Gemeentelijke regelgeving

Uitvoeringsbeleid kamerverhuurbeleid

Gemeente Heerenveen · geldt sinds 24 februari 2024

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen; gelet op het bepaalde in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluit:

vast te stellen Uitvoeringsbeleid kamerverhuurbeleid.

3. Doel en uitgangspunten

3.1 Doel

Dit uitvoeringsbeleid heeft tot doel om:

1Transparantie te bieden over acties en maatregelen die een eigenaar en/of gebruiker, dan wel verhuurder en omwonenden kan/kunnen verwachten bij sprake van aanhoudende overlast;

2de werkwijze die het college zal hanteren bij het intrekken van een omgevingsvergunning kamergewijze verhuur;

3inzichtelijk te maken dat aanhoudende overlast wordt bestreden met (op de kenmerken van het individuele geval toegesneden) specifieke maatregelen, die qua aard en intensiteit zo goed mogelijk aansluiten bij de aard en de ernst van de overtreding, teneinde te bewerkstelligen dat er door de gekozen maatregel(en) een einde komt aan de overlast (proportionaliteit en subsidiariteit).

3.2 Uitgangpunten

Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:

1Het college kan overgaan tot het intrekken van een omgevingsvergunning kamergewijze verhuur als sprake blijkt van aanhoudende overlast die niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan (ultimum remedium);

2het college zal de omgevingsvergunning kamergewijze verhuur intrekken als sprake is van aanhoudende overlast voor omwonenden in of vanuit een woning of een bij die woning behorend erf, of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf;

3de toepassing van dit uitvoeringsbeleid is maatwerk, afhankelijk van de omstandig-heden van de casus en de integrale aanpak van de aanhoudende overlast met de gezamenlijke partners.

Bijlage I Juridisch kader

Artikel 18.10, lid 1, van de Omgevingswet

1Het bevoegd gezag kan een beschikking geheel of gedeeltelijk intrekken als in strijd met die beschikking of met de voor de activiteit waarvoor de beschikking is gegeven, geldende regels is of wordt gehandeld.

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

1Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:

a.geluid- of geurhinder;

b.hinder van dieren;

c.hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

d.overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

e.intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

Artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek

De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.