Gemeentelijke regelgeving

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Gemeente Heemstede · geldt sinds 9 juni 2023

Bijlage 1: Beleidscyclus

Dit Beleidskader beslaat een aantal onderdelen van de beleidscyclus zoals beschreven in het Besluit Omgevingsrecht (Bor). Dit zijn het strategische en operationele beleidskader. In het Bor zijn eisen vastgelegd (procescriteria) waaraan elke professionele VTH-organisatie moet voldoen.

Deze eisen hebben tot doel om de uitvoering van de VTH-taken op een adequate, herkenbare en structurele wijze te laten verlopen. De beleids- cyclus bestaat uit een model met een logische aaneenschakeling van diverse bestuurlijke en uitvoerende werkprocessen.

Dit Beleidskader gaat over stap twee en drie van de beleidscyclus: het strategisch en het operationeel beleidskader. De andere onderdelen van de cyclus beschrijven we hier wel, maar zijn niet tot in detail uitgewerkt.

Het model hiernaast beschrijft zeven stappen in het beleidsproces.

1Rapportage & evaluatie

artikel 7.2, tweede lid en artikel 7.7 Bor

2Strategisch beleidskader

artikel 7.2, tweede lid Bor

3Operationeel beleidskader

artikel 7.2, vierde lid Bor

4Planning & control

artikel 7.2, 7.3 en 7.5 Bor

5Voorbereiden

6Uitvoeren

7Monitoren

Analyse

Om tot een strategisch beleidskader te komen maken wij een analyse op gebied, risico’s en problemen. Dit is een onderdeel van de eerste stap uit de beleidscyclus: rapportage & evaluatie. In deze gebied-, risico- en probleemanalyse beoordelen wij het effect van niet-naleving en de kans dat niet-naleving zich voordoet. De resultaten van stap één worden in deze analyse meegenomen.

Deze analyse geeft inzicht in de grootste risico’s voor de leefomgeving.

Strategisch beleidskader

Het strategisch beleidskader is de tweede stap van de beleidscyclus en bestaat uit de volgende onderdelen:

•De prioriteiten die met behulp van de analyses zijn gekozen, aanvullend met eigen prioriteiten van de deelnemers.

•Meetbare beleidsdoelstelling.

Operationeel beleidskader

Het operationeel beleidskader is de derde stap van de beleidscyclus. Dit kader bestaat uit een strategie voor vergunningen, toezicht en handhaving oftewel de VTH-strategie. De VTH- strategie bestaat uit de volgende onderdelen:

•Vergunningenstrategie.

•Toezicht- en preventiestrategie.

•Handhaving- en gedoogstrategie.

Hierin staat beschreven hoe de uitvoering van de VTH-taken plaatsvindt.

Planning & control

Ons uitvoeringsprogramma vormt het hart, stap vier, van de beleidscyclus. Wij stellen jaarlijks een uitvoeringsprogramma op, dat bestuurlijk wordt vastgesteld door onze deelnemers.

Ons uitvoeringsprogramma bevat:

•Activiteiten die worden uitgevoerd voor vergunningen, toezicht en handhaving.

•Een beschrijving van de wijze waarop dit bijdraagt aan de doelstellingen van het strategisch beleidskader.

•Concrete operationele afspraken met andere (keten)partners.

•Overige uitvoeringstaken bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en energie.

Voorbereiden

Stap vijf van de beleidscyclus, het voorbereiden, betekent dat de organisatorische randvoorwaarden aanwezig zijn om taken uit te kunnen voeren. De organisatie werkt op basis van vooraf vastgestelde procedures, processen, protocollen en strategieën. Het personeelsbeleid is, evenals het financieel beleid, gericht op het voldoen aan de kwaliteitsverordeningen (op basis van de op dit moment geldende kwaliteitscriteria 2.3) van de partners. Denk hierbij aan kennis en opleidingseisen die aan medewerkers worden gesteld. Voor het financieel beleid gaat het hier om de kadernota, begroting en jaarrekening.

Uitvoeren

Stap zes van de beleidscyclus betreft de daadwerkelijke uitvoering, dus het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhavend optreden. Wij hanteren hierbij onder andere de volgende uitgangspunten:

•Vergunningverlening is gescheiden van toezicht en handhaving (artikel 7.4, onder b van het Bor).

•Personeel rouleert regelmatig zodat een bedrijf door verschillende toezichthouders wordt gecontroleerd (artikel 7.4, onder c van het Bor).

Monitoren

Voor het monitoren van processen, resultaten en effecten, stap zeven uit de beleidscyclus, hebben wij een systematiek. De resultaten en de voortgang van de uitvoering zijn hierdoor inzichtelijk. De bestuursrapportages en het jaarverslag geven inzicht in de monitoringsresultaten. Deze resultaten vormen de input voor de rapportage & evaluatie (stap 1). Voor het monitoren van het effect van vergunningverlening, toezicht- en handhavingstaken gebruiken wij indicatoren.

Rapportage & evaluatie

De monitoringsresultaten zijn belangrijke bouwstenen voor stap één van de beleidscyclus, rapportage & evaluatie. Onderdelen van de rapportage & evaluatie voor de uitvoeringstaken zijn:

•Twee tussentijdse verantwoordingsrapportages (bestuursrapportages).

•Een jaarlijkse verantwoordingsrapportage (jaarverslag).

•Een jaarlijkse evaluatie of bijstelling van de beleidsdoelstellingen indien dit noodzakelijk is (in het jaarverslag/uitvoeringsprogramma).

•Een vierjaarlijkse, dan wel periodieke, beleids evaluatie die in gaat op de bijdrage aan beleids- doelen, de beheersing van risico’s en of beleid.

•Vierjaarlijks, dan wel periodiek, de risico’s in kaart brengen met een risicoanalyse.

•Vierjaarlijks, dan wel periodiek, bijstellen of herzien van het beleidskader, doelen en prioriteiten.

Op de volgende pagina’s leest u schematisch een nadere uitwerking op de beleidscyclus, ter verduidelijking op bovenstaande. Het schema geeft per onderdeel aan hoe rollen en verantwoordelijkheden verdeeld zijn en welke taken en producten aan de orde zijn. Tevens blijkt uit dit schema hoe de verschillende onderdelen gekoppeld zijn aan de wettelijke eisen uit het Bor.

Rollen in de VTH-beleidscyclus

Onderdeel

Wie aan zet

Taak/producten

Toelichting

Bor

Rapportage & evaluatie

ODIJmond

Tertaalrapportage /jaarverslag

Toetsing van behalen eerder vastgestelde operationele doelen, vastleggen van behaalde (tussentijdse) resultaten. Ter kennisgeving GS /B&W.

Artikel 7.7

Deelnemer

Beleidsevaluatie

(jaarlijks of i.i.g. elke 4 jaar)

Zijn gestelde doelen behaald, worden de adequate instrumenten daartoe ingezet, etc..

Artikel 7.7

ODIJmond

Risico- en probleemanalyse (jaarlijks of i.i.g. elke 4 jaar)

Een integrale risicoanalyse uitvoeren in samenwerking en afstemming met andere regionale ketenpartners en deelnemers. Vastelling GS/B&W als beleidsbepalende partij.

Artikel 7.2 en Mor (artikel 10.3 eerste lid)

Strategisch beleid

Deelnemer / ODIJmond

(advies /kennisrol)

Opstellen en vaststellen van VTH-beleid inclusief:

•prioritering per beleidsveld op basis van de risico- en probleemanalyse

•het bepalen van meetbare beleidsdoelen per beleidsveld

•inzicht geven in samenwerkingsverbanden

ODIJmond adviseert ten aanzien van prioriteiten en SMART- doelstellingen die de deelnemer in het beleid op kan nemen. Realiseren van samenwerkingsverbanden /overeenkomsten, gericht op de uitvoering van bijvoorbeeld toezichttaken. Realiseren van gestelde beleidsdoelen en beleidscyclusonderdelen zoals de taak en een integrale risicoanalyse. Advisering over projectmatige aanpak van specifieke doelgroepen of thema’s (lokaal, landelijk).

Artikel 7.2 en

artikel 7.5

Deelnemer

Budget voor capaciteit

Budget, passend bij de gestelde doelen en prioriteiten, wordt beschikbaargesteld.

Artikel 7.5

Operationeel beleid

Deelnemer / ODIJmond

(advies /kennisrol)

VTH-strategie bestaandeuit:

•vergunningen-strategie

•preventie-strategie

•toezichtstrategie

•handhaving-strategie (LHS)

•sanctiestrategie

•gedoogstrategie

Beschrijven van vergunningen-, preventie-, toezicht- en hand- havingsinstrumenten, toepassing van deze instrumenten op doelgroepen, de processen, de beoogde kwaliteit en de werking hiervan in de toezichtmatrix.

Artikel 7.2

ODIJmond

(advies /kennisrol)

Toezichtmatrix /doelgroepanalyse

Welk instrument /interventie zet je op welke doelgroep in, een gedifferentieerde aanpak.

Jaarlijkse bijstelling wanneer nodig als onderdeel van het uitvoeringsprogramma.

Artikel 7.2

Rollen in de VTH-beleidscyclus

Onderdeel

Wie aan zet

Taak/producten

Toelichting

Bor

Programma en organisatie

ODIJmond (steller) /

deelnemer (besluit)

•Uitvoeringsprogramma (ODIJmond)

•Het inzetten van capaciteit

Jaarprogramma’s (VTH), toewijzen beschikbare capaciteit om de vastgestelde doelen en prioriteiten te behalen.

Artikel 7.3 en

artikel 7.5

Deelnemer

Uitvoeringsprogramma (indien integraal) koppelen met uitvoerings- programma ODIJmond

Verwijzen naar uitvoeringsprogramma ODIJmond.

ODIJmond

Organisatorische condities

Scheiding vergunningverlening en handhaving, rouleren personeel, 24-uurs bereikbaarheid.

Artikel 7.4

ODIJmond

Kwaliteitsborging

Kwaliteitsbeleid en doelstellingen, wijze van borgen.

Voorbereiding

ODIJmond

•Protocollen en werkinstructies

•Planning voor uitvoering

Systeem voor planning op orde. Ook protocollen voor communicatie, informatiebeheer en -uitwisseling en werkprocessen. Dit zijn interne bedrijfsvoering-processen.

Artikel 7.4

ODIJmond

Interne en externe afstemming

Uitvoering

ODIJmond

Het inzetten van de capaciteit zoals is overeengekomen in het uitvoeringsprogramma

Intern bedrijfsvoeringproces.

ODIJmond

Uitvoering ondersteunende voorzieningen

Intern bedrijfsvoeringproces.

Monitoring

ODIJmond

•Data verzamelen uit registratie- systeem

•Monitoring van de kwaliteit van de resultaten (resultaten en mogelijke effecten hiervan)

•Weergave in jaarverslag

Zorgen dat de juiste data wordt geregistreerd, beheerd en geanalyseerd ten behoeve van de jaarrapportages en de periodieke beleidsevaluatie.

Artikel 7.6

Bijlage 2: Evaluatie Beleidskader VTH-milieu 2019-2022

Hoofddoelstelling

Geformuleerd doel

Met de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het werkgebied draagt ODIJmond bij aan het bereiken en in stand hou­ den van een veilige en duurzame leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.

Realisatie

Over het algemeen kan gesteld worden dat zowel overheidspartijen, ondernemers en inwoners graag met ODIJmond samenwerken, dan wel de uitvoering van taken en afhandeling van vragen en verzoeken door ODIJmond als proactief, begrijpelijk en deskundig worden getypeerd. Naast investeren in opleidingen en vaardigheden om de vereiste kennis en kunde van medewerkers op adequaat niveau te houden, zijn houding en gedrag belang- rijke factoren waar aandacht aan wordt gegeven bij ODIJmond. De juiste houding en gedrag maken constructieve samenwerking mogelijk en maken de acceptatie en het begrip bij ondernemers en inwoners groter voor de belangen die ODIJmond beschermt bij haar taakuitvoering. Dat vertaalt zich binnen het VTH-spoor in een relatief laag aantal handhavingsbeschikkingen en bezwaar- en beroepzaken. Buiten het VTH-spoor zien wij dit terug in onder meer succesvolle samenwerkingen als IJmond Bereikbaar en GreenBiz IJmond, in stimuleringsacties en in drukbezochte (online) voorlichtingsavonden over duurzame energie.

Vergunningverlening

Geformuleerd doel

ODIJmond levert vergunningen en maatwerk van hoog (adequaat) niveau, op basis van een zorg­ vuldige en transparante afweging van belangen met als resultaat beperking­ en waar mogelijk terugdringing­ van de milieudruk op de omgeving.

Realisatie

Het aantal bezwaar- en beroepsprocedures is in de periode 2019 tot heden beperkt geweest. Een reden hiervoor is waarschijnlijk dat een concept van het besluit met de aanvrager wordt besproken en aan de aanvrager wordt toegelicht. In de gevallen waarin het toch tot een bezwaar of beroep komt, houdt het merendeel van de vergunningen en maatwerkvoorschriften (>90%) stand.

Het is in de periode 2019 tot heden nog niet volledig gelukt alle besluiten in het kader van een vergunningprocedure binnen de wettelijk gestelde termijn te nemen. Dit heeft vaak te maken met verschil van inzicht met de aanvrager over de typering van activiteiten, soms met het onvoldoende betrokken worden aan de voorkant van de procedure (in het geval van een aanvraag zonder vooroverleg) en regelmatig omdat aanvragen rijkelijk laat worden doorgezonden vanuit het loket waar de aanvraag initieel is ingediend. Aangezien voor nagenoeg alle procedures die wij voeren geen lex silencio positivo geldt, leidt het uit de termijn lopen van een aanvraag niet tot een van rechtswege verleende vergunning. De inzet blijft erop gericht in de voorfase van een vergunningprocedure afstemming te zoeken en zo de procedure soepel te kunnen doorlopen. Indien zicht op legalisatie bestaat, wordt gekeken of voor de periode tot aan het verlenen van de vergunning een gedoogbeschikking tot de mogelijkheden behoort. Op die wijze kunnen de aangevraagde activiteiten gereguleerd plaatsvinden.

Vrijwel de meeste vergunningen voor de inrichtingen waarop wij toezien zijn actueel. Het aantal vergunningen dat ouder is dan tien jaar is inzichtelijk. Van deze vergunningen heeft actualisatie geen spoed in verband met de milieurelevantie van de activiteit(en) of de ontwikkeling(en) binnen het betreffende bedrijf. Deze vergunningen worden geactualiseerd op het moment dat de noodzaak zich daartoe aandient, of ruimte bestaat binnen het werkpakket. Dit is overeenkomstig de vergunningsstrategie.

Met het digitaal inzichtelijk maken van de milieubelasting van (vergunde) activiteiten in een gebied, afgezet tegen andere omgevingsfactoren, is de afgelopen jaren reeds voorgesorteerd op de komst van de Omgevingswet (Ow). Deze informatie biedt de basis voor de, door de gemeenten, op te stellen omgevingsvisies en omgevingsplannen en een integrale benadering van de leefomgeving.

Toezicht en handhaving

Geformuleerd doel

ODIJmond bereikt door toezicht en handhaving bewustwording van de geldende regelgeving met als effect een verhoogde mate van naleving die regelgeving en vermindering van het aantal incidenten, klachten en handhavingsverzoeken.

Realisatie

ODIJmond heeft de mogelijkheden onderzocht om direct na de eerste toezichtscontrole, op het moment dat daarbij geen overtredingen worden geconstateerd, het toezichtsrapport digitaal ter beschikking te stellen aan de gecontroleerde ondernemer. Dit zodat voor de ondernemer direct inzichtelijk dat aan de regelgeving wordt voldaan. Dit maakt op termijn het uitdoen van een papieren brief overbodig. De evaluatie heeft naar voren gebracht dat het wenselijk is om de keuze hierop bij degene die gecontroleerd wordt te laten. Daarmee wordt voldaan aan de wens van het klant- tevredenheidsonderzoek van voorgaande jaren. Ondernemers hebben nu de keuze om een brief te ontvangen of het digitale toezichtsrapport.

Als de keuze is gemaakt voor een brief of er is sprake van een overtreding (er wordt dan altijd een brief verstuurd) wordt nog niet in alle gevallen die brief binnen twee weken na de controle verzonden. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat vaak nog documentatie moet worden nagezonden, of ruimte wordt gegeven de overtreding op te lossen alvorens een brief uitgaat (de betreffende overtreding wordt dan wel in de brief opgenomen met daarbij vermeld dat deze ongedaan is gemaakt).

De afgelopen jaren is hard gewerkt aan de inrichting van een branchegerichte bibliotheek binnen Digitale Checklisten. De doelgroepen waarop wij toezien zijn onderverdeeld in branches, waarna per doelgroep een digitale checklist is opgesteld. Op basis van het gebruik van deze checklisten wordt een zich steeds verder verdiepend inzicht verkregen in hoe het naleefgedrag zich ontwikkelt. Het project dataloggers is een voorbeeld van de toepassing van deze methodiek. Ook in de ketenaanpak asbest, bodem en afval wordt op deze wijze gewerkt.

Inmiddels wordt een groot deel van onze toezichtstaak programmatisch en risicogestuurd ingericht. Dit betekent dat we, voorafgaand aan de uitvoering, eerst een grondige analyse maken van een branche of problematiek. In die analyse kijken wij waar de kans op niet-naleving het grootst is en welke oorzaken aan niet-naleving ten grondslag liggen. Op basis van die analyse bepalen wij waar het toezicht zich op toespitst en van welk instrumentarium gebruik wordt gemaakt. Wij verantwoorden hierop in onze rapportagecylcus (uitvoeringsprogramma-bestuursrapportages- jaarverslag). Onze aanpak is erop gericht toe te werken naar een heldere en eenduidige structuur.

Het percentage inrichtingen dat haar overtredingen met de eerste hercontrole beëindigde bedroeg in 2021 80% over het gehele werkgebied. Na de tweede hercontrole is ruim 91% van alle geconstateerde overtredingen opgelost. Bij minder dan 9% van de gevallen is een vooraankondiging last onder dwangsom of bestuursdwang noodzakelijk.

Het aantal handhavingsbeschikkingen (last onder dwangsom of bestuursdwang) dat jaarlijks door ODIJmond wordt opgelegd is minimaal. Het merendeel van de geconstateerde overtredingen wordt opgelost voor de eerste hercontrole en een deel vervolgens voor de tweede hercontrole.

In een aantal gevallen, van het toch al lage aantal handhavingsbeschikkingen dat wij opleggen, wordt bezwaar en soms ook beroep ingesteld.

Van de uiteindelijk 45 handhavingsbeschikkingen die in 2021 zijn opgelegd is tegen ongeveer 15% bezwaar of beroep ingesteld. 80% Hiervan houdt stand in een dergelijke procedure. Dit lijkt weinig maar betrof in de praktijk een zaak die daarmee op het al geringe aantal zaken het percentage drukt.

Samenwerking en data

Geformuleerd doel

ODIJmond is een toonaangevende dienst op het gebied van informatie­uitwisseling, samenwerking met de handhavingspartners en afgestemd han­ delen op zowel strategisch, tactisch en operati­ oneel niveau. Daarmee draagt ODIJmond bij aan level playing field op regionaal en landelijk niveau, ontwikkelt zij een volledig beeld van de problema­ tiek die speelt en realiseert zij een efficiënte inzet van toezichthouders en handhavers.

Realisatie

ODIJmond verzamelt voor haar deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland zowel op landelijk, als op regionaal, niveau informatie om door te vertalen naar onze handhavingspartners. Hiermee zijn wij een belangrijk informatieverzamelpunt en een belangrijke bron van informatie.

ODIJmond is tot en met februari 2021 voorzitter geweest van het Vakberaad Handhaving onder OD.NL. Dit voorzitterschap is overgedragen aan de DCMR (Milieudienst Rijnmond). ODIJmond neemt nog steeds deel aan dit vakberaad waar alle 29 omgevingsdiensten in vertegenwoordigd zijn. Hierin wisselen informatiemakelaars van omgevingsdiensten, provincie, andere inspectiediensten en politie en justitie informatie uit. Ook zijn wij voorzitter van het casusoverleg Noord- Holland en Utrecht op de keten asbest.

Onze collega’s nemen deel aan de initiatiefgroep met andere omgevingsdiensten voor de ontwikkeling van VTH onder de Ow. Wij zijn de landelijk trekker voor verschillende branche-aanpakken zoals ZZS, tankstations en metaalrecycling. De uitvoering en afwegingen vinden daarbij steeds op regionaal en lokaal niveau plaats. Deze trekkersrol zie je ook terug in de opdracht verstrekt door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om

de BES-eilanden (Bonaire, Saba en Sint Eustatius) te ondersteunen met onze expertise op onder andere de branche-aanpak en daarbij behorende onderwerpen. Vanuit deze landelijke overleggen zorgt ODIJmond er onder andere voor dat projecten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Aandachtspunt blijft een goede informatie- uitwisseling tussen verschillende omgevingsdiensten en ketenpartners onderling. De actualiteit van data is daarbij het voornaamste item.

De AVG is hierin verankert door het hebben van een Functionaris Gegevens Bescherming.

Ontwikkelingen

Het omgevingsrecht blijft de komende jaren in beweging. Onder invloed van een aantal ontwikkelingen.

De belangrijkste daarvan voor ODIJmond en haar gemeenten zijn:

•Komst van de Omgevingswet en de ontwikkeling van omgevingsvisies en –plannen.

•Energietransitie en circulaire economie.

•Asbestdakenverbod.

•Toenemende (regionale) samenwerking met handhavingspartners en brede aanpak omgevingsproblematiek.

•Dataverzameling en –deling.

Ook de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving worden geraakt door deze ontwikkelingen. Tegelijkertijd kan via de uitvoering van deze taken bijgedragen worden aan realisatie van de doelstellingen van gemeenten en provincie op deze vlakken. Dat vraagt om keuzes in de ontwikkelrichting van VTH bij ODIJmond.

In het VTH Beleidskader 2019-2022 waren daarom de volgende ontwikkelingen opgenomen:

•Gebiedsgerichte aanpak

•Grip op activiteiten

•Ketens

•Verbrede aanpak omgevingsproblematiek

•Asbestdaken

•Energietransitie en circulaire economie

•Ow en VTH

•Ow en data

•• Landelijke prioriteiten/thema’s/NIA

•Handhavingsbeleid

•Rol medewerker omgevingsrecht

Evaluatie

De gebiedsgerichte aanpak is waardevol gebleken en heeft zeker een meerwaarde. Het hebben van oren en ogen in de regio heeft een grote meer­ waarde. Wel ligt de focus daarbij vaak op regio IJmond.

Afgelopen periode lag de focus nog meer naar binnen dan dat deze naar buiten gericht was. Er is in deze periode een aanzet gemaakt om met het gebiedsgericht werken het gehele werkgebied concreet in beeld te krijgen en de juiste mensen in te zetten op een specifiek probleem.

Eerder hebben er pilots gedraaid om te kijken of en hoe zelftoezicht door bedrijven te realiseren is. Gebleken is dat deze term inmiddels verouderd is. Andere partners, zoals de brandweer, voeren dit toezicht nu uit onder de noemer van ‘vernieuwend toezicht’. Ook is er vanuit digitale checklisten veel mogelijk om dit type toezicht te ondersteunen.

De media wordt nu ook nog niet altijd optimaal betrokken bij dit type toezicht.

Het bedrijfsbestand van ODIJmond is, met een kleine afwijking door bijvoorbeeld recent verhuizen of stoppen van een bedrijf, actueel.

Er wordt vaak gesproken over het integraal uitvoeren van inspecties. Deze inspecties zijn op twee manieren uit te leggen: inspectie waarbij meerdere controlerende overheidsinstanties aanwezig zijn of een inspectie op meerdere aspecten, waarbij het dan in het geval van ODIJmond gaat om milieu/brand/bouwen, uitgevoerd door één inspecteur. Omdat er, door alle ontwikkelingen op dit moment, in dit laatste geval steeds meer van deze inspecteur verwacht wordt is het naar de toekomst toe belangrijk om te kijken naar de verhouding tussen integrale inspecteur en specialist.

ODIJmond is al enkele jaren bezig met het houden voor toezicht op de ketens (asbest, afval en grond). Hierbij is veel aandacht voor de start van de keten. Het doorlopen van de gehele keten is een punt van aandacht.

Ondermijning speelt steeds meer een rol in omgevingsproblematiek. ODIJmond speelt hier, ook doordat zij zelf BOA’s in dienst heeft, een belangrijke rol in. Ook heeft zij in alle gemeenten een belangrijke oor-, oog- en neusfunctie. Dit signaal- toezicht is geen specialisme van ODIJmond.

In de periode dat het kader vigerend was zijn er veel asbestdaken in kaart gebracht. Sinds het begin van het project heeft ODIJmond bijna 39.000 m2 in kaart gebracht.

In de periode 2019-2022 is er veel aandacht voor energie(transitie) geweest. Ook het inzetten van een datalogger, en het daarvoor opleiden van medewerkers, heeft in deze periode veel plaatsgevonden.

Onderwerpen als energietransitie, klimaatakkoord, energiebesparingsakkoord, circulaire economie, gezondheid en luchtkwaliteit zijn een belangrijk onderdeel in de programmering en uitvoering van ODIJmond. Naar de toekomst toe zal dit steeds meer worden.

Afgelopen periode is er voor wat betreft de Ow ingezet op het trainen van collega’s, is het inrichtingenbestand omgezet naar milieubelastende activiteiten, is er een interne werkgroep voor de implementatie van de Ow opgericht en wordt er aangehaakt bij de gemeenten met betrekking tot het opstellen van de omgevingsvisies en omgevingsplannen.

In de afgelopen periode is er aandacht geweest voor landelijke thema’s als WEELABEX en GBES.

Conclusie

Aankomende jaren is het belangrijk om de ge­ biedsgerichte aanpak te behouden en verder uit te werken. Daarbij is de samenwerking met keten­ partners en het maken van gedegen analyses zeer belangrijk. Ook de focus meer verdelen over het gehele werkgebied is een punt van aandacht.

Het werken aan de hand van thema’s, bijvoorbeeld gezondheid en imago, is iets wat in de gesprekken met bestuurders vanuit deze aanpak is mee­ genomen.

Vanuit deze gesprekken, en ook vanuit de interne evaluatie, zijn de volgende thema’s naar voren gekomen:

•Leefbaarheid

•Gezondheid

•Veiligheid

•Duurzaamheid

•Financiële risico’s

•Bestuurlijke risico’s

Zowel tijdens de interne evaluatie als de evaluatie met partners kwamen tien prioriteiten naar voren. Deze zijn genoemd in hoofdstuk 5.1. Deze prioriteiten, gekoppeld aan de thema’s, vormen een belangrijk onderdeel van dit nieuwe Beleidskader.

Digitale checklisten inzetten op het gebied van vernieuwend toezicht en in dit toezicht samen werking met partners opzoeken is wenselijk. Ook kan deze manier van werken worden ingezet binnen bijvoorbeeld het Energiebesparingsakkoord. Deze manier van werken zal ook veel data opleveren die weer gebruikt kan worden in de analyses. Analyses liggen ten grondslag aan het risico- gericht- en informatiegestuurd werken en zijn daarmee een belangrijk onderdeel van de basis voor de beleidscyclus.

De media hierin betrekken, door vooraf berichtgeving te laten doen en achteraf een artikel te laten plaatsen, kan ook bijdragen aan een zo optimaal mogelijk resultaat.

Het actueel hebben van het bedrijfsbestand is niet alleen voor het uitvoeren van toezicht en handhaving van belang maar ook voor gemeenten. Bij het opstellen van stikstofbeleid is dit bijvoorbeeld een belangrijke bron van informatie.

Om het gewenste niveau en efficiënte uitvoering van inspecties te behouden belangrijk om inzichtelijk te hebben welke inspecties door een integrale inspecteur uitgevoerd kunnen worden, wanneer de specialist inzicht komt en welke kennis en vaardigheden deze beide dienen te bezitten.

Op het gebied van ketens heeft ODIJmond veel expertise in huis. De komende vier jaar is er aandacht om de ketens van begin tot het eind aan te pakken dus van de kop tot aan de staart met een analyse die weer input is voor verdere acties/ programmering.

Het blijft belangrijk voor ons om met gemeenten af te stemmen wat wij door middel van onze signaalfunctie bij kunnen dragen aan de omgevingsproblematiek in de betreffende gemeenten.

In dit Beleidskader hoeft het onderwerp asbest- daken niet meer als prioriteit aangemerkt te worden. Het asbestdakenverbod is inmiddels van de baan omdat er door de Eerste Kamer niet is ingestemd met de wetswijziging Wet milieubeheer die het asbestdakenverbod mogelijk moest maken. Wel hebben zijn wij voldoende voorbereid doordat wij alle daken in kaart hebben en blijft asbest als keten een aandachtspunt.

De inzet van de datalogger houden we vast en werken we verder uit. Nu is deze inzet gekoppeld aan verwarming maar kan ook worden ingezet met betrekking tot koelen. Het verantwoorden van de resultaten van deze plaatsingen is ook een punt van aandacht, hier kan meer worden uitgehaald.

Op het gebied van energietransitie, klimaatakkoord, energiebesparingsakkoord, circulaire economie, gezondheid en luchtkwaliteit zijn er veel ontwikkelingen die ook aan de werkzaamheden van ODIJmond raken. Al deze ontwikkelingen en onderwerpen komen terug in onze beleidscyclus en krijgen aandacht in het nieuwe Beleidskader.

Ten tijde van het schrijven van dit Beleidskader staat de inwerkingtreding van de Ow gepland voor 1 januari 2024. De inwerkingtreding gaat niet alleen veel vragen oproepen bij medewerkers, maar geeft ook veel vragen op het gebied van informatisering en automatisering. Systemen moeten geschikt worden gemaakt voor aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De aansluiting op dit digitale overheidsloket is van groot belang.

Wij moeten daarnaast zorgen dat we aangehaakt blijven bij landelijke prioriteiten en doorpakken op thema’s die eerder hebben gespeeld.

Bijlage 3: Risico- en probleemanalyse

Deze analyse geeft inzicht in de grootste risico’s voor de leefomgeving. De resultaten van de tertaalrapportages en jaarverslagen worden in deze analyse meegenomen.

De tertaalrapportages/jaarverslagen, de vierjaarlijkse beleidsevaluatie en de risico- en probleemanalyse vormen samen de eerste stap van de beleidscyclus, rapportage & evaluatie.

Risicoanalyse

De uiteindelijke prioritering bij de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving is gebaseerd op een inschatting van het risico op negatieve effecten bij overtreding van de verschillende compartimenten waarop toe wordt gezien. Om die risico’s in te kunnen schatten wordt een risicoanalyse gemaakt met betrekking tot de verschillende inrichtingsbranches. De risicoanalyse brengt het risico in beeld dat aan elk van de compartimenten verbonden is. Risico is daarbij gedefinieerd als het negatief effect maal de kans dat die zich voordoet, of risico = negatief effect x kans. Schematisch wordt dit weergegeven in de hieronder afgebeelde risicomatrix.

ERNST VAN DE OVERTREDING

Negatieve effecten op beschermingsdoelen worden verdeeld over zeven omgevingsthema’s. Deze zeven omgevingsthema’s zijn vastgesteld door middel van de landelijke risicobeoordelings- methode die het Centrum Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) aan overheidsdiensten aanbeveelt.

De omgevingsthema’s

1Fysieke veiligheid: de mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen persoonlijk leed.

2Volksgezondheid: de mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen ziekten en/of dood.

3Hinder en leefbaarheid: de mate waarin mensen en dieren (sociale leefomgeving) hinder zouden kunnen ondervinden. Denk hierbij aan visuele, licht-, stank- en geluids- hinder, privacy.

4Natuur/ecologische veiligheid: de mate waarin flora en fauna wordt beschermd en de mate waarin aantasting en verstoring van de natuurlijk mogelijk is.

5Financiële/economische veiligheid: de mate waarin de financieel-economisch en culturele veiligheid voor de gemeenschap/ overheid aanwezig is bij het ontstaan van financiële schade.

6Politieke gevoeligheid/imago: de mate van politiek-bestuurlijk afbreuk en publieke ontrust.

7Klimaatbescherming (duurzaamheid): de mate van bescherming van het klimaat van de aarde tegen aantasting.

Voor de kans wordt een inschatting gemaakt hoe vaak het niet naleven van een regel of voorschrift voor zal komen. Het inschatten van de kans gebeurt op basis van naleefgegeven en een expertoordeel. Uit het toezicht komt deze naleef- informatie vrij. Deze informatie registreren wij.

Voor het registreren van overtredingsgegevens maken wij gebruik van de interventiematrix uit de Landelijke handhavingsstrategie (LHS). Afgelopen periode is er door deze registratievorm al veel data voor handen gekomen waarmee wij naleefanalyses genereren. Komende periode verrijken wij deze data envullen deze aan. De naleefanalyses leveren een bijdrage aan de kansberekening in de risico- en probleemanalyse en optimaliseren het naleefbeeld.

De risico- en probleemanalyse is geen statisch geheel. De basis ligt echter vast gedurende de looptijd van dit Beleidskader. Indien bij de uitvoering van handhaving nieuwe inzichten ontstaan, door bijvoorbeeld afwijkende naleefgegevens, een verhoogd aantal klachten of incidenten kunnen deze bij het opstellen van de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s als prioriteit worden meegenomen.

De thema’s die als slotconclusie uit de door ons uitgevoerde evaluatie zijn gekomen, zoals te lezen in bijlage 2 van dit Beleidskader, sluiten naadloos aan op deze zeven omgevingsthema’s.

Landelijke Handhavingsstrategie

De Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) is het kader waarbinnen de handhaving door ODIJmond plaatsvindt. Volgens de LHS bepaalt de combinatie van de ernst van de overtreding en de intentie van de overtreder het handhavingsinstrument dat gekozen wordt. Dit kan variëren van een waarschuwing tot stillegging of een strafrechtelijke maatregel.

Het gedragsaspect van de bedrijven die onder toezicht staan wordt in steeds belangrijker mate een aspect dat meegenomen wordt bij toezicht en handhaving. De mate van ‘hufterigheid’, gedrag waarbij de grenzen van het betamelijke worden opgezocht, maar net niet overschreden, vormt één van de indicatoren om onder meer ondermijnende activiteiten op te sporen en aan te pakken.

In de VTH-strategie milieu 2023-2026 wordt verder ingegaan op de LHS en wordt ook de landelijke handhavingsstrategie onder de Omgevingswet (LHSO), alvast toegelicht.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.