Aanhef
De raad van de gemeente Heerenveen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders met kenmerk;
Z.22.381384 / D.22.1585337
Besluit
1De Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 t/m 2027 (inclusief bijlagen) met inbegrip van de onderstaande beslispunten 3, 4 en 5 vast te stellen.
2Voor het kapitaalgoed verhardingen per 1 januari 2023 een Voorziening groot onderhoud in te stellen op grond van art. 44, lid 1c van het BBV (reeds verwerkt in begroting 2023).
3Het kwaliteitsniveau van de fietspaden binnen de gemeente Heerenveen op niveau hoog te beheren/onderhouden.
4De financiële gevolgen van de structurele extra lasten als gevolg van beslispunt 3, groot €29.000,-/jaar, te verwerken in de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024 – 2026 en ten laste te brengen van het structurele begrotingsresultaat.
5De extra middelen groot €29.000,-/jaar jaarlijks als extra dotatie toe te voegen aan de voorziening verharding.
Managementsamenvatting
Voor u ligt de Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027. Deze nota volgt de in oktober 2021 vastgestelde Nota Kapitaalgoederen 2021 & 2022 en het Beheerplan gemeentelijke gebouwen (en beeldende kunst) 2021 & 2022 op.
De Brede nota vormt het kaderstellend beleid voor de periode 2023 - 2027 voor de opgaven in de openbare ruimte (en de gebouwen) ten aanzien van het beheer & onderhoud en de vervanging van onze beheerobjecten: civieltechnische kunstwerken & oevers, gebouwen, verharding en groen/bomen.
Aanleiding
De openbare ruimte is voor iedereen toegankelijk en daarmee dé ontmoetingsplek in de gemeente. De beleving van de gebruikers van deze leefomgeving is afhankelijk van de inrichting, de voorzieningen en het functioneren hiervan. De openbare ruimte levert daarmee een grote bijdrage in sociaal-maatschappelijk en economisch opzicht voor de gemeente!
Ook de mate van beheer en de kwaliteit van de aanwezige kapitaalgoederen, zoals wegen, groen en bruggen, dragen bij aan de beleving van de gebruiker. Hierbij gaat het om de technische staat (heel en veilig) en de verzorgingsgraad (schoon en netjes).
Daarnaast heeft de gemeente vanuit diverse wetgeving ook (zorg)plichten om in ieder geval veilig gebruik van de openbare ruimte voldoende te borgen. Het is van belang dat de kapitaalgoederen voldoende worden beheerd om onder meer aan wetgeving te voldoen (veiligheid), maar ook om kapitaalvernietiging te voorkomen. Dit laatste is een toets criterium van de provincie vanuit haar toezichthoudende rol. Als onderdeel van de begroting is er dan ook sprake van een verplichte opname van de paragraaf ‘Onderhoud Kapitaalgoederen’. Dit uitgangspunt geeft, naast de financiële kaders, richting aan de manier waarop de kapitaalgoederen beheerd (kunnen) worden.
In deze rapportage wordt uitgegaan van de voortzetting van de huidige beleidslijn, zoals die in 2016 (en in 2021) is vastgesteld.
Om veilige, hele en schone wijken en dorpen te behouden, is het zo efficiënt mogelijk invullen van de levenscyclus van de kapitaalgoederen belangrijk. Met name het tijdig onderhouden en vervangen van assets dragen hier sterk aan bij. De gemeente levert met doelmatig en efficiënt beheer direct een bijdrage aan het behalen van dit doel.
‘We willen dat onze openbare ruimte voor iedereen toegankelijk is.’
Hoofdlijnenakkoord 2022-2026 Daadkrachtig veranderen
‘Schoon, heel en veilig in beheer en onderhoud van de openbare ruimte.’
(Afwegingskader) Strategische Agenda 2022-2040
Doel
De doelstelling van de Nota Kapitaalgoederen is om inzicht te geven:
■ In de huidige onderhoudskwaliteit van de openbare ruimte;
■ Inzicht te geven in de meerjarige opgaven en benodigde middeleninzet op basis van de gewenste kwaliteit (ambitie).
Hoe liggen de openbare ruimte en de gebouwen er nu bij
Voor het bepalen van de huidige kwaliteit van de openbare ruimte is gebruik gemaakt van de kwaliteitsgestuurde methodiek. Deze methodiek is gericht op de landelijke systematiek van CROW
1Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. CROW is een belangrijk en leidend kennisplatform voor beheer en aanleg van infrastructuur.
, vastgelegd in de 'Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte'. In deze catalogus staan de verschillende kwaliteitsniveaus voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte concreet beschreven met foto's, omschrijvingen en normen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen technische staat (heel en veilig) en verzorging (schoon/netjes). Voor gebouwen geldt de NEN2767. Deze Nederlandse richtlijn is leidend voor de inspecties aan gebouwen.
De onderhoudsstaat van de assets wordt regelmatig onderzocht. Zo wordt er regulier een aantal keer per jaar geschouwd, en zijn de wegen, kunstwerken en oevers technisch geïnspecteerd. De bij schouw en inspectie geconstateerde kwaliteit komt grotendeels overeen met de vastgestelde kwaliteitsniveaus. Wel blijkt uit de laatste inspectie (2022) dat het kwaliteitsniveau voor verhardingen in m.n. woongebieden en op bedrijventerreinen daalt.
Voor groen wordt gemiddeld een basisniveau voor zowel de technische staat (heel en veilig) en verzorging (schoon/netjes) behaald. Een beperkt deel van de kunstwerken en oevers scoort nog onvoldoende. De gebouwen behalen een conditiemeting score van 3. Dat houdt in dat de gebouwen in redelijke conditie verkeren.
Financiën
Het huidige beleid vormt ook het beleidskader voor de periode 2023 - 2027. Bij het opstellen van het onderhoudsscenario is in 2016 gedifferentieerd onderhoud ingevoerd, door te kiezen voor ‘bewust beheer’. In 2021 is besloten dit beleidskader voor 2021 & 2022 voort te zetten. Bij dit beleid (‘bewust beheer’) is, afhankelijk van de ligging (gebiedstype) en het beheeraspect (b.v. rijbaan, fietspad), differentiatie in onderhoudsniveau toegepast. Met dat beleid is sprake van een goede basis voor de onderdelen schoon, heel en veilig.
Dit is over het algemeen het meest kosteneffectief, met beheersbare risico’s ten aanzien van kapitaalvernietiging, functionaliteit en veiligheid. Voor de uitvoering van het scenario ‘bewust beheer’ zijn de volgende middelen benodigd.
Kunstwerken, oevers, wegen en groen
Nota bene: Alle bedragen zijn gemiddelden per jaar over de periode 2023 - 2027, inclusief indexering van 15% op wegen, kunstwerken en oevers, en 10% op groen.
Eenmalige opgaven (in deze periode)
Ter verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en het inhalen van een achterstand door een eenmalige upgrade zijn er incidentele middelen nodig. Dit betreft:
Herstel bermen door verzakking
2In het veengebied van Akkrum en Aldeboarn
€ 100.000,-
Vervanging halfverharding € 50.000,-
Achterstallig onderhoud verharding sportterreinen € 58.500,-
Parkeerterrein sportveld Akkrum € 30.000,-
Parkeerterrein sportveld Aldeboarn € 45.000,-
Gebouwen
Voor het planmatig en efficiënt kunnen berekenen van de beheer- en vervangingsopgaven voor gebouwen is het van belang te weten welk bouwkundig- en installatietechnisch onderhoud uitgevoerd moet gaan worden en wat de hierbij te verwachten (meerjarige) kosten zijn. Om dit te bepalen heeft de afdeling IBOR in samenwerking met adviesbureau Antea Group de onderhoudsstaat van de gemeentelijke gebouwen en gebouw gebonden installaties in kaart gebracht. Hierbij is zoveel mogelijk rekening gehouden met te verwachten ontwikkelingen in het areaal/de opgaven.
*) In de begroting 2023 (incl. meerjarenperspectief t/m 2026) is het gemiddelde bedrag (€ 840.200,-) over die periode opgenomen.
In beide financiële overzichten is rekening gehouden met prijsstijgingen van 10% voor de beheergroep groen en van 15% voor de overige beheergroepen. Deze prijsstijging is het gevolg van inflatie en de toegenomen kosten voor arbeid en (bouw)materialen.
2 Aanpak
2.3 Kwaliteitsgestuurd beheren
2.3.1 Meetlatten
Kwaliteitsscenario’s worden opgesteld aan de hand van landelijke richtlijnen van CROW (meetlatten) die verschillende kwaliteitsniveaus weergeven in norm, beschrijving en beeld. Deze kwaliteitsniveaus zijn per discipline uitgewerkt.
In de standaard kwaliteitscatalogus is voor verschillende onderdelen van de openbare ruimte de kwaliteit vastgelegd in een 5-schaal: de kwaliteitsmeetlat. Om een indruk te krijgen is in het onderstaande figuur per kwaliteitsniveau een impressie gegeven van asfaltverharding.
Figuur 2.2.1 Meetlat asfaltverharding
Om een bepaalde kwaliteit in de openbare ruimte te realiseren zijn verschillende ambitieniveaus te onderscheiden. De keuzemogelijkheden voor de gewenste kwaliteitsniveaus van de openbare ruimte zijn als volgt te typeren:
Niveau
Algemene beschrijving
Rapportcijfer
Zeer hoog
Uitstekend onderhouden, als nieuw
Cijfer > 9,5
Hoog
Goed onderhouden, bijna niets op aan te merken
Cijfer 7,5 – 9,4
Basis
Voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken
Cijfer 5,5 – 7,4
Laag
Sober tot voldoende, enige achterstanden bij het onderhoud
Cijfer 3,5 – 5,4
Zeer laag
Onvoldoende onderhouden, flinke achterstanden, kapot
Cijfer < 3,4
Elk kwaliteitsniveau bevat omschrijvingen en criteria met meetbare en toetsbare normen. Daarmee zijn de kwaliteitsniveaus meetbaar, zodat de kwaliteitskeuzes in het beleid ook in de werkelijkheid gerealiseerd, bijgestuurd en getoetst kunnen worden.
Het uitgangspunt is dat er bij de niveaus laag en zeer laag onveilige situaties kunnen ontstaan door de staat van het onderhoud van het areaal. Deze niveaus zijn niet per definitie onveilig, maar de kans op onveilige situaties neemt bij deze niveaus wel toe doordat de ondergrens wordt overschreden. Dit brengt extra risico’s met zich mee ten aanzien van aansprakelijkheid.
Bij de civiele kunstwerken en oeverbescherming is uitgegaan van een gewenst onderhoudsniveau op basis van heel en veilig en het voorkomen van kapitaalvernietiging. Dit is vergelijkbaar met een basisniveau.
Bij bomen geldt een zorgplicht (zie ook bijlage 1) om deze in verband met de veiligheid op minimaal het niveau basis te onderhouden en tijdig te vervangen. Controle van de veiligheid vindt plaats op basis van een zogenaamde VTA inspectie (Visual Tree Assessment).
2.3.2 Differentiatie
De kwaliteit van de kapitaalgoederen hoeft niet overal gelijk te zijn. Het kan efficiënt zijn om te differentiëren in kwaliteit per gebied of object, afgestemd op het gebruik en de gebruiker. Daarnaast kan met differentiatie beter ingespeeld worden op bepaalde doelen, zoals bijvoorbeeld extra inzet op het gebruik van de fiets en de kwaliteit van fietspaden.
Gebiedsgericht
Door verschillende structuurelementen te benoemen, wordt er per gebied gekeken wat de passende kwaliteit is. Deze structuurelementen verschillen van elkaar in functie, inrichting en gebruik.
In deze nota onderscheiden wij de volgende structuurelementen:
■ Bedrijventerrein
■ Centrumgebied (Heerenveen)
■ Groengebied/parken
■ Hoofdweg
■ Woongebied
■ Buitengebied
Figuur 2.3.2 Structuurelementenkaart Heerenveen
3 De huidige situatie
3.5 Overige topics
3.5.1 Ontwikkelingen
Overdracht oevers langs vaarwegen
In 2014 zijn de vaarwegen in Friesland toebedeeld aan de verschillende overheden (provincie, Wetterskip en gemeenten). Hierbij zijn afspraken gemaakt over het toekomstige beheer en onderhoud en de overdracht. Het ging hierbij om de overdracht van het vaarweggedeelte (het zgn. natte profiel). Naast de overdracht van vaarwegen speelt ook nog de overdracht van oevers langs deze vaarwegen.
Vertegenwoordigers van de genoemde overheden hebben de afgelopen jaren in gezamenlijke werkgroepen beoordeeld onder welke condities overdracht van oevers plaats kan vinden. Dit is een uitvoerig proces geweest. In januari 2021 hebben Provinciale Staten (PS) als bevoegd orgaan een principebesluit genomen. Inmiddels heeft nadere uitwerking en afstemming/overleg plaats gevonden naar aanleiding van dit besluit. De gemeenten zijn gevraagd hun standpunt hierop kenbaar te maken. De provincie is in oktober 2022 van het gemeentelijk standpunt op de hoogte gebracht. Ook de gemeenteraad is over dit standpunt en de overwegingen hierbij (per brief) geïnformeerd.
Na definitieve vaststelling door PS (naar verwachting januari 2023) van de toedeling en overdracht worden de effecten inzichtelijk.
Vooralsnog zijn in deze Brede Nota Kapitaalgoederen nog geen arealen/bedragen opgenomen voor deze toedeling/overdracht. Aangezien wordt gekoerst op besluitvorming door PS in januari 2023 en daarna nog inspraak en vervolgens definitieve vaststelling moet plaatsvinden is verwerking in deze nota nu niet opportuun. Uitstellen tot het moment van herziening van deze nota in 2027 lijkt daarbij te ver weg. Wij verwachten via separate voorstellen of via de reguliere P&C-cyclus voorstellen tot het beschikbaar stellen van middelen voor onderhoud/vervanging met betrekking tot deze oeverarealen voor te leggen.
Teercomponent in asfalt
De PAK’s (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen) in teerhoudend asfalt zijn kankerverwekkend. Werknemers en het milieu lopen daardoor risico’s wanneer een teerhoudende asfaltweg op de schop gaat. Het vrijkomende materiaal moet dus goed worden gescheiden, afgevoerd en verwerkt.
Een van de bepalingen in het Besluit Bodemkwaliteit waarmee de wegbeheerder direct te maken krijgt, is dat teerhoudend asfalt sinds 2001 onder hetzelfde regime valt als alle andere bouwstoffen. Als bij het reconstrueren van wegen teerhoudend asfalt vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat dit asfalt moet worden aangeboden bij een erkende verwerker van teerhoudend asfalt. Bij reconstructie van asfaltwegen vindt onderzoek plaats naar een eventuele teercomponent. Er geldt geen saneringsplicht voor teerhoudend asfalt. Dit betekent dat er sec bij het gebruik van de wegen geen problemen ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit zijn.
Bij de bepaling van de onderhoudsbudgetten in deze Brede Nota Kapitaalgoederen is geen rekening gehouden met eventuele meerkosten voor het behandelen en verwijderen van teerhoudend asfalt en eventuele onderzoekskosten van overige bouwstoffen.
Prijsontwikkelingen materialen, energie en arbeid
Als gevolg van onder meer ontwikkelingen op de wereldmarkt en de oorlog in Oekraïne is er sprake van forse kostenstijgingen in materiaal, de inzet van materieel (w.o. energie), de beschikbaarheid van materialen, de logistiek en arbeid. Als gevolg hiervan nemen de kosten voor het beheer, onderhoud en vervanging voor de diverse kapitaalgoederen navenant fors toe. In deze nota is als uitgangspunt voor de kostenberekeningen prijspeil 2021 gehanteerd met toepassing van indexering. Voor het kapitaalgoed “groen” is daarbij voorzien in toepassing van een index van 10% en voor de overige kapitaalgoederen 15%.
Beschikbaarheid materialen:
De hierboven benoemde redenen hebben invloed op de beschikbaarheid aan materialen. Het is niet uit te sluiten dat het niet (tijdig) beschikbaar komen van materialen van invloed is op de geprognosticeerde opgaven en uitvoering. Als gevolg hiervan kan sprake zijn van een langere periode tot het moment van onderhoud c.q. vervanging (met andere woorden: kans op uitstel). De kans op het uitvallen van systemen of functies, doordat er niet tijdig (reparatie)onderdelen beschikbaar zijn, neemt toe. Gevolg hiervan kan zijn dat (op onderdelen) in de nota beoogde kwaliteitsniveaus (tijdelijk) niet zullen worden bereikt of niet kunnen worden gehandhaafd.
Beschikbaarheid aan specialisten/vakmensen:
De huidige arbeidsmarktomstandigheden leiden ertoe dat het steeds moeilijker wordt specialisten en/of vakmensen voldoende en tijdig in te kunnen zetten op de diverse opgaven. Hierdoor kan er vertraging optreden in het moment van onderhoud of reparatie. Ook kan er sprake zijn van een hoger inhuurtarief, of bestaat er kans op uitval van systemen en functies, langere herstelperiodes en/of meer inzet op tijdelijke (vaak kostenverhogende) oplossingen.
Gevolg hiervan kan zijn dat (op onderdelen) in de nota beoogde kwaliteitsniveaus (tijdelijk) niet zullen worden bereikt of niet kunnen worden gehandhaafd.
Vertraging door bijvoorbeeld onvoldoende capaciteit bij Nutsbedrijven (voor het omleggen kabels/leidingen of het realiseren van aansluitingen) kunnen ook van invloed zijn op de voorbereiding, de uitvoering en de planning.
3.5.2 Aandachtspunten
Afstandsbediening c.a. Poolsbrug (meegenomen als onderhoud)
Met de aanleg van een glasvezelnetwerk van de provincie kan de gemeente Heerenveen meeliften om ook de Poolsbrug in de nabije toekomst op afstand te bedienen. Zo kunnen in de nabije toekomst de Warrebrêge (provincie), de Hooivaartbrug (RWS) en de Poolsbrug (gemeente) op afstand bediend worden vanuit het Swettehûs in Leeuwarden.
Het gaat om alle bruggen gelegen in de Hooivaart. Dit vergt onderhoud aan de Poolsbrug van € 350.000 in 2023 (exclusief voorbereiding, directie en toezichtkosten). Het betreft het aanbrengen van camerabewaking en onderhoud/verbetering van de technische installatie. Daarnaast is er jaarlijks € 15.000 structureel nodig voor de bediening vanuit het Swettehûs. Dit vergt een ophoging van de begroting voor brugbediening vanaf 2024.
Hooivaartsbrug
Op dit moment is de Hooivaartbrug nog in eigendom en beheer van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat heeft aangegeven deze brug over te willen dragen. Een projectgroep, waarin Rijkswaterstaat, Provincie Fryslân, en de gemeente Heerenveen, vertegenwoordigd zijn, werkt een plan uit voor een mogelijke overdracht. Voor overdracht moet aan de volgende voorwaarden voldaan worden:
■ De brug dient geheel gerenoveerd te worden, ofwel de brug moet tiptop in orde zijn;
■ Er mag geen sprake meer zijn van achterstallig onderhoud;
■ De brug moet voldoen aan de technische eisen die op dat moment gesteld worden;
■ Fietsveiligheid op de brug moet worden verbeterd > realiseren van minimaal 2,50 breed fietspad;
■ Met een overdrachtsdocument wordt ook de financiële paragraaf geregeld. Op basis van de Wet Brokx moet Rijkswaterstaat zorgdragen voor een afkoopsom voor het onderhoud voor de komende 30 jaar. Tevens dient voor deze periode de toekomstige bediening (op afstand) afgekocht te worden.
Verzwaring/versteviging bermen Buitengebied
De bermen in het buitengebied zijn onvoldoende ingericht voor het steeds zwaarder wordende landbouwverkeer. Daarnaast telt de gemeente veel loonbedrijven die binnen en buiten de gemeentegrens werk uitvoeren. Om de veiligheid van de weggebruikers te borgen moeten diverse bermen beter ingericht worden voor uitwijkend verkeer. Er wordt in 2023 - 2027 een plan opgesteld om diverse bermen naar functie en gebruik in te richten. Dit houdt een verhoging in van € 50.000 per jaar en is meegenomen in de doorrekening.
De bermen ten noorden van onder meer de A7 hebben veel last van verzakkingen, wat hogere beheerkosten met zich meebrengt. Door de warme en droge zomers van de afgelopen twee jaar verzakken de bermen (inklinking van veen). Het gaat hier om de bermen in het veengebied. Dit is globaal gezien het gebied ten noorden van de rijksweg A7 (o.a. Tjalleberd, Gersloot, Aldeboarn en Akkrum). Om deze bermen te herstellen is eenmalig een bedrag benodigd van € 100.000 (zie onder ‘eenmalige opgaven’ in deze paragraaf). Daarnaast heeft dit impact op de beheerskosten in dit gebied.
Voorbereiding en uitvoering (deels) splitsen in jaarschijven
In de programmering voor kunstwerken zijn de projectkosten voor de uitvoering van grote(re) projecten verdeeld over de jaarschijven. Hierdoor ontstaat een realistischer beeld, meer afgestemd op de beschikbare capaciteit en praktijk.
Regelmatig vragen grotere projecten meer voorbereiding/onderzoek/vergunningstijd, waardoor ‘opknippen’ van de project gerelateerde kosten (voorbereiding/uitvoering) soms leidt tot spreiding over meerdere jaarschijven. De voorbereidingskosten worden in dat geval meegenomen in jaar x. De uitvoeringskosten worden meegenomen in jaar x+1 en eventueel x+2. In deze planperiode is dit vooralsnog enkel voorzien voor de Weidlânsbrug (2025/2026).
Ook voor andere grotere projecten (wegen, oevers, gebouwen) sluit deze methode beter aan bij de praktijk. Bij de nadere uitwerking van meerjarige uitvoeringsplannen wordt deze methode zo nodig toegepast.
Eenmalige opgaven (in deze periode)
Ter verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en het inhalen van een achterstand door een eenmalige upgrade zijn er incidentele middelen nodig. Deze middelen zijn opgenomen in de doorrekening. Dit betreft:
Herstel bermen door verzakking
6In het veengebied van Akkrum en Aldeboarn
€ 100.000,-
Vervanging halfverharding € 50.000,-
Achterstallig onderhoud verharding sportterreinen € 58.500,-
Parkeerterrein sportveld Akkrum € 30.000,-
Parkeerterrein sportveld Aldeboarn € 45.000,-
Vervangingsopgave groen (bomen)
Door de jaren heen vindt vervanging van (niet vitale) bomen plaats via de exploitatie. In de praktijk wordt daarbij een dode/slechte boom vervangen door een nieuwe. Bij met name bomen in of nabij verharding is echter vaak meer nodig dan een 1:1 vervanging. Om te komen tot een duurzaam bomenbestand met voldoende groeipotentie (komen tot groter aandeel oudere bomen bv. > 40 jaar) is groeiplaatsverbetering nodig. Op basis van een analyse is bepaald dat op het totaal van ca. 42.000 bomen een jaarlijkse vervanging incl. groeiplaatsverbetering nodig is voor 300-350 bomen. In de opzet is rekening gehouden met het groeien naar deze vervangingsomvang door in 2023 te beginnen met 100 bomen en dit aantal per jaar met 50 te verhogen waardoor in 2027/2028 het gewenste vervangingsniveau is bereikt en de projecten/organisatie deze opgaven ook kan verwerken.
Deze activiteit draagt bij aan een kwaliteitsverbetering en levensduurverlenging van de boom en wordt daarom geactiveerd (aangemerkt als investering).
Herstellen/in stand houden bomenbestand
De komende jaren zijn er investeringen nodig om het bomenbestand en met name doorgaande boomstructuren/lanen in stand te houden en te herstellen vanwege de algehele kwaliteit van de openbare ruimte, de cultuurhistorie, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Boomziekten, kwalitatief onvoldoende ondergrondse groeiruimte (zie ook voorgaande punt), wijzigingen in grondwaterstanden en onvoldoende budget en daardoor oprekken vervangingsmoment hebben geleid tot uitval, kwaliteitsverlies van boomstructuren.
Constructieve veiligheid civiele kunstwerken
De opgave voor civiele kunstwerken is gebaseerd op de gehouden inspecties in 2020. In de basis wordt hierbij visueel bepaald welke maatregelen moeten worden uitgevoerd in relatie tot het gewenste kwaliteitsniveau. Dit vertaalt zich in maatregelen voor de diverse jaren (2023 – 2027).
In deze opzet is geen rekening gehouden met een beoordeling op basis van zogenaamde constructieve veiligheid. Hierbij wordt op basis van (uit te voeren) sterkteberekeningen bepaald of een kunstwerk (nog) geschikt is voor het huidige verkeer. Immers een kunstwerk (brug, tunnel, viaduct) is in het verleden aangelegd (soms decennia terug) en is destijds ontworpen op de toenmalige normering voor de verkeersbelasting. Inmiddels is soms sprake van een andere verkeersbelasting (zwaarder verkeer) waardoor een herberekening noodzakelijk is om eventueel te komen tot versterking of vervanging van het betreffende kunstwerk.
Conserveren (w.o. schilderen) civiele kunstwerken
In de onderhoudsopgaven is voorzien in een andere aanpak van conserveren/schilderen van de kunstwerken. Het is de bedoeling dit meer programmatisch aan te pakken en per jaar programma’s op te stellen om hierin te voorzien. De middelen in de planning zijn hierbij afgestemd op deze programmatische aanpak. Een gebiedsgerichte aanpak kan hierin bijvoorbeeld een te overwegen vorm zijn. Het ‘hoe’ wordt echter nog nader bepaald en verder uitgewerkt in de programmatische aanpak.
Calamiteiten
In de opgaven voor civiele kunstwerken en oevers zijn middelen opgenomen voor calamiteiten (storingen, aanvaring, schades etc.). Aangezien deze post zich moeilijk laat ramen is hiervoor een beperkt bedrag per jaar opgenomen. Het resterende risicoprofiel wordt ingeschat en opgenomen in Naris.
Gebouwen (en beeldende kunst)
Het beheerplan gemeentelijke gebouwen (en beeldende kunst) komt qua areaal overeen met het beheerplan dat in oktober 2021 door de raad is vastgesteld. Het beheerplan is geactualiseerd op de prognoses zoals die recent zijn opgemaakt.
Met de vaststelling van de Nota Strategisch Vastgoedbeleid in december 2021 is tevens besloten een nadere uitwerking van de vastgoedportefeuille op te maken om daarmee onder meer te kunnen bepalen welke vastgoedobjecten/panden moeten worden behouden, kunnen worden afgestoten of voor (her)ontwikkeling in aanmerking komen.
Deze uitwerking wordt op een later moment aan het bestuur voorgelegd. Besluitvorming hierin kan, op een later moment, leiden tot een noodzakelijke/gewenste bijstelling van de opgave binnen het gebouwenbeheer.
Invasieve exoten
De bestrijding van invasieve soorten is nog niet in de fase van ‘controle’ beland. Na de eerdere eenmalige investering van € 500.000,- en de jaarlijkse beheerbijdrage van € 25.000,- lijkt de controlesituatie nog niet bereikt. Sterker nog, er is sprake van een toename als gevolg van nieuwe soorten. De bestrijdingskosten zullen dan ook fors meer bedragen dan de hiertoe opgenomen beheerbijdrage. Het daadwerkelijk benodigd bedrag moet volgen uit de actualisatie van het Plan van Aanpak Invasieve exoten (eind 2022).
Klimaat: groen voor grijs
Als gevolg van de klimaatverandering/opwarming van de aarde ontstaan negatieve effecten op onze omgeving. We krijgen steeds meer met extreme weertypes te maken, warme en droge perioden worden afgewisseld met extreem natte perioden. Dit heeft effect op (het beheer en onderhoud van) onze leefomgeving. Om deze negatieve effecten zoveel mogelijk op te vangen wordt ingezet op maatregelen voor klimaatadaptatie en op het gebied van biodiversiteit.
Een van de gevolgen van deze maatregelen is dat op diverse plaatsen, waar mogelijk, grijs (verharding) wordt vervangen door groen (bomen, beplanting, gazon). De consequentie is dat het bestaande areaal verhardingen naar verwachting afneemt en het areaal groen toeneemt. Dit heeft effect op het beheer en onderhoud en de kosten. Bij herzieningen van deze Nota worden de daadwerkelijke aanpassingen meegenomen en financieel vertaald. Bij grote veranderingen tijdens de looptijd van een vigerende nota worden zo nodig separaat voorstellen uitgewerkt/voorgelegd.
Bijlage 1 Wettelijk kader
Wet- en regelgeving
Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. In deze bijlage wordt de meest relevante wet- en regelgeving beschreven, die uitgangspunt vormt voor het beheer en onderhoud in de gemeente Heerenveen.
Wegenwet
De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de openbare wegen (ook van toepassing op civieltechnische kunstwerken gelegen in openbare wegen). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in de Wegenwet.
Artikel 15
1Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg te onderhouden, wanneer dat bestemd is tot een openbare weg.
2Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg (inclusief bijbehorende duiker) te onderhouden, wanneer zij een openbare weg gedurende tien achtereenvolgende jaren heeft onderhouden, ook al was bij de aanvang van die tien jaren de weg nog niet openbaar.
3Tot het onderhoud van een weg als in het eerste en het tweede lid bedoeld, behoort mede het onderhoud van de bijbehorende berm of bermsloot, echter slechts voor zover het onderhoud van de berm of de bermsloot een bijdrage levert aan de instandhouding en de bruikbaarheid van de weg en voor zover het onderhoud niet, uit welke hoofde ook, tot de verplichting van anderen behoort.
Artikel 16
De gemeente heeft te zorgen, dat de binnen haar gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen, welke door het Rijk of ene provincie worden onderhouden, van die bedoeld in artikel 17 en van die, waarop door een ander tol wordt geheven, verkeren in goeden staat.
In algemene zin houdt dit in dat de beheerder vanuit de wegenwet de zorgplicht heeft voor (het onderhoud van) de objecten en voorzieningen in de openbare ruimte en dat de aansprakelijkheid bij optredende schade door het niet voldoen aan deze zorgplicht geregeld is in het Burgerlijk Wetboek. De algemene aansprakelijkheidsregeling staat in artikel 6:162 (zie verderop in deze paragraaf).
Waterwet
De Waterwet regelt het beheer van regen- en grondwater en verbetert de samenhang tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Traditioneel ging waterbeheer vooral over beheer van meren, waterwegen, havens en kunstwerken (bijvoorbeeld baggeren en beschoeiing). Tegenwoordig strekt de zorgplicht zich ook uit tot hemel- en grondwater.
In algemene zin houdt dit in dat de beheerder vanuit de waterwet de zorgplicht heeft voor (het onderhoud van) de objecten en voorzieningen in de openbare ruimte die de afstroming/opvang van hemelwater, de kwaliteit en peil van het grondwater en de afvoer van afvalwater regelen. Deze zorgplicht heeft met name impact op het Watertakenplan.
Wet Natuurbescherming
In het verleden beschermde de Boswet bomen en houtopstanden in het buitengebied met als doel te voorkomen dat het bestaande bosareaal verder afneemt. In algemene zin hield dit in dat de beheerder moest voorkomen dat het bestaande bosareaal in het buitengebied afneemt, of alternatieven moet bieden.
Sinds 1 januari 2017 is de Boswet opgehouden te bestaan en is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet.
De Boswet is vrijwel geheel ondergebracht in de nieuwe Wet natuurbescherming. De belangrijkste elementen van de Boswet zijn onveranderd opgenomen in de nieuwe wet: de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.
Ook wordt de bescherming van soorten geregeld. Op de lijst van beschermde soorten staan alle in het wild levende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en een aantal vissen, libellen, vlinders en plantensoorten. Dit maakt de lijst zo breed dat bij alle werkzaamheden in het groen; bossen, natuurterreinen en parken, rekening moet worden gehouden met de Flora- en Faunawet.
De wet kent een zorgplicht. Hierbij moet voldoende zorg in acht genomen worden voor in het wild levende dieren en planten. Om helder te krijgen wat 'voldoende zorg' is, wordt er gewerkt met gedragscodes. Deze gedragscodes worden door beheerders en beschermingsorganisaties gezamenlijk opgesteld. Het Ministerie van EL&I
8Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
moet ze vervolgens goedkeuren. Werken volgens een goedgekeurde gedragscode betekent dat je, volgens het Ministerie, voldoet aan de zorgplicht. Het Ministerie heeft daarom de gedragscodes opgenomen in het Besluit vrijstelling dier- en plantensoorten. Als de beheerder volgens een goedgekeurde gedragscode werkt, heeft hij/zij vrijstelling van het verbod op doden, verstoren en beschadigen.
Zorgplicht t.a.v. bomen
9Bron: www.bomenrecht.nl
Uit bovenstaande artikelen is ook de zorgplicht ten aanzien van bomen voortgekomen. Het woord zorgplicht is niet letterlijk genoemd, maar is ontstaan in de rechtspraak.
Er zijn drie vormen van zorgplicht. De algemene zorgplicht bestaat eruit dat er sprake moet zijn van regulier en regelmatig onderhoud en uitwendige controle op gebreken aan de boom (de zogenaamde boomveiligheidscontrole). Afhankelijk van leeftijd, boomsoort, omvang en groeiplaats gaat het dan over jaarlijkse tot vijfjaarlijkse controles. Wanneer de boom op een plaats staat waarbij is te voorzien dat bij omvallen of afbreken van een tak er aanzienlijke schade kan ontstaan, dan is er sprake van verhoogde zorgplicht. Een dergelijke boom moet minstens jaarlijks worden gecontroleerd en behoeft eventueel extra onderhoud. Ook geldt er een onderzoeksplicht. Wanneer uitwendige gebreken worden geconstateerd of andere aanwijzingen bestaan over een gebrek, dan dient een nader onderzoek plaats te vinden.
Burgerlijk Wetboek
Een bijzondere algemene aansprakelijkheidsregel wordt gevonden in het Burgerlijk Wetboek artikel 6:162 en 6:174:
Artikel 6:162
1Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
2Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
3Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
Artikel 6:174
1De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.
2Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtrecht. Bij openbare wegen rust zij op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert, bij kabels en leidingen op de kabel- en leidingbeheerder, behalve voor zover de kabel of leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk.
Gebouwen
De wetgeving waar een gebouw aan moet voldoen, is afhankelijk van het soort gebouw. Daarnaast zijn er eisen en normen, ook daar zit per type verschil in.
Het is de wettelijke verantwoordelijkheid van de eigenaar en de gebruiker om gebouwen en installaties adequaat te beheren en onderhouden. Het wettelijke kader hiervoor ligt in de Woningwet, maar ook de Wet Milieubeheer, de Arbeidsomstandighedenwet Bouwbesluit, bestemmingsplan en gemeentelijke bouwverordening. Voor zwembaden en monumenten gelden nog aanvullende eisen.
Met de term ‘compliance’ wordt aangeduid dat een gebouwenbeheerder werkt volgens geldende wet- en regelgeving. Dit wordt vertaald in de mate waarin een specifiek gebouw voldoet aan de wet- en regelgeving die van toepassing is op het gebouw en de gebouwgebonden installaties. Als eigenaar of beheerder van gebouwen is het noodzakelijk altijd inzicht te hebben in de toepasselijke wet- en regelgeving en te kunnen rapporteren over naleving.
Indien er niet voldaan wordt, kan dit gevolgen hebben, bijvoorbeeld op het gebied van aansprakelijkheid en er sprake is van schade voor personen of organisaties. Zie ook Burgerlijk Wetboek artikel 6:162 en 6:174.
De Nederlandse wet- en regelgeving over de energieprestatie van gebouwen is gebaseerd op de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Kantoorgebouwen moeten bijvoorbeeld in 2023 aan energielabel C voldoen en in 2030 aan energielabel A.
Bijlage 2 Impressie in beeld
Impressie: Voortzetting huidige beleid
Bijlage 3 Beheerplannen (Assetbladen)
In deze bijlage zijn de assetbladen opgenomen voor de volgende beheergroepen:
■ Wegen/verhardingen
■ Kunstwerken
■ Oevers
■ Groen
■ Vastgoed
Beheerplan Verhardingen
Inleiding
In de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het huidig gevoerde beleid voor het beheer van de verhardingen in de gemeente Heerenveen.
Onderhoud aan wegen wordt tot op heden bekostigd vanuit de exploitatiebegroting. Vervangingen worden geactiveerd, er is dan sprake van een investering. Activeren (een investering) leidt daarbij tot een kapitaallast (rente en aflossing).
In de praktijk worden de termen groot onderhoud en vervangen/investering vaak door elkaar gebruikt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft hierin echter de duidelijke verschillen en regels aan.
Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur.
Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg of algehele vervanging zoals rehabilitatie/reconstructie van een weg.
Aanvullend geeft de BBV hierbin aan dat ook maatregelen aan een bestaand object (mogen) gelden als investering, als dat leidt tot:
■ Een significante kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld een investering in de herinrichting van een weg);
■ Een levensduurverlenging;
■ Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving.
Samengevat betekent dit:
■ Beheer, klein onderhoud en groot onderhoud mag niet geactiveerd worden en wordt bekostigd uit de exploitatiebegroting.
■ Levensduur verlengende- of kwaliteit verbeterende maatregelen en vervangingen mogen wel worden geactiveerd.
Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 (vastgesteld in 2022), geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiele) opgave voor het wegbeheer.
Afbakening en kader
Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de in hoofdstuk 2 van de Brede Nota Kapitaalgoederen beschreven BOR methodiek (Beheer Openbare Ruimte).
Binnen de asset wegen vallen naast de verhardingen ook de onderdelen openbare verlichting en bebording. Het onderdeel verhardingen is in dit beheerplan nader beschreven.
Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de openbare wegen (tevens van toepassing op civieltechnische kunstwerken gelegen in openbare wegen). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in de Wegenwet.
In 2021 is het scenario ‘bewust beheer’ vastgesteld in de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022. Voor het beheer van wegen betekent dit dat de verharding, fietspaden en verkeerstekens op een basisniveau worden onderhouden. Voor de periode 2023 – 2027 wordt dit beleid gehandhaaft.
Basis betekent dat de assets voldoende onderhouden zijn, er geen sprake is van kapitaalvernietiging, maar er nog wel wat op de kwaliteit aan te merken is. Conform de normen van CROW mag er dan ook sprake zijn van enige dwarsonvlakheid, scheurvorming of rafeling en zijn er redelijk veel zichtbare reparaties. Veilig gebruik zonder risico’s is een belangrijk uitgangspunt.
Areaal
De gemeente beheert ruim 4 miljoen m² verharding. In de onderstaande tabel is per type en per structuurelement het aantal m² opgenomen.
Kwaliteit en proces
Beleid
Het huidige beleid (onderhoudsscenario) wordt in 2023 – 2027 voortgezet. Voor wegen resulteert dit in ‘alles op een basisniveau’. Daarmee is het gebruik veilig en is er geen sprake van kapitaalvernietiging.
Weginspectie
De basis voor het bepalen van de opgave binnen het wegbeheer is het resultaat van de weginspectie. De globale visuele weginspectie volgens de nieuwste publicaties 146 t/m 147 van de CROW - waarbij het gehele areaal aan verhardingen wordt beoordeeld en de kwaliteit van de verharding wordt gerapporteerd – resulteert in een basisplanning en – begroting op basis van de kwalitatieve staat van het areaal (korte termijn) en cyclische normeringen voor onderhoud (langere termijn). Gelijktijdig worden de kleinschalige schades opgenomen en gerapporteerd.
De gemeente voert deze inspectie elke 2 jaar uit, om inzicht te hebben in de huidige staat van de assets en hierop te kunnen anticiperen ten aanzien van de kwaliteitsontwikkeling in relatie tot het beschikbare budget. De laatste inspectie is in de eerste maanden van 2022 uitgevoerd.
Planning en begroting
Na oplevering van de weginspecties worden de resultaten geïmporteerd in het beheersysteem Obsurv. Met behulp van dit systeem en vastgelegde rekenregels wordt een kwalitatieve planning wegen opgesteld. Dit is een planning met een looptijd van maximaal 5 jaar, die wordt bepaald op basis van de bij de globale visuele weginspecties geconstateerde kwaliteit van de wegvakonderdelen. De gemeten kwaliteit wordt getoetst aan de richtlijn waarmee bepaald wordt in welk planjaar een maatregel (onderhoud en vervanging) plaats moet vinden. Op basis van de schade wordt de bijbehorende maatregel met kosten vastgesteld. Voor de lange termijn wordt gebruik gemaakt van cyclische maatregelpakketten.
In de basisplanning en - begroting wordt geen rekening gehouden met prioritering op basis van bepaalde beleidsuitgangspunten (bijvoorbeeld het toeristische belang van fietspaden), gelijkmatige begrotingsbudgetten en budgetbeperkingen. De resultaten van de kwalitatieve planning worden door het beheersysteem op netwerkniveau gepresenteerd waarbij voor het gehele wegennet de totaalbedragen per planjaar worden getoond. Deze bedragen per planjaar vormen de input voor de onderbouwing van de opgave voor het wegbeheer.
Kwaliteit en aanpak
Uit de inspectie blijkt dat de kwaliteit van de wegen, zoals ook vermeld in de Nota Kapitaalgoederen 2021 - 2022, op onderdelen (negatief) afwijkt van de gewenste ambitie. De nieuwe inspectie (2022) bevestigt dit beeld. Er is sprake van een verdere achteruitgang: in meerdere mate voor asfalt en in mindere mate voor elementen.
In het geïnspecteerde areaal zijn in tegenstelling tot de inspectie in 2020 ook de inritten opgenomen. Deze inritten zijn niet altijd van goede kwaliteit, en worden alleen aangepakt als er sprake is van een reconstructie/renovatie of een calamiteit. Hierdoor is er enigszins sprake van een vertekent beeld in de grafieken.
De daling in kwaliteit is bij asfalt relatief het grootst. Dit wordt m.n. veroorzaakt door de achteruitgang van asfaltverharding op de bedrijventerreinen en in de woongebieden. Op De Kavels staan Venus en Jupiter al op de planning. Tijdens de inspectie waren deze wegen nog niet uitgevoerd, waardoor een enigszins vertekend kwaliteitsbeeld ontstaat. Ook de overige wegen op dit bedrijventerrein moeten in de komende jaren opgepakt worden. Daarnaast is op het Businesspark en in enkele woongebieden ook sprake van achteruitgang. Hier wordt een inhaalslag gemaakt, zoals op De Greiden in Heerenveen en het gebied rondom Leppehiem in Akkrum.
Financiën
Budgetbehoefte
De voortzetting van het huidige beleid vraagt om een gemiddelde budgetbehoefte ten aanzien van het reguliere en klein onderhoud en vervangingsinvesteringen van € 3.894.825 (gemiddeld over de jaren 2023 -2027 met een indexering van 15%).
Nota bene: Verzorging betreft onkruidbestrijding op verhardingen.
Stand voorziening
Tot op heden verliep het (groot) onderhoud via de exploitatie. Voorgesteld wordt het groot onderhoud (technische staat) van verhardingen voortaan via een in te stellen (onderhouds)voorziening te laten verlopen. Aan de voorziening wordt jaarlijks een dotatie/toevoeging gedaan, waarvan de hoogte wordt gebaseerd op de uit te voeren werken, zoals opgenomen in de onderhoudsplanning, met een doorkijk voor de periode t/m 2032. Vervolgens vindt bij uitvoering van onderhoud een onttrekking/aanwending uit de voorziening plaats. Het verloop van de voorziening van verhardingen is weergegeven in onderstaande tabel.
Voetnoot bij bovenstaande tabel: Te zien is dat de aanwending van de voorziening voor 2024 afwijkt van het benodigde budget groot onderhoud bij de tabel op vorige pagina. Dit verschil is te verklaren omdat de eenmalige kosten voor verhardingen (zie paragraaf 3.5.2) niet zijn opgenomen in het budgetoverzicht op de vorige pagina.
Beheerplan Kunstwerken
Inleiding
In de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het huidig gevoerde beleid voor het beheer van de kunstwerken in de gemeente Heerenveen.
Onderhoud aan kunstwerken wordt bekostigd vanuit de voorziening. Vervangingen worden geactiveerd, er is dan sprake van een investering. Activeren (een investering) leidt daarbij tot “een kapitaallast” (rente en aflossing).
In de praktijk worden de termen groot onderhoud en vervangen/investering vaak door elkaar gebruikt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft hierin echter de duidelijke verschillen en regels aan.
Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur.
Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg of bij het vervangen van een aanzienlijk deel van een brug.
Aanvullend geeft de BBV hierin aan dat ook maatregelen aan een bestaand object (mogen) gelden als investering, als dat leidt tot:
■ Een significante kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld een investering in de vervanging van een aanzienlijk deel van een brug);
■ Een levensduurverlenging;
■ Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving.
Samengevat betekent dit:
■ Beheer, klein onderhoud en groot onderhoud mag niet geactiveerd worden en wordt bekostigd uit de exploitatiebegroting.
■ Levensduur verlengende- of kwaliteit verbeterende maatregelen en vervangingen mogen wel worden geactiveerd.
Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 (vastgesteld in 2022), geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiële) opgave voor het kunstwerkenbeheer.
Afbakening en kader
Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de in hoofdstuk 2 van de Brede Nota Kapitaalgoederen beschreven BOR methodiek (Beheer Openbare Ruimte).
Binnen de asset kunstwerken worden onder andere de volgende onderdelen meegenomen:
■ Bruggen (vast en beweegbaar)
■ Tunnels/viaducten
■ Steigers
■ Duikers
Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de openbare wegen (tevens van toepassing op civieltechnische kunstwerken gelegen in openbare wegen). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in de Wegenwet.
In 2021 is het scenario ‘bewust beheer’ vastgesteld in de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022. Voor het beheer van kunstwerken betekent dit dat de objecten op een basisniveau worden onderhouden. Voor de periode 2023 – 2027 wordt dit beleid gehandhaaft.
Basis betekent dat de assets voldoende onderhouden zijn, er geen sprake is van kapitaalvernietiging, maar er nog wel wat op de kwaliteit aan te merken is. Conform de normen van CROW mag er dan ook sprake zijn van schades (bijvoorbeeld uitspoeling) en zijn er redelijk veel zichtbare reparaties. Veilig gebruik zonder risico’s is een belangrijk uitgangspunt.
Areaal
De gemeente beheert 563 civieltechnische kunstwerken . In de onderstaande tabel is per type en per structuurelement het aantal kunstwerken opgenomen.
Kwaliteit en proces
Beleid
Het huidige beleid (onderhoudsscenario) wordt in 2023 – 2027 voortgezet. Voor kunstwerken resulteert dit in ‘alles op een basisniveau’. Daarmee is het gebruik veilig en is er geen sprake van functieverlies of kapitaalsvernietiging.
Kunstwerken inspectie
De basis voor het bepalen van de opgave binnen het kunstwerkenbeheer is het resultaat van de inspectie. De conditiemetingen (inspecties) volgens de NEN 2767-4 - waarbij de kwaliteit van het gehele areaal aan kunstwerken wordt beoordeeld of het nog voldoet aan de functie. Dit resulteert in een basisplanning en -begroting op basis van de kwalitatieve staat van het areaal (korte termijn) en cyclische normeringen voor onderhoud (langere termijn). Gelijktijdig worden de kleinschalige schades opgenomen en gerapporteerd.
De gemeente voert elke 5 jaar een volledige inspectie uit, om inzicht te hebben in de huidige staat van de assets en hierop te kunnen anticiperen ten aanzien van de kwaliteitsontwikkeling in relatie tot het beschikbare budget. Tussendoor vinden er gerichte inspecties plaats. De laatste volledige inspectie is in 2019 uitgevoerd.
Planning en begroting
Na oplevering van de kunstwerkinspecties zijn de resultaten geïmporteerd in het beheersysteem Obsurv. Met behulp van dit systeem en vastgelegde rekenregels wordt een kwalitatieveplanning kunstwerken gedraaid. Dit is een planning met een looptijd van maximaal 5 jaar, die wordt bepaald op basis van de bij de visuele inspecties (NEN 2767-4) beoordeelde kwaliteit van de kunstwerkonderdelen. De gemeten kwaliteit wordt getoetst aan de richtlijn waarmee bepaald wordt in welk planjaar een maatregel (onderhoud en vervanging) plaats moet vinden. Op basis van de schade wordt de bijbehorende maatregel met kosten vastgesteld. Voor de lange termijn wordt gebruik gemaakt van cyclische maatregelpakketten.
In de basisplanning en - begroting wordt geen rekening gehouden met prioritering op basis van bepaalde beleidsuitgangspunten (bijvoorbeeld de esthetische waarde van kunstwerken in het centrum), gelijkmatige begrotingsbudgetten en budgetbeperkingen. De resultaten van de kwalitatieve planning worden door het beheersysteem op netwerkniveau gepresenteerd waarbij voor het geheel aan kunstwerken de totaalbedragen per planjaar worden getoond. Deze bedragen per planjaar vormen de input voor de onderbouwing van de opgave voor het kunstwerkenbeheer.
Kwaliteit 2020
Kunstwerken worden geïnspecteerd op basis van de NEN 2767-4, die zes labels/kwaliteitsniveaus hanteert (zie figuur rechts). Toetsing aan het beleid op basis van beeldkwaliteit is met deze inspectiemethode niet direct mogelijk. Wel wordt duidelijk dat er de afgelopen jaren veel werk is uitgevoerd aan de kunstwerken.
196objecten scoren uitstekend. Veruit de meeste kunstwerken (243) scoren goed. 58 met redelijk en 16 met matig. In totaal scoren 29 kunstwerken slecht tot zeer slecht.
In de figuur hieronder zijn de kwaliteitsscores uit de kunstwerkeninspecties gepresenteerd.
Nota bene: uitgevoerd werk na 2020 is niet verwerkt in de grafieken. Daardoor kunnen de cijfers afwijken van de werkelijke staat van het areaal.
Financiën
Budgetbehoefte
De voortzetting van het huidige beleid vraagt om een gemiddelde budgetbehoefte ten aanzien van het reguliere onderhoud en vervangingsinvesteringen van € 1.468.588,- per jaar voor de periode 2023 – 2027, inclusief 15% indexering.
Nota bene: Ten aanzien van klein onderhoud is in de begroting 2023 een gemiddeld bedrag per jaar opgenomen (€ 71.500,-).
Stand voorziening
Het onderhoud van kunstwerken wordt gefinancierd middels de voorziening. Aan de voorziening wordt jaarlijks een dotatie/toevoeging gedaan, waarvan de hoogte wordt gebaseerd op de uit te voeren werken zoals opgenomen in onderhoudsplanning met een doorkijk voor de periode t/m 2032. Vervolgens vindt bij uitvoering van onderhoud een onttrekking/aanwending uit de voorziening plaats. Het verloop van de voorziening van civiele kunstwerken is weergegeven in onderstaande tabel.
Beheerplan Oevers
Inleiding
In de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het huidig gevoerde beleid voor het beheer van de oevers in de gemeente Heerenveen.
Onderhoud aan oevers wordt bekostigd vanuit de voorziening. Vervangingen worden geactiveerd, er is dan sprake van een investering. Activeren (een investering) leidt daarbij tot “een kapitaallast” (rente en aflossing). Er is bij oevers meestal sprake van vervangingen. Herstel van damwanden/beschoeiing leidt meestal tot vervanging (nieuw voor oud) en niet tot onderhoud (behoudens beperkt herstel of oplossen calamiteit/lek).
In de praktijk worden de termen groot onderhoud en vervangen/investering vaak door elkaar gebruikt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft hierin echter de duidelijke verschillen en regels aan.
Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur.
Van een investering is pas sprake bij een significante kwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwe aanleg.
Aanvullend geeft de BBV hierbin aan dat ook maatregelen aan een bestaand object (mogen) gelden als investering, als dat leidt tot:
■ Een significante kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld een investering in de vervanging van een beschoeiing);
■ Een levensduurverlenging;
■ Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving.
Samengevat betekent dit:
■ Beheer, klein onderhoud en groot onderhoud mag niet geactiveerd worden en wordt bekostigd uit de exploitatiebegroting.
■ Levensduur verlengende- of kwaliteit verbeterende maatregelen en vervangingen mogen wel worden geactiveerd.
Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 (vastgesteld in 2022), geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiele) opgave voor het beheer van oevers.
Afbakening en kader
Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de in hoofdstuk 2 van de Brede Nota Kapitaalgoederen beschreven BOR methodiek (Beheer Openbare Ruimte).
Binnen de asset oevers worden de volgende onderdelen meegenomen:
■ Beschoeiing
■ Damwand
■ Natuurlijke oever
■ Kade
Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van de oevers. De wettelijke zorgplicht van oevers is geborgd in de Waterwet en Wegenwet (voor civieltechnische constructies). De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen.
In 2021 is het scenario ‘bewust beheer’ vastgesteld in de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022. Voor het beheer van oevers betekent dit dat de objecten op een basisniveau worden onderhouden. Voor de periode 2023 – 2027 wordt dit beleid gehandhaaft.
Basis betekent dat de assets voldoende onderhouden zijn, er geen sprake is van kapitaalvernietiging, maar er nog wel wat op de kwaliteit aan te merken is. Conform de normen van CROW mag er dan ook sprake zijn van schades en zijn er redelijk veel zichtbare reparaties. Veilig gebruik zonder risico’s is een belangrijk uitgangspunt.
Areaal
De gemeente beheert bijna 55 kilometer oevers. In de onderstaande tabel is per type en per structuurelement de hoeveelheid (strekkende meter) oevers opgenomen.
Kwaliteit en proces
Beleid
Het huidige beleid (onderhoudsscenario) wordt in 2023 – 2027 voortgezet. Voor kunstwerken resulteert dit in ‘alles op een basisniveau’. Daarmee is het gebruik veilig en is er geen sprake van functieverlies of kapitaalsvernietiging. Bij vervangingen wordt wel gekeken om daar waar mogelijk om te vormen naar natuurlijke/natuurvriendelijke oever.
Oever inspectie
De basis voor het bepalen van de opgave binnen het oeverbeheer is het resultaat van de inspectie. De conditiemetingen (inspecties) volgens de NEN 2767-4 - waarbij de kwaliteit van het gehele areaal aan oevers wordt beoordeeld of het nog voldoet aan de functie. Dit resulteert in een basisplanning en -begroting op basis van de kwalitatieve staat van het areaal (korte termijn) en cyclische normeringen voor onderhoud (langere termijn). Gelijktijdig worden de kleinschalige schades opgenomen en gerapporteerd.
De gemeente voert elke 5 jaar een volledige inspectie uit, om inzicht te hebben in de huidige staat van de assets en hierop te kunnen anticiperen ten aanzien van de kwaliteitsontwikkeling in relatie tot het beschikbare budget. Tussendoor vinden er gerichte inspecties plaats. De laatste volledige inspectie is in 2020 uitgevoerd.
Planning en begroting
Na oplevering van de oeverinspecties worden de resultaten geïmporteerd in het beheersysteem Obsurv. Met behulp van dit systeem en vastgelegde rekenregels wordt een kwalitatieve planning oevers gedraaid. Dit is een planning met een looptijd van maximaal 5 jaar, die wordt bepaald op basis van de bij de visuele inspecties (NEN 2767-4) beoordeelde kwaliteit van de oeveronderdelen. De gemeten kwaliteit wordt getoetst aan de richtlijn waarmee bepaald wordt in welk planjaar een maatregel (onderhoud en vervanging) plaats moet vinden. Op basis van de schade wordt de bijbehorende maatregel met kosten vastgesteld. Voor de lange termijn wordt gebruik gemaakt van cyclische maatregelpakketten.
In de basisplanning en - begroting wordt geen rekening gehouden met prioritering op basis van bepaalde beleidsuitgangspunten (bijvoorbeeld de esthetische waarde van damwanden in het centrum of een lager risico van beschoeiingen met gebreken in het buitengebied), gelijkmatige begrotingsbudgetten en budgetbeperkingen. De resultaten van de kwalitatieve planning worden door het beheersysteem op netwerkniveau gepresenteerd waarbij voor het geheel aan oevers de totaalbedragen per planjaar worden getoond. Deze bedragen per planjaar vormen de input voor de onderbouwing van de opgave voor het oeverbeheer.
Kwaliteit 2020
Oevers worden geïnspecteerd op basis van de NEN 2767-4, die zes labels/kwaliteitsniveaus hanteert (zie figuur rechts). Toetsing aan het beleid op basis van beeldkwaliteit is met deze inspectiemethode niet mogelijk.
Het grootste deel van de oevers scoren uitstekend tot redelijk. Dit betreft 37.616 strekkende meter. Dit past binnen het vastgestelde beleidsuitgangspunt van een basisniveau. 17.580 strekkende meter oever scoort matig, slecht of zeer slecht. Deze oevers hebben nog onderhoud nodig. Er is sprake van de nodige opgaaf voor vervanging. Waar mogelijk wordt bij vervanging gekeken naar aanbrengen van een natuurlijke oever in plaats van vervanging (nieuw voor oud) van de aanwezige constructie. In de figuur rechts worden de kwaliteitsscores uit de oeverinspecties gepresenteerd.
Nota bene: Uitgevoerd werk na 2020 is niet verwerkt in de grafieken. Daardoor kunnen de cijfers afwijken van de werkelijke staat van het areaal.
Financiën
Budgetbehoefte
De voortzetting van het huidige beleid vraagt om een gemiddelde budgetbehoefte ten aanzien van het reguliere onderhoud en vervangingsinvesteringen van € 445.938,- per jaar voor de periode 2023 – 2027, inclusief een indexering van 15%.
Stand voorziening
Het onderhoud van oevers wordt gefinancierd middels de voorziening. Aan de voorziening wordt jaarlijks een dotatie/toevoeging gedaan, waarvan de hoogte gebaseerd wordt op de uit te voeren werken zoals opgenomen in de onderhoudsplanning met een doorkijk voor de periode t/m 2032. Vervolgens vindt bij uitvoering van onderhoud een onttrekking/aanwending uit de voorziening plaats. Het verloop van de voorziening van oevers is weergegeven in onderstaande tabel.
Beheerplan Groen
Inleiding
In de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het huidig gevoerde beleid voor het beheer van groen in de gemeente Heerenveen.
Onderhoud aan groen wordt bekostigd vanuit de exploitatiebegroting. Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur.
Bij groen zijn er geen kapitaallasten die voortvloeien uit vervangingen, omdat vervangingen niet worden geactiveerd. Vervangingen zoals het planten van nieuwe bomen of inboet, worden daarom net als regulier onderhoud, bekostigd vanuit de exploitatiebegroting. Een uitzondering betreft de groeiplaatsverbetering van bomen, waarbij dus met ingang van 2023 sprake is van activeren.
Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027, geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiele) opgave voor het groenbeheer.
Afbakening en kader
Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de BOR methodiek (Beheer Openbare Ruimte). De norm wordt bepaald door de landelijk gehanteerde en erkende CROW systematiek en richtlijnen voor groenbeheer.
Groen is onderverdeeld in:
■ Bomen
■ Bos
■ Bosplantsoen
■ Gras gazon
■ Kruidenrijk gras/bermen
■ Hagen
■ Heesters
■ Houtwallen
■ Plantenbakken
■ Vaste plantvakken
Bij het beheren van de openbare ruimte speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Deze wet- en regelgeving geeft niet alleen een richting of wettelijke plicht aan voor de mate van kwaliteit van de inrichting en/of van de instandhouding maar geeft ook aan op welke wijze de uitvoering van de inrichting of het beheer en onderhoud moet plaatsvinden. De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van het openbare groen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in bijvoorbeeld Europese wetgeving en provinciaal beleid t.a.v. invasieve exoten, de Wet Natuurbescherming en de Zorgplicht t.a.v. bomen. De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen.
In 2021 is het scenario ‘bewust beheer’ vastgesteld in de Nota Kapitaalgoederen 2021 – 2022. Voor het beheer van groen betekent dit dat de objecten grotendeels op een basisniveau worden onderhouden. Alleen voor het Kruidenrijk gras/bermen is een niveau laag afgesproken, met uitzondering van Centra. Bomen en bosplantsoen in het buitengebied worden eveneens op laag niveau onderhouden. Voor de periode 2023 – 2027 wordt dit beleid gehandhaaft.
Basis betekent dat de assets voldoende onderhouden zijn, er geen sprake is van kapitaalvernietiging, maar er nog wel wat op de kwaliteit aan te merken is. Conform de normen van CROW mag er dan ook wat aan mankeren, bijvoorbeeld kale plekken, onkruid en overhangende takken. Veilig gebruik zonder risico’s is een belangrijk uitgangspunt.
Areaal
De gemeente beheert ongeveer 6 miljoen m² groen. In de onderstaande tabel is per type en per structuurelement het aantal m² opgenomen.
De gemeente heeft ruim 41.000 bomen in beheer. Het grootste deel van de bomen staat in het woongebied. Het meeste groen komt voor in het woongebied en in het buitengebied.
Kwaliteit en proces
Beleid
Het huidige beleid (onderhoudsscenario) wordt in 2023 - 2027 voortgezet. Voor groen resulteert dit voor het merendeel van de asset in een ‘alles op een basisniveau’. Daarmee is het gebruik veilig en is er geen sprake van kapitaalvernietiging. Uitzondering hierop zijn de bomen en bosplantsoen in het buitengebied en de bermen in alle structuurelementen, hiervoor geldt onderhoudsniveau laag. Daarmee neemt de kans op risico’s ten aanzien van veilig gebruik en kapitaalvernietiging toe, maar treedt dit niet per definitie op. Goede monitoring is noodzakelijk.
Planning en begroting
Voor groenbeheer wordt er gewerkt met maatregelpakketten, waarin de kosten van arbeid, materieel en materiaal zijn opgenomen. Daarnaast is per maatregel de intensiteit per ambitieniveau bepaald (het maaien van bermen gebeurt bijvoorbeeld bij een laag niveau 1x per jaar en bij een basisniveau 2x). Met behulp van in het systeem vastgelegde rekenregels wordt op basis van deze maatregelpakketten een cyclische planning gemaakt. De cyclische planning voor groen is opgebouwd uit de maatregelen die bij de huidige ambitieniveaus horen.
In de cyclische planning wordt geen rekening gehouden met prioritering op basis van bepaalde beleidsuitgangspunten (bijvoorbeeld verhoging biodiversiteit), gelijkmatige begrotingsbudgetten en budgetbeperkingen. De cyclische planningen worden door het beheersysteem op netwerkniveau gepresenteerd waarbij voor het geheel aan groen de totaalbedragen per jaar worden getoond.
Groenschouw
Om de bepalen of de huidige kwaliteit van het groen voldoet aan de afgesproken ambitieniveaus en om tussentijds bij te kunnen sturen, wordt er 3 keer per jaar een groenschouw uitgevoerd. Tijdens de schouw (visuele inspectie) wordt de technische staat (heel, veilig) en de verzorging (schoon) van het groen beoordeeld volgens de beeldmeetlatten van de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018 van het CROW.
Over het algemeen scoren de groenonderdelen ten aanzien van de technische staat rond het rapportcijfer 7 (basisniveau). Dit past bij het huidige ambitieniveau basis
Financiën
De voortzetting van het huidige beleid vraagt om een gemiddelde budgetbehoefte ten aanzien van het groen (inclusief meubilair) van € 4.046.836,- per jaar in de periode 2023 – 2027, inclusief een indexering van 10%.
Nota bene: Vervangen (activ.) bestaat uit de investeringen van de groeiplaatsverbetering van bomen en het vervangingsbudget van € 75.000,- per jaar voor meubilair.
Beheerplan Vastgoed en Kunst
Inleiding
In de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 zijn de effecten aangegeven bij voortzetting van het huidig gevoerde beleid voor het beheer van de gebouwen (en beeldende kunst) in de gemeente Heerenveen.
Onderhoud aan gebouwen wordt bekostigd vanuit de voorziening. Vervangingen worden geactiveerd, er is dan sprake van een investering. Activeren (een investering) leidt daarbij tot “een kapitaallast” (rente en aflossing).
In de praktijk worden de termen groot onderhoud en vervangen/investering vaak door elkaar gebruikt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft hierin echter de duidelijke verschillen en regels aan.
Onderhoud is het uitvoeren van preventieve dan wel correctieve maatregelen om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Onderhoud kan worden onderscheiden in klein en groot onderhoud. Het uitvoeren van onderhoud is niet levensduur verlengend, maar het object behoudt zijn waarde binnen de geplande levensduur.
Van een investering is pas sprake bij een significantekwaliteitsverbetering in verwachte levensduur of functionaliteit. Dan wordt er waarde toegevoegd. Dit is sowieso het geval bij nieuwbouw/verbouw.
Aanvullend geeft de BBV hierbin aan dat ook maatregelen aan een bestaand object (mogen) gelden als investering, als dat leidt tot:
■ Een significante kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld een investering in de vervanging van een aanzienlijk bouwdeel);
■ Een levensduurverlenging;
■ Aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving.
Samengevat betekent dit:
■ Beheer, klein onderhoud en groot onderhoud mag niet geactiveerd worden en wordt bekostigd uit de exploitatiebegroting.
■ Levensduur verlengende- of kwaliteit verbeterende maatregelen en vervangingen mogen wel worden geactiveerd.
Dit beheerplan, behorende bij de Nota Kapitaalgoederen 2023 – 2027 (vastgesteld in 2022), geeft inzicht in de afbakening en kaders, het te beheren areaal, de kwaliteit en de (financiele) opgave voor het beheer van gebouwen en beeldende kunst.
Afbakening en kader
Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen vindt plaats op basis van de in hoofdstuk 2 van de Brede Nota Kapitaalgoederen beschreven methodiek.
Binnen de asset vastgoed en kunst worden onder andere de volgende onderdelen meegenomen:
■ Gebouwen
■ Rioolgemalen
■ Brugwachtershuisjes
■ Gebouwen wijkbeheer
■ Ambtelijke huisvesting
■ Torens
■ Beeldende kunst in de openbare ruimte
In 2021 is het beheerplan gemeentelijke gebouwen (en beeldende kunst) 2021 – 2022 vastgesteld. Het uitgangspunt voor onderhoud betreft niveau 3 (redelijke conditie: plaatselijk zichtbare veroudering zonder dat er gevaar is voor functieverlies). Dit komt overeen met een basisniveau. Voor de periode 2023 – 2027 wordt dit beleid gehandhaaft.
Basis betekent dat de assets voldoende onderhouden zijn, er geen sprake is van kapitaalvernietiging, maar er nog wel wat op de kwaliteit aan te merken is. Conform de normen van NEN2767 mag er dan ook sprake zijn van zichtbare veroudering. Veilig gebruik zonder risico’s is een belangrijk uitgangspunt.
Areaal
De gemeente beheert 76 gebouwen en 68 kunstobjecten. In de onderstaande tabel is een overzicht van de gebouwen opgenomen.
Kwaliteit en proces
Beleid
De huidige aanpak wordt in 2023 – 2027 voortgezet. Voor gemeentelijk vastgoed resulteert dit in ‘alles in een redelijke conditie’ waarbij het areaal in stand wordt gehouden. Daarmee is het gebruik veilig en is er geen sprake van functieverlies of kapitaalsvernietiging. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de verduurzamingsopgaaf, zoals die onder meer is vastgelegd in het duurzaamheidsprogramma Samen duurzaam in Heerenveen 2019-2022.
Daar waar het technisch en financieel mogelijk is, wordt wel ingezet op verduurzaming. Te denken valt dan vooral aan de vervanging van bouwkundige onderdelen zoals kozijnen (HR+++ glas) en het (na) isoleren van (platte)dakbedekking. Ook bij vervanging van installaties is door voortschrijdende technologische ontwikkeling en wetgeving ook al vaak sprake van duurzamere/energiezuinigere installaties. Een mogelijk gewenste ‘extra plus op deze vervanging’ zit er echter helaas vaak niet in. Ambtelijk en bestuurlijk zal echter worden gekeken naar maximale doelmatige maatregelen binnen de (financiële) mogelijkheden die er o.b.v. de voorziening zijn.
Inspectie
De basis voor het bepalen van de opgave binnen het vastgoedbeheer is het resultaat van de inspectie. Dit resulteert in een basisplanning en -begroting op basis van de kwalitatieve staat van het areaal (korte termijn) en cyclische normeringen voor onderhoud (langere termijn). Gelijktijdig worden de kleinschalige schades opgenomen en gerapporteerd.
Planning en begroting
Onderhoud kent verschillende vormen. Aan de ene kant is er het kortcyclisch onderhoud, zoals het verhelpen van storingen, het uitvoeren van (preventieve) onderhoud en het dagelijks onderhoud. Het kortcyclisch onderhoud is primair bedoeld voor het (tijdig) nemen van preventieve maatregelen en het uitvoeren van kleine reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goed werkende en veilige staat te houden. Dit kort cyclisch onderhoud wordt ook vaak aangeduid als klein onderhoud. Daarnaast is er het lang cyclisch onderhoud. Het lang cyclisch onderhoud is het uitvoering geven aan correctieve maatregelen, als gevolg van slijtage na een langere periode van gebruik, om een object in goede staat te houden of te brengen. Dit groot onderhoud dient zich in de regel gepland aan en is veelal ingrijpend van aard en betreft een groot of belangrijk deel van het object.
Kosten voor het lang cyclisch (groot) onderhoud, die bv. ontstaan na een langere gebruiksperiode, liggen doorgaans hoger. Daarbij zijn deze werkzaamheden vaak ingrijpend van aard. Voorbeelden zijn onder andere het uitvoeren van (periodiek) schilderwerk of het grootschalig herstel van voegwerk.
Naast cyclisch (groot) onderhoud is er ook sprake van “vervangingen” vanwege het bereiken van het einde van de technische levensduur. In het beheersysteem is dit onderscheid ook aanwezig en zo opgenomen.
Kwaliteit
Voor de gebouwen die volgens de NEN 2767 zijn geïnspecteerd (ca. 70% van de gebouwen) wordt een conditie aangehouden die op niveau 3 ligt. De meeste gebouwen zijn al enigszins op leeftijd en er zullen dus altijd bouwkundige- en installatietechnische onderdelen zijn, die plaatselijk zichtbare veroudering laten zien.
Aan de overige gebouwen die niet volgens de NEN 2767 zijn beoordeeld/geïnspecteerd (ca. 30% van het totaal), zijn geen conditiescores gehangen. Deze gebouwen zijn door ons zelf geïnspecteerd door bouw- en installatie deskundige medewerkers. De genoemde gebouwen zijn zodanig beoordeeld dat functievervulling van het gebouw en de installaties niet in gevaar komen. Deze beoordeling is daarmee te vergelijken met een niveau 3 van de NEN 2767.
Antea Group heeft bij de inspectie geconstateerd dat alle volgens de NEN 2767 geïnspecteerde gebouwen aan het onderhoudsniveau 3 voldoen. Deze conclusie houdt in dat de gebouwen voldoende onderhouden zijn en er geen sprake is van kapitaalvernietiging.
Financiën
Budgetbehoefte
Vanuit het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP), zoals dat op basis van de inspecties in het beheersysteem is bepaald, zijn de benodigde financiële middelen vertaald naar een Meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB). Binnen de MJOB zijn de kosten voor het kort cyclisch (klein onderhoud), het lang cyclisch onderhoud (groot onderhoud) en de vervangingen apart in beeld gebracht. Hierbij wordt opgemerkt dat soms geplande vervangingen worden uitgesteld omdat het einde van de levensduur nog niet is bereikt doordat onderdelen langer hun functie behouden dan gepland in het MJOP.
Het kortcyclisch onderhoud is primair bedoeld voor het (tijdig) nemen van preventieve maatregelen en het uitvoeren van kleine reparaties die noodzakelijk zijn om het object en de overige assets in goed werkende en veilige staat te houden. De bedragen zijn inclusief de kostenverhogende BTW (via BCF) maar zonder onderzoeks- en plankosten (voorbereiding-, administratie- en toezichtkosten).
*) In de begroting 2023 (incl. meerjarenperspectief t/m 2026) is het gemiddelde bedrag (€ 840.200,-) over die periode opgenomen.
Stand voorziening
Het onderhoud van vastgoed wordt gefinancierd middels de voorziening. Aan de voorziening wordt jaarlijks een dotatie/toevoeging gedaan, waarvan de hoogte onder andere gebaseerd op de uit te voeren werken zoals opgenomen in de onderhoudsplanning met een doorkijk voor de periode t/m 2032. Vervolgens vindt bij uitvoering van onderhoud een onttrekking/aanwending uit de voorziening plaats. Het verloop van de voorziening voor gebouwen is weergegeven in onderstaande tabel.