Gemeentelijke regelgeving

Samen voor een aanpak tegen mensenhandel Gemeenten Heemstede, Bloemendaal & Zandvoort 2023-2026

Gemeente Heemstede · geldt sinds 19 juli 2024

Bijlage 2 Perspectief voor slachtoffers

Een slachtoffer van mensenhandel kan op korte en lange termijn ontwrichtende effecten ondervinden, wat kan leiden tot grote psychologische, sociale en fysieke problemen. De behoeften van slachtoffers, wanneer zij uit de situatie van uitbuiting zijn geraakt, hangen in belangrijke mate af van de uitbuitingssituatie waarin zij hebben gezeten en de daarbij ondergane vormen van dwang. Een van de belangrijkste behoeften voor slachtoffers is de behoefte aan veiligheid. Vaak wordt in deze behoefte voorzien door het aanbieden van veilige opvang. Daarnaast is het belangrijk aandacht te schenken voor lichamelijke en psychische klachten, medische zorg en de achtergrond van het slachtoffer (demografisch en cultureel, inclusief de gezinssituatie). Ook is het van belang economische ondersteuning te bieden vanwege schulden door de reis, het ontbreken van inkomsten of opgelegde boetes en juridische ondersteuning te bieden bij een eventuele strafrechtelijke procedure, bij het verkrijgen van identiteitsdocumenten en bij het verkrijgen van een status.

Het komt voor dat slachtoffers zichzelf de schuld te geven voor de situatie waarin ze zijn beland en de schuld bij zichzelf zoeken. Deze schuldvraag is van invloed op het wel of niet zoeken en accepteren van hulp. Ook is het gevaar dat slachtoffers niet herkend worden als slachtoffer en daarom berecht worden als dader. Onder andere bij criminele uitbuiting blijven sommige werkelijke daders buiten beeld en kunnen hun criminele praktijken voortzetten en nog meer slachtoffers maken. In sommige gevallen van mensenhandel is het non-punishment beginsel van belang. Hierbij hebben instanties de mogelijkheid om slachtoffers van mensenhandel niet te vervolgen of bestraffen wegens gedwongen betrokkenheid bij criminele activiteiten die een rechtstreeks gevolg zijn van hun slachtofferpositie. De begrippen dader en slachtoffer kunnen dicht bij elkaar liggen. Slachtoffers worden soms zelf dader omdat ze gedwongen worden nieuwe slachtoffers te werven.

Ook de gevolgen voor de familieleden van slachtoffers zijn groot. Ouders krijgen soms zelf te maken met ernstige gezondheidsproblemen door stress en schuldgevoelens. In sommige gevallen komt het voor dat vrouwen kinderen hebben gekregen van de mensenhandelaar of een klant, soms/vaak ook tijdens de uitbuitingssituatie. Dit heeft gevolgen voor de opvoeding van de kinderen. De getraumatiseerde ouder die met hevige stress kampt, kan soms niet goed voor haar zoon of dochter zorgen. Het risico van intergenerationele overdracht is hierbij groot.

Wat moet je doen als je slachtoffer bent van mensenhandel?

Vraag een gesprek aan met de politie

Bij de politie werken rechercheurs die gespecialiseerd zijn in mensenhandel. In een gesprek met hen vertel je wat je is overkomen. Je hoeft dan nog niet te beslissen of je aangifte doet. Je kunt een informatief gesprek met de politie aanvragen via 0900-8844.

Aangifte doen tegen een mensenhandelaar

Aangifte is het startpunt voor een onderzoek door de politie, en het kan leiden tot een strafproces. Weet je nog niet zeker of je aangifte wilt doen? Slachtofferhulp Nederland (0900-0101 of 088 7460000, https://www.slachtofferhulp.nl/) kan je helpen te informeren over je rechten en over wat er gebeurt na de aangifte. Ook helpt de organisatie je met de voorbereiding op je aangifte, je kan er terecht voor emotionele steun en voor ondersteuning bij het vergoed krijgen van je schade.

Wat als je geen verblijfsvergunning hebt?

Woon je zonder verblijfsvergunning in Nederland en ben je slachtoffer van mensenhandel? Je kunt aanspraak maken op de 'verblijfsregeling slachtoffer mensenhandel'. Deze regeling houdt in dat je meewerkt aan een strafrechtelijk onderzoek naar de dader(s), in ruil voor een tijdelijke verblijfsvergunning voor de duur van het onderzoek. Er zijn twee voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de verblijfsregeling:

-Je moet aangifte doen tegen de mensenhandelaar.

-Er moet een strafrechtelijk onderzoek lopen naar de dader(s).

Wat als je nog geen aangifte wilt doen?

Het is niet nodig om direct aangifte te doen van mensenhandel. Soms weet je nog niet of je aangifte wilt doen en wil je alles rustig overdenken. De politie kan je in zo'n geval een bedenktijd geven van maximaal drie maanden. Tijdens de bedenktijd heb je wettelijk verblijf in Nederland.

Hulpbiedende organisaties

CoMensha: Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (CoMensha) is het landelijk meldpunt voor de aanmelding, plaatsing en registratie van slachtoffers van mensenhandel.

Fairwork: ondersteunt slachtoffers van uitbuiting en mensenhandel. De organisatie richt zich op buitenlandse slachtoffers van moderne slavernij in sectoren buiten de seksindustrie. Hieronder vallen onder andere restaurants, land- en tuinbouw en de schoonmaaksector. Slachtoffers van mensenhandel krijgen kunnen bij Fairwork aanspraak doen op juridische ondersteuning, maatjescontact en emotionele hulp, maar ook verschillende soorten trainingen.

Fier: helpt slachtoffers, plegers en getuigen van huiselijk geweld, gedwongen prostitutie/loverboys, mensenhandel, seksueel misbruik, online seksueel misbruik, kindermishandeling, eergerelateerd geweld en ouderenmishandeling uit de lastige situatie.

HVO-Querido: biedt opvang, woonbegeleiding en dagactiviteiten aan mensen die hulp nodig hebben om weer vooruit te kunnen. Het gaat hierbij om slachtoffers van mensenhandel, prostituees, dak- en thuislozen, vrouwen en gezinnen in nood, volwassenen en jongeren met psychiatrische of psychosociale problemen en verslaafden.

Meld Misdaad Anoniem (MMA): is de meldlijn waar je anoniem informatie kunt geven over misdaad, zoals geweld, berovingen, loverboys en wapenbezit. Zo kun je iets doen aan de veiligheid in je omgeving.

Scharlaken Koord: biedt professionele en betrokken hulp aan jongeren en vrouwen in de prostitutie. Dit doen ze door middel van straat-, preventie-, en maatschappelijk werk vanuit een christelijke visie en met respect voor de keuze en opvattingen van elke vrouw.

Terwille: is een ambulante GGZ-instelling voor verslavingszorg. Ook heeft Terwille een uitstapprogramma voor vrouwen die de prostitutie achter zich willen laten en bieden ze hulp en ondersteuning aan slachtoffers van loverboys, dit door zowel behandelzorg (specialistische en basis GGZ) als verblijfszorg en begeleiding.

Bijlage 3 Landelijke en regionale partners

De navolgende partners zijn op landelijk en regionaal niveau betrokken bij de aanpak van mensenhandel.

Landelijke partners

Bij het tegengaan van mensenhandel zijn veel landelijke partners betrokken. De meeste bekende partijen zijn onder andere: CoMensha, Fair Work, het CCV, de VNG, de politie en het Openbaar Ministerie.

Regionale partners

Bij de regionale samenwerking zijn de volgende partners betrokken:

•Regionale Informatie- en Expertisecentrum (RIEC). Het RIEC is een regionaal samenwerkingsverband en is opgericht in het kader van het programma ‘Bestuurlijke Aanpak Georganiseerde Criminaliteit’. De RIEC’s zijn een informatieknooppunt en expertisecentrum voor (semi)overheden op het gebied van het bestrijden van georganiseerde criminaliteit. De bestrijding van mensenhandel is bij de RIEC’s als prioriteit benoemd.

•Het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH). In het Zorg- en Veiligheidshuis werken organisaties uit het justitieel domein, veiligheidsdomein, zorgdomein en sociaal domein samen aan een persoonsgerichte aanpak van complexe casuïstiek. Het doel van de samenwerking is het terugdringen van overlast en criminaliteit. Mensenhandel is één van de thema’s binnen de Zorg- en Veiligheidshuizen. De kracht van de Zorg- en Veiligheidshuizen is dat ze zijn toegesneden op de specifieke lokale situatie. Ketenpartners zijn onder meer de politie, het OM, gemeenten, de Raad voor de Kinderbescherming, reclassering en welzijnsorganisaties.

•AVIM / politie. De Afdeling Vreemdelingenpolitie Identificatie en Mensenhandel (AVIM) onderzoekt grootschalige criminaliteit, waaronder mensenhandel, mensensmokkel en identiteitsfraude. De basistaken van AVIM zijn:

o handhaving en toezicht in het kader van de vreemdelingenwet;

o identificatie van personen (waaronder vreemdelingen);

o opsporing en bestrijding van mensenhandel en andere vormen van migratiecriminaliteit.

•Veilig Thuis. Veilig Thuis is het advies en meldpunt bij huiselijk geweld en kindermishandeling. Bij vermoedens van mensenhandel of vragen kan contact worden opgenomen met het Meldpunt Mensenhandel van Veilig Thuis. Het doel van het Meldpunt Mensenhandel van Veilig Thuis is:

o advies geven aan meisjes, jongens, vrouwen, mannen, ouders, netwerk en professionals bij vragen en vermoedens van binnenlandse mensenhandel;

o het melden van vermoedens van mensenhandel. Veilig Thuis maakt dan een inschatting van de situatie en kan indien nodig hulp (laten) opstarten;

o zorgdragen voor de inzet van de best mogelijke zorg onder meer door het bewerkstelligen van een betere samenwerking in de keten. Het gaat niet alleen om samenwerkingsafspraken in de zorg voor het slachtoffer, maar ook in de aanpak en vervolging van de dader;

o zicht krijgen op aantallen, aard en ernst van situaties van binnenlandse mensenhandel door een betere registratie.

•Nederlandse Arbeidsinspectie. De Arbeidsinspectie controleert of werkgevers en werknemers zich houden aan de verschillende wetten, besluiten en regelingen op het terrein van arbeid. Verder spoort de Arbeidsinspectie fraude, uitbuiting en georganiseerde criminaliteit binnen de keten van werk en inkomen op. Tot de taken van de Inspectie behoort het opsporen van onder andere arbeidsuitbuiting, mensensmokkel en grootschalige fraude op het gebied van de sociale zekerheid. De opsporing door de Inspectie wordt aangestuurd door het Openbaar Ministerie.

Bijlage 4 Mensenhandel in verbinding met andere domeinen

Mensenhandel raakt allerlei facetten van de samenleving en daarmee ook uiteenlopende (beleids)terreinen. Dit betekent niet dat op al die terreinen zaken moeten worden aangepast, maar het is goed om de raakvlakken in beeld te hebben. Iedere professional binnen de ambtelijke organisatie kan te maken krijgen met een vorm van mensenhandel.

Gemeenten spelen een belangrijke rol bij de integrale aanpak van mensenhandel. Een gemeente staat voortdurend met verschillende ketenpartners in contact en heeft de mogelijkheid om bestuurlijke middelen in te zetten om mensenhandel aan te pakken.

Zorg

Sinds de decentralisaties van 2015 zijn verschillende taken van het Rijk naar gemeenten verschoven. Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het opvang- en zorgaanbod voor specifieke groepen, waaronder de slachtoffers van mensenhandel. Gemeenten moeten voor passende opvang, ondersteuning en nazorg voor slachtoffers van mensenhandel in de gemeente zorgen.

De gemeenten zijn geadviseerd om door het instellen van Zorgcoördinatoren Mensenhandel aan deze verantwoordelijkheid te voldoen. Dit houdt in dat een Zorgcoördinator Mensenhandel voor meerdere gemeenten de zorg en opvang van (mogelijke) slachtoffers mensenhandel coördineert in samenwerking met betrokken partners, waar de gemeente ook deel van kan uitmaken.

Gemeenten hebben een verantwoordelijkheid voor slachtoffers, die ingeschreven staan in hun gebied. Slachtoffers die niet ingeschreven staan, worden in principe ingeschreven in de gemeente waar ze zijn aangetroffen.

Slachtoffers met rechtmatig verblijf

Mensen die slachtoffer zijn van mensenhandel en rechtmatig in Nederland verblijven, kunnen op grond van de Wmo 2015 aanspraak maken op een opvangplek. Dit geldt ook voor mensen met een tijdelijke verblijfsstatus. Daarnaast mogen deze slachtoffers, op grond van de Wet arbeid vreemdelingen, werken of een opleiding volgen. Indien nodig hebben ze op grond van de Participatiewet recht op bijstand.

Slachtoffers zonder rechtmatig verblijf

Voor slachtoffers van mensenhandel zonder rechtmatig verblijf in Nederland is het belangrijk om een rechtmatig verblijf te hebben. Zo kunnen zij tot rust komen en beslissen of ze mee willen werken aan het opsporingsonderzoek. Op grond van de Vreemdelingenwet 2000 (artikel 8, sub k) wordt aan vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel een bedenktijd van maximaal drie maanden gegund, om te beslissen of zij aangifte willen doen van mensenhandel of op andere wijze medewerking willen verlenen aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek.

De bedenktijd houdt in dat de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) het vertrek van het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel uit Nederland gedurende deze periode opschort. Slachtoffers in de bedenktijd hebben op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) recht op een maandelijkse toelage ter hoogte van de Nederlandse bijstandsuitkering (uitgekeerd door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)). Voor de berekening van de toelagen wordt uitgegaan van de in de Participatiewet vermelde normbedragen. Met uitzondering van de categorie Minderjarige Vreemdelingen voorziet de Rvb, naast een maandelijkse financiële toelage, in een verzekering tegen medische kosten.

Slachtoffers van mensenhandel zonder verblijfsvergunning die aangifte doen, kunnen op basis van de verblijfsregeling mensenhandel een tijdelijke verblijfsvergunning voor de duur van het opsporings- en vervolgingsonderzoek krijgen (o.g.v. de B8-regeling in de Vreemdelingencirculaire). Mocht een slachtoffer in verband met medische beperkingen, minderjarigheid of ernstige bedreiging geen medewerking kunnen verlenen aan het opsporingsonderzoek dan kan hij/zij ook voor deze verblijfsvergunning in aanmerking komen, mits dit ondersteund wordt door een verklaring van de politie, Koninklijke Marechaussee en/of een medische verklaring.

1www.wegwijzermensenhandel.nl

Slachtoffers in de asielprocedure

Slachtoffers die een asielprocedure hebben lopen, hebben recht op opvang in een asielzoekerscentrum. Het recht op opvang bestaat vanaf het moment dat de asielzoeker asiel aanvraagt tot hij een verblijfsvergunning krijgt of Nederland moet verlaten.

Als een slachtoffer van mensenhandel niet beschikt over de Nederlandse nationaliteit kan hij/zij gebruik maken van de B-8 regeling uit de Vreemdelingencirculaire. Dit betekent dat het slachtoffer (die mogelijk illegaal is) een tijdelijke verblijfsstatus verkrijgt zolang het strafrechtelijk onderzoek duurt en hij/zij zich ter beschikking van het Openbaar Ministerie moet houden.

Jeugd

De Jeugdwet stelt gemeenten verantwoordelijk voor minderjarige slachtoffers van mensenhandel. Op grond van de Wmo (art. 4.2) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de Veilig Thuis organisaties, (www.veiligthuis.nl) gericht op ondersteuning van slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling, waaronder ook slachtoffers van mensenhandel kunnen vallen. Daarnaast bieden jeugdhulpinstellingen opvangplekken voor minderjarige slachtoffers van loverboys.

Huiselijk geweld en kindermishandeling

Mensenhandel is onderdeel van de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is daarom belangrijk dat hulpverleners bij het (herhaaldelijk) trainen van de meldcode ook worden geïnformeerd over het signaleren van mensenhandel, naast seksueel geweld, kindermishandeling, huiselijk geweld en ouderenmishandeling. Bijna 90% van alle slachtoffers van mensenhandel komt in ieder geval één keer in contact met een zorgverlener, terwijl slechts 20% van alle zorgverleners voldoende kennis heeft om deze vorm van geweld goed te kunnen signaleren en slachtoffers te kunnen ondersteunen. Ook in de afspraken met de regionale Veilig Thuis organisatie dient men aandacht voor mensenhandel te hebben. De medewerkers van Veilig Thuis moeten alert zijn op de signalen (www.huiselijkgeweld.nl/vormen/mensenhandel).

Kinderbeschermingsmaatregelen en voogdij

Voor binnenlandse minderjarige slachtoffers en minderjarige slachtoffers uit EU-landen zijn de reguliere (kinderbeschermings-)maatregelen van toepassing. De Stichting Nidos (www.nidos.nl) heeft de voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) die mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel.

Opvang

Als het gaat om opvang, zijn voor binnenlandse minderjarige slachtoffers en minderjarige slachtoffers uit EU-landen ook de reguliere voorzieningen van Jeugdzorg Nederland beschikbaar. Voor de specifieke doelgroep van slachtoffers van seksuele uitbuiting is bij enkele opvanginstellingen gespecialiseerde opvang beschikbaar.

Voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen die mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel, is de Beschermde Opvang beschikbaar. De Stichting Nidos beslist of een minderjarige vreemdeling in de Beschermde Opvang wordt opgevangen. Dit gebeurt bij de geringste indicatie van mensenhandel. Slachtoffers in de Beschermde Opvang krijgen wekelijks een kleine financiële vergoeding en zijn verzekerd tegen ziektekosten.

Veiligheid/Ondermijning

Een deel van de aanpak op ondermijning richt zich op de aanpak van mensenhandel. Dit gebeurt idealiter in gemeenten binnen RIEC-verband (Regionale Informatie en Expertise Centra), waarbij regionale casussen worden besproken met betrokken gemeenten, het Openbaar Ministerie (OM), de politie (AVIM/TMM en Basisteam), de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Belastingdienst.

Een criminele organisatie vestigt zich graag in gemeenten die nauwelijks oog (lijken te) hebben voor ondermijning. Gemeenten kunnen barrières opwerpen om ondermijnende criminaliteit waaronder mensenhandel tegen te gaan. Gemeenten beoordelen aanvragen voor vergunningen, stellen regels aan het aantal inschrijvingen op hetzelfde adres en hebben de mogelijkheid dwangsommen op te leggen en panden sluiten. De inzet van de Wet Bibob (https://www.justis.nl/producten/bibob/wet-bibob/) is hierbij een belangrijk instrument.

De Wet Bibob staat voor de wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur. De wet is bedoeld om te voorkomen dat de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert door een vergunning of subsidie te verstrekken. Met hulp van de Wet Bibob kan de gemeente besluiten om een vergunning niet af te geven of in te trekken indien er ernstig gevaar bestaat dat hiermee criminele activiteiten worden ontplooid of gecontinueerd. Malafide ondernemers kunnen gebruik maken van woningen of huurpanden om criminele activiteiten uit te voeren, zoals drugsproductie, drugshandel of onvergunde prostitutie. Medewerkers van een gemeente spelen dan ook een belangrijke rol in het herkennen van signalen van mensenhandel, bijvoorbeeld bij de dienstverlening aan burgers en bij het uitvoeren van controles in het kader van handhaving en toezicht.

Prostitutie

Prostitutie is een legaal beroep in Nederland. Lokaal kunnen voorwaarden en regels worden gesteld aan de exploitatie van prostitutie, bijvoorbeeld in de vorm van een vergunningplicht voor seksinrichtingen. De prostitutiebranche is kwetsbaar voor misstanden, waaronder mensenhandel.

Het prostitutiebeleid is een belangrijk instrument voor gemeenten om misstanden te voorkomen en aan te pakken en ondersteuning te bieden aan sekswerkers. Ook een goed werkend vergunningensysteem kan bijdragen aan het voorkomen van misstanden. Wanneer ondernemers zich niet aan de vergunningsregels houden, kan de gemeente handhavend optreden en in bepaalde gevallen de vergunning intrekken. Dit doet de gemeente aan de hand van een bestuurlijke rapportage.

Onderwijs

Om zo veel mogelijk zicht te krijgen op mensenhandel is het belangrijk dat ook leerplichtambtenaren en medewerkers in het onderwijs zich bewust zijn van mensenhandel en bijhorende signalen kunnen herkennen. Uit een onderzoek van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) eind 2019, onder 400 Nederlandse docenten van 343 verschillende scholen, blijkt dat bijna tachtig procent van de docenten in het voortgezet onderwijs denkt een slachtoffer van mensenhandel niet te kunnen herkennen onder hun leerlingen. Bovendien heeft hierbij veertig procent van de docenten aangegeven niet te weten wat te moeten doen als zij vermoeden dat een leerling het slachtoffer is van mensenhandel.

Het tijdig signaleren van mensenhandel biedt de mogelijkheid een gericht hulpverlenings- en interventieprogramma te ontwikkelen. Het instrument is onder meer bedoeld voor leraren in het voortgezet speciaal onderwijs en leerplichtambtenaren, zodat ze beter zijn toegerust om vroegtijdig (potentieel) slachtofferschap bij jongeren met een licht verstandelijke beperking te signaleren.

Economisch aspect

Gemeenten willen graag zorgen voor een goed vestigingsklimaat voor bonafide ondernemers. Tegelijkertijd willen ze tegengaan dat criminelen zich in de gemeente vestigen. Eerlijke horeca, vastgoedontwikkeling en een woningaanbod voor studenten en arbeidsmigranten dragen bij aan de aantrekkelijkheid van de gemeente en zijn goed voor het ondernemerschap. Door middel van de Wet Bibob kunnen gemeenten de vestiging van malafide ondernemers tegenhouden. Er zijn verschillende ‘risico-sectoren’ waar uitbuiting voor kan komen, zoals de agrarische, bouw-, schoonmaak- en horecasector.

Huisvesting

Arbeidsmigranten leveren in verschillende sectoren een grote bijdrage aan de economie. Een arbeidsmigrant is vaak afhankelijk van de werkgever of het uitzendbureau voor de huisvesting en het vervoer. Dit kan de arbeidsmigrant kwetsbaar maken. Het is daarom belangrijk dat gemeenten toezien op de integriteit van de huisvester, de uitzendorganisatie en de werkgever. Gemeenten kunnen de integriteit van aanvragers onderzoeken op grond van de Wet Bibob op het moment dat zij voor hun huisvestingslocatie een exploitatievergunning aanvragen. Door handhaving wordt arbeidsuitbuiting eerder gesignaleerd of mogelijk zelfs voorkomen.

Dit vraagt om samenwerking op verschillende terreinen tussen gemeenten en personen welke zich bezighouden met huisvesting:

•Er is voldoende ruimte voor de huisvesting van arbeidsmigranten;

•Handhaven op woon- of verblijfssituaties die niet aan de voorschriften voldoen;

•Inschrijven van arbeidsmigranten in de BRP;

•Het organiseren van heldere en (pro)actieve communicatie;

•Het stimuleren van taal en participatie.

Inkoop

Gemeenten kunnen bij aanbestedingstrajecten of bij de inkoop van diensten en producten eisen stellen die uitbuiting kan voorkomen. Zo kan bijvoorbeeld bij de aanbesteding van ruimtelijke projecten eisen worden gesteld aan de eerlijke inzet van arbeidskrachten (genoeg uren, werktijdenbepalingen, huisvesting) of kunnen kwalitatieve en kwantitatieve eisen gesteld worden bij de aanbesteding van zorgorganisaties.

Bijlage 5 Signalen van mensenhandel

Arbeidsuitbuiting

De kans dat het gaat om uitbuiting is groot als u ziet dat een werknemer:

•gevaarlijk en ongezond werk moet doen;

•extreem lange werkdagen moet maken;

•te weinig betaald krijgt, niet uitbetaald wordt of lang op betaling moet wachten;

•niet kan beschikken over zijn/haar eigen paspoort of ID-kaart;

•altijd door iemand wordt begeleid;

•sociaal geïsoleerd is;

•met valse beloften naar Nederland is gehaald;

•wordt mishandeld, gechanteerd, gedwongen of bedreigd;

•een hoge schuld aan de werkgever moet afbetalen;

•niet kan beschikken over het geld op eigen bankrekening;

•zwart betaald wordt, of niet verzekerd is tegen bijvoorbeeld ongevallen;

•in een bedrijfspand of op het bedrijfsterrein woont, of op een andere manier slecht is gehuisvest;

•niet op de hoogte is van zijn verblijfsadres;

•op andere manieren onder druk wordt gezet.

Seksuele uitbuiting

Iemand is mogelijk slachtoffer van seksuele uitbuiting als:

•hij/zij gedwongen wordt seks te hebben tegen zijn/haar zin in;

•hij/zij gedwongen wordt seks te hebben tegen betaling, waarbij hij/zij het geld moet afdragen;

•de partner hem/haar dwingt om seks te hebben met bekenden of vrienden;

•hij/zij gedwongen wordt om mee te doen aan de productie van pornografisch materiaal.

•iemand zijn/haar eigen paspoort of ID-kaart niet in het bezit heeft;

•iemand ineens hoge schulden heeft;

•iemand het spreken over prostitutie vermijdt of dit onderwerp op andere projecteert;

•het uiterlijk sterk veranderd (tatoeages, borstvergroting, andere kleding en make-up);

•iemand veel op straat rondhangt en wegloop gedrag vertoont;

•iemand opeens veel nieuwe contacten heeft, zich isoleert van familie en vrienden, liegt of sociaal wenselijk gedrag vertoont om geen wantrouwen te wekken of op verschillende plekken verschillend gedrag laten zien;

•er sprake is van veel in- en uitloop van mensen in de woning;

•hij/zij slaapt op de werkplek;

•iemand meer dan eens onverklaarbaar hele nachten weg is;

•iemand zijn/haar eigen adres niet kent en geen sleutel heeft.

Criminele uitbuiting & gedwongen bedelarij

Iemand is mogelijk slachtoffer van criminele uitbuiting/ gedwongen bedelarij als:

•er sprake is van een ongelijke relatie met een familielid of vriend;

•hij/zij gedwongen wordt tot crimineel gedrag;

•hij/ zij gedwongen wordt tot bedelen;

•hij/zij lichamelijk letsel vertoont;

•er drugs of gestolen spullen worden gevonden, zonder dat er voorgeschiedenis is met het criminele circuit;

•hij/zij plotseling veel nieuwe contacten heeft;

•iemand zijn/haar nieuwe vrienden en kennissen verdedigd of beschermd;

•hij/zij onverklaarde schulden heeft en er sprake is van crimineel gedrag om een schuld bij derden af te lossen;

•hij/zij geen beschikking heeft over zijn/haar eigen paspoort of ID-kaart;

•er sprake is van een machtsrelatie met iemand die verdient aan het slachtoffer.

Orgaanhandel

Iemand is mogelijk betrokken bij orgaanhandel, als:

•de vraag en het aanbod voor een orgaantransplantatie elkaar niet kunnen vinden en er toch een transplantatie heeft plaatsgevonden;

•er sprake is van inconsistentie of een onduidelijk verhaal over orgaandonatie;

•er sprake is van littekens van een orgaantransplantatie;

•reispapieren niet overeenkomen met het reisverhaal;

•er sprake is van medische verzorging in relatie tot ontbrekende organen;

•iemand die eigen identiteitspapieren/ medische documentatie niet bij zich draagt;

•iemand die niet zelf mag spreken over zijn/ haar medische situatie.

Belangrijke signalen voor baliepersoneel

Inschrijving in het GBA-register

•Hoeveel personen staan al ingeschreven op dat adres?

•Weet degene die zich inschrijft waar de woning ligt c.q. kent hij/zij het adres?

•Hoe verloopt de communicatie? Is er een taalprobleem?

•Begeleid steeds een en dezelfde persoon verschillende personen bij de inschrijving?

Voorbeeld: er komen met regelmaat buitenlandse vrouwen die zich op één bepaald adres laten inschrijven. Dit is geen opvanghuis o.i.d. maar aan een "particuliere woning". U heeft een "onderbuik" gevoel dat er iets niet klopt, maar kunt dit niet verder omschrijven. Stel gerust controle vragen zoals: Van wie moet u zich hier melden? Of van wie huurt u het huis? Of van wie huurt u het huis? Of wie wonen er nog meer?

Beschikt de persoon in kwestie zelf over haar/zijn paspoort/ID-kaart?

•Krijgt hij/zij dat van de begeleider aangereikt bij de inschrijving;

•Geeft zij/hij het paspoort na de inschrijving terug aan haar/zijn begeleider.

Voorbeeld: in de wachtruimte zit een (jonge) vrouw. Naast haar zit een man. Als het nummer van deze vrouw aan de beurt is geeft de man haar ID kaart/paspoort aan haar en de vrouw komt naar Uw loket. U vraagt (na enige tijd) wie de man is. Zij kent hem niet of doet daar "wazig" over. (Je geeft je paspoort/ID kaart niet aan iemand die je niet (goed) kent) In de landen van herkomst (denk aan Oost-Europa en Afrika) is het algemeen gebruikelijk dat de "burger" vragen beantwoordt van een publieke ambtenaar. Dus stel gerust een vraag als je het gevoel hebt dat er iets niet klopt.

Bijlage 6 Juridisch kader

Gemeentewet

Artikel 172 van de Gemeentewet belast de burgemeester met de handhaving van de openbare orde onder gewone omstandigheden.

Wet Bibob

De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Het voornaamste doel van deze wet is het voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert, bijvoorbeeld het witwassen van geld. Een bestuursorgaan kan op grond van de Wet Bibob besluiten een vergunning in te trekken of te weigeren indien het vermoeden bestaat dat de vergunning gebruikt zal worden voor het plegen van strafbare feiten. Ook bestaat de mogelijkheid om vergunningen alleen onder bepaalde voorwaarden te verstrekken. Naast vergunningen is het Bibob-instrument ook in te zetten voor subsidies, vastgoedtransacties en aanbestedingen. De officier van justitie heeft een ondersteunende rol: hij mag een bestuursorgaan laten weten dat het wenselijk is om een Bibob-advies aan te vragen over een bepaald (rechts)persoon als die betrokken is bij strafbare feiten.

Wet Victoria

De Wet Victoria (artikel 174a Gemeentewet) geeft de burgemeester de bevoegdheid tot sluiting van een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf. Onder de categorie ‘een niet voor publiek toegankelijk lokaal’ vallen onder andere hotelkamers, lokalen alleen toegankelijk voor verenigingsleden, kantoorruimten en bedrijfsruimten. De burgemeester kan tot sluiting overgaan indien er sprake is van een verstoring van de openbare orde of indien er sprake is van een ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde. Het sluiten van woning is een vergaande beperking van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10 Grondwet) en het huisrecht (artikel 12 Grondwet) en kan daarom alleen gebruikt worden als ultimum remedium, en zijn er strikte eisen gesteld aan de sluiting.

Opiumwet

Op grond van artikel 13b van de Opiumwet, ook wel de Wet Damocles genoemd, kan de burgemeester een woning of lokaal of een daarbij horend erf sluiten indien er sprake is van drugshandel, een aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs of een aanwezigheid van voorwerpen of stoffen waarbij het vermoeden is dat zij bestemd zijn voor het bereiden of telen van drugs.

Wet Victor

Na sluiting door de burgemeester, op grond van artikel 13b van de Opiumwet of op grond van de Wet Victoria, kan het college van burgemeester en wethouders een vervolg geven op grond van de Wet Victor. Het college is bevoegd om de eigenaar te verplichten om een andere gebruiker voor het pand aan te wijzen of het gebouw in beheer te geven (artikel 13b, lid 2 sub b Woningwet). Aan dit besluit kunnen voorwaarden worden gesteld, zoals het geschikt maken voor gebruik van de woning. Mocht er ondanks de aanwijzingsbevoegdheid geen uitzicht zijn op duurzaam herstel van de openbare orde rond de woning, het lokaal of het daarbij behorende erf, dan is de gemeenteraad op grond van artikel 77 lid 1 sub 7 van de Onteigeningswet bevoegd om tot onteigening over te gaan.

Strijdig gebruik bestemmingsplan

Op basis van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad bestemmingsplannen vast voor het grondgebied van de gemeente. In een bestemmingsplan geeft de gemeente de bestemmingen aan van de gronden en gebouwen. Indien het feitelijke gebruik van een pand, bijvoorbeeld de exploitatie van een seksbedrijf/prostitutie, strijdig is met het bestemmingsplan kan gehandeld worden op grond van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) artikel 2.1 lid 1 sub c. Daarnaast biedt de Wet ruimtelijke ordening de gemeente de mogelijkheid om over te gaan tot aanzegging van bestuursdwang of tot oplegging van een dwangsom op basis van artikel 125 van de Gemeentewet om het gebruik in overeenstemming met de bestemming te brengen.

Huisvestingswet

De Huisvestingswet biedt de gemeente de mogelijkheid om in een huisvestingsverordening regels vast te leggen over de toewijzing van huurwoningen en over het bepalen van de urgentievolgorde voor woningzoekenden. Daarnaast kunnen wijzigingen in de woningvoorraad vergunningplichtig worden gesteld. Bijvoorbeeld bij het onttrekken of samenvoegen van woonruimte, het overgaan tot verhuur per kamer of het splitsen van woonruimten. Indien een regel wordt overschreden kan op basis van artikel 35 van de Huisvestingswet een bestuurlijke boete worden opgelegd.

Woningwet

In artikel 7.18 van het Bouwbesluit 2012 staat dat een woonfunctie niet bewoond wordt dan meer dan één persoon per 12 m² gebruiksoppervlakte. Als er in de woning sprake is van overbewoning kan hierop worden opgetreden op grond van artikel 1b lid 3 van de Woningwet.

Bij bepaalde overtredingen, zoals hennepplantages, drugslaboratoria en aanwezigheid van drugs in woningen of lokalen, is vaak sprake van overtredingen van het Bouwbesluit 2012 en waarbij de gevaarzetting direct moet worden weggenomen. Op grond van artikel 1b lid 2 en/ of 3 van de Woningwet kan dan met spoedeisende bestuursdwang worden ontruimd. De uitgevoerde spoedeisende bestuursdwang moet daarna zo spoedig als mogelijk op schrift worden gesteld.

Artikel 17 van de Woningwet maakt het mogelijk een woning te sluiten. Er moet dan sprake zijn van een herhaaldelijke overtreding van artikel 1a of artikel 1b van de Woningwet. Bovendien moet de overtreding gepaard gaan met een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of veiligheid. Bijvoorbeeld bij kamerverhuur zonder te voldoen aan de brandveiligheidseisen of bij brandgevaarlijke hennepplantages.

BRP

Aan arbeidsmigranten wordt vaak door hun werkgevers en bemiddelaars aangegeven dat ze zich niet moeten inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). Hiermee wordt belasting ontdoken en hebben de arbeidsmigranten vaak geen rechten op allerlei verschillende gebieden. De arbeidsmigranten zijn dan een makkelijk slachtoffer van mensenhandel. Het is daarom van belang dat de toezichthouder BRP een actieve rol krijgt in de aanpak van mensenhandel door per casus te bekijken of de aangetroffen personen ingeschreven moeten/kunnen worden in de BRP. Eventueel kan de bestuurlijke boete als bestuursrechtelijke handhavingsmiddel worden ingezet.

Algemene Plaatselijke Verordening Heemstede

Diefstal (APV, artikel 2:44)

In artikel 2:44 van de APV staan regels opgenomen met betrekking tot het vervoeren van inbrekerswerktuigen. Op grond van deze artikelen kan geverbaliseerd worden en/of een last onder dwangsom worden opgelegd aan de bewuste personen.

Drugsoverlast (APV, artikel 2:74 en 2:74a)

Artikel 2:74 en 2:74a van de APV stellen dat drugshandel op straat en openlijk drugsgebruik op openbare plekken niet zijn toegestaan. Op grond van deze artikelen kan geverbaliseerd worden en/of een last onder dwangsom worden opgelegd aan de bewuste personen.

Gebiedsontzeggingen (APV, artikel 2:78)

In het belang van de veiligheid en de openbare orde kan de burgemeester gebiedsontzeggingen opleggen waarna personen zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats mogen ophouden. De gebiedsontzegging kan worden verlengd bij recidive. Als de APV er niet geheel in kan voorzien, kan als ultimum remedium een gebiedsverbod worden opgelegd op grond van artikel 172 van de Gemeentewet.

Woonoverlast (APV, artikel 2:79)

In artikel 2:79 van de APV is een artikel opgenomen met betrekking tot woonoverlast. Als er meldingen of signalen vanuit de woon- en leefomgeving zijn en er op basis van andere regelgeving geen aanknopingspunten zijn, kan op basis van dit artikel in gesprek worden gekomen met de bewoners van de woning. In uiterste gevallen kan de burgemeester op basis van dit artikel een gedragsaanwijzing opleggen.

Seksbedrijf/prostitutie in woning of lokaal (APV, hoofdstuk 3 afdeling 2)

Het is verboden om zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een seksbedrijf uit te oefenen of te wijzigen. In hoofdstuk 3, afdeling 2 van de APV zijn de regels opgenomen met betrekking tot het exploiteren van een seksbedrijf, waaronder de vergunningsvoorwaarden, de intrekkingsgronden en de weigeringsgronden. De Wet Bibob kan hier tevens onderdeel van zijn.

Straatprostitutie (APV, artikel 3:19)

Op grond van artikel 3:19 van de APV is het verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.

Algemene Plaatselijke Verordening Bloemendaal

Diefstal (APV, artikel 2:44)

In artikel 2:44 van de APV staan regels opgenomen met betrekking tot het vervoeren van inbrekerswerktuigen. Op grond van deze artikelen kan geverbaliseerd worden en/of een last onder dwangsom worden opgelegd aan de bewuste personen.

Drugsoverlast (APV, artikel 2:74 en 2:74a)

Artikel 2:74 en 2:74a van de APV stellen dat drugshandel op straat en openlijk drugsgebruik op openbare plekken niet zijn toegestaan. Op grond van deze artikelen kan geverbaliseerd worden en/of een last onder dwangsom worden opgelegd aan de bewuste personen.

Gebiedsontzeggingen (APV, artikel 2:78)

In het belang van de veiligheid en de openbare orde kan de burgemeester gebiedsontzeggingen opleggen waarna personen zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats mogen ophouden. De gebiedsontzegging kan worden verlengd bij recidive. Als de APV er niet geheel in kan voorzien, kan als ultimum remedium een gebiedsverbod worden opgelegd op grond van artikel 172 van de Gemeentewet.

Woonoverlast (APV, artikel 2:79)

In artikel 2:79 van de APV is een artikel opgenomen met betrekking tot woonoverlast. Als er meldingen of signalen vanuit de woon- en leefomgeving zijn en er op basis van andere regelgeving geen aanknopingspunten zijn, kan op basis van dit artikel in gesprek worden gekomen met de bewoners van de woning. In uiterste gevallen kan de burgemeester op basis van dit artikel een gedragsaanwijzing opleggen.

Seksbedrijf/prostitutie in woning of lokaal (APV, hoofdstuk 3 afdeling 2)

Het is verboden om zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een seksbedrijf uit te oefenen of te wijzigen. In hoofdstuk 3, afdeling 2 van de APV zijn de regels opgenomen met betrekking tot het exploiteren van een seksbedrijf, waaronder de vergunningsvoorwaarden, de intrekkingsgronden en de weigeringsgronden. De Wet Bibob kan hier tevens onderdeel van zijn.

Straatprostitutie (APV, artikel 3:19)

Op grond van artikel 3:19 van de APV is het verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.

Algemene Plaatselijke Verordening Zandvoort

Diefstal (APV, artikel 2:44)

In artikel 2:44 van de APV staan regels opgenomen met betrekking tot het vervoeren van inbrekerswerktuigen. Op grond van deze artikelen kan geverbaliseerd worden en/of een last onder dwangsom worden opgelegd aan de bewuste personen.

Drugsoverlast (APV, artikel 2:74)

Artikel 2:74 van de APV stelt dat drugshandel op straat niet is toegestaan. Op grond van dit artikel kan geverbaliseerd worden en/of een last onder dwangsom worden opgelegd aan de bewuste personen.

Verblijfsontzeggingen (APV, artikel 2:78)

In het belang van de veiligheid en de openbare orde kan de burgemeester gebiedsontzeggingen opleggen waarna personen zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats mogen ophouden. De verblijfsontzegging kan maximaal 12 weken gelden. Als de APV er niet geheel in kan voorzien, kan als ultimum remedium een gebiedsverbod worden opgelegd op grond van artikel 172 van de Gemeentewet.

Woonoverlast (APV, artikel 2:79)

In artikel 2:79 van de APV is een artikel opgenomen met betrekking tot woonoverlast. Als er meldingen of signalen vanuit de woon- en leefomgeving zijn en er op basis van andere regelgeving geen aanknopingspunten zijn, kan op basis van dit artikel in gesprek worden gekomen met de bewoners van de woning. In uiterste gevallen kan de burgemeester op basis van dit artikel een gedragsaanwijzing opleggen.

Seksbedrijf/prostitutie in woning of lokaal (APV, hoofdstuk 3 afdeling 2)

Het is verboden om zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een seksbedrijf uit te oefenen of te wijzigen. In hoofdstuk 3, afdeling 2 van de APV zijn de regels opgenomen met betrekking tot het exploiteren van een seksbedrijf, waaronder de vergunningsvoorwaarden, de intrekkingsgronden en de weigeringsgronden. De Wet Bibob kan hier tevens onderdeel van zijn.

Straatprostitutie (APV, artikel 3:19)

Op grond van artikel 3:19 van de APV is het verboden op openbare plaatsen door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken om gebruik te maken van de diensten van een prostituee.

Overige instrumenten

Met alleen het nemen van repressieve bestuursrechtelijke maatregelen wordt mensenhandel niet weggenomen. Zowel in de preventie, proactie en de nazorg moeten instrumenten worden ingezet om mensenhandel te voorkomen en te bestrijden. Daarnaast moeten slachtoffers de juiste zorg en hulpverlening krijgen om te voorkomen dat slachtoffers wederom in situaties van mensenhandel terecht komen.

Voor een complete repressieve aanpak is het belangrijk dat de daders worden vervolgd. Hierom is het noodzakelijk dat er ook strafrechtelijke vervolging wordt ingezet. Anders blijft de oorzaak in stand en komt het op andere locaties weer terug. Het zogenaamde waterbedeffect.

Bijlage 7 Toelichting op de plateaus van het Kader voor de aanpak mensenhandel (VNG)

Binnen de aanpak van mensenhandel onderscheiden we:

•Plateau 1: een basisniveau voor alle gemeenten;

•Plateau 2: optionele bouwstenen, van harte aanbevolen.

In de gemeente Heemstede streven we te voldoen aan de doelen op basis van plateau 1. Als de gemeente Heemstede voldoet aan de betreffende doelen kunnen daarna, indien wenselijk, vervolgstappen worden gerealiseerd. Deze afstemming vindt plaats na drie jaar bij de evaluatie van het beleid.

Beleidsmatige basis

Plateau 1:

•De gemeente heeft het beleid voor mensenhandel ingebed in de bestaande gemeentelijke structuren, waarbij een verbinding wordt gemaakt tussen zorg en veiligheid, met daarin specifieke aandacht voor jeugd.

•De gemeente heeft in een beleidsmatige basis inzicht gegeven in het verschil tussen de vier soorten mensenhandel.

•In de beleidsmatige basis wordt duidelijk op welke manier de verschillende ketenpartners met elkaar informatie kunnen uitwisselen. Ook buiten de gemeentelijke organisatie (o.a. voor professionals in het veld) is een meldstructuur ingericht voor signalen van mensenhandel.

Plateau 2:

•De gemeente signaleert tendensen in de aanpak van mensenhandel. Dit betekent dat er op meta-niveau aandacht is voor verschuivingen binnen de eigen beschikbare informatie, evenals dat er aandacht is voor landelijke en regionale ontwikkelingen (in de aanpak) van mensenhandel.

•De gemeente maakt de good practices zichtbaar die uit het melden van signalen van mensenhandel naar voren zijn gekomen en deelt deze met ketenpartners.

Aandacht voor en bewustwording van het fenomeen Mensenhandel

Plateau 1:

•De gemeente heeft aandacht voor het fenomeen mensenhandel op bestuurlijk, ambtelijk en uitvoerend niveau, en aandacht voor de mensenhandel in de samenwerking met bestuurlijke partners. Het onderwerp wordt ten minste twee keer per jaar besproken in de gezagsdriehoek en op ambtelijk niveau. De gemeente heeft aandacht voor het fenomeen mensenhandel met de doelgroepen professionals én inwoners.

•De gemeente genereert inzicht in de situatie in de regio, door een omgevingsscan of risicoanalyse te doen van de sectoren die kwetsbaar zijn voor mensenhandel. Hiermee zijn mogelijke risicogroepen ook in beeld gebracht. Daar waar mogelijk, wordt gebruik gemaakt van beschikbaar (lokaal) cijfermateriaal.

•Er wordt structureel ingezet op het opbouwen van kennis over het signaleren van mensenhandel bij medewerkers van de gemeente. Er is jaarlijks terugkerende aandacht voor het onderwerp middels informatieavonden, brochures, webinars of andere vormen van communicatie.

•De gemeente heeft een beleidsplan opgesteld waarin alle onderdelen voor een geslaagde aanpak voor mensenhandel aan bod komen: te denken valt aan de organisatie van de opvang, duidelijkheid omtrent handhaving en preventie en voorlichting over mensenhandel.

Plateau 2:

•De gemeente heeft verderstrekkende bestuurlijke en ambtelijke aandacht voor het fenomeen mensenhandel en de doorwerking op uiteenlopende beleidsterreinen. Het onderwerp wordt meerdere keren per jaar besproken in de gezagsdriehoek en op ambtelijk niveau.

•De gemeente genereert inzicht in de situatie in de regio doordat een brede en veelomvattende omgevingsscan wordt uitgevoerd, waarbij niet alleen kwetsbare sectoren maar ook mogelijke slachtoffers(groepen) en andere actoren in beeld zijn gebracht. Er is ook sprake van verdergaand inzicht in het cijfermateriaal van de lokale en/of regionale situatie.

Samenwerking in de keten en/of regio

Plateau 1:

•De gemeente heeft een duidelijk beeld welke partijen een rol spelen bij de aanpak van mensenhandel, en de samenwerking met deze partijen is geregeld, bijvoorbeeld middels samenwerkingsafspraken.

•De samenwerking in de aanpak van mensenhandel is ingebed in bestaande samenwerkingsstructuren: het onderwerp komt bijvoorbeeld terug op regionale overlegtafels.

•De aanpak van de gemeente is aangesloten op de aanpak binnen de regio. De gemeente draagt daarmee effectief bij aan het verkrijgen van een landelijk dekkend stelsel van zorgcoördinatie.

Plateau 2:

•De gemeente heeft een breder besef van de verschillende rollen en verantwoordelijkheden van ketenpartners. De gemeente is niet alleen bekend met haar keten- en samenwerkingspartners, maar ze zijn ook bekend met elkaars specifieke kennis en expertise. Deze kennis is inzichtelijk gemaakt, bijvoorbeeld door middel van een ‘wegenkaart’.

•Er is sprake van een ketenregisseur op regionaal niveau. De ketenregisseur is verantwoordelijk voor de ketenaanpak richting slachtoffer en dader, en zorgt voor regionale strategische afspraken tussen ketenorganisaties.

Opvang van en hulpverlening aan slachtoffers en daders

Plateau 1:

•De gemeente neemt haar organisatorische en financiële verantwoordelijkheid voor de zorg en opvang van slachtoffers van mensenhandel serieus, ook waar de opvang regionaal of landelijk is georganiseerd.

•De gemeente heeft zorgcoördinatie voor slachtoffers geregeld met aandacht voor casemanagement en werkt aan het opbouwen en onderhouden van een regionaal en landelijk netwerk en het geven van voorlichting en preventie. De ingekochte opvang en hulpverlening voldoet aan kwaliteitscriteria.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.