Gemeentelijke regelgeving

Nota Samenwerken 2026 - 2029

Gemeente Heerenveen · geldt sinds 24 juni 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Heerenveen;

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders met kenmerk Z.25.527980 / D.26.2094672;

Besluit

De Nota Samenwerken 2026 – 2029 vast te stellen.

“Grip op verbonden partijen”

Samenvatting

De gemeente Heerenveen voert niet al haar taken zelf uit, maar laat een deel van de taken door verbonden partijen uitvoeren. Voor het merendeel heeft de gemeente deze samenwerking zelf gekozen, maar in een aantal gevallen is deze samenwerking wettelijk opgelegd. De samenwerkingsverbanden kunnen aangegaan worden met andere overheden, non-profitorganisatie of private partijen.

Naast verbonden partijen kennen we ook 'regelingen zonder meer’ (ofwel niet-gereguleerde samenwerkingen). Dit is een lichte vorm van samenwerking tussen gemeenten. Deze samenwerkingsvorm biedt de mogelijkheid om gezamenlijk een belang te behartigen zonder dat er een zelfstandige bestuurlijke structuur of rechtspersoonlijkheid nodig is. Het is een flexibele en informele samenwerking.

Door de gemeente Heerenveen wordt een afwegingskader gebruikt om te bepalen of en in welke vorm we willen gaan samenwerken. Dit kader biedt een goed handvat om tot een weloverwogen en onderbouwde afweging te komen. Over de politieke wenselijkheid van samenwerken zegt het afwegingskader minder. Dat is een politieke afweging die gemaakt wordt door de raad waarbij de uitkomsten van het afwegingskader meegenomen kunnen worden. De afweging om deel te nemen aan een verbonden partij blijft uiteindelijk een politiek-bestuurlijke keuze.

De visie op samenwerking van de gemeente Heerenveen zegt dat samenwerken geen doel op zich is, maar middel om publieke belangen effectief te behartigen. We kiezen samenwerkingsvormen bewust, sturen actief en evalueren regelmatig om grip en kwaliteit te waarborgen. Daarbij geven we de voorkeur aan publiekrechtelijke samenwerking en handelen transparant en doelmatig.

Het hebben van grip op verbonden partijen is essentieel voor ons als gemeente om de doelstellingen te bereiken en risico’s effectief te beheersen. Door een zorgvuldige afweging te maken bij deelname aan verbonden partijen, kunnen we als gemeente Heerenveen profiteren van samenwerkingsvoordelen. Tegelijkertijd moeten we de risico’s onderkennen én beheersen om ongewenste gevolgen te voorkomen. Met behulp van verschillende sturingsinstrumenten kunnen we als gemeente risicogericht sturen op verbonden partijen en zo een effectieve samenwerking en beheersing realiseren.

3. Welke vormen van samenwerking zijn er?

3.2. Overige samenwerkingsvormen

3.2.1. Alleen financieel óf alleen bestuurlijk belang.

Uit de Nota van toelichting op het oorspronkelijke BBV kan worden afgeleid dat:

•Een organisatie waarin alleen een financieel belang bestaat, moet worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (dit betreft bijvoorbeeld een lening bij een bank).

•Indien het alleen gaat om een bestuurlijk belang moet dit worden beschreven in een programma en taakveld (dit betreft bijvoorbeeld een partij waarbij we stemrecht hebben in het bestuur of toezichthoudend orgaan, maar geen sprake is van een financiële relatie. Er zijn op het moment van schrijven geen concrete voorbeelden bekend.

3.2.2. Niet-gereguleerde samenwerking

In diverse stukken van de gemeente Heerenveen komt de term niet-gereguleerde samenwerking of gemeenschappelijk orgaan zonder rechtspersoonlijkheid naar voren. Er is geen definitie voor deze term binnen het BBV en de Gemeentewet.

Er wordt voor deze vormen van samenwerking in de literatuur ook wel gesproken over de ‘regeling zonder meer’. Dit is een lichte vorm van samenwerking tussen gemeenten. Deze samenwerkingsvorm biedt de mogelijkheid om gezamenlijk een belang te behartigen zonder dat er een zelfstandige bestuurlijke structuur of rechtspersoonlijkheid nodig is. Het is een flexibele en informele samenwerking, vaak vastgelegd in bestuursafspraken, intentieverklaringen, of convenanten. Bij een regeling zonder meer kunnen we geen taken of bevoegdheden delegeren of mandateren. Dit betekent dat er geen formele overdracht van bevoegdheden of verantwoordelijkheden plaatsvindt. De regeling richt zich op afstemming en samenwerking zonder dat er juridisch afdwingbare verplichtingen zijn. Bij Heerenveen hanteren we de volgende definitie voor deze vormen van samenwerking:

Definitie niet-gereguleerde samenwerking/ regeling zonder meer:

Een samenwerking waarbij wel sprake is van realisatie van beleidsdoelstellingen (politiek belang), maar geen sprake is van een financieel en/of bestuurlijk belang en/of structurele bekostiging.

Bij nieuwe ongereguleerde samenwerkingsvormen wordt de raad vooraf geïnformeerd over inhoud en de wijze waarop de raad vanaf dat moment geïnformeerd wordt om zo grip te houden op deze samenwerking. In de reguliere P&C documenten worden deze samenwerkingen niet opgenomen onder de paragraaf samenwerken, omdat ze niet aan de definitie voldoen. Deze samenwerkingen worden altijd aangegaan om aan beleidsdoelen te werken. In de beleidsthema’s en/of programma’s wordt aandacht besteed aan deze samenwerkingen.

Voorbeelden hiervan zijn: Regiodeal, Lelylijn of F4 verstedelijking.

5. Structuur/vertegenwoordiging

5.2 Vertegenwoordiging

5.2.1 Algemeen bestuur (AB) in publiekrechtelijke samenwerking

Voor elke verbonden partij kan de gemeente een afweging maken in de keuze voor vertegenwoordiging vanuit de gemeente. Over het algemeen neemt het collegelid dat verantwoordelijk is voor de betreffenden portefeuille zitting in het algemeen bestuur. Gemotiveerd kan er voor een andere bestuurder worden gekozen. Bij de vorming van een nieuw college maakt het college gezamenlijk een afweging. Bij tussentijdse wijzigingen volgt in principe de nieuwe bestuurder de afgetreden bestuurder op, tenzij er een nieuwe portefeuilleverdeling plaatsvindt.

Bij raadsregelingen kunnen in het algemeen bestuur enkel raadsleden en bij collegeregelingen enkel collegeleden plaatsnemen. Bij gemengde regelingen kunnen zowel college- als raadsleden deelnemen in het algemeen bestuur. Het beleid in Heerenveen is dat in beginsel bij een gemengde regeling deelname is voorbehouden aan minimaal één collegelid. Op het moment van het opstellen van deze nota is er in Heerenveen geen sprake van gemengde- of raadsregelingen.

In de afzonderlijke gemeenschappelijke regelingen kunnen nadere afspraken zijn gemaakt over raadsleden in het AB. Raadsleden in het AB hebben als functie het aansturen van de GR waarbij de belangen van de gemeente niet uit het oog worden verloren. Raadsleden gaan uit van het algemeen belang van de gemeente en dus niet van het individuele politieke belang.

5.2.2 Dagelijks bestuur (DB)

De leden van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling vertegenwoordigen in die functie het gemeenschappelijke belang van de verbonden partij. Basis daarvoor is primair het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid inclusief de begroting van de gemeenschappelijke regeling zelf.

De bestuurders van het DB hebben een zelfstandige bevoegdheid, zij hoeven niet de goedkeuring te hebben van de organen (B&W, raad, etc.) van de deelnemer die ze vertegenwoordigen. De leden van het dagelijks bestuur zijn verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur.

De gemeente Heerenveen kiest ervoor om in het dagelijks bestuur van verbonden partijen alleen collegeleden te laten plaatsnemen. Door alleen collegeleden daarin plaats te laten nemen geven we een betere invulling aan de scheiding tussen bestuur/uitvoering enerzijds en controle/toezicht anderzijds.

Op basis van de Wet gemeenschappelijke regeling, artikel 14 lid 3, mogen de leden van het dagelijks bestuur niet de meerderheid van het algemeen bestuur uitmaken. Een burgemeestersregeling met (minder dan) zes deelnemende gemeenten vormt hierbij een wettelijke uitzondering.

5.2.3 Verhouding algemeen en dagelijks bestuur

Als lid van het dagelijks bestuur heeft de vertegenwoordiger enkel een verantwoordelijkheidsrelatie met het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Als lid van het algemeen bestuur heeft de vertegenwoordiger wel een verantwoordingsrelatie met het bestuursorgaan van de gemeente dat het AB-lid heeft aangewezen. Ook heeft het AB de wettelijke bevoegdheid om één of meer leden van het DB te ontslaan. Tevens dient het DB actief inlichtingen te verstrekken aan het AB. DB leden worden door het AB benoemd.

In sommige situaties zijn we als gemeente naast deelnemer ook opdrachtgever (of subsidieverstrekker) van de verbonden partij, waar we diensten afnemen. De verbonden partij treedt dan op als opdrachtnemer en is verantwoordelijk voor de uitvoering binnen de afgesproken kaders. Dit kan spanning opleveren, omdat gemeenten enerzijds sturing willen geven als eigenaar of toezichthouder en anderzijds een zakelijke relatie onderhouden als opdrachtgever. Een duidelijke scheiding van rollen, heldere afspraken over prestaties en een goed ingerichte governance-structuur zijn daarom essentieel om belangenconflicten te voorkomen en samenwerking effectief te laten verlopen. De gemeente Heerenveen kiest ervoor om daar waar mogelijk verschillende Collegeleden aan te wijzen als (DB) en (AB) lid.

De gemeente Heerenveen kiest ervoor om de portefeuillehouderverdeling leidend te laten zijn bij benoemingen in het AB van een gemeenschappelijke regelingen. De Raad wordt hiervan op de hoogte gesteld.

5.2.4 Vertegenwoordiging in privaatrechtelijke verbonden partijen

Hierbij gaat het om deelname van de gemeente in private rechtspersonen zoals stichtingen, verenigingen en vennootschappen.

•De stichting heeft als organen een bestuur en soms (niet verplicht) een Raad van Toezicht/Raad van Commissarissen.

•De vereniging heeft een Algemene Ledenvergadering (ALV) en een bestuur. - Vennootschappen hebben een bestuur en een Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) en soms (alleen verplicht bij zogenaamde structuurvennootschappen) een Raad van Commissarissen.

De gemeente heeft op het moment van schrijven vertegenwoordiging in meerdere privaatrechtelijke verbonden partijen (zie bijlage 2 voor een totaaloverzicht).

Een belangrijk aandachtspunt bij de keuze voor een deelneming in een vennootschap is dat de gemeente als aandeelhouder binnen het privaatrecht optreedt. De gemeente is daardoor voor het recht grotendeels gelijkwaardig aan privaatrechtelijke partijen.

Aan vertegenwoordiging van onze gemeente in een privaatrechtelijke organisatie zijn risico’s verbonden, zoals financiële aansprakelijkheid. In de besluitvorming (college- en raadsvoorstellen) nemen we deze risico’s mee in onze afweging bij de keuze van een vertegenwoordiging. Deze besluitvorming vindt plaats wanneer de gemeente deelneemt aan een nieuwe verbonden partij of wanneer de bestuurlijke vertegenwoordiging in een verbonden partij wisselt na bijvoorbeeld de gemeenteraadsverkiezingen en een nieuw college van B&W plaatsneemt.

De gemeente Heerenveen kiest ervoor om in beginsel leden van het college de gemeente te laten vertegenwoordigen in de Algemene vergadering van Aandeelhouders.

De bestuursorganen (College, burgemeester, Raad) van de gemeente Heerenveen nemen niet plaats in een Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen van een verbonden partij, omdat een RvC de belangen behartigt van de vennootschap en haar aandeelhouders. Het beleggen van deze functie bij een van de bestuursorganen kan leiden tot belangenverstrengeling, omdat zij primair de belangen van de gemeente behartigen.

6. ‘Grip’ op verbonden partijen

6.2 Fase 2: Beheersen van bestaande verbonden partijen

6.2.1 Theorie omtrent beheersing

Publiekrechtelijke verbonden partijen

Voor publiekrechtelijke verbonden partijen, die onder de Wgr vallen, zijn er specifieke wettelijke instrumenten die zich richten op governance

2Governance is de manier waarop een organisatie geleid en bestuurd wordt. Het omvat de regels, processen en structuren die zijn ingesteld om de verantwoordelijkheid, rekenschap en controle binnen een organisatie te beheren.

vraagstukken, namelijk:

•Beleidsvorming: De gemeenteraden kunnen invloed uitoefenen door kaders te stellen in beleidsnota’s die richting geven aan de uitvoering binnen de verbonden partij.

•Begrotings- en verantwoordingsregels: Gemeenten zijn verplicht om begrotingen van deze verbonden partijen te beoordelen en hier zienswijzen op in te dienen. Dit zorgt voor financiële controle en transparantie.

•Informatieplicht: Verbonden partijen moeten gemeenten actief informeren over ontwikkelingen, beleidswijzigingen en financiële prestaties.

•Democratische controle: Gemeenteraden kunnen hun invloed uitoefenen via het instellen van adviescommissies, het gebruik van het recht van enquête en andere controle-instrumenten.

In de Wgr zijn omtrent ‘grip’ een aantal relevante artikelen opgenomen die helpen om grip te hebben en houden. Bijv.

•Het recht op informatie van de eigen afgevaardigde leden in het algemeen bestuur (art. 16 lid 2 Wgr);

•Het recht op informatie van het (algemeen) bestuur van het samenwerkings-verband (art. 17 Wgr);

•Het recht de eigen afgevaardigde ter verantwoording roepen over het door hem of haar gevoerde beleid in het bestuur (art. 16 lid 1 Wgr);

•Het recht het aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit (art. 16 lid 4Wgr);

•Toestemming en zienswijze afgeven bij het treffen van een regeling (oprichten, wijzigen, toetreden en uittreden) (art. 1 gr).

Omdat publiekrechtelijke verbonden partijen onder de Wgr vallen, is ook het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van toepassing. Dit betekent dat de begroting en het jaarverslag formeel onderdeel zijn van het instrumentarium (grip) waarmee gemeenteraden hun controlerende en kaderstellende rol richting deze partijen kunnen uitvoeren.

Privaatrechtelijke verbonden partijen

Voor privaatrechtelijke verbonden partijen zijn instrumenten voor grip van de gemeenteraad vastgelegd in de Gemeentewet (Gw), wel gelden minder specifieke wettelijke instrumenten. In plaats daarvan spelen statuten en overeenkomsten een cruciale rol bij het vastleggen van bevoegdheden, verantwoordelijkheden, informatievoorziening en financiële afspraken.

Artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet bepaalt dat het college de raad vooraf in de gelegenheid moet stellen om wensen en bedenkingen kenbaar te maken bij voorgenomen besluiten die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de gemeente.

6.2.3 Risicoprofiel bij samenwerking

Voor het grip houden op (beheersen van) bestaande verbonden partijen, werken we bij de gemeente Heerenveen ook met een risicoprofiel. Het risicoprofiel heeft als doel om te bepalen hoeveel aandacht en toezicht een samenwerking nodig heeft en het zegt iets over hoe risicovol een samenwerking voor de gemeente Heerenveen is op vier deelgebieden. Sommige verbonden partijen hebben een hoger risicoprofiel dan andere. Deze samenwerkingen verdienen daarom ook meer aandacht.

Om te bepalen voor welke partijen een risicoprofiel opgesteld wordt kijken we naar alle partijen die in figuur 1 groen zijn geïllustreerd. Dit zijn partijen waar we een financieel en bestuurlijk belang hebben. In de paragraaf samenwerken van zowel de begroting als de jaarrekening wordt dit risicoprofiel iedere keer opnieuw bekeken en geactualiseerd.

1Bestuurlijk belang

Naarmate het bestuurlijk belang bij een samenwerking groter is neemt de verantwoordelijkheid van Heerenveen hierin toe. De mate van bestuurlijk invloed wordt bepaald door bijvoorbeeld het aantal bestuursleden en het aantal bestuursleden hierin, wel of geen deelname aan het dagelijks bestuur en de statutaire bevoegdheden van het bestuur. Dit heeft impact op de mate van invloed.

De mate waarin een gemeente invloed heeft is bij iedere samenwerkingsvorm anders. Dit betekent dat het niet altijd mogelijk is om de beheersingsmaatregelen die vanuit de gemeente Heerenveen het meest geschikt zijn, toe te passen. De invloed is bijvoorbeeld sterk afhankelijk van:

•Percentage aandelen (BV/NV)

•Aantal deelnemers (GR)

•Marktpositie leverancier (Microsoft/Centric)

Bij zowel publiek- als privaatrechtelijke samenwerkingen is in sommige samenwerkingsvormen de mate van invloed beperkt. Door samen met andere deelnemers, afnemers enz. op te trekken vergroot je de invloed.

2Financieel belang

Ook hier geldt naarmate het financiële belang toeneemt en/ of de risico's op dit deelgebied toenemen, neemt ook de verantwoordelijkheid toe. De omvang van het financiële belang bestaat uit meerdere facetten. Het kan gaan om inkoopcontracten, jaarlijkse bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling, daarnaast kan het ook de omvang van een lening of garantstelling betreffen.

3Politiek belang

Het politieke belang van een verbonden partij kan worden afgelezen aan de mate waarin een verbonden partij in de belangstelling staat. Ook gaat het over de mate van het wel of niet (volledig) realiseren van de beleidsdoelen. Sommige verbonden partijen kunnen door de publieke betrokkenheid een verhoogd politiek risico voor de gemeente vormen. Bijvoorbeeld wanneer een verbonden partij substantiële werkgelegenheid biedt binnen de eigen gemeente of als de doelgroep van een verbonden partij een kwetsbare groep inwoners betreft. Ook hebben ze soms een groter maatschappelijk belang dan anderen. Het politiek belang kan ook groter zijn als in de omgeving ontwikkelingen spelen die politiek/bestuurlijke risico’s met zich meebrengen.

4Externe factoren

Er zijn samenwerkingsverbanden die zich in een spannende en/of turbulente omgeving bevinden. Bijvoorbeeld als er politieke, bestuurlijke en maatschappelijke risico’s zijn (bijvoorbeeld wijzigen van overheidsbeleid beïnvloed voortbestaan verbonden partij). Ook kunnen economische ontwikkelingen de doelstellingen van de samenwerking bedreigen (bijvoorbeeld afzetrisico’s/ontwikkelingen arbeidsmarkt) en veranderende wet- en regelgeving (bijvoorbeeld milieunormen).

Bijlage 1: Begrippenlijst

BBV

Wet: Besluit verantwoording en begroting

WGR

Wet: gemeenschappelijke regeling

BW

Wet: Burgerlijk wetboek

GW

Wet: gemeentewet

Privaatrechtelijke organisaties

Marktpartijen met winstdoelstelling.

Publiekrechtelijke organisaties

Overheidsinstellingen zoals gemeente/provincie

Bestuurlijk belang

Van bestuurlijk belang is sprake wanneer er zeggenschap is door middel van vertegenwoordiging in het bestuur door een wethouder, raadslid of ambtenaar van de gemeente of in de vorm van stemrecht, aandelen of anderszins.

Financieel belang

De term financieel belang wil zeggen dat de gemeente financiële middelen heeft bijgedragen aan de verbonden partij. Dit is zowel een bijdrage aan het eigen vermogen als structurele bekostiging bijv. een subsidieverstrekking (3.1.3).

Raadsregeling

GR met raadsleden

Gemengde regeling

GR met raadsleden en collegeleden

Collegeregeling

GR met collegeleden

Burgemeestersregeling

GR met uitsluitend burgemeesters

DB

Het dagelijks bestuur van een GR.

AB

Het algemeen bestuur van een GR, toezichthoudende taken. Vergelijkbaar met rvc/rvt bij private partijen.

Bijlage 2: Overzicht verbonden partijen begroting 2026

In onderstaande figuur zijn de verbonden partij opgenomen vanuit de laatst vastgestelde begroting, namelijk de begroting van 2026. In de kolommen ernaast is aangegeven waar deze partijen geplaatst zijn in de figuren 1 (hoofdstuk 3.3) en figuur 2 (hoofdstuk 4.2).

Bijlage 3: Wettelijk kader

Gemeentewet

In de gemeentewet (artikel 160) staat dat het college slechts besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat “in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang”. Het college neemt dit besluit niet eerder dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld haar wensen en bedenkingen ter kennisname van het college te brengen.

De Gemeentewet spreekt dus de voorkeur uit voor publiekrechtelijke rechtsvormen boven privaatrechtelijke rechtsvormen. Daarvoor is gekozen omdat in de Gemeentewet (en de Wgr) bepaalde waarborgen zijn opgenomen bij publieke samenwerking voor het gebruik van bevoegdheden, besluitvormingsstructuren, beïnvloedingsmogelijkheden, toezicht, democratische controle en openbaarheid, die niet gelden bij privaatrechtelijke rechtsvormen. In het volgende hoofdstuk staat het afwegingskader. Het stappenplan en de afwegingsvragen dienen daarbij als handvat om tot een gemotiveerde keuze te kunnen komen.

Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr):

Dit zijn samenwerking tussen publiekrechtelijke organisaties, in de vorm van een:

•Gemeenschappelijke regeling (voorbeeld: Veiligheidsregio)

•Centrumregeling: (voorbeeld: Sociaal domein Fryslân)

Financieel belang

Hiervan is sprake indien het ter beschikking gestelde bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat óf als de gemeente aansprakelijk is voor het ter beschikking gestelde bedrag indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

Bestuurlijk belang

–Bij de GR is hiervan sprake indien wij als gemeente een zetel in het bestuur van een verbonden partij hebben of het hebben van stemrecht.

–Bij de centrumregeling ligt het mandaat bij de centrumgemeente. Als gastgemeente hebben we adviesrecht, maar hebben we geen bestuurlijk- of financieel belang. In de dienstverleningsovereenkomst regelen we welke mandaten bij de centrumgemeente liggen en maken we afspraken over informatiebehoefte.

Gemeenschappelijke regelingen

De Wgr richt zich op de samenwerking tussen decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) onderling. Gemeenten (en ook provincies en waterschappen of combinaties hiervan) kunnen met elkaar samenwerken in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR). Het Gemeenschappelijk openbaar lichaam is de zwaarste samenwerkingsvorm die in de Wet op de gemeenschappelijke regelingen is opgenomen. In deze vorm richten bestuursorganen van verschillende gemeenten een nieuw openbaar lichaam op met rechtspersoonlijkheid. Het openbaar lichaam oefent de overgedragen bevoegdheden op eigen naam en verantwoordelijkheid uit.

In 2022 is de Wgr gewijzigd. De wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), hebben als voornaamste doelstelling om de positie van gemeenteraden binnen gemeenschappelijke regelingen te versterken. Deze veranderingen zijn in drie belangrijke categorieën te verdelen:

1Versterking van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen.

2Introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden.

3Verbetering van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling.

Centrumregeling

Centrumgemeenten berusten op een mandaatconstructie waarin de bevoegdheden van een gemeente worden uitgeoefend door een bestuursorgaan van een andere gemeente. De Wgr zegt ook over de centrumregeling niet meer dan dat deze mogelijkheid bestaat.

Burgerlijk Wetboek: Privaatrechtelijke organisaties

Privaatrechtelijke organisaties zijn geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Dit zijn Vennootschappen, coöperaties, stichtingen en verenigingen. Voorbeelden bij de gemeente Heerenveen:

•Coöperatie (voorbeeld: Coöperatie Openbare Verlichting en Energie Fryslân)

•Besloten vennootschap (voorbeeld: Thialf B.V.)

•Naamloze vennootschap (voorbeeld: Caparis N.V.)

•Vereniging (voorbeeld: Vereniging van Nederlandse Gemeenten)

•Stichting (voorbeeld: Stichting Onderwijsgroep Midden-Friesland)

Financieel belang verwijst bij een privaatrechtelijke organisatie naar het bedrag of naar de bijdrage in het eigen vermogen, hetgeen niet kan worden teruggevorderd in geval van faillissement, of waarvoor de gemeente aansprakelijk is als de partij haar verplichtingen niet nakomt.

Bestuurlijk belang wordt gedefinieerd als de zeggenschap die voortvloeit uit vertegenwoordiging in het bestuur of stemrecht. Dit is het geval wanneer een wethouder, raadslid of ambtenaar namens de gemeente deelneemt aan het bestuur van de verbonden partij. Indien een gemeente een besluitvormende stem heeft in een toezichthoudend orgaan, wordt dit ook als bestuurlijk belang beschouwd

Organisaties met bestuurlijk én maatschappelijk belang

Indien sprake is van een aanzienlijke bekostiging (= structurele bekostiging) van een organisatie op basis van maatschappelijk belang, in combinatie met een bestuurlijk belang spreken we over organisaties met bestuurlijk en maatschappelijk belang.

Dit betekent dat in overwegende mate (de activiteiten van) een organisatie via één of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht) én een bestuurlijk belang.

Het BBV adviseert om deze organisaties gezien het maatschappelijke of algemene belang en de mogelijke risico’s op te nemen in de paragraaf verbonden partijen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.