5. PARKEERGARAGE BURGEMEESTER KUPERUSPLEIN
5.2. Criteria Parkeergarage
5.2.1. ONTWERP BOVENGRONDS
–Inrichting openbaar gebied zorgt voor schaduwrijke plekken om hitte eilanden te beperken. (9, 10, 11)
–Diversiteit in beplantingsplan: bomen, vaste beplanting, gras(sen). (10, 11)
–Er is sprake van een samenhangende groenstructuur. (9, 10)
–Inrichting van het openbaar gebied maakt infiltratie van regenwater in de bodem mogelijk. (12)
–Voor de verharding zijn hoogwaardige en duurzame materialen toegepast.
–(Sfeer) verlichting is passend bij de reeds aanwezige verlichting in het centrumgebied.
–Straatmeubilair sluit aan bij de reeds aanwezige elementen in het centrumgebied.
–Oplaadpunten van elektrische laadpalen zijn in een gedekte kleurstelling.
–Winkelwagenstallingen zijn op een goede manier ingepast in de inrichting van het openbaar gebied. De stallingen hebben een transparante uitstraling.
–Een overdekte fietsenstalling is een architectonisch vormgegeven object dat onderdeel is van het landschapsontwerp
–Reclame-uitingen zijn gebouw gebonden. (25)
Toegang naar de parkeergarage
–De entrees zijn duidelijk zichtbaar en herkenbaar, hebben bovengronds een alzijdige oriëntatie. (8)
–Stijgpunten (trappenhuizen) kennen bovengronds een overwegend transparant gevelbeeld. (8)
5.2.2. ONTWERP ONDERGRONDS
Ten behoeve van voetgangers
–Heldere routing. Er is een duidelijk gemarkeerde route voor voetgangers van en naar de in- en uitgangen. (14, 15, 16)
–Eénduidige vormgeving gehele signing. Bordjes, pijlen, iconen en verwijzingen zijn als één geheel vormgegeven. (15)
Ten behoeve van gemotoriseerd verkeer
–Eenduidige vormgeving gehele signing. Bordjes, pijlen, iconen en verwijzingen zijn als één geheel vormgegeven. (15)
Opmaak en materialen
–De wanden en vloeren kennen een lichte kleurstelling. (14, 15, 16)
–Het plafond kent een vlakke afwerking. (15, 16, 17)
–De vloeren kennen een coating in een lichte kleurstelling. (14, 15, 16, 17)
–Installaties zoveel mogelijk weggewerkt zodat er een rustig en overzichtelijk beeld ontstaat.
–De verlichting in de garage versterkt het ruimtelijk en sociaal veilig gevoel. (14, 16, 17)
Referentie- en sfeerbeelden maaiveld
Afbeelding 8: Parkeergarage Geerts Willigenplein in Heerenveen. Stijgpunt kent een hoge mate van transparantie.
Afbeelding 9: Parkeren met een groene omlijsting, Molenplein Heerenveen.
Afbeelding 10: Klimgroen kan worden ingezet op plekken waar bomen niet kunnen groeien. Door middel van groen wordt de opwarming van het openbaar gebied zoveel mogelijk beperkt..
Afbeelding 11: Op het plein geven grote bomen vorm aan een groene invulling van de ruimte. En zorgen voor verkoeling in de openbare ruimte.
Afbeelding 12: Ontwerp van het plein richt zich op het bergen van water zodat het regenwater kan infiltreren in de ondergrond.
Afbeelding 13: Waterelementen zorgen voor verkoeling en vermaak.
6. BEBOUWING BURGEMEESTER KUPERUSPLEIN
6.1. Beleidsintentie
6.1.1. KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
Een herontwikkeling van de noordelijke gevelwand vraagt om eenduidige vormgeving en dient terughoudend te zijn in het toepassen van verschillende materialen en kleuren. Er worden geen trendgevoelige materialen en of kleuren toegepast. Inspiratie kan worden gevonden bij andere iconische gebouwen in en rondom het centrum. Het kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de woontoren die ten oosten van deze locatie wordt gerealiseerd. De nieuwbouw kent niet exact dezelfde kleurstelling als de woontoren.
Afbeelding 18: Plangebied B.
6.2. Criteria
6.2.1. ALGEMEEN
–De nieuwbouw vormt een samenhangend geheel.
–De nieuwbouw voegt zich op een goede manier in het bestaande straatbeeld.
–De architectuur is sprekend en eigentijds en voegt zich vanzelfsprekend in de bestaande omgeving.
–De nieuwbouw heeft een sterke interactie met het openbaar gebied. (23)
6.2.2. PLAATSING VAN DE NIEUWBOUW:
–Bebouwing staat in de rooilijn.
6.2.3. HOOFDVORM VAN DE NIEUWBOUW:
–De nieuwbouw kent een heldere en evenwichtige massaopbouw.
–Passend en in samenhang met de bestaande omgeving.
6.2.4. AANZICHTEN VAN DE NIEUWBOUW:
–Gevels kennen een verticale geleding. (22)
–De nieuwe plint heeft een sterke overhoekse oriëntatie aan de zijde van de Sieversstraat en vormt daarmee een representatieve beëindiging van de zichtlijn vanaf de Pleinweg. (19, 20)
–Plint en bovenbouw zijn in samenhang ontworpen. De plint onderscheidt zich niet door middel van een afwijkend materiaal en/of kleurgebruik. (22)
–Het gevelbeeld kent reliëf in detailniveau ter verrijking van de uitstraling van de gevel, (beleefbare plastiek, verspringingen in geveldiepte, geen volledig vlakke gevels). (21)
–Gevelopeningen voor de bevoorrading onderdeel van het gevelontwerp en domineert het gevelbeeld niet. (24)
–De bevoorrading van de supermarkt is inpandig. (24)
–Groene dakafwerking (sedum) voor het vergroten van de woon- en leefkwaliteit van woningen die op het dakvlak zijn georiënteerd. (27)
–Installaties worden integraal onderdeel van het ontwerp van het daklandschap en zullen niet als storend worden ervaren.
6.2.5. MAXIMALE HOOGTE VAN BOUWKUNDIGE ELEMENTEN IS 2 METER.OPMAAK VAN DE NIEUWBOUW:
–Gevels zijn vervaardigd uit baksteen in een genuanceerde en warme uitstraling en sluiten aan op de kleurstelling van de woontoren. (26)
–Gevels kennen een (licht) bruine kleurstelling. (26)
–Gevels hebben een karakteristieke plasticiteit.
–Gevels zijn zorgvuldig gedetailleerd en afgestemd op het architectonisch concept.
6.2.6. RECLAME-UITINGEN
–Bedrijfsnamen zijn in losse letters aangebracht op de gevel en staan niet bovenop de gevel zodat de contour van de hoofdvorm onaangetast blijft. (25)
–Reclame-uitingen verstoren niet de architectonische opzet van het gevelbeeld.
–Het volledig afplakken van gevelopeningen/ ramen is niet toegestaan.