Artikel 1.
1Het wettelijk recht als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening wordt verhoogd en vastgesteld op € 500.
2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het wettelijk recht als bedoeld in artikel 6.4 eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening uitsluitend ten behoeve van een aanvrager die blijkens de aangifte inkomstenbelasting of andere bescheiden in het kalenderjaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag een inkomen heeft genoten ten bedrage van ten hoogste 120% van het wettelijk minimumloon, verlaagd en vastgesteld op € 100.
Artikel 2.
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening recht ex artikel 6.4, derde lid Wro”.