2 Vergunningverlening
2.4 Verlenen van vergunningen
2.4.1 Standaard teksten omgevingsvergunningen
Voor de vergunningenstrategie worden de kaders aangehouden die landelijk in ontwikkeling zijn.
ODIJmond zoekt daarom aansluiting bij de lande lijke redactie standaardteksten omgevingsvergun ning (LRSO). De LRSO heeft als doel een betere onderlinge afstemming tussen de omgevingsdien sten bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Om haar doel te bereiken zorgt LRSO voor stan daardteksten inzake omgevingsvergunningen die landelijk toepasbaar zijn.
Voordelen van deze standaard teksten zijn:
•Borging van actuele kennis.
•Verbeteren van de samenwerking tussen alle omgevingsdiensten.
•Verkorten van de doorlooptijd en behandeltijd van vergunningaanvragen.
•Betere kwaliteit van de omgevingsvergunnin gen wat zienswijzen, bezwaar en beroepsprocedures kan beperken of zelfs voorkomen.
2.4.2 Vraaggestuurd
Beslissingen over vergunningaanvragen, meldingen, maatwerk of gelijkwaardigheidsverzoeken en vormvrije milieueffectrapportage (m.e.r.) beoordelingen komen voort uit:
•Het initiatief (aanvraag) van de exploitant (ondernemer).
•Veranderende wet en regelgeving.
•Adviezen (intern, extern).
•Actualiseringswensen (van vergunninghouder, bevoegd gezag, veranderende wet en regelgeving).
Gelet hierop is het aanbod grotendeels vraaggestuurd. Wanneer een bedrijf wordt opgericht of gewijzigd, dient het bedrijf een vergunning aan te vragen. Wanneer het een meldingplichtig bedrijf is, dan moet het bedrijf een melding indienen.
Wellicht vloeien er nog procedures uit omtrent maatwerkvoorschriften of gelijkwaardigheid, naar aanleiding van melidngen of constateringen bij meldingsplichtige bedrijven.
Verder wordt regelmatig getoetst of vergunningen in aanmerking komen voor actualisering. Een actueel vergunningenbestand draagt bij aan het verlagen van de milieudruk en het verbeteren van het naleefgedrag.
Nieuwe wet en regelgeving kunnen aanleiding zijn voor actualisering. Ook belangrijke thema’s zoals luchtkwaliteit, Landelijk afvalbeheerplan (LAP3), externe veiligheid en ZZS worden betrok ken bij de actualiseringstoets, evenals de bevin dingen van toezicht en handhaving.
2.4.3 Toetsing
Vergunningplichtige activiteiten worden getoetst aan de wettelijke kaders waaronder Wabo, Bor, Ab, Richtlijn Industriële Emissies (RIE), LAP3, Besluit m.e.r. Binnen deze kaders is BBT en veiligheid een leidraad. Omdat het landelijke milieubeleid vooral gebaseerd is op Europese regelgeving is er weinig ruimte om hiervan af te wijken. Strenger kan wel maar onderbouwd en vastgelegd in beleid. Een soepelere invulling van vergunningverlening is vaak niet mogelijk.
Voor een deel van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, is het nodig een afweging te maken via een (vormvrije) m.e.r. beoordeling of er grote nadelige gevolgen zijn voor het milieu en of het opstellen van een m.e.r. rapportage nodig is. Het gaat daarbij om bijvoor beeld afvalverwerkende bedrijven en bepaalde veehouderijen. In het Besluit milieueffectrappor tage zijn de betreffende categorieën opgenomen.
Bij het opstellen van besluiten wordt het lokale beleid meegewogen. Voorbeelden van lokaal beleid zijn onder andere: Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Provinciale Milieu Verordening (PMV), bestemmingsplannen, beleidsregels van partners, beheerplannen, interferentiegebieden.
Omgevingsvergunning beperkte milieutoets
Sommige bedrijven hebben een zogenoemde omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig voordat zij kunnen starten met een bepaal de genoemde activiteit. Het bevoegd gezag moet dan een lokale toets uitvoeren om te beoordelen of de activiteit inpasbaar is in de lokale situatie.
Het gaat onder meer om:
•Activiteiten met afvalstoffen (milieustraten, opslag gebruikte banden, demonteren auto wrakken).
•Activiteiten die veel geluid produceren.
•Activiteiten met een potentieel grote belasting van de lucht, zowel stof als geur.
•Activiteiten met gesloten bodemsystemen.
•Activiteiten waarvoor een m.e.r. beoordeling verplicht is.
Onder de Omgevingswet (Ow) komt de OBM te vervallen. In veel gevallen gaat dan gewoon een vergunningplicht gelden.
Op het niveau van het beschikken op een vergunningaanvraag spelen twee punten een belangrijke rol:
•De technischinhoudelijke complexiteit.
•De sociaalmaatschappelijke complexiteit.
Technisch-inhoudelijke complexiteit
Elke vergunning bestaat uit een mix van standaard en specifieke voorschriften, maar de verhouding is wisselend. Als de technisch inhoudelijke complexiteit van de specifieke situatie (de inrichting of activiteit in kwestie en/of het gebied waar de inrichting is gelegen of de activiteit plaatsvindt) klein is, ligt het accent vooral op standaard voorschriften en minder op specifieke voorschriften. Omgekeerd, als de technischinhoudelijke complexiteit van de situatie (inrichting, activiteit en/of gebied) groot is, ligt het accent vooral op specifieke voorschriften en minder op standaardvoorschriften.
Sociaal-maatschappelijke complexiteit (politiek gevoelig)
Indien de sociaalmaatschappelijke complexiteit van de specifieke situatie gering is, kan het proces van tot stand brengen van een vergunning ‘rechttoerechtaan’ zijn. Een dergelijke vergunning kan, met het accent op de inhoud, in beginsel eigenstandig door ODIJmond worden afgehandeld.
Als de sociaalmaatschappelijke complexiteit van de situatie daarentegen groot is, ligt het totstandbrengingsproces gecompliceerder. Bijvoorbeeld vanwege de betrokken inrichting of initiatief nemer en diens voorgeschiedenis, economisch belang en/of aanwezige belangenorganisaties die zich roeren (politiek gevoelig).
In dit geval moet er bestuurlijke afwegingsruimte worden ingevuld en is het proces minstens net zo belangrijk als de inhoud; afstemming, overleg en/of samenwerking is noodzakelijk tussen ODIJmond, het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden.
Bij de beoordeling van politiek gevoelige dossiers worden onder andere:
•Internet geraadpleegd (bedrijf/naam aanvrager).
•Ligging ten opzichte van de omgeving beoordeeld.
•De klachtenregistratie geraadpleegd.
•Navraag gedaan bij toezicht en handhaving.
•Krantenberichten bekeken.
•Navraag gedaan bij een collega met gebied specifieke kennis/branche kennis.
•Collega bij de betreffende gemeente of bij de provincie geraadpleegd (bijvoorbeeld afdeling ruimtelijke ordening/bouw/economische zaken).
Wanneer sprake is van een sociaalmaatschappelijke complexiteit zoeken wij samenwerking met de gemeente of de provincie via de milieu contactpersoon/schakelfunctionaris.
Bij een meervoudig dossier stemmen wij met de gemeente of de provincie af dat dit gebeurt met extra aandacht. Dit betekent overleg en/of samen werking tussen ODIJmond, de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk), de provincie, de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden.
2.7 Doorkijk Omgevingswet
2.7.1 Vergunningplicht
In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn de MBA’s opgenomen en is voor een deel een vergunningplicht vereist. Een vergunning is alleen verplicht als dat nodig is vanwege een internationaalrechtelijke verplichting of algemene regels niet voldoende zijn om belangen af te wegen.
Als voor een MBA in het Bal geen vergunning plicht is vereist, bevat het Bal voor een aantal milieuaspecten voorschriften die nageleefd moeten worden. Het betekent dat het bevoegde gezag in een omgevingsplan voor niet MBA’s (denk bijvoorbeeld aan horeca en detailhandel) en voor MBA’s waar in het Bal geen voorschriften zijn op genomen (denk aan geur, trillingen en geluid) kan en moet opnemen.
Maatwerk
Het Bal geeft mogelijkheden om maatwerk op te stellen. Alleen in bepaalde gevallen is dit niet mogelijk. Maatwerk zal een grotere rol gaan spelen binnen de werkzaamheden van vergunningverlening.
Kortere doorlooptijden
Daarnaast krijgt vergunningverlening te maken met kortere doorlooptijden. Ook als de Ow in werking treedt, blijft vraaggestuurde afhandeling van vergunningverlening bestaan. Het standaard vooroverleg is hierbij nieuw. Wij anticiperen hier ten tijde van dit schrijven al op.
2.7.2 Omgevingsplan
Het omgevingsplan gaat een belangrijke basis vormen voor de vergunningverlening. Daarom is het belangrijk dat de vergunningverlener ‘aan tafel’ zit bij het ontwikkelen van een omgevingsplan. Het omgevingsplan regelt een deel van de milieugevolgen en is daarom ook belangrijk voor de omgevingsvergunning van complexe bedrijven. Zo kunnen er in het omgevingsplan regels staan over externe veiligheid (dat onder de Ow omgevingsveiligheid zal heten), geluid en geurhinder.
Ook gaat gezondheid en duurzaamheid een rol spelen. Denk daarbij aan het voorzorgsbeginsel, de energietransitie en circulaire economie. Via het omgevingsplan en vergunningverlening geven wij hier invulling aan.
Vergunningverlening zoekt afstemming met de ruimtelijke ordening van de gemeente omdat in het omgevingsplan wordt vastgesteld welke acti viteiten zich waar mogen vestigen. Wanneer in de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het omgevingsplan, houden we rekening met overige activiteiten en moet goed gemotiveerd worden waarom de activiteit wel (of niet) in het omgevingsplan kan passen.
De provinciale omgevingsverordening bevat alle provinciale regels en vervangt de bestaande verordeningen waaronder de milieuverordening.
2.7.3 Participatie
Participatie is een belangrijke pijler onder de Ow. De initiatiefnemer die een vergunning aanvraagt voor een activiteit, heeft straks zelf de verantwoordelijkheid om belanghebbenden te informeren en te betrekken. Vergunningverlening betrekt de informatie die bij de participatie is verkregen bij de integrale belangenafweging. Van vergun ningverleners verwachten we dat ze alle belangen in de leefomgeving tegen elkaar afwegen en een samenhangend besluit nemen.
2.7.4 Opgave vergunningverlening
Vergunningverleners hebben de taak om te inventariseren welke bedrijven onder de Ow vergun ningsplichtig blijven. Er gaat een overgangsrecht gelden voor bestaande vergunningen, besluiten en meldingen. Daarom hebben wij al een opzet gemaakt voor lopende procedures en vigerende (lopende) vergunningen.
Ook onderzoeken we bij vergunningverlening of onze servicemodules moeten worden aangepast. Voor de snelservicemodule kunnen we kijken of de toegankelijkheid kan worden verbeterd. Op dit moment krijgt een melder pas bericht wanneer een melding compleet is. Dan pas weet de melder wie de behandelaar is. Dit proces kan anders worden ingericht.
3 Toezicht
3.3 Categorieën van toezicht
3.3.1 Regulier toezicht
Type toezicht
Beschrijving
Toezichtscontroles in het kader van de jaarlijkse prioriteitstelling
Regulier toezicht dat plaatsvindt in het kader van de jaarlijkse prioriteit- stelling in het uitvoeringsprogramma. Op het gebied van milieu wordt de toezichtsfrequentie deels gebaseerd op het type inrichting. Zo moeten type C bedrijven elk jaar worden gecontroleerd. De frequentie baseren wij ook op basis van analyses die wij maken in het kader van risicogericht toezicht (informatiegestuurd en datagedreven), op basis van actuele aan- dachtsgebieden én naar aanleiding van wensen van betrokken bestuurs- organen.
Toezichtscontrole in het kader van projecten
Aan de hand van onze analyses bepalen we jaarlijkse eventuele projecten, actuele aandachtsgebieden én de wens van betrokken bestuursorganen. In de projectvoorstellen concretiseren wij bepaalde beleidsterreinen verder. Dit doen wij door het benoemen van speerpunten, waarop wij gaan controleren.
Opleveringscontroles in het kader van vergunningverlening/ meldingen
Met integrale controles kijken we niet alleen of de vergunninghouder zich aan de vergunningvoorschriften houdt, maar toetsen we ook de hand- haafbaarheid van de vergunningsvoorschriften.
3.3.2 Handhavingstoezicht
Type toezicht
Beschrijving
Controles naar aan- leiding van klachten, handhavingsverzoeken, ongevallen en incidenten
In voorkomende gevallen worden klachten, ongevallen en/of incidenten veroorzaakt door de bedrijfsvoering. Dit komt door (niet) naleving van de geldende regelgeving. In die gevallen volgt op een klacht, ongeval of incident altijd een aspectcontrole of, wanneer nodig, een integrale controle. De controle is gericht op het vaststellen van een mogelijke overtreding. Van een integrale controle gaat een preventieve werking uit.
Controles in het kader van lopende handhavingstrajecten
Ten behoeve van de motivering van een herstelactie:
Deze controles doen wij na het aflopen van een termijn van een even- tuelevooraankondiging, bij hetvoortbestaan van eenovertreding, óf in spoedeisende gevallen die direct aanleiding geven voor het aanzeggen van een herstelsanctie. In die gevallen worden aanvullende eisengesteld aan het toezicht én aan hetcontrolerapport. Het toezicht en het daaruit voortvloeiende onderzoeksrapport dienen ter motivering vande lastge- ving en zijn constituerend voor de lastgeving. Er mag vanaf dat moment geen enkele twijfel meer bestaan over de omstandigheden waaronder de overtreding is of wordt begaan.Op dat moment worden aan de feitelijke constatering van de overtreding immers bij besluit rechtsgevolgen verbonden die erop zijn gericht de overtreder te bewegen tot het herstellen van de overtreding binnen een bepaalde begunstigingstermijn.
Type toezicht
Beschrijving
Controles in het kader van lopende handhavingstrajecten
Ten behoeve van de vaststelling van het intreden van de rechtsgevolgen van de lastgeving:
Aan een lastgeving is een begunstigingstermijn verbonden. Binnen de begunstigingstermijn wordt de overtreder de gelegenheid geboden de overtreding te beëindigen. Gaat de overtreder niet over tot beëindigen van de overtreding dan treden de rechtsgevolgen van de lastgeving in werking. Een dwangsom wordt verbeurd, of het bevoegd gezag beëindigt zelf de overtreding doorhet toepassen vanbestuursdwang. Het is dus van belang zorgvuldig vast te stellen of is voldaan aan de lastgeving op het moment dat de begunstigingstermijn is verstreken. Dientengevolge zijn evenals ten aanzien van de vaststelling van de overtreding in het kader van de motivering van de dwangsom dezelfde eisen daaraan verbonden op het moment dat de begunstigingstermijn die is verbonden aan de lastgeving, is verstreken.
Voor de afhandeling van klachten heeft ODIJmond een apart klachtenprotocol vastgesteld. In hoofdstuk 8 komt dit aan bod.
4 Handhaving
4.3 Bestuursrechtelijke handhaving
4.3.1 Typen bestuursrechtelijke handhaving
Er worden vier typen bestuursrechtelijke handhaving onderscheiden, als opvolging van de constatering van overtredingen tijdens een toezichttraject.
Type handhaving
Beschrijving
Niet ernstige overtredingen (drie stappen)
Indien geen sprake is van een ernstige overtreding die met grote spoed dient te worden hersteld, dan dient handhaving te geschieden langs drie stappen. Na de eerste controle volgt een schriftelijk verzoek tot beëin- digen van de overtreding. Bij voortduring van de overtreding volgt na de hercontrole een schriftelijke vooraankondiging. Pas bij de derde controle wordt, indien de overtreding nog niet beëindigd is, een bestuurlijke last opgelegd.
Ernstige of beperkt spoedeisende overtredingen (twee stappen)
Aan de hand van de relatieve mate waarin de norm wordt geschonden moet naar objectieve maatstaven en hetgeen in het maatschappelijk ver- keer als betamelijk wordt aangemerkt, worden beoordeeld of sprake is van een ernstige overtreding die zich leent voor twee stappen handhaving. Ter beoordeling of sprake is van een beperkt spoedeisende overtreding dient de kans van het intreden van de bezwaarlijke gevolgen verbonden aan
de geschonden norm in aanmerking te worden genomen. Bij ernstige of beperkt spoedeisende overtredingen wordt opgetreden in twee stappen: door middel van een vooraankondiging (= voornemen tot opleggen last) na het eerste controlebezoek. In geval sprake is van meerdere overtredin- gen, waarin één of meer overtredingen naar aard en karakter van die over- treding als ernstig kan worden aangemerkt, vindt steeds twee stappen handhaving plaats. Indien geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek
tot beëindiging van de overtreding uit de vooraankondiging, wordt er bij voortduring van de overtreding na de hercontrole een last opgelegd.
Type handhaving
Beschrijving
Spoedeisend herstel (één stap)
De Awb biedt in artikel 5:31, eerste lid de mogelijkheid tot het direct aanzeggen van een bestuurlijke last bij beschikking. Toepassing kan plaatsvinden indien een direct gevaar aanwezig is dat de bezwaarlijke gevolgen die de geschonden norm beoogt te beschermen intreden, ofwel de bezwaarlijke gevolgen verbonden aan de geschonden norm zich reeds hebben voorgedaan en deze niet verder, althans niet op korte termijn,
in omvang toenemen. In zodanige gevallen kan direct een last worden aangezegd opdat de aan de geschonden norm verbonden gevolgen zullen wegnemen.
Zeer spoedeisende bestuursdwang
In gevallen waarin niet kan worden gewacht met het aanzeggen van een bestuursdwangmaatregel en de overtredingssituatie noopt tot directe interventie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot toepas- sing van directe bestuursdwang ingevolge artikel 5:13, tweede lid van de Awb. De toepassing van directe bestuursdwang is een feitelijke handeling die zo spoedig mogelijk bij beschikking dient te worden bekrachtigd.
4.3.2 Begunstigingstermijnen
Het uitgangspunt bij het stellen van een begunstigingstermijn voorafgaand aan oplegging of effectuering van een bestuurlijke last, is dat de illegale situatie zo spoedig mogelijk beëindigd moet worden en de hersteltermijn zo kort moge lijk moet zijn. De lengte van de termijn dient onder meer bepaald te worden aan de hand van het geschonden belang. Loopt het te beschermen belang ernstige schade op door voortduring van de overtreding dan is de begunstigingstermijn korter dan wanneer het te beschermen belang geen ernstige schade oploopt bij voortduring van de overtreding. Bij het bepalen van een begunstigingstermijn dient rekening te worden gehouden met de tijd.
In de lijst met overtredingen (bijlage 1) is per genoemde overtreding een begunstigingstermijn opgenomen. Een begunstigingstermijn biedt de overtreder de gelegenheid herstel te plegen op de overtreding, zonder dat uit hoofde van de over treding reeds rechtsgevolgen, de verbeurte van een dwangsom of de mogelijkheid tot toepassing van bestuursdwang, voortvloeien.
De termijn is bepaald aan de hand van de gemid deld genomen en benodigde, dan wel toereikende termijn waarbinnen de betreffende overtreding kan worden beëindigd, aangevuld met een extra verruiming van één week vanwege het door ODIJmond gehanteerde dwangsombeleid (lees hierna).
De termijnen zijn herleid uit praktijkervaring van ODIJmond. In beginsel wordt vastgehouden aan de genoemde begunstigingstermijn. Onder bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.
In ieder geval wordt afgeweken van de opgeno men begunstigingstermijnen bij overtredingen die spoedeisend dan wel beperkt spoedeisend herstel verlangen. Daarnaast kan van de termijn worden afgeweken indien sprake is van herhaaldelijk nietnakoming of recidive. Ter zake wordt, al naar gelang de bijzondere omstandigheden van het geval daartoe meewegen, de begunstigingstermijn bekort. Het ligt in de rede in zodanige gevallen te motiveren waarom is gekozen voor een andere begunstigingstermijn.
4.3.3 Bestuursrechtelijke handhavings- instrumenten
Last onder dwangsom
Ten aanzien van het bestuurlijk sanctioneren van overtredingen wordt in beginsel gebruik gemaakt van de last onder dwangsom. In de lijst met dwangsommen (bijlage 1) is bij elke genoemde overtreding een dwangsombepaling opgenomen. De verbeurte van een dwangsom is het rechtsgevolg dat is verbonden aan de last onder dwangsom en treedt in op het moment dat de overtreding niet is beëindigd voor het verstrijken van de begunstigingstermijn. In doe voorkomen de gevallen kan tot invordering van de verbeurde dwangsom worden overgegaan.
Dwangsom ineens
Met het doel een effectieve en efficiënte handhaving te bereiken worden in de dwangsombeschikking in beginsel dwangsommen vastgesteld op een ineens te verbeuren bedrag. In dit verband is ervoor gekozen de begunstigingstermijn iets ruimer te stellen. De overtreder wordt immers een week voor het moment van het verbeurte in kennis gesteld van het aflopen van de begunstigingstermijn.
Indien het noodzakelijk is vanwege de aard van de overtreding wordt de dwangsomverbeurte vast gesteld op een bedrag per overtreding, waarbij het totaalbedrag aan te verbeuren dwangsommen gelijk is aan het in bijlage 1 opgenomen maxi mum bedrag. Voor de vaststelling van het aantal overtredingen dat leidt tot verbeurte van het maximum bedrag worden de bijzondere omstandigheden van het geval betrokken, waaronder de aard en intensiteit van de overtreding.
Niet-nakoming en recidive
In voorkomende gevallen dat niet voldaan wordt aan een eerste of opvolgende last onder dwang som, staat het ODIJmond vrij een volgende last onder dwangsom aan te zeggen ten aanzien van dezelfde en nog voortdurende overtreding. Dit teneinde daarop alsnog herstel te laten plegen. Uit het voortduren van de overtreding kan een kennelijkheid worden afgeleid die inhoudt dat het in de voorgaande last onder dwangsom gestelde dwangsombedrag een onvoldoende prikkel betrof om herstel te plegen op de overtreding. In zodanig geval wordt in de navolgende last onder dwang som het voor de overtreding genoemde dwang sombedrag verhoogd met 300%. Deze verhoging kan dus alleen worden toegepast als sprake is van hetzelfde handhavingstraject ten overstaande van dezelfde overtreding. Indien dit onvoldoende financiële prikkel zal blijken in te houden kan van deze procentuele verhoging worden afgeweken. Er wordt contact opgenomen met het OM en de mogelijkheid tot het aanzeggen van de Bsbm dan wel procesverbaal wordt onderzocht.
Onder bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van de in de bijlage genoemde dwang sombedragen. Dit zou zich voor kunnen doen in geval er sprake is van recidive, een ernstige overtreding of anderszins een grotere financiële prikkel gewenst is. In zodanig geval wordt in elke navolgende last onder dwangsom het voor de hernieuwde overtreding gestelde dwangsom bedrag in de bijlage verhoogd met 200%. Indien dit onvoldoende financiële prikken blijkt in te hou den kan van deze procentuele verhoging worden afgeweken.
Last onder bestuursdwang
In het geval dat de last onder dwangsom naar omstandigheden niet het geëigende middel blijkt te zijn om de overtreding te (laten) beëindigen wordt gebruik gemaakt van de last onder bestuursdwang. Bovendien kan in voorkomende gevallen waar de last onder dwangsom niet het beoogde effect heeft gehad ervoor gekozen worden gebruik te maken van de last onder bestuurs dwang. In het geval sprake is van een overtreding ten aanzien waarvan zeer spoedeisend herstel vereist is wordt direct en te allen tijde bestuurs dwang toegepast. In de lijst met dwangsommen (bijlage 1) worden categorieën van overtredingen benoemd ten aanzien waarvan in de regel van de mogelijkheid tot het aanzeggen van een last onder bestuursdwang gebruik worden gemaakt.
Bestuurlijke boete
Naast de mogelijkheid van lastgeving kan een bestuursorgaan ook een bestuurlijke boete opleg gen aan een overtreder. ODIJmond maakt van dit instrument geen gebruik, maar hanteert in plaats daarvan het instrument Bsbm (beschreven onder strafrechtelijke handhaving (paragraaf 3.4.1)).
4.4 Strafrechtelijke handhaving
4.4.1 Strafrechtelijke handhavings- instrumenten
Bestuurlijke strafbeschikking milieu (Bsbm)
De Bsbm is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die ODIJmond zonder tussenkomst van het OM kan opleggen. De directeur van ODIJmond
is hiertoe eigenstandig bevoegd. Hiermee is een regeling geïntroduceerd, die het voor ODIJmond mogelijk maakt eenvoudig vast te stellen strafbare feiten af te doen met een strafrechtelijke boete.
De Bsbm kan worden ingezet voor de handhaving van bepaalde feiten. Deze feitomschrijving en feitcodes zijn te vinden in een speciaal feiten boekje bestuurlijke strafbeschikking milieu
waar boa’s mee werken. Nadat een zaak via de invoerapplicatie, de transactiemodule, van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) is aangeleverd, verstuurt het CJIB de strafbeschikking naar de verdachte en start de inning van de geldboete. Tegen deze boete staat verzet open.
Proces-verbaal
Indien een feit zich niet leent voor het toepassen van de Bsbm dient een boa een procesverbaal op te maken. Het procesverbaal kan vervolgens via het Functioneel Parket, dan wel de officier van justitie, leiden tot een strafrechtelijke vervolging van de overtreder.
6 Strategie asbest
6.2 Besluit VTH
6.2.1 Wat valt niet onder het basistakenpakket
•Het toezicht op particulieren die zelf asbest verwijderen valt niet onder het basistaken pakket. Het is echter slechts in zeer beperk te mate dat een particulier zélf asbest mag verwijderen. De grens voor een particulier om zelf asbest te verwijderen, ligt bij 35m2. Bouw kundige aspecten vallen niet onder het basistakenpakket. Echter in de praktijk maakt de aanwezigheid van asbest dat ons milieutoezicht en het bouwtoezicht elkaar deels overlappen.
Als ervoor gekozen wordt deze taak niet over te laten aan ODIJmond is in elk geval nauwe samenwerking met ODIJmond geboden als er asbest aanwezig is.
•Het toezicht op bedrijfsmatige sloopwerkzaamheden in opdracht van een particulier valt niet onder het basistakenpakket.
7 Afstemming en communicatie
7.3 Wijze van informeren
7.3.1 Informeren gemeenten en provincie
ODIJmond communiceert in haar werkgebied actief met gemeenten en provincie Noord Holland. Wij werken met zogenaamde schakel functionarissen (accounthouders) die als eerste aanspreekpunt fungeren voor gemeenten en provincie. De schakelfunctionaris investeert in het opbouwen en goed houden van de relatie met gemeente op ambtelijk, hoog ambtelijk en bestuurlijk niveau. Met name over handhaving vindt vooraf gaand een lastoplegging afstemming plaats.
7.3.2 Informeren inwoners
ODIJmond informeert inwoners, namens gemeen te of de provincie, over meldingen en bekendmakingen via publicaties in de huisaanhuis kranten en/of via internet en op de landelijke pagina overheid.nl. Door transparant te zijn over activiteiten in de leefomgeving ontstaat meer begrip bij inwoners.
7.3.3 Informeren ondernemers
De communicatie tussen bedrijven en ODIJmond vindt voornamelijk plaats bij een procedure.
Communicatie is een vast onderdeel in het proces van vergunningverlening. In eerste instantie zal er een vooroverleg plaatsvinden. Het is van belang om in zo een vroeg mogelijk stadium van een vergunningstraject met een bedrijf op één lijn te komen. Het toepassen van maatwerk zorgt ervoor dat een proces efficiënt verloopt. Communicatie wordt ook ingezet om (met name toezicht)acties aan te kondigen en te informeren over wet en regelgeving.
7.3.4 Informeren belanghebbenden
Belanghebbenden worden via lokale huisaan huiskranten en/of via internet geïnformeerd. Wanneer van te voren bekend is dat belanghebbenden direct op de hoogte gehouden willen worden, dan worden nieuwe besluiten ook rechtstreeks toegezonden.
Bijlage 1: Lijst van dwangsommen
Overtreding m.b.t.
dwangsom ineens €
dwangsom constatering €
Overtreding m.b.t.
dwangsom ineens €
dwangsom constatering €
AB 1.2
Melding - Melding oprichting of veran- dering (artikel 1.10 Activiteitenbesluit)
3000
x
AB 3.1.4
Behandelen van huishoudelijk afvalwa- ter op locatie - (type b en c)
4000
2000
AB 2.1
Zorgplicht
6000
2000
AB 3.1.4a
Behandeling van stedelijk afvalwater - (type b en c)
4000
2000
AB 2.2
Lozingen
6000
2000
AB 3.1.5
Lozen van koelwater - (type b en c)
4000
2000
AB 2.3
Lucht en geur
6000
2000
AB 3.1.6
Lozen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten
4000
2000
AB 2.4
Bodembescherming (bodembedreigen- de activiteiten)
6000
2000
AB 3.1.7
Handelingen in een oppervlaktewater- lichaam
4000
2000
AB 2.5
Afvalbeheer
6000
2000
AB 2.6
Energiebesparing - per branche
6000
2000
AB 3.1.8
Lozen ten gevolge van schoonmaken drinkwaterleidingen
4000
2000
AB 2.8
Geluidhinder
6000
2000
AB 3.1.9
Lozen van afvalwater ten gevolge van calamiteitenoefeningen
4000
2000
AB 2.9
Trillinghinder
6000
2000
6000
2000
AB 2.10
Financiële zekerheid
10000
x
AB 3.2.1
Stookinstallatie
10000
2500
AB 2.11
Oplosmiddelen
6000
2000
AB 3.2.2
In werking hebben van een installatievoor het reduceren van aardgasdruk, meten en regelen van aardgashoeveelheid of aardgaskwaliteit
4000
2000
AB 3.1.1
Lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering
AB 3.2.3
Windturbine
n.t.b.
n.t.b.
4000
2000
AB 3.1.2
Lozen van grondwater bij ontwatering - (type b en c)
4000
2000
AB 3.2.4
Doorvoeren, bufferen of keren vanrioolwater
10000
2000
AB 3.1.3
Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening
4000
2000
AB 3.2.5
Natte koeltorens
AB 3.2.6
In werking hebben van een koelinstallatie
10000
2000
AB 3.2.7
Wisselverwarmingsinstallatie
10000
2000
Overtreding m.b.t.
dwangsom ineens €
dwangsom constatering €
Overtreding m.b.t.
dwangsom ineens €
dwangsom constatering €
AB 3.2.8
Installeren en in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem
10000
2000
AB 3.4.6
AB 3.4.7 Opslaan van vloeibare bij- voedermiddelen
5000
1250
AB 3.3.1
Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas aan motor- voertuigen voor het wegverkeer of afleveren van vloeibare brandstof aan spoorvoertuigen
10000
2000
AB 3.4.8
Het vullen van gasflessen met propaan of butaan
10000
2000
AB 3.4.9
Opslaan van gasolie, smeerolie of afgewerkte olie in een bovengrondse opslagtank
10000
2000
10000
2000
B 3.3.2
AHet uitwendig wassen en stallen van
motorvoertuigen of werktuigen of van spoorvoertuigen
AB 3.4.10
Opslaan of bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen bij defensie- inrichtingen
10000
2000
10000
2000
AB 3.3.3
Het demonteren van autowrakken en f wrakken van tweewielige motor- voertuigen daarmee samenhangende activiteiten
AB 3.4.11
Op- en overslaan van verwijderd asbest
20000
5000
AB 3.5.1
Telen of kwekenvan gewassen in een kas
10000
2000
AB 3.3.4
Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage
10000
2000
AB 3.5.2
Telen en kweken van gewassen in een gebouw, anders dan in een kas
10000
2000
AB 3.3.5
Bieden van gelegenheid tot het af- meren van pleziervaartuigen in een jachthaven
10000
2000
AB 3.5.3
Telen van gewassen in de open lucht
10000
2000
AB 3.5.4
Waterbehandeling voor agrarische activiteiten
10000
2000
10000
2000
AB 3.3.6
Traumahelikopter
AB 3.5.5
Aanmaken of transporteren via vaste leidingen of apparatuur van gewas- beschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen
10000
2000
AB 3.4.1
Opslaan van propaan
10000
2000
AB 3.4.2
Ondergrondse tanks
10000
2000
AB 3.4.3
Opslaan en overslaan van goederen
10000
2000
AB 3.5.6
Het behandelen van gewassen
10000
2000
AB 3.4.5
Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen
10000
2000
AB 3.5.7
Composteren
10000
2000
Opslaan van drijfmest en digestaat
5000
1250
Overtreding m.b.t.
dwangsom ineens €
dwangsom constatering €
Overtreding m.b.t.
dwangsom ineens €
dwangsom constatering €
AB 3.5.8
Houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven
10000
2000
AB 3.8.4
Coaten of lijmen van planten of onder- delen van planten
10000
2000
AB 3.5.9
Bereiden van brijvoer voor eigen land- bouwhuisdieren
5000
1000
AB 3.8.5
Fokken, houden of trainen vanvogels of zoogdieren
10000
2000
AB 3.5.10
Kleinschalig vergisten van uitsluitend dierlijke meststoffen
n.t.b.
n.t.b.
AB 4.1.1
Opslaan van gevaarlijke stoffen, CMR stoffen of bodembedreigende stoffen in verpakking, niet zijnde vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theater- gebruik, andere ontplofbare stoffen, bepaalde organische peroxiden, asbest, gedemonteerde airbags, gordelspan- ners of vaste kunstmeststoffen
20000
4000
AB 3.6.1
Bereiden van voedingsmiddelen
10000
2000
AB 3.6.2
Slachten van dieren, uitsnijden van vlees of vis of bewerken van dierlijke bijproducten
10000
2000
AB 3.6.3
Industrieel bereiden van voedingsmid- delen of dranken
10000
2000
AB 3.7.1
Binnenschietbanen
10000
2000
AB 4.1.2
Opslaan van vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik of andere ontplofbare stoffen
20000
4000
AB 3.7.2
Traditioneel schieten
10000
2000
AB 3.7.3
Bieden van gelegenheid voor het be- oefenen van sport in de buitenlucht
10000
2000
AB 4.1.3
Opslaan van stoffen in opslagtanks
20000
4000
20000
4000
AB 3.7.4
Recreatieve visvijvers
10000
2000
AB 4.1.4
Parkeren van vervoerseenheden met
gevaarlijke stoffen
AB 3.7.5
Gebruiken van gewasbeschermings- middelen op sport- of recreatieterreinen
10000
2000
AB 4.1.5
Gebruik of opslag van bepaalde organische peroxiden
20000
4000
AB 3.8.1
Tandheelkunde
10000
2000
AB 4.1.7
Opslaan van vaste kunstmeststoffen
5000
1250
AB 3.8.2
Gemeentelijke milieustraat
10000
2000
AB 4.3.1
Mechanische bewerking van hout, kurk dan wel houten, kurken of houtachtige voorwerpen
10000
2000
AB 3.8.3
Buitenschietbanen
10000
2000
Overtreding m.b.t.
dwangsom ineens €
dwangsom constatering €
Overtreding m.b.t.
dwangsom ineens €
dwangsom constatering €
AB 4.3.2
Reinigen, coaten of lijmen van hout of kurk dan wel van houten, kurken of houtachtige voorwerpen
10000
2000
AB 4.5.9
Drogen van metalen
10000
2000
AB 4.5.10
Aanbrengen van conversielagen op metalen
10000
2000
AB 4.4.1
Mechanische bewerkingen van rubber, kunststof of rubber- of kunststof- producten
10000
2000
AB 4.5.11
Thermisch aanbrengen van metaallagen opmetalen
10000
2000
10000
2000
AB 4.4.2
Reinigen, coaten of lijmen van rubber, kunststof of rubber- of kunststof- producten
10000
2000
AB 4.5.12
Lozen van afvalwater afkomstig van metaalactiviteiten
AB 4.5.13
Smelten en gieten van metalen
10000
2000
10000
2000
AB 4.4.3
Wegen of mengen van rubbercom- pounds of het verwerken van rubber, thermoplastisch kunststof of polyester- hars
AB 4.5a.1
Mechanische bewerkingen van steen
10000
2000
AB 4.5a.2
Aanbrengen van lijmen, harsen of coatings op steen
10000
2000
B 4.5.1
ASpaanloze, verspanende of thermische bewerking of mechanische eindafwer- king van metalen
10000
2000
AB 4.5a.3
Chemisch behandelen van steen
10000
2000
AB 4.5a.4
Vervaardigen van betonmortel
10000
2000
AB 4.5.2
Lassen van metalen
10000
2000
AB 4.5a.5
Het vormgeven van betonproducten
10000
2000
10000
2000
AB 4.5.3
Solderen van metalen
10000
2000
AB 4.5a.6
Het breken van steenachtig materiaal
20000
4000
AB 4.5.4
Stralen van metalen
10000
2000
AB 4.6.1
Lozen van afvalwater (algemeen)
AB 4.5.5
Reinigen, lijmen of coaten van metalen
10000
2000
AB 4.6.3
Afleveren van vloeibare brandstoffen aanvaartuigen
20000
4000
AB 4.5.6
Aanbrengen anorganische deklagen op metalen
10000
2000
AB 4.6.4
Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, vaartuigen of spoorwegvoertuigen
20000
4000
AB 4.5.7
Beitsen of etsen van metalen
10000
2000
AB 4.5.8
Elektrolytisch of stroomloos aanbrengen van metaallagen op metalen
10000
2000
Overtreding m.b.t.
dwangsom ineens €
dwangsom constatering €
Overtreding m.b.t.
dwangsom ineens €
dwangsom constatering €
AB 4.6.5
Onderhouden of repareren van moto- ren, motorvoertuigen, spoorvoertuigen of andere gemotoriseerde apparaten of proefdraaien van verbrandingsmotoren
20000
4000
AB 4.8.9
In werking hebben van een crema- torium of het in gebruik hebben van een strooiveld
10000
2000
AB 4.8.10
In werking hebben van een laboratorium of een praktijkruimte
10000
2000
AB 4.6.6
Onderhouden, repareren of afspuiten vanpleziervaartuigen
20000
4000
AB 5.1.1
Grote stookinstallatie
20000
4000
10000
2000
AB 4.7.1
Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal
AB 5.1.2
Afvalverbrandings- of afvalmeelver- brandingsinstallatie
20000
4000
10000
2000
AB 4.7.2
Zeefdrukken
AB 5.1.3
Installatie voor de productie van titaan- dioxide
20000
4000
AB 4.7.3
Vellenoffset druktechniek
10000
2000
20000
4000
AB 4.7.3a
Rotatieoffset druktechniek
10000
2000
AB 5.1.4
Installatie, als onderdeel van olieraffinaderijen, voor de productie van zwavel
10000
2000
AB 4.7.3b
Flexodruk of verpakkingsdiepdruk
AB 5.1.5
Stookinstallatie voor de regeneratie vanglycol
20000
4000
AB 4.7a.1
Bewerken, lijmen, coaten en lamineren van papier of karton
10000
2000
AB 5.1.6
Installatie voorde productie vanasfalt
20000
4000
10000
2000
AB 4.7a.2
Reinigen en wassen vantextiel
AB 5.1.7
Installatie voor de op- en overslag van vloeistoffen
20000
4000
AB 4.7a.3
Mechanische bewerking of verwerking van textiel
10000
2000
AB 5.2.1
Opslaginstallaties
20000
4000
10000
2000
AB 4.7a.4
Lassen van textiel
AB 5.2.2
Overslaginstallaties
20000
4000
10000
2000
AB 4.7a.5
Lijmen, coaten of veredelen van textiel, leer of bont
AB 5.3.1
LPG-afleverinstallatie
20000
4000
AB 4.8.1
Inwendig reinigen of ontsmetten van transportmiddelen
10000
2000
AB 6.1
Algemeen overgangsrecht
n.t.b
n.t.b
AB 4.8.6
In werking hebben acculader
10000
2000
Overtreding m.b.t.
Termijn (weken)
(Dwangsom regulier
Dwangsom laag
Bodemsanering
Niet melden start sanering
direct
2000
1000
Niet melden bereiken einddiepte sanering
direct
1000
500
Niet melden voornemen handeling ten aanzien van verontreiniging
direct
2000
1000
Niet verstrekken van de juiste gegevens bij melding sanering gaande
direct
1500
1000
Depot te lang in werking
8
5000
3000
Niet overleggen evaluatieverslag (deel)sanering
4
3000
2000
Niet overleggen van nazorgplan
6
3000
2000
Uniforme bodemsanering
Geen hekwerk/bebording
1
1500
1000
Werk niet laten uitvoeren door gecertificeerde uitvoerder
4
8000
6000
Werken zonder milieukundige begeleiding
2
5000
3000
Niet afdoende afsluiten saneringslocatie
direct
1000
500
Niet bijhouden logboek sanering
direct
1500
1000
Niet melden wijzigingen sanering
direct
1500
1000
Overtreding m.b.t.
Termijn (weken)
Dwangsom regulier
Dwangsom laag
Niet (deugdelijk) afdekken verontreinigde materie
1
2000
1000
Niet (deugdelijk) afdekken containers verontreinigde materie
1
2000
1000
Asbesthoudende grond (niet) tijdig afgevoerd met inventarisatie van bodem
1
3000
2000
Asbesthoudende grond (niet)tijdig afgevoerd zonder inventarisatie
3
6000
3000
Verontreinging onder isolatielaag niet be- schreven t/m 10 m3
8
2000
1000
Verontreinging onder isolatielaag niet be- schreven 11 - 40 m3
8
3000
1500
Verontreinging onder isolatielaag niet be- schreven boven 40 m3
8
6000
3000
Te lang bewaren/opslaan mobiel verontreinig- de grond
2
3000
1500
Niet tijdig voorafgaand melden bereiken einddiepte
1
1000
500
Verontreinigde grond niet terugplaatsen
2
1500
1000
Niet melden voltooiing sanering na werkzaamheden
1
1000
500
Niet overleggen verslag van sanering
6
3000
2000
Niet tijdig melden aanvang saneringswerkzaamheden
1
3000
2000
Overtreding m.b.t.
Termijn (weken)
Dwangsom regulier
Dwangsom laag
Bodemkwaliteit
Handelingen met bouwstoffen gaande zonder kennisname bevoegd persoon
direct
2000
1000
Handelingen met bouwstoffen zonder vaststelling overschrijding samenstellings- of emissiewaarden
direct
1500
1000
Handelingen met bouwstoffen en ontbreken milieuhygiënische verklaring
direct
3000
2000
Handeling met bouwstoffen en ontbreken (deugdelijke) afleveringsbon
direct
1000
500
Niet melden voornemen toepassen bouwstof en toepassinggaande
direct
1500
1000
Voornemen toepassen bouwstof niet gemeld
1
2000
1000
Niet melden voornemen toepassen baggerspecie, toepassinggaande
direct
2000
1000
Voornemen toepassen baggerspecie niet gemeeld
1
2000
1000
Geen milieuhygiënische verklaring aanwezige partij baggerspecie
direct
1500
1000
Geen verklaring aanwezig
1
3000
2000
Niet (deugdelijk) kwaliteit ontvangende bodem vastgesteld, toepassing gaande
direct
3000
2000
Niet (deugdelijke) kwaliteitsverklaring ontvangende bodem aanwezig
6
4000
2000