Aanhef
De raad van de gemeente Heerlen;
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 december 2023.
Gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet, 10.23, eerste lid, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid van de Wet milieubeheer en artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren;
Rekening houdend met het Grondstoffenplan gemeente Heerlen 2022-2026;
Gelezen het advies van de commissie Ruimtelijke Ontwikkeling en Leefomgeving;
besluit vast te stellen de volgende verordening: Afvalstoffenverordening Heerlen 2024.
Artikel 1. Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
•inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden;
•inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats;
•inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens;
•perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
Artikel 2. Doelstelling
De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.
Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst
1De Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4 gevestigd te Heerlen is als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
2Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.
Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars
1Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar:
a.daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders;
b.bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of
c.verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.
2Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.
Artikel 6. Algemene verboden
Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen:
a.ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
b.over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of
c.achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5 of achter te laten in een afvalbak bedoeld voor het inzamelen van afval dat ontstaat in de openbare ruimte.
Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling
1Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.
2In ieder geval worden de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld:
a.bioafval (groente-, fruit, en tuinafval en etensresten (GFTE))
b.papier en karton;
c.metaal;
d.kunststof;
e.glas;
f.textiel;
g.gevaarlijke afvalstoffen;
h.afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
i.kunststof verpakkingsmateriaal, blik en drankenkartons (PMD).
Artikel 8. Gescheiden aanbieding
Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk:
a.ter inzameling aan te bieden;
b.achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5.
Artikel 9. Tijdstip van aanbieding
Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.
Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding
1Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over het gebruik van:
a.inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel;
b.inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel.
2Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.
3Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst
Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling verschuldigde reinigingsheffing is voldaan.
Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen
1Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen.
2Het is verboden bedrijfsafvalstoffen bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten.
Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen
1Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.
2Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
Artikel 14. Dumpingsverbod
1Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.
2Het eerste lid is niet van toepassing op:
a.het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening;
b.het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;
c.het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;
d.handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Omgevingswet of het Besluit bodemkwaliteit.
3Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.
Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte
1Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.
2Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.
3Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te doorzoeken en te verspreiden.
4Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen of deze omver te werpen.
Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen
1Het is verboden om een inrichting te exploiteren waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse dan wel in de directe omgeving kunnen worden genuttigd zonder zorg te dragen voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.
2Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.
Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg
1Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.
2Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.
Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht
Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.
Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevings-vergunning is afgegeven.
Artikel 19. Ontdoen van autowrakken
Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan de houder van een omgevings-vergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen.
Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren
1Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier.
2Burgemeester en wethouders kunnen een of meer verzamelplaatsen aanwijzen waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld.
3Burgemeester en wethouders kunnen een ondernemer aanwijzen die tevens belast is met de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren.
4Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren.
5Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats of ondernemer als bedoeld in het tweede lid.
6Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal.
7Het vijfde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.
Artikel 20. Strafbare feiten
Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met 10 en 12 tot en met 19a bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
Artikel 21. Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 18.6 van de Omgevings-wet door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
Artikel 22. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening Heerlen 2024.
Artikel 23 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2024.
2Op dat tijdstip vervalt de Afvalstoffenverordening Heerlen 2018, vastgesteld bij raadsbesluit van 29 november 2017.