Aanhef
Het college van de gemeente Heemstede;
overwegende dat het wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor de wijze waarop de gemeente omgaat met parttime zelfstandigen in de bijstand;
Besluit vast te stellen de:
Beleidsregels parttime zelfstandigen Participatiewet Heemstede 2017
Hoofdstuk 2 Voorwaarden voor parttime zelfstandigen in de bijstand
Voorwaarden voor parttime zelfstandigen in de bijstand:
Ad.1 Activiteiten mogen reguliere arbeid in loondienst niet in de weg staan
De verplichtingen tot arbeidsinschakeling (artikel 9 van de Participatiewet) blijven van kracht. Men heeft immers de verantwoordelijkheid zo snel mogelijk volledig zelf in het bestaan te voorzien. Dit betekent dat de re-integratie en sollicitatieverplichting van kracht blijven. De parttime zelfstandige activiteiten mogen reguliere arbeid in loondienst niet in de weg staan.
Wel zal een realistische kijk op het geheel moeten plaatsvinden. Immers, klanten met weinig of geen
arbeidskansen hebben op deze wijze wellicht een kans om door te starten en onafhankelijk van een
uitkering te worden.
Ad. 2 Arbeidstijd te besteden aan zelfstandige activiteiten
Dit is afgeleid uit jurisprudentie en het gegeven dat men beschikbaar moet blijven voor arbeid in
loondienst. Aansluiting wordt dan ook gezocht bij de grens waarmee men niet in aanmerking komt voor de zelfstandigenaftrek voor de belastingheffing. Hiervoor moet men 1225 uur per jaar als zelfstandige werkzaam zijn (artikel 1b onderdeel 2 van de Bbz). De grens geldt voor zowel de klant als diens partner samen. Het mag niet zo zijn dat men ieder 50%, totaal 100%, met zelfstandige activiteiten bezig is.
Bij een doorgroei waarbij de grens van 1225 uur op jaarbasis wordt overschreden, heeft men de
keuze om de activiteiten terug te brengen, dan wel door te starten. Bij een doorstart richting
zelfstandig bedrijf of beroep biedt het Bbz de mogelijkheid van een voorbereidingsperiode,
waarbij tevens beperkte kredietverlening kan plaatsvinden.
Ad. 3 Wettelijke vereisten
Men zal aan de vestigingseisen moeten voldoen die in de branche gebruikelijk zijn. Verder valt te
denken aan vergunningen (bijvoorbeeld milieuvergunning), diplomavereisten en een BTW-nummer.
Ad. 4 Bedrijfskosten
De bedrijfskosten dienen in verhouding te staan tot de omvang van het bedrijf. Reclame- en
promotiekosten mogen niet excessief worden opgevoerd. Investeringen zijn niet toegestaan.
Er dient te worden voorkomen dat de klant door het opvoeren van bijvoorbeeld hoge promotiekosten,
marktvoordelen zou kunnen behalen.
Ad. 5 Er moet een deugdelijke boekhouding gevoerd worden
De klant dient een boekhouding te (laten) voeren om de inkomsten uit parttime zelfstandige activiteiten te kunnen vaststellen. Bij een heronderzoek of eerder als gewenst, dient deze ter inzage te worden gegeven. Tevens moeten de jaarstukken en/of kopie van de aangifte inkomstenbelasting worden overgelegd, alsmede de definitieve aanslag inkomstenbelasting. Bij een omzet lager dan € 2.500 per kalenderjaar kan worden volstaan met een omzetspecificatie.
Ad. 6 Inkomsten worden per maand volledig gekort, waarbij geen reservering voor belastingaanslagen mag plaatsvinden
De inkomsten minus directe kosten (zie hoofdstuk 3) worden volledig op de uitkering in mindering gebracht. Voor deze klanten is ook de parttime premie uit de Re-integratieverordening van
toepassing.
Inkomsten worden in principe per maand verrekend.
Als de inkomsten in positieve zin erg fluctueren zullen conform de bijstandsystematiek ook de
meerinkomsten verrekend worden in de maanden hierop volgend. Op deze manier wordt voorkomen
dat hoge vorderingen ontstaan.
Er vindt jaarlijks verrekening plaats op basis van de definitieve jaarcijfers. Dit kan inhouden dat
alsnog een terugvordering plaats dient te vinden. Dit is het geval als op basis van het uiteindelijke
bedrijfsresultaat blijkt dat het inkomen hoger is, dan waarmee eerder rekening is gehouden.
De in aanmerking te nemen netto winst is in werkelijkheid bruto inkomen, waarover nog geen
belasting en premieheffing is betaald. Indien een klant achteraf een aanslag van de Belastingdienst
ontvangt, wordt voor deze aanslag (bijzondere) bijstand verleend, als geen kwijtschelding
mogelijk is. Er mag vooraf geen verlaging van het inkomen plaatsvinden in verband met een mogelijke
aanslag van de Belastingdienst. Voor de zelfstandige als bedoeld in het Bbz is dit wel geregeld.
Jaarlijks wordt de klant uitgenodigd door de consulent. Onderwerpen van bespreking zijn onder
andere de rechtmatigheid van de uitkering en het toekomstperspectief van de marginaal zelfstandige. Bezien wordt of er mogelijkheden zijn om de werkzaamheden verder uit te breiden, zodat het Bbz de aangewezen regeling is, dan wel het raadzaam is de activiteiten te beëindigen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de activiteiten geen bijdrage leveren aan het verminderen van de bijstandsbehoefte, dan wel de activiteiten krijgen het karakter van een ‘betaalde hobby’.