4 Algemene uitgangspunten handhavingsbeleid artikel 13b van de Opiumwet
Artikel 4.1: Definitie drugshandel
In dit beleid wordt onder drugshandel verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van drugs in een pand en/of de daarbij behorende erven.
Artikel 4.2: Definitie harddrugs
Alle middelen die vermeld worden op lijst I van de Opiumwet. Wanneer in deze beleidsregel wordt gesproken over een constatering harddrugs, omvat dat ook de voorbereidingshandelingen daartoe.
Artikel 4.3: Definitie softdrugs
Alle middelen die vermeld worden op lijst II van de Opiumwet. Wanneer in deze beleidsregel wordt gesproken over een constatering softdrugs, omvat dat ook de voorbereidingshandelingen daartoe.
Artikel 4.4: Onderscheid tussen woningen en lokalen
In dit beleid betreffende de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet wordt een onderverdeling gemaakt in de volgende rubrieken:
1Woning: Een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat wordt gebruikt als woonruimte (woongenot) en mag worden gebruikt. Een woning is te karakteriseren als een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand - eventueel in een gemeenschappelijke huishouding met andere personen- zijn privaat huiselijk leven leidt of pleegt te leiden. Of een ruimte een woning is, wordt niet alleen bepaald door uiterlijke kenmerken, zoals de bouw en de aanwezigheid van een bed en andere huisraad, maar ook door de daaraan werkelijk gegeven bestemming. Of ergens gewoond wordt kan onder meer blijken uit de inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP), de inrichting van de ruimte/het pand en het feitelijke gebruik dat van de ruimte wordt gemaakt, zoals veelal wordt verwoord in het rapport van bevindingen dan wel bestuurlijke rapportage van de politie.
2Lokalen: Een voor het publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een winkel of horecabedrijf, dan wel een niet voor publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een loods, magazijn of andere bedrijfsruimte. Ook kunnen bijvoorbeeld recreatieverblijven, een kantoor of een hotelkamer onder het begrip lokaal vallen, voor zover zij geen `woning’ zijn.
Artikel 4.5: Last onder bestuursdwang
Als beleidsuitgangspunt wordt gekozen voor het toepassen van een last onder bestuursdwang om een woning of lokaal voor bepaalde tijd te sluiten. Van een last onder dwangsom mag in geval van overtreding van de Opiumwet weinig effect worden verwacht, gelet op het feit dat het financiële gewin in de drugshandel dusdanig groot is dat de financiële prikkel die uit moet gaan van een dwangsom niet het beoogde effect zal hebben. Hiermee zal niet worden bereikt dat een overtreding ophoudt of niet meer wordt herhaald. Een last onder bestuursdwang is een directer middel dat in tegenstelling tot de last onder dwangsom tot feitelijke beëindiging van de overtreding kan leiden. Daarnaast wordt hiermee voorkomen dat belanghebbenden een financiële afweging kunnen maken.
Artikel 4.6: Voornemen en zienswijze
Bij de procedure tot sluiting van een woning, lokaal en/of bijbehorend erf op grond van artikel 13b Opiumwet wordt – behoudens spoedeisende gevallen – de gelegenheid geboden om binnen een korte termijn (maximaal 5 dagen) een zienswijze naar voren te brengen, voordat het definitieve besluit tot sluiting wordt genomen.
Artikel 4.7: Begunstigingstermijn
Ingevolge artikel 5:24, lid 2 Algemene wet bestuursdwang (Awb) wordt in de beslissing tot toepassing van bestuursdwang een termijn gesteld waarbinnen de belanghebbende de tenuitvoerlegging kan voorkomen door zelf maatregelen te nemen. De belanghebbende kan dan de woning of het lokaal zelf (laten) sluiten (en indien nodig vooraf persoonlijke spullen en/of bederfelijke waren verwijderen en zorgdragen voor het afsluiten van gas, water en elektra). De termijn voor woningen is vastgesteld op maximaal 10 dagen, voor lokalen is de termijn maximaal 5 dagen.
Artikel 4.8: Spoedeisendheid
Een beslissing tot toepassing van bestuursdwang moet op schrift gesteld worden. Slechts indien de situatie dermate spoedeisend is dat de burgemeester de beslissing tot toepassing niet van te voren op schrift kan stellen, dan moet de opschriftstelling zo spoedig mogelijk plaatsvinden nadat de bestuursdwang is toegepast (artikel 5:32, lid 2 Awb). In die situaties kan de burgemeester spoedeisende bestuursdwang toepassen en wordt het pand onmiddellijk gesloten. De burgemeester biedt dan niet de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Hiervan is in ieder geval sprake bij acuut gevaar voor de veiligheid of gezondheid van personen of openbare orde, bijvoorbeeld door brandgevaar en/of doordat (giftige) stoffen of gassen (kunnen) vrijkomen. In beginsel past de burgemeester ook spoedeisende bestuursdwang toe in geval van harddrugs in lokalen of voorbereidingen daartoe. Dit vanuit omvang, impact en zwaarte van dergelijke strafbare feiten.
Artikel 4.9: Uitvoeren sluiting door eigenaar zelf
De sluiting wordt uitgevoerd door middel van het afdichten van gevelopeningen (deuren en ramen) en het vervangen van sloten. Onder het zelf afsluiten wordt verstaan het in het bijzijn van een toezichthouder van de gemeente Heerenveen (laten) vervangen van de sloten van het pand, waarna het pand (alle gevelopeningen) door de gemeente verzegeld wordt. De sleutels van deze nieuwe sloten blijven gedurende de sluitingsperiode in het bezit van de gemeente Heerenveen.
Artikel 4.10: Uitvoering door de gemeente Heerenveen
Wanneer de begunstigingstermijn is verstreken en de gedane sluiting niet of niet tijdig is uitgevoerd, meer concreet er geen gehoor wordt gegeven aan de last onder bestuursdwang zal (in opdracht van de burgemeester) de gemeente zelf de ramen en deuren (laten) afdichten, de sloten vervangen en het pand verzegelen
5Als moet worden aangenomen dat de verzegeling niet voldoende is om de toegang tot het pand en/of het bijbehorende erf gedurende de sluitingsperiode te garanderen, behoort het fysiek dichtmaken (laten dichttimmeren) van het pand en/of het bijbehorend erf tot de mogelijkheden.
. Ook dan blijven de sleutels gedurende de sluitingsperiode in bezit van de gemeente Heerenveen.
Artikel 4.11: Kennisgeving/kenbaarheid sluiting
Na sluiting van een pand (zowel door belanghebbende als wanneer dit gebeurd door de burgemeester) wordt dit kenbaar gemaakt door het aanbrengen van borden of stickers aan of binnen het pand en/of aan de toegang tot het bijbehorende erf. Hierop staat dat het pand is gesloten ingevolge artikel 13b Opiumwet. Dit om duidelijk kenbaar te maken dat het pand is gesloten is en daardoor de bekendheid als pand waar verdovende middelen beschikbaar zijn teniet te doen
6ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2906
.
Artikel 4.12: Verwijtbaarheid
Volgens vaste jurisprudentie
7ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3481
speelt de persoonlijke verwijtbaarheid van de exploitant/eigenaar geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet die tot sluiting van de inrichting noopt. De exploitant/eigenaar is verantwoordelijk voor de gang van zaken in de door hem geëxploiteerde, verhuurde of anderszins beschikbaar gestelde woning, lokaal en/of bijbehorende erven.
Artikel 4.13: Overtreder betaald
Ingevolge artikel 5:25 Awb worden de kosten voor het toepassen van bestuursdwang (hoofdelijk) op de overtreder(s) verhaald. In de last onder bestuursdwang wordt dit aan de overtreder(s) medegedeeld.
De overtreder is op grond van artikel 5:1, lid 2 Awb degene die de overtreding pleegt of medepleegt. De eigenaar van een woning/lokaal en/of bijbehorend erf wordt in principe als overtreder van artikel 13b van de Opiumwet aangemerkt. Dit is alleen anders indien in voldoende mate is komen vast te staan dat de eigenaar alles heeft gedaan wat van hem uit hoofde van zijn verantwoordelijkheid in redelijk verwacht mag worden om de overtreding te voorkomen en hem daarbij geen enkel verwijt valt te maken. Het is aan de eigenaar om dit aan te tonen.
Het kan zijn dat zaken worden meegevoerd en opgeslagen om de last onder bestuursdwang toe te kunnen passen, zoals bedoeld in artikel 5:29 Awb. Zolang de verschuldigde kosten niet zijn voldaan, wordt de teruggave van de zaken opgeschort. Het kostenverhaal bevat o.a. de kosten verbonden aan de sluiting: vervangen van sloten, verzegeling, ontsmetting, ontruiming, ambtelijke uren, afsluiten van nutsvoorzieningen en eventuele dierenopvang.
Artikel 4.14: Bewonersbrief
In alle gevallen waarbij dit beleid van toepassing is (ofwel een sluiting, ofwel een bestuurlijke waarschuwing) informeert de gemeente de omwonenden of gebruikers van omliggende panden door middel van een brief.
5 Beleidsregels ten aanzien van woningen
Artikel 5.1: Woongenot
De sluiting van woningen grijpt zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen. Daarom wordt er onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer.
Artikel 5.2: Niet feitelijk voor woning gebruikt
Een voor bewoning bestemde ruimte die niet feitelijk gebruikt wordt als woning, wordt aangemerkt als lokaal en valt daarmee onder het handhavingsbeleid wat voor lokalen geldt, zoals dat onder hoofdstuk 6 beschreven staat.
Woningen en harddrugs (of voorbereidingshandelingen daartoe)
Artikel 5.3: Eerste constatering harddrugs in een woning
Bij de 1e overtreding van de Opiumwet (harddrugs) in een woning en/of bij woningen behorende erven, volgt een sluiting van de woning voor de duur van 3 maanden.
Artikel 5.4: Tweede constatering harddrugs in een woning
Bij een 2e overtreding van de Opiumwet (harddrugs) in een woning en/of bij woningen behorende erven, binnen vijf jaar na de 1e constatering, volgt een sluiting van de woning voor de duur van 6 maanden.
Artikel 5.5: Derde constatering harddrugs in een woning
Bij een 3e overtreding van de Opiumwet (harddrugs) in een woning en/of op bij woningen behorende erven, binnen vijf jaar na de 2e constatering, volgt een sluiting van de woning voor de duur van 12 maanden.
Artikel 5.6: Vierde en volgende constatering harddrugs in een woning
Bij een 4e en volgende overtreding van de Opiumwet (harddrugs) in een woning en/of op bij woningen behorende erven, binnen vijf jaar na de vorige constatering, volgt een sluiting van de woning voor de duur van 24 maanden.
Woningen en softdrugs (of voorbereidingshandelingen daartoe)
Artikel 5.7: Eerste constatering softdrugs in een woning
Indien in woningen en/of op bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) met een handelsvoorraad van > 5 gram, (1e overtreding) dan ontvangen de betrokkenen hiervan een op schrift gestelde bestuurlijke waarschuwing. Ook in geval van voorbereidingshandelingen ten aanzien van softdrugs in de woning is in beginsel een bestuurlijke waarschuwing van toepassing.
Deze op schrift gestelde bestuurlijke waarschuwing is alleen van toepassing wanneer er sprake is van een geringe hoeveelheid. Een hoeveelheid van > 5 hennepplanten en/of 30 gram softdrugs wordt gezien als meer dan een geringe hoeveelheid (handelshoeveelheid). In dergelijke gevallen, volgt een sluiting van de woning voor de duur van 2 maanden.
Artikel 5.8: Tweede constatering softdrugs in een woning
Bij een 2e overtreding van de Opiumwet (softdrugs) in een woning en/of op bij woningen behorende erven, binnen vijf jaar na de 1e constatering, volgt een sluiting van de woning voor de duur van 3 maanden.
Artikel 5.9: Derde constatering softdrugs in een woning
Bij een 3e overtreding van de Opiumwet (softdrugs) in een woning en/of op bij woningen behorende erven, binnen vijf jaar na de 2e constatering, volgt een sluiting van de woning voor de duur van 6 maanden.
Artikel 5:10: Vierde en volgende constatering softdrugs in een woning
Bij een 4e overtreding van de Opiumwet (softdrugs) in een woning en/of op bij woningen behorende erven, binnen vijf jaar na de 3e constatering, volgt een sluiting van de woning voor de duur van 12 maanden.
Artikel 5.11: Handhavingsmatrix woningen
Constatering
1econstatering
2econstatering (binnen 5 jaar na voorgaande constatering)
3econstatering (binnen 5 jaar na voorgaande constatering)
4econstatering (binnen 5 jaar na voorgaande constatering)
Aanwezigheid harddrugs in handelshoeveelheid of voorbereidingshandeling
3maanden sluiting
6maanden sluiting
12maanden sluiting
24maanden sluiting
Aanwezigheid van softdrugs in handelshoeveelheid en/of verkoop softdrugs (incl. aanwezigheid van een hennepkwekerij / drogerij / knipperij) of voorbereidingshandelingen
Schriftelijke bestuurlijke waarschuwing, tenzij handelshoeveelheid, dan 2 maanden sluiting
3maanden sluiting
6maanden sluiting
12maanden sluiting
6 Beleidsregels ten aanzien van lokalen
Lokalen en harddrugs (of voorbereidingshandelingen daartoe)
Artikel 6.1: eerste constatering harddrugs in een lokaal
Bij de 1e overtreding van de Opiumwet (harddrugs) in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en/of daarbij behorende erven, volgt een sluiting van het pand voor de duur van 12 maanden.
Artikel 6.2: tweede en volgende constatering in harddrugs in een lokaal
Bij een 2e overtreding van de Opiumwet (harddrugs) en eventueel volgende in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en/of bijbehorende erven, binnen vijf jaar na de 1e constatering, volgt een sluiting van het pand voor de duur van 24 maanden.
Lokalen en softdrugs (of voorbereidingshandelingen daartoe)
Artikel 6.3: Eerste constatering softdrugs in een lokaal
Bij een 1e overtreding van de Opiumwet (softdrugs) in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en/of daarbij behorende erven waarbij drugshandel wordt geconstateerd, volgt een sluiting van het pand voor de duur van 6 maanden.
Artikel 6.4: Tweede constatering softdrugs in een lokaal
Bij een 2e overtreding van de Opiumwet (softdrugs) in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en/of bijbehorende erven waarbij drugshandel wordt geconstateerd, binnen vijf jaar na de 1e constatering, volgt een sluiting van het pand voor de duur van 12 maanden.
Artikel 6.5: Derde en volgende constatering softdrugs in een lokaal
Bij een 3e overtreding van de Opiumwet (softdrugs) in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en/of bijbehorende erven waarbij drugshandel wordt geconstateerd, binnen vijf jaar na de 2e constatering, volgt een sluiting van het pand voor de duur van 24 maanden.
Artikel 6.6: Handhavingsmatrix lokalen
Constatering
1econstatering
2econstatering (binnen 5 jaar na voorgaande constatering
3een volgende constatering binnen 5 jaar na voorgaande constatering
Aanwezigheid harddrugs in handelshoeveelheid of voorbereidingshandeling
12maanden sluiting
24maanden sluiting
24maanden sluiting
Aanwezigheid van softdrugs in handelshoeveelheid en/of verkoop softdrugs (incl. aanwezigheid van een hennepkwekerij / drogerij / knipperij) of voorbereidingshandelingen
6maanden sluiting
12maanden sluiting
24maanden sluiting
7 Overige uitgangspunten
Artikel 7.1: Aanvullende maatregelen
Soms is sluiting niet voldoende en zijn aanvullende maatregelen nodig om de leefbaarheid rond het gesloten pand te herstellen. De wet Victor regelt het natraject van onder andere een sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. De wet Victor maakt het mogelijk om het beheer van een pand over te nemen (artikel 14 Woningwet) en daarna het eventueel te onteigenen (artikel 77 Onteigeningswet).
Artikel 7.2: Rechtsopvolging
Dit beleid is gerelateerd aan de locatie en niet aan de bewoner, huurder, gebruiker en/of eigenaar. Dit betekent dat een opgelegde sluiting ook werkt voor rechtsopvolgers. Een besluit tot toepassing van bestuursdwang ingevolge artikel 13b van de Opiumwet is een beperkingsbesluit dat valt onder de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken en wordt dan ook opgenomen in de landelijke voorziening, gebaseerd op de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen.
Artikel 7.3: Verjaring
Indien gedurende vijf jaar na de waarschuwing of het op de eerdere constatering genomen besluit geen nieuwe constatering plaatsvindt, zal de zaak als afgedaan worden beschouwd. Een latere constatering op dezelfde locatie zal dan gelden als een eerste constatering. De verjaringstermijn van vijf jaar is met terugwerkende kracht van toepassing.
Artikel 7.4: Verzwarende omstandigheden
Indien er sprake is van verzwarende omstandigheden, wordt in geval van een woning een extra sluitingstermijn van 3 maanden toegepast. In geval van een lokaal wordt een extra sluitingstermijn van 6 maanden toegepast. Onder verzwarende omstandigheden worden in ieder geval (niet limitatief) verstaan die gevallen waarbij:
1er sprake is van gewelds- of andere openbare orde delicten en/of;
2er sprake van verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie.
Artikel 7.5: Softdrugs en harddrugs
Indien bij één constatering zowel harddrugs als softdrugs wordt aangetroffen, wordt bij toepassing van dit beleid uitgegaan van het zwaarste misdrijf. Daarmee is dus het handhavingsbeleid voor harddrugs van toepassing.
In geval van een tweede of volgende constatering binnen de verjaringstermijn, waarbij tijdens de vorige constatering een andere soort drugs (softdrugs of harddrugs) zijn aangetroffen, wordt uitgegaan van de soort drugs (softdrugs of harddrugs) die tijdens de huidige constatering zijn aangetroffen. Dit ongeacht of de sluitingstermijn daarmee positief of negatief uitvalt voor de betrokkenen.
Artikel 7.6: Inwerkingtreding
Het Damoclesbeleid gemeente Heerenveen treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van de beleidsregel Opiumwet 13b van 28 september 2016.
Artikel 7.7: Citeertitel
Dit beleid wordt aangehaald als Damoclesbeleid gemeente Heerenveen.