Aanhef
‘de nachten worden nog mooier’
In dit hoofdstuk worden de afwegingen omschreven die we binnen het beleid op openbare verlichting hanteren.
7 Afwegingen om te kiezen voor kunstlicht
7.1 Afwegingen voor openbare verlichting
7.1.1 Infrastructurele maatregelen
Vaak zorgt openbare verlichting er niet voor dat wegen (en weggebruikers) in het donker ‘zichtbaar’ zijn. Door het aanbrengen van een reflecterende slijtlaag op fietspaden en door het aanbrengen van een reflecterende deklaag op rijbanen ontstaat een groter contrast met de omgeving en daardoor een grotere waarneembaarheid. Dit levert een positieve bijdrage aan de verkeersveiligheid omdat het verloop van de weg voor de weggebruiker beter zichtbaar wordt. Ook levert het een positieve bijdrage aan de lichtbeleving, o.a. omdat de lichtbron van fiets beter gereflecteerd wordt.
7.1.2 Passieve markering
Markeringen op de weg hebben tot doel het verkeer te geleiden en moeten ertoe leiden dat de weggebruiker als vanzelf het gewenste gedrag vertoont. Duidelijk zichtbare markeringen laten het verloop van de weg zien, laten zien waar de weg ophoudt en de berm begint. Ook is aan markeringen te zien welke verkeersregels gelden. Door markering in de vorm van belijning toe te passen vormt zich een betere geleiding van verkeersdeelnemers en is in vele gevallen openbare verlichting overbodig.
Dit doen we al op gebied van passieve markering:
–Verlichten met reflectiemateriaal of lichtgevende materialen is in sommige situaties voldoende. Afgelopen jaren zijn diverse proeven uitgevoerd waaruit toepasbaarheid is gebleken.
–Het verlichten van wegen in het buitengebied wordt alleen op kruisingen, bochten en gevaarlijke locaties uitgevoerd. Hierbij worden LED-armaturen met wit licht of met groen licht toegepast. Vanuit eisen van natuurorganisaties kan vanwege invloed op fauna een andere kleur van licht verplicht worden gesteld. Het verlichten van het buitengebied wordt zo minimaal mogelijk gehouden en kan goed worden ondersteund met reflecterende balises, dit doen we o.a. in de omgeving Jubbega.
7.1.3 Actieve markering
In 2014 is de Richtlijn voor Actieve Markering gepubliceerd door de NSVV. In deze richtlijn worden op basis van praktijkervaring handvaten geboden voor het toepassen van actieve markering. Deze richtlijn biedt een standaardisatie, waarmee producenten betere producten kunnen ontwikkelen en geeft de weggebruiker een vertrouwd beeld. Deze actieve markering zou een oplossing kunnen bieden in gebieden waar reguliere openbare verlichting ongewenst is. Hierbij is te denken aan bijvoorbeeld natuurgebieden. In de beleidsperiode 2014-2020 heeft de gemeente diverse pilots en projecten uitgevoerd. Als voorbeeld kan worden gegeven het toepassen van kattenogen in rijbaan en fietspaden of lichtgevende belijning.
Dit doen we al op gebied van actieve markering:
–Verlichting van fietspaden wordt in sommige situaties uitgevoerd met zogenaamde zonnepaneel LED-studs, bijvoorbeeld in het fietspad langs de Zonnebloemstraat, Heerenveen. Dit zijn LED-spotjes op zonne-energie die in de as van het fietspad zijn aangebracht. Hierbij zijn de exploitatiekosten laag omdat er geen voeding van het elektriciteitsnet nodig is.
7.1.4 Doelmatig verlichten
Doelmatige verlichting betekent dat de toegepaste verlichting de juiste ondersteuning biedt aan de functie van de specifieke openbare ruimte. Doelmatig verlichten betekent ook dat er alleen verlichting geplaatst wordt op de locaties waar verlichting een noodzakelijke verkeers- of sociaalveilige functie heeft. Bij (ver)nieuwbouwplannen wordt de nieuwe situatie hierop beoordeeld en een bijbehorend verlichtingsplan ontwikkeld.
Doelmatige verlichting wordt toegepast naar gelang de functies van het gebied. Dit betekent specifiek voor de verschillende gebiedstypen:
a.Woongebieden;
–In woongebied wordt voor de verlichting een warm witte lichtkleur ≤ 3.000 Kelvin toegepast;
–Het belichten van achterpaden gebeurt alleen op initiatief van bewoners.
b.Bedrijven-/industrieterreinen;
–Op bedrijventerreinen en industrieterreinen wordt voor de verlichting een warm witte lichtkleur ≤ 3.000 Kelvin toegepast;
c.Verkeerswegen in het buitengebied;
–op verkeerswegen (buiten de bebouwde kom) wordt verlichting alleen op gevaarlijke punten toegepast. Op vrij liggende weggedeelten wordt geen verlichting toegepast. Voor nieuwe locaties wordt bekeken of erftoegangswegen verlicht moeten worden, de maximale lichtkleur bedraagt hier 3.000 Kelvin;
–Op gebiedsontsluitingswegen en op knelpunten of risicosituaties (scherpe bochten of kruispunten) blijft verlichting bij vervanging gehandhaafd. De maximale lichtkleur bedraagt 3.000 Kelvin.
Dit doen we al op gebied van doelmatig verlichten:
–Fietspaden worden waar nodig verlicht met lichtmasten met energiezuinige, niet- verblindende LED-armaturen.
–Langs woonstraten, ontsluitingswegen, industriewegen, etc. worden lichtmasten en LED-armaturen toegepast die geen direct licht de ruimte in stralen, niet verblinden, energiezuinig zijn en daarnaast zoveel mogelijk ongevoelig voor storingen. Van de geldende richtlijnen NSVV/NPR13201-2017 wordt met ruimere mastafstanden zodanig afgeweken.
–Daarnaast wordt in goed overleg met bewoners in sommige situaties gekozen om een andere vorm van straatverlichting toe te passen, zoals lage bolderverlichting (voorbeeld toegangspad Museum Belvédère, Heerenveen). Dit resulteert in een aangename belevingssfeer voor de omwonenden en lagere exploitatiekosten.
–Enkele woonstraten in wijk De Greiden, Heerenveen zijn uitgevoerd met zonnepaneelarmaturen. De verlichting gaat bij detectie van beweging op een hoger niveau branden. Om in de wintermaanden voldoende licht te kunnen produceren zijn deze armaturen aangesloten op het elektriciteitsnet. Dit worden ook wel hybride-armaturen genoemd. Het energieverbruik hiervan is laag.
7.1.5 Duurzaam verlichten
Naast doelmatigheid en kwaliteit is duurzaamheid het belangrijkste aandachtspunt. Duurzaamheid binnen openbare verlichting ziet er als volgt uit:
1We willen een duurzaam beleid uitdragen, daarom willen we ons areaal aan openbare verlichting duurzaam inkopen. Dit betekent dat de inkopen voldoen aan de criteria van Duurzaam Inkopen die op dat moment voor de desbetreffende productgroepen zijn opgesteld. Daarnaast handhaven we ons inkoopbeleid op het gebied van groene stroom bij onze energieleverancier. Voor ons inkoopbeleid hebben we een samenwerkingsverband met coöperatie Openbare Verlichting Friesland, die voor 17 gemeenten in de provincie Friesland de inkoop begeleidt.
2Om energieverbruik en -kosten te verminderen passen we energie-efficiëntere armaturen toe om energiezuinige lampen in te kunnen plaatsen.
3Om het aantal verschillende armaturen te verminderen zullen we zoveel mogelijk gebruik gaan maken van standaardtypen en -kleuren armaturen en masten. Dit zijn de armaturen en masten die momenteel het meest voorkomen in ons areaal. Deze armaturen en masten zijn ook als standaard materiaal opgenomen in het beheerbestek van de coöperatie Openbare Verlichting Friesland. Naast standaardisering willen we ook graag bij blijven op gebied van innovaties door nieuwe technieken toe te passen. Bovendien vragen specifieke situaties soms om een maatwerkoplossing. Dit vraagt om afgewogen keuzes. De doelstellingen ten aanzien van lichthinder en energiebesparing blijven te allen tijde het uitgangspunt.
4Door nieuwe inzichten op gebied van duurzaamheid zullen nieuwe plannen steeds meer worden voorzien van aluminium lichtmasten. Deze hebben als voordeel dat het materiaal beter beschermd is tegen corrosie en daardoor niet voorzien hoeft te worden van een (milieubelastende) conservering. Daarnaast is aluminium zeer goed recyclebaar tot een nieuwe lichtmast of een ander product. Aluminium is daarmee duurzamer om toe te passen dan een stalen lichtmast. Aluminium lichtmasten zijn echter gevoeliger voor lichte schade dan stalen lichtmasten. Op schadegevoelige locaties, zoals nabij een parkeervak, kan de stalen lichtmast juist een meer duurzame keuze zijn.
7.1.6 Innovatieve technieken toepassen
Was vroeger de straatverlichting een lichtmast die ’s avonds aan en ’s morgens uit ging, tegenwoordig gaan de ontwikkelingen op het vlak van slimmer maken van openbare verlichting razendsnel. Onder de noemer Smarth Lighting ontstaan er op dit vlak vele mogelijkheden.
Bij Smart Lighting kunnen de lichtmasten op wijk- of mastniveau aangestuurd worden. De verlichting kan op afstand beheerd worden. Er kunnen speciale lichtscenario’s voor calamiteiten worden ingesteld en de behoefte de verlichting (tijdstip en lichtniveau) kan naar gelang eenvoudig worden aangepast. Storingen worden bovendien automatisch geregistreerd.
Op dit moment wordt hier binnen de gemeente Heerenveen nog niet uitgebreid voor gekozen. Echter, vanuit de ervaring dat de ontwikkelingen op dit gebied snel gaan zal dit ook invloed hebben op onze toekomstige keuzes.
Dit doen we al op gebied van innovatieve technieken
DC project Akkrum
Hier hebben we lichtmasten aangesloten op het gelijkspanningsnet (DC). En vindt aansturing/besturing van de lichtmasten plaats via telemanagement. De voordelen hiervan zijn:
•Toepassing van minder componenten
•Dunnere kabels
•Energiezuinig
•Vrijwel geen storingen.
Architectonische- of sfeerverlichting (illuminatie):
De architectonische- of sfeerverlichting bestaat uit het verlichten van bijzondere objecten, monumentale gevels en bomen met energiezuinige LED grondspots, LED gevelspots, LED klinkers. Deze materialen worden in de grond of op gevel aangebracht. Voorbeelden hiervan zijn o.a. te vinden op de volgende locaties: Oude Koemarkt, Gedempte Molenwijk en Breedpad in Heerenveen, Meyerweg in De Knipe, dorp Aldeboarn. De functionele verlichting en de sfeerverlichting worden hier aangestuurd door een telemanagementsysteem. Het is hiermee mogelijk de sfeerverlichting en functionele verlichting afzonderlijk in of uit te schakelen. De standaard instelling vormt een evenwicht tussen de functionele verlichting en sfeerverlichting. De instelling kan op ieder gewenst moment worden aangepast. Bijvoorbeeld tijdens evenementen kan de functionele verlichting worden gedoofd en kan de sfeerverlichting tevens worden in- of uitgeschakeld. Het gebied waarin deze vorm van verlichting is uitgevoerd ademt een warme sfeer uit en creëert daarmee een aangename beleving.
Bijlage 1 Wet- en regelgeving en richtlijnen
Rijksbeleid en decentraal beleid
In Nederland is er geen Rijksbeleid op gebied van nachtelijke verlichting en donkertebescherming. Een aantal andere landen heeft dit wel zoals Frankrijk en Slowakije, dit zal in de toekomst Europees uitgerold gaan worden. In Nederland is er wel decentraal beleid opgesteld door een aantal provincies en gemeenten. De aanleiding voor beleid ten aanzien van nachtelijke verlichting is meestal energiebesparing. Beleid op het gebied van donkertebescherming komt voort uit bescherming van Natura2000 gebieden (vogel- en habitat-richtlijn).
De Omgevingswet (beoogde inwerkingtreding 1 januari 2021) is één integrale wet voor de bescherming én het gebruik van de fysieke leefomgeving. De wet beoogt een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving, en geeft decentrale overheden meer afwegingsruimte. Dit biedt decentrale overheden meer ruimte voor beleid en regelgeving ten aanzien van nachtelijke verlichting en donkertebescherming.
Burgerlijk Wetboek
De aansprakelijkheid van de wegbeheerder is geregeld in artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek. Als de weg niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert is de wegbeheerder - ingeval van ongelukken - in principe aansprakelijk voor de schade.
Schade veroorzaakt door onveilige situaties waarvoor de wegbeheerder aansprakelijk is wordt in principe gedekt door de WA-verzekering van de gemeente Heerenveen.
Elektriciteitswet
De Elektriciteitsnet (1998) heeft betrekking op de levering van elektriciteit, aansluit-, transport- en systeemdiensten en diensten in het vrije domein. Voor alle contractuele afspraken die de gemeente maakt, geldt dat zij met de Elektriciteitswet in overeenstemming moeten zijn.
Wegenwet
De gemeente is verplicht een openbare weg te onderhouden en te zorgen dat deze in een goede staat verkeert.
Richtlijn openbare verlichting
Door de Nederlands Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) zijn diverse richtlijnen en aanbevelingen opgesteld over openbare verlichting. Deze richtlijnen en aanbevelingen gelden als vertrekpunt bij de toepassing van verlichting in de openbare ruimte.
De NSVV heeft in combinatie met de NEN in januari 2017 de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR13201-2017) gepubliceerd en uitgebracht. Deze publicatie dient als vervanging van de NPR13201-1:2002 en Ontw. NPR 13201:2016. Tevens vervalt met het uitbrengen van de nieuwe richtlijn de tijdelijke richtlijn genaamd ROVL- 2011 welke na uitkomst als standaard richtlijn in Nederland werd gehanteerd.
De gemeente Heerenveen hanteert de NPR13201-2017. In nieuwe situaties (uitbreiding/vervanging) dient hieraan te worden voldaan. In bestaande situaties is dit een streefwaarde maar kan hier van afgeweken worden vanuit economische overweging. Dit omdat vervanging economisch niet haalbaar is en burgers momenteel tevreden zijn over de verlichting in Heerenveen.
In 2014 is de Richtlijn voor Actieve Markering gepubliceerd door de NSVV. In deze richtlijn worden op basis van praktijkervaring handvaten geboden voor het toepassen van actieve markering. Deze richtlijn biedt een standaardisatie, waarmee producenten betere producten kunnen ontwikkelen en geeft de weggebruiker een vertrouwd beeld. Deze actieve markering zou een oplossing kunnen bieden in gebieden waar reguliere openbare verlichting ongewenst is. Hierbij is te denken aan bijvoorbeeld natuurgebieden. In de gemeente Heerenveen zijn echter beperkte mogelijkheden voor het toepassen van actieve markeringen.
Eveneens in 2014 heeft de NSVV in de nieuwe “Richtlijn Lichthinder” gepubliceerd. Hierin zijn 5 eerdere richtlijnen over lichthinder samengevoegd, geactualiseerd en aangevuld.
Met deze richtlijn wordt beoogd om een stap te zetten richting een evenwicht tussen natuur, mens en techniek.
Gemeente Heerenveen conformeert zich aan de richtlijn aan de hand van de waarden toegekend aan stedelijke omgeving. Klachten over lichthinder worden individueel behandeld in relatie tot de richtlijn.
Werkgeversverantwoordelijkheid
Openbare verlichting is een elektrotechnische installatie en met die reden heb je te maken met zowel de NEN-1010 als de NEN-3140. Waar de ene de veiligheid van de laagspanningsinstallatie beschrijft geeft de ander aan hoe je hier bedrijfsmatig veilig mee om kan gaan.
De NEN-1010 “Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties” is dé norm voor elektrotechnische laagspanningsinstallaties in woningen, gebouwen en infrastructuur. Deze norm heeft betrekking op het veilig aanleggen van nieuwe installaties, maar ook op aanpassingen en bestaande installaties.
De NEN-3140 “Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Laagspanning” is van toepassing op de bedrijfsvoering van elektrotechnische laagspanningsinstallaties in woningen, gebouwen en infrastructuur. Deze norm beschrijft het veilig werken aan en met deze installaties. Het wordt gezien als juridisch sterkste methode om aantoonbaar te voldoen aan de eisen in het Arbobesluit met betrekking tot veilig werken aan en met de genoemde installaties.
Wet natuurbescherming
Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De Wet natuurbescherming voorziet in de bescherming van planten- en diersoorten en kan daarmee uiteenlopende gevolgen hebben voor de gemeente Heerenveen. Als aangetoond kan worden dat verlichting verstorend is voor bepaalde soorten kan op basis van deze wet worden besloten dat de lichtbron aangepast of verwijderd zal moeten worden. Naast de Wet Natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogel- en Habitat richtlijn geïmplementeerd in de wetgeving. Deze richtlijn voorziet in de bescherming van leefgebieden van verschillende planten- en diersoorten. De aangewezen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden genieten een speciale bescherming; waardoor plannen/projecten met gevolgen voor een dergelijk gebied moeten worden getoetst aan bepaalde eisen.
Verlichting kan negatieve gevolgen hebben voor fauna en toetsing van dit aspect is dan ook noodzakelijk binnen de omschreven richtlijngebieden.
Uit wetenschappelijk onderzoek komen sterke bewijzen naar voren dat de openbare verlichting in het buitengebied en natuurgebieden schadelijke gevolgen heeft op flora en fauna populaties (o.a. J.G. de Molenaar, 2003). Kunstmatige verlichting kan nadelige gevolgen hebben voor de voortplanting, oriëntatie, het biologische ritme, seizoenmigratie, versnippering van leefgebieden en het ongeschikt raken van foerageergebieden voor diersoorten.
Vanuit de ecologie is verlichting in het buitengebied en in natuurgebieden niet wenselijk. De noodzaak van goede verlichting in de openbare ruimte kan vanuit het oogpunt van verkeers- en sociale veiligheid niet onderschat worden, maar het afstemmen van de verlichting in het buitengebied kan een belangrijke bijdrage leveren aan natuurbescherming en behoud van biodiversiteit. Vanuit deze gedachte is het raadzaam om in de natuurzones te overwegen om verlichting weg te laten, verlichting aan te passen/ vervangen door afgeschermde verlichting, te kiezen voor automatisch dimmende lichtbronnen of voor andere ecologisch verantwoorde mogelijkheden.
Gemeente Heerenveen beschikt over één NNN gebied, de Deelen, (Natuurzones) waar terughoudendheid met licht het uitgangspunt is. Uitbreiding van openbare verlichting in deze gebieden is niet gewenst. Tevens dient altijd conform de Wet Natuurbescherming de openbare verlichting niet storend te zijn (in of nabij het gebied) voor flora en fauna en zal dit conform wet worden gehandhaafd.
Politiekeurmerk Veilig wonen
Het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) wordt veel gebruikt door projectontwikkelaars. Door dit keurmerk kunnen bewoners korting krijgen op hun verzekeringspremie. Het Keurmerk bestaat uit certificaten. De buitenruimte van een woonwijk wordt qua openbare verlichting niet op PKVW-niveau gebracht. Verlichten op PKVW-niveau betekent namelijk dat er erg veel licht op straat komt en dat de gemeente ook achterpaden moet gaan verlichten. Dat vinden we niet wenselijk. De projectontwikkelaars kunnen op de projecten wel een PKVW aangeven, maar zonder het certificaat openbare verlichting. De inwoners hebben dan toch recht op kortingen op verzekeringspremies. We houden voor wat betreft de openbare verlichting dus geen Politie Keurmerk Veilig Wonen aan.