50% zichtbaar scoort waarde ‘middel’;
c.50% of minder zichtbaar vanaf de openbare weg scoort ‘laag’.
Artikel 9 Afwegingscriterium overige bomen en houtopstanden: waarden voor (micro)klimaat en gezondheid
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de waarde voor (micro)klimaat en gezondheid bepalen.
2De volgroeidheid van de kroon van de boom of de kronen van het grootste deel van de houtopstand bepaalt de waarde.
a.bij een 100% uitgegroeide kroon scoort waarde ‘hoog’;
b.bij een 99-75% uitgegroeide kroon scoort waarde ‘middel’;
c.bij knotbomen, gekandelaberde bomen en vormbomen scoort waarde ‘laag’.
Artikel 10 Afwegingscriterium overige bomen en houtopstanden: waarden voor een kwalitatief goed bomenbestand
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de waarde voor een kwalitatief goed bomenbestand bepalen.
2De veiligheid en gezondheid van de bomen en de geschiktheid van de standplaats bepalen deze waarde.
a.een gezonde, veilige boom of houtopstand op een goede standplaats scoort waarde ‘hoog’;
b.bomen en houtopstanden met lichte gebreken op een suboptimale standplaats scoren waarde ‘middel’;
c.bomen of houtopstanden met gebreken of onveilige bomen en op een slechte standplaats scoren waarde ‘laag’.
Artikel 11 Afwegingscriterium overige bomen en houtopstanden: hinder
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de waarde hinder bepalen.
2De mate van hinder door een boom of houtopstand naar de (kans op) schade door wortels of takken en naar de mate van schaduw door de boom of houtopstand in een hoofdvertrek in een woning bepaalt de waarde.
a.meer dan 6 uren per dag schaduw in het hoofdvertrek van een woning en/of schade van wortels of takken aan gebouwen scoort ‘hoog’;
b.tussen bij 3 tot 6 uren schaduw in een hoofdvertrek in een woning en/of wortelopdruk aan tuin, erf of oprit scoort ‘middel’;
c.bij minder dan 3 uren schaduw door de boom in een hoofdvertrek in een woning of blad, vrucht, pluis, honingdauw etc. scoort ‘laag’.
3Schaduw van bomen voor zonnepanelen zijn niet als hinder aan te merken, maar voor rekening en risico van de eigenaar van de zonnepanelen. Enkel bij aanplant van bomen, in niet reeds aanwezige houtopstanden of lanen, wordt met aanwezige zonnepanelen rekening gehouden.
Artikel 12 Afwegingscriterium overige bomen en houtopstanden: maatschappelijk belang
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de zwaarte van het maatschappelijk belang bepalen.
2De bepaling van het maatschappelijk belang vindt plaats op de wijze zoals beschreven in Artikel 2 van deze beleidsregels.
Artikel 13 Afwegingscriterium overige bomen en houtopstanden: potentiële risico’s
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de waarde van de potentiële risico’s bepalen.
2De waarde wordt bepaald door de potentiële risico’s voor de omgeving die van een boom of houtopstand kunnen uitgaan.
a.zeer onveilige situaties binnen 1 jaar, waarbij instandhouding niet langer verantwoord is vanwege het hoge risico op schade of letsel, scoren waarde ‘hoog’;
b.situaties van een hoog veiligheidsrisico binnen 3 jaar scoren waarde ‘middel’;
c.situaties met geen of weinig waarneembaar veiligheidsrisico scoren ‘laag’.
Artikel 14 Afwegingscriterium overige bomen en houtopstanden: toekomstverwachting
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de waarde van de toekomstverwachting bepalen.
2De toekomstverwachting van een boom of houtopstand wordt ingedeeld in 3 fases:
a.meer dan 15 jaar scoort ‘hoog’;
b.tussen 5 en 15 jaar scoort ‘middel’;
c.minder dan 5 jaar scoort laag.
Artikel 15 Afwegingscriterium overige bomen en houtopstanden: financieel nadeel
1Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de waarde van het financieel nadeel bepalen.
2De waarde wordt bepaald als een boom of houtopstand financieel nadeel veroorzaakt voor de klager.
a.meer dan 15% van het jaarlijks belastbaar inkomen/ winst scoort ‘hoog’;
b.tussen 10 tot 15% van het jaarlijks belastbaar inkomen/winst scoort ‘middel’;
c.minder dan 10% van het jaarlijks belastbaar inkomen/winst bedraagt scoort ‘laag’.
3Indien een benadeelde hierop een beroep wil doen, dient deze formele bewijzen van inkomen, winst of vermogen te overleggen, zoals belastingaanslag, accountantsverklaring of taxatierapport. Uit deze documenten moet blijken dat het nadeel het directe gevolg is van de boom of houtopstand.
4Schaduw van bomen voor zonnepanelen zijn niet als nadeel aan te merken, maar voor rekening en risico van de eigenaar van de zonnepanelen.
Artikel 16 Afweging van de criteria bij overige bomen en houtopstanden
1De afweging tussen artikelen 5 tot en met 15 geschiedt op basis van een puntenscore.
2De volgende punten kunnen worden behaald:
a.natuur en biodiversiteit ‘hoog’ 30 punten;
natuur en biodiversiteit ‘middel’ 15 punten;
natuur en biodiversiteit ‘laag’ 0 punten;
b.cultuurhistorische waarden ‘hoog’ 30 punten;
cultuurhistorische waarden ‘middel’ 20 punten;
cultuurhistorische waarden ‘laag’ 0 punten;
c.dendrologische waarden ‘hoog’ 30 punten;
dendrologische waarden ‘laag’ 0 punten;
d.waarden voor structuur landschap of stedenbouw ‘hoog’ 30 punten;
waarden voor structuur landschap of stedenbouw ‘middel’ 15 punten;
waarden voor structuur landschap of stedenbouw ‘laag’ 5 punten;
e.waarden (micro)klimaat en gezondheid ‘hoog’ 30 punten;
waarden (micro)klimaat en gezondheid ‘middel’ 10 punten;
waarden (micro)klimaat en gezondheid ‘laag’ 5 punten;
f.kwalitatief goed bomenbestand ‘hoog’ 30 punten;
kwalitatief goed bomenbestand ‘middel’ 15 punten;
kwalitatief goed bomenbestand ‘laag’ 5 punten;
g.hinder ‘hoog’ 50 punten;
hinder ‘middel’ 15 punten;
hinder ‘laag’ 5 punten;
h.maatschappelijk belang ‘hoog’ 50 punten;
maatschappelijk belang ‘middel’ 20 punten;
maatschappelijk belang ‘laag’ 5 punten;
i.potentiële risico’s ‘hoog’ 25 punten;
potentiële risico’s ‘middel’ 15 punten;
potentiële risico’s ‘laag’ 0 punten;
j.toekomstverwachting ‘hoog’ 0 punten;
toekomstverwachting ‘middel’ 5 punten;
toekomstverwachting ‘laag’ 15 punten;
k.financieel nadeel ‘hoog’ 15 punten;
financieel nadeel ‘middel’ 5 punten;
financieel nadeel ‘laag’ 0 punten.
3Voor de puntentoekenning wordt gebruik gemaakt van het beoordelingsformulier bomen zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregels.
4De puntentotalen van behoud en verwijdering van de boom of houtopstand worden vergeleken.
a.is het puntentotaal van het behoud belang het hoogste dan kan de vergunning tot vellen worden geweigerd;
b.is het puntentotaal van het verwijderingsbelang het hoogste dan kan de vergunning tot vellen worden verleend;
5Bij een gelijke puntentotaal vindt een nadere belangenafweging plaats.
HOOFDSTUK 2 Herplant en compensatie
Artikel 17 Herplantplicht
1Uitgangspunt bij het verlenen van een omgevingsvergunning tot het vellen van een boom of houtopstand of bij tenietgaan van een vergunningplichtige boom of houtopstand is een herplantplicht of compensatieplicht.
2Op een particulier perceel geldt bij:
a.een te vellen boom van 180 centimeter tot 2,5 meter stamomtrek: 1:1 compensatie;
b.een te vellen boom vanaf 2,5 meter stamomtrek, en bij herdenkingsbomen en bij bomen van de landelijke monumentale bomenlijst: compensatie naar boomkroonvolume.
3Op niet particuliere percelen geldt bij:
a.een te vellen boom van 60 centimeter tot 1,2 meter stamomtrek: 1:1 compensatie;
b.een te vellen boom vanaf 1,2 meter stamomtrek, herdenkingsbomen en bomen van de landelijke monumentale bomenlijst: compensatie naar boomkroonvolume.
4Voor houtopstanden geldt een 1:1 oppervlakte compensatie afgeleid van het kroonoppervlak te meten op de meest recente luchtfoto.
5Het aantal te herplanten bomen naar boomkroonvolume wordt als volgt bepaald:
a.stamomtrek boom 1,2 tot 1,8 meter: 4 bomen per gevelde boom;
b.stamomtrek boom 1,8 tot 2,5 meter: 8 bomen per gevelde boom;
c.stamomtrek boom 2,5 tot 3,15 meter: 16 bomen per gevelde boom;
d.stamomtrek 3,15 meter en dikker: 24 bomen per gevelde boom.
6Bomen dienen in de boommaat 20/25 herplant te worden. Houtopstanden, inclusief heggen, dienen in de maat bosplantsoen 100/125 te worden herplant. De plantafstand houtopstanden is 1,0 x 1,0 meter, hagen 4 stuks per meter. Het college kan nadere eisen stellen aan het bijplanten van bomen in de boommaat 20/25 bij houtopstanden.
7Bomen en houtopstanden dienen binnen twee jaar, met uitstelmogelijkheid door college, te worden gecompenseerd.
8Uiterlijk binnen twee maanden na herplant deelt de aanvrager mede dat de herplant heeft plaatsgevonden.
Artikel 18 Financiële compensatie
1Compenseren kan door fysiek te herplanten of, indien niet ter plaatse kan worden herplant, door deze herplant op financiële wijze te voldoen.
2In geval van financiële afdoening wordt het bedrag berekend op basis van het aantal bomen dat niet ter plekke aangeplant kan worden á €3.000 (prijspeil 2024) per stuk. Wanneer het om een velling van een boom op een particulier perceel gaat dient €450 in het herplantfonds gestort te worden. Voor houtopstanden geldt een bedrag van €500 per are en voor hagen €22,50 per meter. Dit bedrag moet worden gestort in het gemeentelijk herplantfonds.
Artikel 19 Instandhoudingsplicht
1Bij de herplantplicht hoort een instandhoudingsverplichting van vijftien jaar.
Artikel 20 Inwerkingtreding
1Deze beleidsregels treden in werking op de achtste dag na bekendmaking.
Bijlage 1 Beoordelingsformulier bij Beleidsregels voor de bescherming van bomen en houtopstanden
BEOORDELINGSFORMULIER OMGEVINGSVERGUNNING VELLEN
I. Monumentale bomen
a.Alternatieven boombehoud voldoende onderzocht en geen redelijke opties voor behoud
Ja
50
Onderzoek Bomen effect analyse door European Tree Technician
nee
0
Geen / onvoldoende onderbouwd onderzoek of wel alternatieven aanwezig
b.Zwaarwegend maatschappelijk belang
Hoog
50
zie beleidsregels
Middel
20
zie beleidsregels
Laag
0
zie beleidsregels
c.Zeer onveilige situatie boom en omgeving en moeilijk eenvoudig veilig te maken
ja
50
Boomveiligheidrapport dat hierover goed onderbouwd is
nee
0
Geen/onvoldoende onderderbouwd veiligheidsonderzoek,
wel alternatieven aanwezig
Totaal
II. Overige bomen en houtopstanden
Belangen van behoud
a.Natuur en biodiversiteit
In de boom/houtopstand woont/broedt beschermde soort
Hoog
30
of soort van de Rode Lijst of essentieel onderdeel van het leefgebied
middel
15
In de boom/houtopstand woont/broedt 1 of meer soorten
laag
0
Indien niet onder de beide bovenstaande cirteria
b.Cultuurhistorische waarden
Hoog
30
Boom/houtopstand met cultuurhistorisch verhaal,
draagt bij aan de monumentale beleving van de omgeving
middel
20
Boom met cultuurhistorische waarden,
minder beeldbepalend is als bij vorig criterium
laag
0
Boom met geen of nauwelijks cultuurhistorische waarden
c.Dendrologische waarden
Hoog
30
Niet opgenomen op top-35 lijst veel voorkomende soorten Heerlen
laag
0
Opgenomen op top-35 lijst veel voorkomende soorten Heerlen
d.Waarden voor structuur en beeld landschap/stedenbouw
Hoog
30
Zeer beeldbepalend. Zichtbaarheid kroon 100&-75%
middel
15
Matig beeldbepalend. Zichtbaarheid 75%-50%
laag
5
Weinig beeldbepalend. Zichtbaarheid <50%
e.Waarden (micro)klimaat en gezondheid
Hoog
30
optimale waarde kroon 100% volgroeid
middel
10
gemiddelde waarde, kroon 99%-75% volgroeid
laag
5
Gering/matige waarde. Kroon <75% volgroeid, knot- vormbomen
f.
Kwalitatief goed bomenbestand
Hoog
50
Gezonde, veilige bomen op goede standplaats
middel
15
Bomen met lichte gebreken/niet optimale standplaats
laag
5
Bomen met gebreken /slechte standplaats
Totaal punten belangen behoud
Belangen van verwijdering
a.Ernstige hinder
Hoog
50
schade wortels/takken aan gebouwen/meer dan 6 uur schaduw/dag
Middel
15
wortelopdruk tuin/erf/oprit/ 3-6 uur schaduw in woning
Laag
5
blad/vrucht/pluis/honingdauw/schaduw minder dan 3 uur
Nihil
0
schaduw zonnepanelen
b.Maatschappelijk belang
Hoog
50
zie beleidsregels
Middel
20
zie beleidsregels
Laag
5
zie beleidsregels
c.Potentiële risico's
Hoog
25
Hoog veilgheidsrisico binnen 1 jaar
Middel
15
Hoogveiligheidsriscio binnen 3 jaar
Laag
0
weinig of geen veiligheidsrisico waarneembaar
d.Toekomstverwachting
Hoog
0
Meer dan 15 jaar
Middel
5
5tot 10 jaar
Laag
15
minder dan 5 jaar
e.Financieel nadeel
Hoog
15
meer dan 15% van winst of vermogen
Middel
5
10-15% van winst of vermogen
Laag
0
minder dan 10% van winst of vermogen
Totaal punten verwijdering bomen
III. CONCLUSIE
Totaal boombehoud
Totaal boomverwijdering
Conclusie behoud/verwijdering
IV. Verplantbare boom/bomen verplanten?
ja/nee
V. Herplant
Op locatie terug
Omrekening aantal bomen
Omrekening herplantwaarde
Bijlage 2 Dendrologie: uitsluitingslijst top-35 boomsoorten
Onderstaande lijst geeft veel voorkomende boomsoorten in gemeente Heerlen weer (top-35 uit gemeentelijke database).
Staat de boom wel op deze lijst? Dan is de boom niet dendrologisch waardevol.
Staat de boom niet op deze lijst? Dan is de boom wel dendrologisch waardevol
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Acer campestre
Veldesdoorn
Magnolia kobus
Noordelijke Japanse magnolia
Acer platanoides
Noorse esdoorn
Malus cultuurvariëteit
Appel variëteiten
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
Platanus acerifolia
Gewone plataan
Acer rubrum
Rode esdoorn
Populus canadensis
Canadapopulier
Acer saccharinum
Witte esdoorn
Prunus avium
Zoete kers
Aesculus hippocastanum
Paardenkastanje
Prunus hybride
Prunus hybide
Alnus cordata
Hartbladige els
Pyrus calleryana
Sierpeer
Alnus glutinosa
Zwarte els
Quercus cerris
Moseik
Betula pendula
Ruwe Berk
Quercus palustris
Moeraseik
Carpinus betulus
Haagbeuk
Quercus robur
Zomereik
Castanea sativa
Tamme kastanje
Quercus rubra
Amerikaanse eik
Corylus colurna
Boomhazelaar
Robinia pseudoacacia
Acacia
Fagus sylvatica
Gewone beuk
Salix alba
Schietwilg
Fraxinus angustifolia
Smalbladige es
Tilia cordata
Winterlinde
Fraxinus excelsior
Gewone es
Tilia europaea
Hollandse linde
Fraxinus ornus
Pluim-es
Tilia platyphyllos
Zomerlinde
Gleditsia triacanthos
Valse christusdoorn
Tilia tomentosa
Zilverlinde
Liquidambar styraciflua
Amerikaanse amberboom