Bijlage 2: Aanwezigheidspercentages
Aanwezigheidspercentages geven aan wanneer voor een functie de gebruikers aanwezig zijn en dus een parkeerplaats in gebruik hebben. Deze percentages zijn bepaald op basis van het CROW en zijn vertrekpunt voor de parkeerbalans. De aanwezigheidspercentages kunnen alleen worden toegepast wanneer de parkeergelegenheid toegankelijk is voor de verschillende doelgroepen (openbaar toegankelijke parkeerplaatsen).
Bijlage 3: Definities Parkeernormen (van bijlage 2)
Serviceflat
Een zelfstandige woonruimte waarbij in de huurovereenkomst minimaal de volgende aspecten zijn begrepen: een nood oproepinstallatie in de woning, maaltijden die door de verhuurder verstrekt worden, levering van eenvoudige medische of paramedische zorg door de verhuurder (indien nodig), gebruik van recreatieruimten en logeerkamers.
Aanleunwoning
Zelfstandige woonruimte voor ouderen of (licht) verstandelijk gehandicapten waarbij wel een fysieke en organisatorische relatie met een zorginstelling bestaat (niet-zijnde thuiszorg). Het zijn vaak woningen in de directe nabijheid van (of behoren tot) een zorginstelling, waarbij de mogelijkheid bestaat om desgewenst gebruik te maken van de diensten van de zorginstelling. Extramurale zorgwoningen met behoefte aan zorg op afroep. Het autobezit zal beperkt zijn. De te realiseren plaatsen zijn vooral bedoeld voor het opvangen van bezoek. Bij andersoortige woonconcepten voor lang vitale ouderen (bijvoorbeeld levensloopbestendige woningen) gelden de normen voor reguliere woningen.
Verpleeghuis en Verzorgingshuis
In een verpleeghuis krijgen bewoners behandeling, verpleging, zorg en begeleiding in een beschermde woonomgeving. Deze mensen hebben een beperking waarvoor uitgebreide zorg, verpleging en/of toezicht nodig is. Te denken valt aan mensen met verschillende vormen van dementie, zoals alzheimer. Een verpleeghuis is bedoeld voor intensieve zorg en/of zware medische behandelingen.
Een verzorgingshuis biedt uitgebreide zorg, ondersteuning en een beschutte woonomgeving aan mensen die door ouderdom of ziekte niet meer zelfstandig kunnen wonen, ook niet met hulp van naasten, mantelzorg of thuiszorg. Hier zijn alleen parkeerplaatsen nodig voor het opvangen van bezoek en personeel.
Bedrijfswoningen
Een bedrijfswoning is een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, waar de woning bij hoort. Een bedrijfswoning mag niet door derden bewoond worden. Dan is er sprake van een reguliere woning.
Buurtsupermarkt
Dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m 2 wvo) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied heeft.
Bed en Breakfast (B&B)
Is een kleinschalige overnachtings- en verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, binnen bestaande gebouwen, gevestigd in een woning of bijgebouw en geëxploiteerd door de hoofdbewoner(s) van het betreffende woonhuis, waarbij de bed & breakfastvoorziening zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan de woonfunctie. Onder een bed & breakfast voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur. Voor alle andere niet in de tabel opgenomen vormen van particuliere recreatieve verhuur (zoals de verhuur van een volledige woning via Airbnb) gelden de normen voor wonen.
Fullservice supermarkt
Dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood. De verkoopvloeroppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m 2 wvo.
Grote supermarkt XL
Grote supermarkten kenmerken zich door een (zeer) uitgebreid assortiment op een verkoopvloeroppervlakte groter dan 2.500 m 2 wvo. Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid.
Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen)
Een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.
Groothandel algemeen
Een groothandel is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.
Weekmarkt
Bij een weekmarkt en bij een kleine wijk-, buurt en/of dorpscentrum kunnen globale parkeerkencijfers gegeven worden. 1 m1 kraam = 6m2 BVO (indien geen pp achter de kraam dan + 1,0 pp per standhouder).
Kringloopwinkel
Een kringloopwinkel is een organisatie waar spullen kunnen worden gedoneerd die vervolgens in de winkel te koop worden aangeboden.
Bruin- en witgoedzaken
Het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden die aan de rand van de stad liggen.
Woonwarenhuis/woonwinkel (overig)
Dit zijn detailhandelszaken die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. In verband met het ontbreken van praktijkgegevens wordt aangeraden deze kencijfers ook te gebruiken voor meer gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.
Meubelboulevard/woonboulevard
Locatie, 'boulevard' waar winkels gevestigd zijn, meestal op loopafstand van elkaar of in een winkelcentrum, die producten verkopen die met wonen en interieur te maken hebben, vooral meubels.
Winkelboulevard
Een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grootschalige detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema).
Outletcentrum
Een outletcentrum bestaat uit een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m 2 wvo). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels.
Bouwmarkt
Detailhandel met een al dan niet geheel overdekt winkelvloeroppervlakte waarop het volledige assortiment van bouw en doe-het-zelf producten (zoals materieel en gereedschap, sanitair, elektra, verlichting en ruwe materialen, zoals hout, verf en schroeven, inrichtings- en kant en klaar-producten, keukens, badkamers, tegels, vloeren, vloerbedekking en behang) wordt aangeboden, met advisering over producten, toepassing en uitvoering, en aanvullende services waaronder verhuur van materiaal en gereedschap.
Tuincentrum (inclusief buitenruimte)
Het betreft de middelgrote en grootschalige detailhandelsvestigingen (> 1.000 m 2 wvo) in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht, zoals dierartikelen, seizoensartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).
Groencentrum (inclusief buitenruimte)
Het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m 2 wvo) die liggen in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde zaken, zoals tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties). Er worden geen seizoensartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).
Commerciële dienstverlening (met baliefunctie)
De commerciële of zakelijke dienstverlening is een breed begrip. Het betreft vaak commerciële dienstverlening aan bedrijven, zoals banken, accountancy, notarissen, advocaten, makelaars. Maar ook verhuurbedrijven, uitzendbureaus, beveiligings- en schoonmaakbedrijven. Kenmerk is de kantoorachtige omgeving waarin gewerkt wordt.
Kantoor (zonder baliefunctie)
Bouwkundig object bedoeld om mensen of organisaties in te huisvesten, specifiek afgestemd op zakelijke bezigheden of ambtelijke diensten.
Arbeidsintensieve / bezoekersextensieve bedrijven
Bedrijven waar veel mensen in dienst zijn en waar weinig bezoekers komen, zoals industrie, garagebedrijf, laboratorium, werkplaats.
Arbeidsextensieve / bezoekersintensieve bedrijven
Bedrijven waar weinig mensen in dienst zijn en relatief veel bezoekers komen.
Arbeidsextensieve / bezoekersextensieve bedrijven
Bedrijven waar weinig mensen in dienst of in de detachering werken en waar weinig bezoekers komen, zoals loods, opslag, groothandel, transportbedrijf.
Bedrijfsverzamelgebouw
Gebouw met een evenredige mix van kantoren (zonder baliefunctie), commerciële dienstverlening, arbeidsextensieve en/of bezoekersintensieve bedrijven.
Bioscoop
NB. 1 zitplaats is circa 3m2 BVO. Bij bioscopen/filmhuizen moet voor parkeren rekening worden gehouden met een eventuele overlap tussen twee voorstellingen (+ 40%). De normen betreffen de drukste voorstelling op de drukste dag van de drukste maand
Filmtheater/filmhuis
Een filmtheater of filmhuis is een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop.
NB. 1 zitplaats is circa 3m2 BVO.
Theater/schouwburg
NB. 1 zitplaats is circa 3m2 BVO.
Musicaltheater
Een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers. NB. 100 zitplaatsen is gelijk aan circa 840m2 BVO.
Bowlingcentrum
Een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.
Fitnessstudio/sportschool
Met fitnessstudio/sportschool wordt gedoeld op kleinschaligere voorzieningen (indicatie: circa 750 m 2 bvo) waar voor het overgrote deel alleen gebruikgemaakt wordt van fitnessapparaten.
Fitnesscentrum
Bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (> 1.500 m 2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellness-voorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie.
Sportzaal
Een sportzaal heeft het formaat van twee gymzalen en leent zich voor de meeste balsporten op trainingsniveau. Sportzaal: minimaal 22m x 28m en 7m vrije hoogte.
Sporthal heeft als basis de maatvoering van drie gymzalen, aangevuld met een kantine, tribune en parkeerplaatsen. Sporthal: minimaal 24m x 44m en 7m vrije hoogte;
Wellnesscentrum
Hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen kunnen worden. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk.
Golfoefencentrum (ook wel pitch & put genoemd)/Golfbaan (18 holes)
Al dan niet in combinatie met een golfbaan kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum wordt gevormd door bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green). Indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70 hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer.
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal
Indoorspeeltuinen zijn zelfstandig functionerende speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m 2 bvo tot 3.500 m 2 bvo.
Hotel
In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in een van de vijf sterrencategorieën. Een hotel met een ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren een luxehotel.
Gezondheidscentrum
Een gezondheidscentrum is een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en/of een consultatiebureau
Bijlage 4: Berekenen parkeeropgave & toepassing factoren
4.1 Berekenen parkeeropgave
De parkeeropgave wordt berekend door de omvang van de functie (oppervlakte of het aantal) te vermenigvuldigen met bijbehorende parkeernorm.
parkeeropgave = (omvang functie x parkeernorm)
De omvang en de functies komen uit het ontwikkelplan en de parkeernormen uit deze nota (bijlage 1).
4.2 Correctiefactor parkeerplaatsen op eigen terrein
4.3 De inzet van deelmobiliteit voor woonfuncties - mobiliteitsplan
Voor nieuwe woningbouwontwikkelingen kan reductie worden toegepast op de parkeernorm van vaste gebruikers (dus niet voor het bezoekersgedeelte van de parkeernorm). De initiatiefnemer stelt een mobiliteitsplan op. Het mobiliteitsplan omvat tevens een overeenkomst/contract met een aanbieder van deelmobiliteit voor minimaal de periode van 10 jaar.
Bij de inzet van deelmobiliteit kan de parkeeropgave voor bewoners met maximaal 10% worden verlaagd, waarbij de stelregel is dat één deelauto vijf eigen voertuigen vervangt. Deze stelregel is gangbaar in Nederland en wordt door meerdere gemeenten toegepast. Het faciliteren van deelmobiliteit wordt georganiseerd door de initiatiefnemer/ontwikkelaar en het mobiliteitsplan wordt getoetst aan de volgende criteria:
Kwantiteit en kwaliteit van het aanbod
•Het is voor toekomstige gebruikers aantrekkelijk als het aanbod divers en inclusief is. Dit betekent dat het aanbod verschillende deelvoertuigen omvat en waarbij een zekere mate van flexibiliteit (op afroep) mogelijk is.
Beschikbaarheidsgarantie
•Er dienen voldoende deelvoertuigen beschikbaar te zijn zodat de kans dat alle deelmobiliteit op een aantal piekmomenten bezet is of in gebruik geminimaliseerd wordt. In het plan moet worden aangetoond dat er (bijna) altijd deelmobiliteit (eventueel op afroep) beschikbaar is, ook op piekmomenten.
Loopafstand tot de deelmobiliteit
•Hoe wordt deelmobiliteit aantrekkelijk gemaakt? Is bijvoorbeeld de afstand de ‘eigen auto’s’ grotere dan van deelmobiliteit?
Betaalbaarheid
•Wat zijn de kosten van deelmobiliteit en kan het concurreren met een eigen auto? Het is denkbaar om een deel van de (vaste) kosten van deelmobiliteit, in de bijdrage van de VVE te verwerken, waardoor elke bewoner bijdraagt en de gebruikskosten per gebruiker van de deelmobiliteit lager worden.
Integratie met andere deelmobiliteit in de regio (MaaS)
•MaaS is een geïntegreerde mobiliteitsdienst, waarbij een klant via één platform zijn volledige reis van A naar B kan plannen, boeken en betalen. Ook wordt rekening gehouden met de persoonlijke (reis)voorkeuren van de gebruiker. Met een goede MaaS-oplossing is het bezit van een auto niet meer nodig.
De afspraken uit het mobiliteitsplan worden vastgelegd bij verlening van de vergunning.
Nb. Bij functies anders dan wonen moet de initiatiefnemer aantonen dat een (gedeeltelijke) andere invulling van mobiliteit past bij de desbetreffende doelgroep en in een mobiliteitsplan motiveren hoe de deelmobiliteit wordt georganiseerd en geborgd zodat de reductie op de parkeeropgave geen toename geeft op de bestaande parkeerdruk.
4.4 Non-lineaire toepassing parkeernorm bij uitbreiding Detailhandel en horeca
Als een winkel of horecavoorziening uitbreidt en dus dezelfde functie houdt, betekent een uitbreiding van 100% bruto vloeroppervlak (BVO) niet automatisch dat er ook tweemaal zoveel bezoekers worden verwacht.
Er kan een reductiefactor worden toegepast op de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen op basis van de parkeernorm. Deze reductiefactor is afhankelijk van de omvang van de uitbreiding en van de grootte van de huidige functie. De reductiefactor op de oorspronkelijke parkeernorm voor uitbreiding van een bestaande functie wordt beschreven door de formule:
y (reductiefactor) = 1 – (oorspronkelijk bvo / uiteindelijk bvo)
Deze formule leidt bij kleine uitbreidingen tot een grotere reductiefactor (een relatief lage parkeernorm), bij grote uitbreidingen is sprake van een lagere reductiefactor (de parkeernorm benadert de oorspronkelijke parkeernorm).
4.5 Gebruik te maken van restcapaciteit in de omgeving
In de basis wordt de parkeeropgave opgelost op eigen terrein. Als het niet mogelijk is om (alle) parkeerplaatsen te realiseren op eigen terrein, kan het gebruik van private parkeerplaatsen op loopafstand van de ontwikkellocatie uitkomst bieden. Het huren van parkeerplaatsen wordt in eerste instantie niet gezien als een duurzame parkeeroplossing, mits het getekende huurcontract een garandeerde looptijd heeft van minstens 15 jaar.
Wanneer er onvoldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden aangelegd en mocht het gebruik van private parkeerplaatsen op loopafstand ook geen uitkomst bieden, dan kan worden onderzocht of er restcapaciteit van openbare parkeerplaatsen beschikbaar is op loopafstand van de nieuwe functie. Binnen de gestelde loopafstanden tot een te ontwikkelen functie kan de initiatiefnemer eventuele restcapaciteit benutten.