Gemeentelijke regelgeving

Watertakenplan Heerenveen 2021-2024 Samenwerken aan de wateropgaven

Gemeente Heerenveen · geldt sinds 1 januari 2021

Bijlage 1 Terugblik

Stedelijke wateropgaves

Naam

Omschrijving opgave

Uitkomst

Schoolstraat

Het gebied gelegen tussen de Herenwal en de Parallelweg ligt lager dan de omgeving en in het particuliere terrein ligt een deel van het gemeentelijk riool. Hier is sprake van een gebied waar geen oppervlaktewater aanwezig is. Alle riolering is gemengd uitgevoerd. Bij hevige regenval resulteert dit in een niet functionerende afvoer van het vuilwater, treedt (vuil)water woningen binnen en blijft er water in de achtertuinen staan.

Riolering is gereinigd en er iseenpompje geplaatst op laagste stukken om alleen DWA af te pompen en afvoer te garanderen. Tot nu toe zijn de problemen hiermee beheersbaar.

Heerenveen centrum

In het centrum van Heerenveen is geen oppervlaktewater aanwezig (behalve Lindegracht) en alle verharding is aangesloten op het gemengde riool. De dichtstbijzijnde overstort ligt aan de Karst de Jongweg, waardoor de druk in de riolering hoog is. Hierdoor blijft soms water op straat staan.

Geen noemenswaardige investeringen gedaan. Het Molenplein is gerenoveerd en ook de Gedempte Molenwijk. In beide gevallen is het riool niet vervangen. Relinen in de toekomst is nog een optie. Overwogen is regenwater oppervlakkig te laten afstromen, maar verval bleek te gering.

Heerenveen midden

In Heerenveen-Midden is nagenoeg geen oppervlaktewater aanwezig en is al het verharde oppervlak (dak en terrein) op het gemengde riool aangesloten (riolering dateert globaal uit de jaren vijftig). Dit riool is niet op al het regenwater berekend. Hierdoor blijft soms water op straat staan.

Hier is veel aan wijkrenovatie gedaan. Daarbij is riool mee vervangen en regenwaterstelsels mee aangelegd. Dit heeft geleid tot flinke hoeveelheid afkoppeling van verhard oppervlak.

De Akkers

In de Akkers is voldoende oppervlaktewater aanwezig. Toch is een groot deel van het verharde oppervlak (dak en terrein) aangesloten op de gemengde riolering, waardoor de druk in het riool oploopt. Daarnaast is de berging van het oppervlaktewater beperkt. Hierdoor blijft soms water op straat staan.

In een flink gebied is riool gerenoveerd, Amelandlaan/Gooilandlaan en binnengebied. Daarbij gescheiden riool aangelegd en watersysteem verruimd.

Oudeschoot

In Oudeschoot heeft het riool een beperkte afvoer. Dat resulteert in water op straat. Er is onvoldoende oppervlaktewaterberging aanwezig. Aandachtspunt is de afvoer. Hierdoor blijft soms water op straat staan.

In het deel Uitvindersbuurt is een regenwaterstelsels aangelegd om verhard oppervlak af te koppelen.

Bedrijven-terrein Nieuwe schoot en de Heide

Voor beide geldt dat bij extreme regenval het oppervlaktewaterpeil zo hoog komt dat het de riolering instroomt. Hierdoor wordt de afvoer van het riool beperkt en het oppervlaktewater naar de rioolwaterzuivering verpompt.

In samenwerking met Wetterskip is de aan- en afvoer van het watersysteem geoptimaliseerd. Daarmee is ook een betere aanvoer i.v.m. bluswater gerealiseerd.

Oranjewoud

In Oranjewoud ligt een gemengd riool, waar geen overstort op aanwezig is (reden hiervoor is bezwarenprocedure bewoners bij Raad van State). Het teveel aan water kan niet overstorten en treedt uit via de kolken en loopt de tuinen in.

Nog niet opgepakt.

Projecten

Procedure Calamiteiten

Dit richt zich op twee zaken:

1De piketdienst, maar ook de storings- en onderhoudsdienst hebben belang bij actuele informatie over de ligging en werking van de rioolsystemen ‘buiten in het veld’. Die informatie ontbreekt en is nu alleen beschikbaar op het computernetwerk in diverse programmatuur. Hiervoor moet een handzame oplossing komen.

2In de praktijk gebeurt het vaak dat bewoners bellen over een verstopping in de huisaansluiting, maar vaak gaat het om een verstopping op gemeentelijk terrein. Hiervoor is de gemeente aansprakelijk, tenzij de verstopping door de perceeleigenaar is veroorzaakt.

Het probleem is niet zozeer dat bewoners bellen, maar dat er pas laat wordt gebeld en er al hoge kosten zijn gemaakt, soms boven de € 1.000,-. Bijvoorbeeld omdat al drie keer een ontstoppingsbedrijf is geweest. Wanneer direct was geconstateerd dat de verstopping op gemeentelijke terrein ligt, waren de kosten veelal niet nodig geweest of in elk geval veel lager. Het is belangrijk dat bewoners bij een verstopping eerst contact opnemen met de gemeente, zodat wij kunnen kijken of het een particuliere of gemeentelijke aangelegenheid betreft. Het is noodzakelijk om dit vast te leggen in een procedure. Dat geldt ook voor een vaste vergoeding voor gemaakte kosten.

Dit project loopt.

Tevens willen we realiseren dat inwoners locatiegegevens van hun aansluitpunt op de riolering (ontstoppingsput) via de website van de gemeente kunnen benaderen.

Optimalisatie Afvalwater Studie (OAS)

In 2007 hebben wij deelgenomen aan een OAS voor drie zuiveringskringen: Akkrum, Joure en Heerenveen. Die studie richtte zich met name op de strategische keuze van Wetterskip Fryslân over de exploitatie van de rioolwaterzuivering in Akkrum. Het is goed om ook specifiek voor Heerenveen een OAS uit te voeren. Daarvoor kunnen de volgende onderwerpen aan de orde komen: optimalisatie tussen de zuivering Heerenveen en de riolering Heerenveen, en de stedelijke wateropgave en gewenste waterkwaliteit. De doelstelling is om inzichtelijk te maken waar met de meest doelmatige investeringen het meest bereikt kan worden. Over de uitkomsten kan een (afvalwater)akkoord worden gesloten, waarin afspraken worden gemaakt over het toekomstig rioolbeheer, maar ook over verantwoordelijkheden en kosten. Wetterskip Fryslân financiert de helft van de kosten voor de studie.

Hier is geen invulling aan gegeven. De keten is wel geoptimaliseerd, door gemalen van gemeente van debietmeters te voorzien en pompsturing en inzicht in beide systemen op te zetten.

Monitoring functioneren riolering/overstorten

In de gemeente Heerenveen zijn ongeveer 100 overstorten. Daarvan zijn 10 voorzien van meetapparatuur die de hoeveelheid en frequentie van de overstort registreren. Dit kan mogelijk inzicht geven in het functioneren van het riool. Daarnaast is het van belang om te weten wat de overstort doet met de waterkwaliteit. Wetterskip Fryslân heeft hiervoor in Heerenveen een beperkt aantal meetpunten die een goede waterkwaliteit laten zien. Voor een weloverwogen afweging hoe en of regenwater en rioolwater kan worden geloosd op het oppervlaktewater, is het nodig te weten wat het effect op de waterkwaliteit is. Wij willen de bestaande waterkwaliteit in beeld krijgen en de gewenste waterkwaliteit formuleren. Omdat waterkwaliteit een bevoegdheid is van Wetterskip Fryslân, zouden we dit project ook goed samen op kunnen zetten. De keuze voor mogelijk afkoppelen kan dan vanuit de waterkwaliteit worden beargumenteerd. Via dit eerste onderzoek willen wij de noodzaak van monitoren van de waterkwaliteit inzichtelijk maken en meten aan het functioneren van de riolering. Afhankelijk van de uitkomsten stellen we een uitvoeringsplan voor. Hiervan zijn de kosten nog niet inzichtelijk.

Wij hebben op pompsturing ingezet. In Leeuwarden (Bilgaard) loopt een onderzoek naar kwaliteit overstortwater. Insteek is/was beide te combineren. Moet vervolg aan worden gegeven.

Implementatie zorgplicht, reductie afvloeiend hemelwater

Het beleid onder A moet worden onderzocht. Dit heeft interne en externe consequenties die in beeld moeten worden gebracht. De organisatie moet hierop worden ingericht. Informatievoorziening/communicatie is een belangrijk onderdeel. Wij stellen voor hieraan in werkgroepverband invulling te geven.

Hier is geen invulling aan gegeven. We hebben geconcludeerd dat deze opgave veelal collectief is en niet individueel moet worden afgewenteld middels een verordening.

Aansluitverordening aanpassen

De huidige aansluitverordening geeft in sommige gevallen aanleiding tot discussie. De aansluitverordening moet op de discutabele punten worden aangepast.

De aansluitverordening is aangepast.

Natuurlijke afstroming

Voor het bepalen van de stedelijke wateropgave hebben de wijkteamleiders aangegeven waar hinder en overlast voorkomen, door onder andere water op straat. Zij stelden voor om waar mogelijk te zorgen voor een natuurlijke afstroming van het hemelwater naar watergangen of overig openbaar groen. Dit kan bijvoorbeeld door op een aantal plaatsen de trottoirband te verwijderen, zodat het water via de berm kan wegstromen waardoor er minder water op straat blijft staan. De wijkteamleiders inventariseren de mogelijkheden, zodat we samen een plan kunnen opstellen.

Hieraan is weinig invulling gegeven. Is op veel plekken kansrijk, zie hevige regenval 2019, de Greiden, mogelijkheid simpel af te stromen naar oppervlaktewater.

Inventarisatie duikers opnemen in

beheersysteem

In het gemeentelijk beheersysteem zijn alle gemeentelijke rioolleidingen opgenomen. De WION (Wet informatieuitwisseling ondergrondse netten) verplicht het inzichtelijk hebben van ondergrondse leidingen. De duikers tussen de watergangen maken deel uit van het openbaar hemelwaterstelsel. In verband met graafschade is het goed deze leidingen op te nemen in het (riool)beheersysteem.

Behalve van de duikers is het noodzakelijk dat wij alle voorzieningen voor inzameling en transport van afval-, hemel- en grondwater inzichtelijk hebben. De rioolleidingen zijn goed in het beheersysteem opgenomen. Watergangen vallen echter nu ook onder een voorziening voor inzameling en transport van hemel- en grondwater. De structuur aan watergangen is bij de gemeente en Wetterskip Fryslân deels inzichtelijk. Die structuur moet worden geactualiseerd. Dat is tevens noodzakelijk voor de heffingsgrondslag voor de verbrede watertaken.

Hier wordt aan gewerkt, veel is al opgenomen, dit is een lopend proces. Ook alle watergangen worden nu in beheersysteem opgenomen.

Bijlage 2 Uitgangspunten kostendekkingsberekening

Uitgangspunten vervangingsplanningen

Vrijvervalriolen

Voor de vervangingsplanning vrijvervalriolen hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:

•De technische levensduur van vrijvervalriolen is 60 jaar. Dit betekent dat vrijvervalriolen gemiddeld genomen na 60 jaar worden vervangen.

•Het vervangingsmoment is gebaseerd op basis van inspectiebeelden. Per type mankement is bepaald hoeveel eerder of later de vervanging kan plaatsvinden. Er is relatief veel ingezet op rioolreparaties om hiermee het vervangingsmoment uit te stellen.

•Bij 25% van de rioolvervangingsprojecten wordt hemelwater afgekoppeld van het huidige gemengde rioolstelsel. Hierbij worden de makkelijk mee te nemen voorkanten van woningen afgekoppeld en worden lastig toegankelijke daken niet afgekoppeld. Er is een apart budget voor opgenomen.

•De kostenkengetallen zijn afkomstig van de gemeente Heerenveen.

Gemalen en drukrioolunits

Voor de vervangingsplanning van de gemalen en drukrioolunits hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:

•Van alle gemalen en drukrioleringsunits is een uitsplitsing gemaakt naar onderdelen. Per onderdeel is bepaald wat de technische levensduur is en wat de gemiddelde vervangingskosten zijn (op basis van eigen ervaring).

•Hiermee is een gemiddeld vervangingsbudget per jaar berekend. Dit is uitgesplitst in bouwkundige vervangingen en mechanisch/elektrische vervangingen, omdat deze een andere afschrijvingstermijn hebben.

•Over de vervangingen is een uitstelfactor van 65% gezet. Dit betekent dat we verwachten dat 65% van de investeringen worden uitgevoerd.

Persleidingen en drukleidingen

Voor de vervangingsplanning gemalen hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:

•De technische levensduur van pers- en drukleidingen is 60 jaar.

•De kostenkengetallen zijn afkomstig uit de Kennisbank van stichting Rioned en geïndexeerd naar 2020.

Bijzondere voorzieningen

In ons stelsel zitten ’bijzondere voorzieningen’ als bergbezinkbassins, waterpasserende verharding en wadi’s. Voor deze bijzondere voorzieningen hebben we geen vervangingsplanningen gemaakt, want we gaan er vanuit dat de vervanging plaatsvindt bij andere werkzaamheden aan wegen en groen. Alleen voor de vervanging/verwijdering van bergbezinkvoorzieningen hebben we een budget van € 250.000,- per stuk opgenomen in de periode 2080-2089.

Watergangen

De beschoeiingen van watergangen moeten periodiek worden vervangen. Ook moeten de watergangen regelmatig worden gebaggerd. Hier hebben we een op ervaring gebaseerd gemiddeld budget van € 202.000 per jaar voor opgenomen in de exploitatie.

Uitgangspunten toerekening kosten

Door de gemeenteraad is ervoor gekozen om zoveel mogelijk kosten toe te rekenen aan de rioolheffing. Hier leggen we uit hoe dit is meegenomen in de kostendekkingberekening.

Algemeen

Alle aan de rioleringszorgplichten (stedelijk afvalwater, afstromend hemelwater, grondwater te wijten kosten zijn toegerekend aan de rioolheffing. Dit betekent dat bijvoorbeeld rioolvervanging, werkuren en energiekosten worden betaald met de opbrengsten van de rioolheffing.

Specifieke posten

Binnen de gemeente is gedetaileerd bekeken welke posten kunnen worden toegerekend aan de rioolheffing. De posten die we gedeeltelijk toerekenen en de posten die we nader hebben bekeken lichten we hier toe:

•Hekkelen/maaien watergangen wordt voor 50% toegerekend aan de rioolheffing. Om de zorgplicht voor hemelwater in te vullen wordt hemelwater ingezameld en afgevoerd. We proberen dit zoveel mogelijk met watergangen te doen, omdat deze er al liggen, ruime capaciteit hebben en het water hierdoor schoon blijft (het wordt niet gemengd met rioolwater). De onderhoudskosten van de watergangen rekenen we daarom toe aan de rioolheffing. De watergangen hebben naast de functie voor het inzamelen en afvoeren van hemelwater ook een functie in de ruimtelijke ordening (inrichting en beleving van de openbare ruimte, zwemmen, etcetera). We verdelen de kosten daarom over deze twee functies.

•Verwerken van hekkelafval wordt ook voor 50% toegerekend aan de rioolheffing. Hiervoor geldt dezelfde toelichting als voor het hekkelen zelf.

•Baggeren van watergangen wordt voor 75% toegerekend aan de rioolheffing. Door te baggeren wordt de waterdiepte op het gewenste peil gehouden, wat nodig is voor de capaciteit van de watergang. Het is ook nodig voor de waterkwaliteit, want met het baggeren wordt vervuiling van de bodem verwijdert. We schatten in dat baggeren eerder nodig is vanwege de watercapaciteit, dan vanwege de waterkwaliteit. We rekenen daarom een iets groter deel toe aan de rioolheffing, namelijk 75%.

•Waterbodemsaneringen worden voor 100% toegerekend aan de rioolheffing. Bij een waterbodemsanering wordt zwaarder vervuilde grond verwijderd uit de watergang. Vooral rondom riooloverstorten zijn waterbodemsaneringen nodig. We schatten in dat 75% van de waterbodemsaneringen voortkomen uit riooloverstorten, daarom rekenen we dit deel toe aan de rioolheffing.

•Onderhoud aan kademuren en damwanden rekenen we voor 20% toe aan de rioolheffing. Kademuren en damwanden hebben twee functies: ze zorgen ervoor dat de watergang zijn profiel behoudt en daarmee voldoende capaciteit heeft en ze zorgen ervoor dat er langs de watergang ruimte ontstaat om bijvoorbeeld te parkeren. We schatten in dat het grootste deel van de kademuren en damwanden bedoeld is om een functie langs de watergang mogelijk te maken en slechts een beperkt deel van de kademuren en damwanden ooit is aangelegd om de capaciteit van de watergang op orde te houden.

•Onderhoud aan duikers rekenen we voor 75% toe aan de rioolheffing. Ook hier geldt dat het onderhoud vooral bedoeld is om de capaciteit op orde te houden, net zoals bij het baggeren van watergangen. We rekenen daarom 75% toe aan de rioolheffing.

•Onderhoud aan verhardingen rekenen we voor 8% toe aan de rioolheffing. Dit doen we omdat mankementen aan de riolering soms zorgen voor bovengrondse schade, bijvoorbeeld als een scheur in het riool ervoor zorgt dat zand van onder het wegdek in het riool loopt. Zo’n scheur in het riool hoeven we niet altijd te repareren, maar bovengronds moeten we wel de verharding herstellen. Deze toerekening is gebaseerd op de inschatting dat de onderhoudstoestand van de riolering leidt tot een 10% kortere levensduur van de verharding. Bij 80% van de verharding ligt er een riool onder. We rekenen daarom voor deze 80% een 10% kortere levensduur mee, daarom rekenen we 8% van het verhardingsbudget toe aan riolering.

•Investeringen in verhardingen rekenen we ook voor 8% toe aan de rioolheffing. Hiervoor geldt dezelfde argumentatie als bij het onderhoud aan verhardingen.

•Onderhoud aan bermen rekenen we voor 50% toe aan de rioolheffing. Door dichtgroeiende bermen loopt hemelwater niet goed weg en wordt het weggebruik onveiliger. Periodiek moet de berm daarom weer worden verdiept, zodat de berm lager ligt dan de weg. We schatten in dat de benodigde werkzaamheden om beide redenen worden uitgevoerd en daarom rekenen we het voor 50% toe.

•Verwijderen van olie op het wegdek rekenen we voor 25% toe aan de rioolheffing. Dit doen we vooral vanwege de verkeersveiligheid, maar ook om te voorkomen dat de olie afstroomt naar het riool of een watergang. We schatten in dat de werkzaamheden vooral nodig zijn voor de verkeersveiligheid, daarom rekenen we 25% toe aan de rioolheffing.

•Straatvegen rekenen we voor 70% toe aan de rioolheffing. Het straatvegen gebeurt om een goede beeldkwaliteit te krijgen en om te voorkomen dat vervuiling in kolken en in het riool terechtkomt (en daar tegen hoge kosten moet worden verwijderd). Doordat de beeldkwaliteit laag/basis is, is het aantal straatveegrondes om deze reden beperkt. Het straatvegen vindt daardoor nog vooral plaats om te voorkomen dat vuil in het riool terechtkomt. We schatten in dat 70% van de straatveegwerkzaamheden toe te rekenen zijn aan de rioolheffing.

•De stortkosten van het straatveeg-afval rekenen we voor 70% toe aan de rioolheffing. Hiervoor geldt dezelfde argumentatie als voor het toerekenen van het straatvegen.

•Perceptiekosten rekenen we voor 100% toe aan de rioolheffing. De kosten zijn gebaseerd op de werkelijk bestede uren om de rioolheffing te innen.

•Kwijtscheldingen rekenen we voor 46% toe aan de rioolheffing. Dit is gebaseerd op het totale bedrag aan kwijtscheldingen, wat we vervolgens op basis van de tarieven hebben omgerekend naar de rioolheffing, afvalstoffenheffing en overige heffingen. Bij een kwijtschelding komt dan 46% van de totale kwijtschelding voort uit de kwijtschelding van de rioolheffing, daarom rekenen we 46% van het totaalbedrag aan kwijtscheldingen toe aan de rioolheffing.

Uitgangspunten kostendekkingberekening

Uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de berekening van de rioolheffing:

1Berekeningsmethode

Er is gebruik gemaakt van twee berekeningsmethoden.

Contante waardemethode

De rioolheffingsberekening wordt uitgevoerd met behulp van de contante-waardemethode. Deze methode is geschikt om de effecten en de trend op langere termijn zichtbaar te maken. Met de contante-waardemethode is een vergelijking van uitgaven en inkomsten in verschillende jaren mogelijk. De toekomstige uitgaven en inkomsten van elk jaar in de beschouwde periode worden contant gemaakt naar 1 januari startjaar. In de te verwachten inkomsten zit één onbekende: de hoogte van de benodigde inkomsten per aansluiting. Door de contante waarde van de te verwachten inkomsten gelijk te stellen aan de contante waarde van de te verwachten uitgaven, worden de kosten per heffingseenheid berekend. Hier houden we ook rekening met de woningbouwprognoses van Heerenveen, We gaan uit van een gemiddelde toename van 100 woningen per jaar voor deze planperiode en een gemiddelde stijging van 60 woningen per jaar na deze planperiode.

Voor toekomstige investeringen wordt in de contante-waardebenadering geen specifieke wijze van afschrijving of financiering verondersteld. De diverse afschrijvingsmethoden (lineair, afschrijving op annuïteitsbasis) verschillen onderling wel door een andere (boekhoudkundige) verdeling van lasten in de tijd, maar de contante waarde van de jaarlijkse lasten is in deze methoden steeds gelijk aan de contante waarde van de investeringen.

Het totaal aan uitgaven en inkomsten over de beschouwde periode is met elkaar in evenwicht.

Overal in dit plan is uitgegaan van bedragen op prijspeil 2020, behalve enkele paragrafen in hoofdstuk 11 en enkele tabellen in bijlage 3 (hierbij is aangegeven dat deze tabellen niet op prijspeil 2020 zijn).

Nominale berekening

Er is ook een berekening gemaakt die nominaal is, uitgaande van 1,5% inflatie. In hoofdstuk 11.2.2 tot en met 11.2.4 worden de uitkomsten hiervan getoond. Het aflopende kostendekkingplan is ook nominaal gemaakt, daarom is het op deze manier het beste te vergelijken.

2Planningshorizon

Bij de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van een planningshorizon van 80 jaar: 2021 t/m 2100. Binnen een periode van 80 jaar zijn alle objecten minimaal éénmaal vervangen.

3Inflatie

Contante waardemethode

De prijsindex is gebaseerd op de prijsontwikkeling van de lonen, materiaal en materieel die nodig zijn voor het aanleggen van een riolering binnen de bebouwde kom. Voor het kostendekkingsplan wordt uitgegaan van een inflatie van 1,5%. Deze wordt in de netto-contante waardemethode vooral gebruikt om de nominale kapitaallasten en de stand van de voorziening/reserve terug te rekenen naar prijspeil startjaar.

Nominale berekening

Er is ook een berekening gemaakt die nominaal is, uitgaande van 1,5% inflatie. In hoofdstuk 11.2.2 tot en met 11.2.4 worden de uitkomsten hiervan getoond. De bedragen in deze berekening hoeven niet meer te worden gecorrigeerd voor inflatie.

4Rentevoet

Alle investeringen worden bekostigd vanuit de voorziening. Over de tegoeden in de tariefegalisatievoorziening wordt geen rente berekend.

5Prijspeil

Contante waardemethode

Alle in het Watertakenplan genoemde uitgaven zijn op prijspeil 1 januari 2020, inclusief van toepassing zijnde bijkomende kosten uitvoering, winst en risico, voorbereiding, honorarium en toezicht en exclusief BTW. De rioolheffingsberekening is inclusief de compensabele BTW. De berekende rioolheffing moet met de jaarlijks optredende inflatie worden gecorrigeerd.

Nominale berekening

Er is ook een berekening gemaakt die nominaal is, uitgaande van 1,5% inflatie. In hoofdstuk 11.2.2 tot en met 11.2.4 en in enkele tabellen in bijlage 3 worden de uitkomsten hiervan getoond. De bedragen in deze berekening hoeven niet meer te worden gecorrigeerd voor inflatie.

6Eenheidsprijzen

Voor de berekening van de investeringskosten van de rioleringsobjecten is gebruik gemaakt van de eenheidsprijzen uit de Kennisbank van stichting Rioned en ervaringscijfers van de gemeente Heerenveen.

7Staartkosten

Voor de staartkosten zijn bij gebruik van eenheidsprijzen uit de Kennisbank de volgende waarden gehanteerd: uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. Er is geen rekening gehouden met de post ‘onvoorzien’. Totaal (1,10 * 1.12 * 1,15 - 1) = 42%.

8Indexering rioolheffing

De in hoofdstuk 11.2.2 tot en met 11.2.4 getoonde bedragen zijn nominaal, uitgaande van 1,5% inflatie per jaar. De hier getoonde bedragen hoeven niet te worden geïndexeerd, tenzij de werkelijk optredende inflatie afwijkt van het hier aangenomen percentage.

9Afschrijvingsmethode

Investeringen worden direct afgeschreven, behalve de investeringen in nieuwe aanleg van riolering, klimaatadaptatie, risicolocaties en de aanleg van een grondwatermeetnet. Deze investeringen worden in 50 jaar (nieuwe aanleg van riolering, klimaatadaptatie ondergronds, risicolocaties), 30 jaar (klimaatadaptatie bovengronds) en in 5 jaar (aanleg van een grondwatermeetnet) lineair afgeschreven.

10Afschrijvingstermijnen

Onderscheid wordt gemaakt in de technische en de economische afschrijvingstermijn. De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft grote invloed op de hoogte van de rioolheffing, die bepaalt immers in welk jaar een object op de vervangingsplanning verschijnt. Het is derhalve van belang de technische levensduur van de rioleringsobjecten zo goed mogelijk in te schatten. In de praktijk wordt hierbij gebruik gemaakt van inspectiegegevens. De economische afschrijvingstermijn is van invloed op het verloop van de lasten in de tijd, maar niet op de hoogte van het kostendekkend tarief berekend met de contante waarde methode (zie 1). De technische en economische afschrijvingstermijnen mogen afwijken. Volgens de richtlijnen uit de BBV, moeten de afschrijving en de afschrijvingstermijn zo goed mogelijk aansluiten op de feitelijke waardedaling van de vrijvervalriolering. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat, indien de economische levensduur korter is dan de technische levensduur, afgeschreven moet worden op basis van de economische levensduur. De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Afschrijvingstermijnen

Levensduur financieël (jaar)

Levensduur technisch (jaar)

vrijvervalriolen

1

80

gemalen, bouwkundig gedeelte

1

45

gemalen, mech/el gedeelte

1

20

persleidingen

1

45

mechanische riolering, bouwkundig

1

45

mechanische riolering, mech/el deel

1

20

klimaatadaptatie ondergronds

50

60

klimaatadaptatie bovengronds

30

30

risicolocaties

50

60

nieuwe aanleg riolering

50

60

aanleg grondwatermeetnet

5

5

11Egalisatievoorziening

In Heerenveen wordt gebruik gemaakt van een spaarvoorziening (art. 44, lid 1 BBV). Er wordt in Heerenveen geen rente aan de voorziening toegevoegd.

12Doorlopende kapitaallasten ná 2100

De na 2100 doorlopende kapitaallasten zijn buiten beschouwing gelaten.

13Rioolheffing en BTW

De geraamde BTW op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. Het tarief is inclusief de compensabele BTW verrekend per jaar.

14Nieuwe investeringen voor nieuwbouw

Nieuwe investeringen voor nieuwbouw worden verrekend via de rioolheffing.

Bijlage 3 Tabellen kostendekkingsberekening

Tabellen volgens netto-contante waarde methode (alle bedragen nog jaarlijks indexeren)

Tabellen nominaal (alle bedragen zijn al in de toekomst geïndexeerd met 1,5%)

Bijlage 4 Overzicht basisrioleringsplannen

Doel

In een basisrioleringsplan wordt getoetst of het rioolstelsel voldoet aan eisen wat betreft kwantiteit (komt er water op straat/ in panden) en kwaliteit (welke overstortfrequentie en -hoeveelheid is er). Dit is een basis voor het bepalen van investeringen om het rioolstelsel te verbeteren.

Ook nuttig voor samenwerking met het wetterskip

In de basisrioleringsplannen wordt het rioolstelsel van de gemeente beschreven. Het wetterskip is betrokken bij het opstellen ervan. Hiermee krijgt het wetterskip een volledig beeld van het rioolstelsel en riooloverstorten. Alle wijzigingen t.o.v. het basisrioleringsplan worden besproken met het wetterskip. Hiermee heeft het wetterskip altijd een volledig beeld van de riooloverstorten die uitkomen op wateren die in beheer zijn van hett wetterskip.

Bijlage 5 Uitleg onderzoeken, communicatie en toezicht

1Data op orde

We houden databestanden actueel, omdat dit een basis is voor alle andere werkzaamheden die we uitvoeren. Ook is het vanuit de Wet informatieuitwisseling boven- en ondergrondse netten (WIBON) verplicht om een actuele registratie van alle netten te hebben.

2Opzetten grondwatermeetnet en later beheer

Vanuit de Waterwet zijn we verplicht om een regierol te vervullen bij grondwatermeldingen. Met een grondwatermeetnet krijgen we een eerste beeld van de grondwaterstanden en kunnen we deze regiorol beter invullen. Voorlopig voorzien we dat een beperkt grondwatermeetnet voldoende is om dit beeld te krijgen, omdat er vaak locatiegericht onderzoek nodig is bij meldingen.

3Onderhoudsprogramma persleidingen

Met een onderhoudsprogramma voor de persleidingen leggen we vast hoe we persleidingen reinigen, inspecteren, repareren en als het nodig is vervangen.

4Basisrioleringsplan Heerenveen

Om een beter beeld te krijgen van het functioneren van het rioolstelsel stellen we een nieuw basisrioleringsplan op van de gehele gemeente.

5Opstellen calamiteitenplan

In een calamiteitenplan benoemen we de belangrijkste risico’s en beheersmaatregelen. We beschrijven de calamiteitenorganisatie.

6Verbeterslag drukriolering

Op verschillende locaties merken we dat het drukrioolstelsel niet goed genoeg functioneert. Met dit onderzoek willen we achterhalen of dit met beperkte aanpassingen te verhelpen is.

7Actualiseren SAM (beheer gemalen)

In het beheerpakket SAM houden we alle gegevens over de gemalen bij. Periodiek controleren we deze gegevens, verbeteren ze en voegen waar nodig extra gegevens toe.

8Opstellen beheerplan oppervlaktewateren

Samen met het Wetterskip stellen we een beheerplan op voor de oppervlaktewateren. Hierin leggen we onder andere vast hoe we het onderhoud uitvoeren en hoe we omgaan met invasieve exoten.

9Opstellen nieuw watertakenplan

Elke 4 jaar vernieuwen we dit plan.

10Toezicht en handhaving

Bij aanleg van rioolaansluitingen houden we toezicht op het maken van correcte aansluitingen. En we houden toezicht op lozingen. Als het nodig is handhaven we.

11Onderzoek risicogestuurd beheer

In dit onderzoek werken we uit hoe we risico’s, prestaties en kosten tegen elkaar afwegen om te komen tot risicogestuurd beheer. Per beheergroep (vrijvervalriolen, gemalen, persleidingen, bijzondere objecten) werken we uit hoe we dit doen.

12Watervisie Heerenveen

Met de Watervisie werken we een toekomstbeeld uit over de inpassing van water in de leefomgeving. Waar heeft het een plek? Hoe heeft het een plek? Wie maken er gebruik van? Door dit toekomstbeeld te schetsen kunnen we hier in verschillende projecten naartoe werken.

13Onderzoek ombouwen verbeterd gescheiden rioolstelsel

Op enkele plekken ligt een verbeterd gescheiden rioolstelsel. Hierbij wordt het eerste deel van de neerslag afgevoerd naar de RWZI (dit water is relatief vervuild) en het tweede deel van de neerslag naar een oppervlaktewater. In de praktijk blijkt dat een te groot deel van de neerslag naar de RWZI wordt afgevoerd en dat het systeem daarom kan worden geoptimaliseerd. Dit gaan we onderzoeken.

14Subsidieregeling klimaatadaptatie

Met een subsidieregeling gaan we inwoners en bedrijven stimuleren hun eigen gebouw en terrein klimaatbestendig te maken. We richten ons hierbij op bestaande bouw. Hier stellen we een subsidieregeling voor op, waarin we uitwerken onder welke voorwaarden er een subsidie wordt verstrekt.

15Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie

Met de Friese Klimaatatlas hebben we een stresstest uitgevoerd om de gevolgen van klimaatverandering in beeld te krijgen. Nu moeten we nog komen tot een uitvoeringsprogramma, waarin we aangeven hoe we in 2050 komen tot een klimaatbestendig Heerenveen.

16Onderzoek energiezuinige gemalen

We gaan onderzoek doen naar de mogelijkheden om het energiegebruik van onze gemalen terug te dringen.

17Experiment circulaire materialen

In de toekomst moeten we vaker circulaire materialen gebruiken (en waar mogelijk circulair ontwerpen). We zetten in één van onze projecten in op het circulair ontwerpen en gebruik van circulaire materialen. Het budget is bedoeld om hier extra kennis voor te ontwikkelen.

18Experiment biodiversiteit en water

Waar redelijkerwijs mogelijk willen we de biodiversiteit versterken bij onze werkzaamheden aan de watertaken. We zetten in één van onze projecten extra in op deze versterking. Het budget is bedoeld om hier extra kennis voor te ontwikkelen.

19Optimalisatiestudie beperking afvoer RWZI

Samen met het Wetterskip willen we bekijken of de afvoer van rioolwater naar de RWZI’s kan worden verminderd. We maken een inschatting van de afvoer in de komende jaren en kijken naar de kansen om dit te verminderen.

20Meerjarenplanning integraal werken – watertaken

Om integraal te kunnen werken is het belangrijk dat we zicht hebben op nodigde werkzaamheden. Als wij goed kunnen aangeven waar werkzaamheden voor de watertaken nodig zijn wordt het makkelijker om werkzaamheden integraal op te pakken. We stellen daarom een kaart op waarop we aangeven in welke gebieden we aan de slag willen gaan.

21Samenwerken in de waterketen

In Friesland werken we al vele jaren samen in de waterketen. Waterambassadeurs zorgen ervoor dat men op de hoogte is van wat er speelt in de regio, tijdens bijeenkomsten spreken we elkaar over de waterketen. Hier brengen we een jaarlijkse bijdrage voor in.

22Communicatie lozingsgedrag en verwachtingen

Met een communicatiekalender zoeken we het juiste moment om een boodschap over water en klimaatadaptatie te brengen aan onze inwoners en bedrijven. Bijvoorbeeld een uitleg over klimaatbestendige tuinen in het voorjaar en een uitleg over oliebollenvet in december. Het budget gebruiken we voor advertentieruimte of acties.

23Onderzoek herziening heffingsmaatstaf

De watertaken worden steeds breder opgepakt: het begon vanuit de rioolbuizen en richt zich nu steeds meer op het ‘goed omgaan met water’. De heffingsmaatstaf is gericht op het principe dat de vervuiler moet betalen voor de kosten die er worden gemaakt. Met de bredere aanpak van de watertaken verandert er iets in dit principe. In een onderzoek kijken we naar de mogelijke heffingsmaatstaven en onderzoeken we de best passende heffingsmaatstaf voor onze gemeente.

Bijlage 6 Overstortgegevens

Knooppunt

Lozing

Huidig Dr. Niv [m.nap]

Dr. Br. [mm]

X-coordinaat

Y-coordinaat

565

Extern

-1.02

300

191471.23

552054.27

852

Extern

-0.89

9000

191692.98

552408.64

54

Extern

-0.31

700

193161.47

553803.58

139

Extern

-0.31

750

194513.79

553641.92

10

Extern

0.14

160

194842.03

553560.45

151

Extern

-1.00

2000

191261.66

553173.44

152

Extern

-1.00

2000

191239.38

553254.66

901

Extern

-0.89

5000

191405.73

553220.16

180

Extern

0.00

x

189908.82

553859.71

501

Extern

-1.88

300

190361.71

553952.58

105

Extern

-0.06

400

190608.27

552955.78

148

Extern

0.00

x

190775.39

552654.27

BBB002

Extern

-0.67

4000

190118.19

553368.32

25

Extern

-0.51

750

189426.16

554562.94

19

Extern

-0.25

700

189035.07

555351.74

1047

Extern

-0.70

1500

191928.06

552756.86

1060

Extern

-0.90

1500

191989.70

552316.50

1153

Extern

-0.90

1000

191813.70

552353.98

1312

Extern

-0.90

1000

191948.48

552181.63

25

Extern

-2.51

x

191805.61

553423.00

1001

Extern

-1.40

6000

191791.34

554230.27

1002

Extern

-1.40

6000

191778.06

554207.36

1034

Extern

-1.40

3000

191601.14

553546.18

1055

Extern

-1.40

3000

191367.42

553752.77

1076

Extern

-1.40

3000

191167.97

553925.63

1085

Extern

-1.40

3000

191054.08

554170.94

1202

Extern

-1.40

2000

191915.46

554363.65

1206

Extern

0.00

x

191996.08

554514.69

1212

Extern

-1.85

2000

191856.78

554907.52

1218

Extern

-1.85

2000

192257.89

555052.61

1235

Extern

-1.85

2000

191540.99

554438.21

001239A

Extern

-1.85

2000

191743.46

554218.56

1241

Extern

-1.85

2000

191501.47

554565.12

1242

Extern

-1.85

2000

191543.49

554785.60

1272

Extern

-1.85

2000

192391.44

554672.51

1408

Extern

-1.35

2000

192316.50

554543.74

1420

Extern

-1.35

2000

192601.50

553737.79

1432

Extern

-1.35

2000

192520.50

554638.59

1434

Extern

-1.35

2000

192661.86

554690.37

1444

Extern

-1.35

2000

192885.44

554026.97

1460

Extern

-1.35

2000

192642.42

553940.80

1510

Extern

-1.35

2000

192651.83

553944.00

7

Extern

-0.91

1000

194275.65

553918.85

24

Extern

-0.91

1000

194215.39

553765.44

1007

Extern

-1.11

1000

194276.13

553921.22

1024

Extern

-1.11

1000

194216.22

553763.14

2

Extern

-0.16

1000

194427.86

553565.57

1016

Extern

-0.41

1000

194378.75

553557.57

172

Extern

-0.40

800

194296.77

553514.56

3

Extern

-1.37

130

190790.69

555532.10

28

Intern

-1.29

250

190558.11

554837.06

12

Extern

-0.60

250

192016.50

556740.61

5

Extern

0.43

250

192988.54

557324.61

4

Extern

-1.56

250

193382.59

557589.76

20

Extern

-1.80

2000

192542.45

556859.58

456

Extern

-0.80

800

190778.27

551926.98

559

Extern

-1.16

10250

190377.78

551711.55

585

Extern

-0.96

10000

190387.66

551757.82

923

Extern

0.00

x

190687.97

552097.92

803

Extern

-0.36

800

191825.63

550731.71

811

Extern

-0.39

x

191575.28

550923.39

26

Extern

-1.01

2700

190172.86

552504.51

47

Extern

-0.87

3000

189743.34

552839.81

116

Intern

-1.18

5000

190119.58

553025.02

117

Extern

-0.98

5000

190069.58

553100.22

281

Extern

-0.35

3000

189868.14

552689.92

602

Extern

-1.01

6000

190149.81

552542.27

603

Intern

-1.21

6000

190151.09

552505.41

2

Extern

-0.86

200

189888.90

553342.27

1001

Extern

0.00

x

191631.81

549957.70

1057

Extern

0.00

x

192039.68

550211.84

26

Extern

-0.36

1000

191197.55

550821.70

1026

Extern

-0.56

1000

191198.13

550820.67

1013

Extern

-0.25

700

189646.64

552570.11

10

Extern

-0.25

1000

189575.34

552933.89

1010

Extern

-0.53

1000

189577.14

552934.72

146

Extern

-1.01

2000

189382.94

552988.35

153

Extern

-0.81

3500

189479.09

553368.00

425

Extern

-0.76

3900

188870.80

553902.59

471

Extern

-0.76

3000

188633.84

554361.92

77

Extern

-0.89

7200

191903.88

551704.24

621

Extern

-0.50

4500

191889.46

551126.27

146

Intern

-0.20

2000

192630.93

551361.47

36

Extern

0.35

4000

192467.50

549971.07

84

Extern

0.45

1200

192755.34

550002.94

1228

Extern

0.45

1000

192851.23

549437.57

28

Extern

0.35

2000

193418.53

549547.14

25

Extern

0.44

1000

194073.36

549717.44

1026

Extern

0.35

1000

193462.59

549316.50

501

Extern

-0.10

1500

192516.67

549443.07

631

Extern

-0.10

1500

192295.95

549701.44

1003

Extern

-1.00

1250

191974.26

552991.49

1022

Extern

-0.90

1000

192439.70

552876.93

7

Extern

0.84

160

197836.93

553109.44

2

Extern

1.09

160

197399.62

553172.29

6

Extern

0.34

160

197106.83

553215.87

111

Extern

0.24

200

195905.90

553390.46

4

Extern

0.24

160

195562.86

553421.50

5

Extern

0.24

160

196291.39

553301.12

11

Extern

0.24

160

196002.26

553355.58

2

Extern

0.54

160

197820.45

553096.19

12

Extern

0.24

160

197310.05

553169.09

2

Extern

1.34

160

198478.18

553006.66

11

Extern

1.34

160

198647.89

553058.43

21

Extern

1.34

160

198709.31

553100.48

2

Extern

1.24

160

199088.90

553230.85

16

Extern

1.34

200

199534.90

553432.58

26

Extern

1.34

200

199464.02

553401.86

10

Extern

0.57

200

197272.05

551367.42

2

Extern

0.28

160

195678.90

551178.24

3

Extern

0.49

160

197081.89

550338.82

17

Extern

0.60

160

196902.26

550307.84

2

Extern

0.89

160

197691.78

550474.30

7

Extern

2.15

160

198907.18

551326.34

22

Extern

2.55

160

198685.25

550854.14

11

Extern

1.90

160

199358.78

551344.13

12

Extern

2.00

160

199536.42

551456.19

28

Extern

1.40

1000

202832.50

555301.76

5

Extern

2.21

160

201384.99

554297.34

5

Extern

2.21

160

201343.28

554280.13

2

Extern

1.76

200

201105.79

554068.42

2

Extern

1.35

200

200694.02

554042.30

15

Extern

1.30

200

200786.90

553893.18

2

Extern

2.31

160

201847.57

554708.48

5

Extern

2.11

160

202400.90

555058.43

5

Extern

2.11

160

202617.15

554919.55

47

Extern

1.33

2500

200700.78

552328.38

263

Extern

2.25

160

200843.50

551944.19

301

Extern

1.35

2500

200562.13

551647.87

302

Extern

1.35

2500

200601.58

551586.24

1174

Intern

1.76

800

200499.97

551627.07

56

Extern

1.37

1500

202617.39

553690.75

146

Intern

1.62

1000

203509.65

554452.80

9

Extern

2.22

160

204631.38

555019.01

2

Extern

2.14

160

204784.50

555130.24

90

Extern

1.70

800

204050.62

557562.56

104

Extern

1.75

2000

204263.02

557664.06

135

Extern

1.60

800

204461.49

557439.81

205

Extern

2.85

1800

204833.94

557979.01

9

Extern

2.15

160

204509.66

556254.72

17

Extern

1.99

2000

205260.94

555763.71

8

Extern

3.74

160

206250.75

556211.65

11

Extern

4.34

160

207486.58

556985.15

15

Extern

4.06

160

208977.25

557672.77

3

Extern

2.78

160

209746.19

558381.12

1025

Extern

3.26

1000

204953.06

557629.31

AK291A

Extern

0.00

x

186106.72

562960.27

AK470

Extern

-0.80

1000

185329.64

563072.83

AK493

Extern

-0.40

6000

185045.19

562669.38

OB165

Extern

-1.05

4000

188936.60

562751.06

OB233

Extern

-0.96

4000

188698.86

562236.07

OB52

Extern

-1.23

x

188919.63

562719.95

550

Extern

0.00

x

190669.86

553046.20

595

Extern

0.00

x

191639.83

552487.11

647

Extern

0.00

x

190218.26

553461.46

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.