Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van de precariobelasting 2026

Gemeente Heemskerk · geldt sinds 19 december 2025

Aanhef

Geregistreerd onder nummer D/2025/717057

Wettelijke grondslag:

Gemeentewet, art. 228

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2026

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening en de bijbehorende tarieventabel wordt verstaan onder:

-een jaar: een kalenderjaar;

-een kwartaal: een kalenderkwartaal;

-een maand: een kalendermaand of 30 achtereenvolgende dagen;

-een week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

-een dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan.

Artikel 2 Voorwerp van belasting en belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

1De precariobelasting wordt geheven, van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op en/of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op en/of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond zijn.

2In afwijking in zoverre van het eerste lid, wordt, indien de gemeente een vergunning en/of een toestemming heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op en/of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning en/of de toestemming is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op en/of boven de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4 Heffingsmaatstaf en tarief

De belasting wordt geheven naar het aantal eenheden, bepaald en berekend aan de hand van de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 4 en 5 van deze verordening en van de in de tarieventabel gegeven aanwijzingen.

Artikel 5 Grondslag

1Bij het hebben van voorwerpen op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, wordt de oppervlakte bepaald op die, welke door de voorwerpen wordt overdekt.

2Bij het hebben van voorwerpen onder gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, wordt de oppervlakte bepaald op die uitgaande van een horizontale projectie van de voorwerpen.

Het minimum aantal vierkante meter dat in rekening wordt gebracht is 2.

3Indien bij het berekenen van de precariobelasting gebruik wordt gemaakt van het dagtarief wordt een gedeelte van een dag gelijkgesteld aan een dag.

4Indien bij het berekenen van de precariobelasting gebruik wordt gemaakt van het maandtarief wordt een gedeelte van een maand gelijkgesteld aan een maand.

Artikel 6 Belastingtijdvak

1Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak het kalenderjaar waarin de voorwerpen aanwezig zijn.

2In de overige gevallen is het belastingtijdvak het kwartaal, de maand, de week of de dag waarin de voorwerpen aanwezig zijn, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden.

Artikel 7 Wijze van heffing en tijdstip van verschuldigdheid

1De belasting wordt geheven bij wege van aanslag dan wel gedagtekende nota.

2De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van de voorwerpen een aanvang neemt.

Artikel 8 Ontheffing

Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de voorwerpen zijn verwijderd voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van de belastingplichtige naar evenredigheid ontheffing verleend over de na verwijdering resterende volle maanden van het belastingtijdvak.

Artikel 9 Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van voorwerpen:

a.waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;

b.welke aan de gemeente toebehoren, met uitzondering van die voorwerpen welke aan derden zijn verhuurd of ter beschikking gesteld;

c.waarvan de aanwezigheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de publiekrechtelijke taak door het rijk, de provincie en de waterschappen;

d.bestaande uit vanwege het voormalig staatsbedrijf der PTT en/of diens rechtsopvolgers, dan wel soortgelijke dienstverlenende instellingen/bedrijven aangebrachte brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen en niet tot reclame dienende borden, vermeldende aanwijzingen voor het publiek, mits de grootste afmeting van deze borden niet meer dan 2 meter bedraagt;

e.bestaande uit wegwijzers en borden, gevende verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen;

f.uitsluitend gebezigd voor een liefdadig of onzelfzuchtig doel.

Artikel 10 Termijn van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de belasting worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin het aanslagbiljet of de nota is gedagtekend.

2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel

1De “Verordening precariobelasting 2025”, vastgesteld op 12 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening precariobelasting 2026”.

Tarieventabel

Tarieventabel behorende bij de 'Verordening Precariobelasting 2026’.

nummer

omschrijving

Tarief

1

Het recht bedraagt per m² bij het in beslag nemen van voor openbare dienst bestemde gemeentegrond:

€ 3,70 per maand

2

Het recht bedraagt per m² bij het in beslag nemen van voor openbare dienst bestemde gemeentegrond, ten gevolge van en in samenhang met een verleende evenementenvergunning, als bedoeld in artikel 2:25 van de vigerende Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Heemskerk:

€ 2,20 per dag

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.