4 Kapitaallasten
4.2 Afschrijven
4.2.1 Afschrijvingstermijnen
In bijlage 3 is een overzicht opgenomen waarin per activasoort de levensduur wordt weergegeven waarover wordt afgeschreven. Deze levensduur is bepaald aan de hand van ervaringsgegevens en algemeen gebruikelijke normen. Voor investeringen in gebouwen wordt de levensduur verlengd naar 50 jaar. Gebouwen die zijn geactiveerd voor vaststelling van deze nota activeren en afschrijven (voor 2025) wordt de historische afschrijvingstermijn niet aangepast. Voor investeringen in wegen waarvan de afschrijvingstermijn wordt verlengd van 25 naar 40 jaar wordt ook de afschrijvingstermijn van bestaande investeringen verlengd met 15 jaar.
Het college stelt de bijlage op en beheert deze. Dit heeft niet alleen een praktische reden, bij wijzing hoeft er geen raadsbesluit te worden genomen, maar verhoogd ook de slagkracht om accuraat in te spelen op ontwikkelingen in de omgeving of kennis van activa. Hiermee wordt actualiteiten en realiteit van de begroting bevorderd.
Artikel 6:
De afschrijvingstermijnen staan beschreven in bijlage 3. Voor investeringen in gebouwen uit 2024 en eerder die zijn geactiveerd voor vaststelling van deze Nota activeren en afschrijven wordt de historische afschrijvingstermijn niet aangepast.
Het college stelt de bijlage op en beheert deze zodat accuraat kan worden ingespeeld op gewijzigde omstandigheden.
4.2.2 Afschrijving op gronden
Het afschrijven op gronden neemt een bijzondere plaats in omdat gronden duurzame goederen zijn die niet aan slijtage onderhevig zijn. Op gronden wordt daarom niet afgeschreven en vindt alleen afwaardering plaats als de grond op basis van bestemmingswijziging minder waard wordt.
Artikel 7:
Op gronden wordt niet afgeschreven met uitzondering van dat na een wijziging van de bestemming de grond minder waard wordt.
4.2.3 Methoden van afschrijving
Er zijn verschillende methoden om op basis van de afschrijvingsduur te komen tot de afschrijving per periode waarvan de lasten worden toegerekend. De normaal te gebruiken methode is:
-een vast percentage van de aanschafwaarde (lineaire afschrijvingsmethode).
Echter, de raad kan altijd gemotiveerd hiervan afwijken.
Bij investeringen waarvan de kapitaallasten in een (kostendekkend) tarief aan de burgers worden doorberekend is het van groot belang deze lasten op een zo constant mogelijk niveau te houden. Met name is dit aan de orde indien sprake is van een substantieel investeringsniveau. Daarnaast is het van belang om ook de jaarlijkse groot onderhoudskosten zo veel mogelijk af te vlakken. Pas dan wordt op een optimale wijze bereikt dat jaarlijkse schommelingen in de tariefstelling kunnen worden voorkomen. Deze problematiek speelt voornamelijk bij investeringen met betrekking tot riolering en afvalstoffen. De hierop betrekking hebbende investeringen kunnen op basis van annuïteiten worden afgeschreven.
Artikel 8:
De lineaire methode wordt in principe toegepast voor het afschrijven van activa.
Investeringen met betrekking tot rioleringen en afvalstoffen waarvan de kosten in een tarief aan burger wordt doorberekend, mogen op basis van annuïteiten worden afgeschreven.
4.2.4 Wijziging van methode van afschrijving
De methode van afschrijven mag alleen om gegronde redenen worden gewijzigd. De reden en de financiële consequenties van de verandering worden in de toelichting op de balans uiteengezet. Ook wordt inzicht gegeven in de consequenties hiervan voor de financiële positie en voor de baten en lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of het voorafgaande begrotingsjaar.
4.2.5 Afwaarderen
Afwaarderen is verplicht als de boekwaarde van het activum hoger is dan het verwachte toekomstige (economische) nut. Dit geldt ook voor gronden.
4.2.6 Restwaarde
De restwaarde van de meeste investeringen is moeilijk in te schatten. Op grond van het voorzichtigheids-principe wordt er veelal vanuit gegaan dat de restwaarde nihil is, de investering wordt volledig afgeschreven. Activa worden pas vervangen indien dat technisch of economisch noodzakelijk is.
Artikel 9:
Bij afschrijvingen op investeringen wordt geen restwaarde meegenomen.
Bijlage 1. Overzicht artikelen kaders raad
In deze nota zijn onder verschillende onderwerpen kaders opgenomen die aanvullend op de wettelijke voorschriften in acht moeten worden genomen. Binnen deze kaders wordt het activerings- en afschrijvingsbeleid door het college uitgevoerd. Ten behoeve van de overzichtelijkheid wordt hieronder een samenvatting van de kaders gegeven.
Artikel
Beschrijving
1
Investeringen met een levensduur van minder dan 3 jaar of een aanschafwaarde lager dan € 50.000 wordt niet geactiveerd maar in één keer ten laste van de exploitatie gebracht, met uitzondering van gronden en terreinen.
2
De kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden niet geactiveerd.
3
De kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief worden niet geactiveerd en ten laste van de exploitatie gebracht.
4
Aan investeringen met een economisch nut worden geen kosten van (eigen) menskracht, opleiding en ondersteuning toegerekend tenzij de investering of de (kapitaal)lasten daarvan geheel of gedeeltelijk aan derden in rekening kan/kunnen worden gebracht.
5
De componentenbenadering wordt toegepast.
6
De afschrijvingstermijnen staan beschreven in bijlage 3. Voor investeringen in gebouwen uit 2024 en eerder die zijn geactiveerd voor vaststelling van deze Nota activeren en afschrijven wordt de historische afschrijvingstermijn niet aangepast.
Het college stelt de bijlage op en beheert deze zodat accuraat kan worden ingespeeld op gewijzigde omstandigheden.
7
Op gronden wordt niet afgeschreven met uitzondering van dat na een wijziging van de bestemming de grond minder waard wordt.
8
De lineaire methode wordt in beginsel toegepast voor het afschrijven van activa.
Investeringen met betrekking tot rioleringen en afvalstoffen waarvan de kosten in een tarief aan burger wordt doorberekend, kunnen op basis van annuïteiten worden afgeschreven.
9
Bij afschrijvingen op investeringen wordt geen restwaarde meegenomen.
10
Voor de toerekening van de rentelasten gebruiken we het bij de begroting vastgestelde renteomslag percentage.
11
De afschrijving start in het jaar na in gebruik name. Bij een civiel technisch werk wordt gestart met afschrijven het jaar na de eerste termijnstaat. In dat geval wordt afgeschreven op basis van het begrote krediet. Na voltooiing van de investering wordt het afschrijvingsbedrag herrekend op basis van restant boekwaarde en de restant looptijd.
12
Ook als een activum geheel afgeschreven is, worden er nog steeds een budget ter grootte van de vervallen kapitaallasten in de begroting opgenomen.
Vrijval van deze kapitaallasten kunnen, na besluitvorming bij de begroting door de gemeenteraad, worden ingezet, voor dekking van hogere lasten door onvoorziene hogere kapitaallasten en/of afschrijving van boekwaarden door de waardevermindering van een activum.
Indien dit zich niet voordoet, vallen deze lasten vrij in het saldo van de begroting.
13
De periode tot aanvang van een investering is maximaal 2 jaar na besluitvorming. Daarna vervalt de investering automatisch. Om hiervan af te wijken kan een onderbouwd voorstel aan de raad worden voorgelegd.
Bijlage 2. Belangrijkste begrippen
Met betrekking tot activa, afschrijving en hieraan verwante onderwerpen zijn onderstaande begrippen van belang.
Begrip
Omschrijving
Activa
De bezittingen van de gemeente.
Er wordt onderscheid gemaakt in vaste en vlottende activa. Het onderscheid tussen vaste en vlottende activa zit in het al dan niet aanwezig zijn van duurzaamheid. Is sprake van duurzaamheid, dat wil zeggen dat er sprake dient te zijn van een meerjarig nut, dan betreft het vaste activa.
Activeren
Het opnemen van investeringen op de balans. In het geval van activeren worden de kapitaallasten in de exploitatie tot uitdrukking gebracht.
Afschrijven
De boekhoudkundige weergave van de waardevermindering van activa als gevolg van technische slijtage en economische veroudering. De lasten van de geactiveerde investering worden verdeeld over de jaren waarin het nut optreedt. In financiële termen: de lasten worden in de periode, tot het moment waarop de economische levensduur is verstreken, afgeschreven. De afschrijvingen worden jaarlijks in mindering gebracht op de boekwaarde van de activa.
De hoogte van de afschrijvingslasten wordt berekend aan de hand van vier factoren: aanschafwaarde, restwaarde, levensduur en afschrijvingsmethodiek. De levensduur wordt bepaald door rationeel en doelmatig gebruik, rekening houdend met technologische ontwikkelingen. De technische levensduur kan langer zijn, omdat een actief technisch nog bruikbaar kan zijn, maar economisch niet meer rendabel.
Balans
Overzicht van activa (bezittingen) en passiva (vermogen). De totale activa worden onderverdeeld in vaste, vlottende, financiële activa en liquide middelen. De totale passiva worden onderverdeeld in permanent vermogen, vreemd vermogen lange termijn en vreemd vermogen op korte termijn. Het totaal aan passiva wordt aangewend in activa benodigd voor de productie of bedrijfsvoering.
Boekwaarde
De verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met het totaal aan afschrijvingen. Dit is de waarde van de activa op de balans.
Directe kosten
Directe kosten zijn kosten die rechtstreeks aan een bepaald product of bepaalde dienst zijn toe te rekenen.
Exploitatielasten
Dit betreffen de kosten van producten en diensten die ten laste van de exploitatie worden gebracht. Deze “drukken” op de gemeentelijke begroting.
Groot onderhoud en levensduur verlengende aanpassingen
Onderhoud: betreft het jaarlijks onderhoud ten behoeve van activa. De lasten worden gedekt uit een exploitatiebudget;
Groot onderhoud: betreft planmatig onderhoud dat plaatsvindt over grotere perioden (bijvoorbeeld eens per 10 jaar) en waarvoor, ter egalisatie van de lasten over de jaren, veelal een onderhoudsvoorziening wordt gevormd;
Levensduur verlengende aanpassingen: betreft ingrijpende werkzaamheden als renovaties of reconstructies, waarmee de resterende levensduur van de investering wordt verlengd of sprake is van een capaciteitsuitbreiding. Vanwege verlenging van die levensduur is het toegestaan dergelijke aanpassingen als investering te beschouwen en te activeren.
Deze werkzaamheden werden ook wel aangeduid onder de noemer groot onderhoud. Omdat gebruik van het begrip groot onderhoud verwarring kan geven en in de richtlijnen van de commissie Bbv is opgenomen dat onderhoud, inclusief groot onderhoud niet mag worden geactiveerd, dienen levensduur verlengende aanpassingen niet langer als groot onderhoud te worden gekarakteriseerd.
Bijlage 2. Belangrijkste begrippen -vervolg-
Begrip
Omschrijving
Indirecte kosten
Kosten waarvan niet rechtstreeks kan worden vastgesteld voor welk product of welke dienst deze zijn gemaakt. Verbijzondering van deze soort kosten (toerekening) vindt plaats middels een opslagmethode. Voor de gemeente is dit de kostenplaatsen- methode.
Investeringen
Investeringen zijn uitgaven die over een periode van meer dan één jaar opbrengsten en/of nut generen. Wanneer de investeringen aan de criteria voor activering voldoen, wordt het bedrag als vaste activa op de balans gepresenteerd. Alle investeringen, zowel met economisch nut als in de openbare ruimte met maatschappelijk nut worden geactiveerd.
Kapitaallasten
Kapitaallasten worden gevormd door de jaarlijkse lasten van afschrijving en rente die uit de investering voortvloeien. De kapitaallasten worden in de exploitatie opgenomen.
Uitbreidingsinvestering
Een uitbreidingsinvestering betreft de aanschaf van een nieuw actief vanwege intensivering of uitbreiding van taken.
Vervangingsinvestering
Een vervangingsinvestering betreft het vervangen van een actief op het moment dat de levensduur (technische of economische) is verstreken.
Bijlage 3. Afschrijvingstermijnen (ter kennisname)
Omschrijving actief
Afschrijvingstermijn
Immateriële vaste activa
Oud
Nieuw
Kosten geldleningen
1)
Materiële vaste activa
Afvalinzameling - ondergronds - binnenbak
Afvalinzameling - ondergronds - buitenbak
15
40
15
40
Belastingen (her)taxatie
2)
Bestemmingsplannen
2)
Bodemsanering
2)
Gebouwen - aankoop bestaande -
variabel
3)
Gebouwen - groot onderhoud -
2)
Gebouwen - liftinstallatie -
25
25
Gebouwen - nieuwbouw -
40
50
Gebouwen - renovatie (levensduur verlengend) -
20
20
Gebouwen – overige installaties -
12
12
Gebouwen - semipermanent -
15
15
Groen - aanleg/uitbreiding begraafplaatsen -
40
40
Groen - materiaal zoals maaiers en versnipperaars -
10
10
Groen - aanleg parken -
40
40
Groen - plantsoenen, renovatie -
25
25
Groen - renovatie begraafplaats -
25
25
Groen - ruiming en ophoging van grafheuvels -
40
40
Groen - schaftwagen -
10
10
Groen - speel- en groenvoorzieningen -
● hout
15
15
● staal, kunststof, aluminium, steen
30
30
● kunstgras bovenlaag
10
10
● gietvloer van rubber
15
15
● val dempende onderlaag
20
20
Gronden en terreinen
4)
ICT - hard- en software -
4
4
Hardware centrale systemen
5
5
Software centrale systemen
7
7
Printers
5
5
Readerprinter
10
10
Telefooninstallatie
10
10
Mobiele telefoons
-
-
Kunstvoorwerpen van cultuurhistorische waarde
2)
Luchtfoto’s
5
5
Stoffering en overige kantoorinrichting
12
12
Meubilair - stoelen
10
5
Meubilair - overig
10
10
Motorvaartuigen (casco)
10
10
Onderwijs - noodlokalen -
15
15
Onderwijs - eerste inrichting onderwijsleerpakket -
20
20
Omschrijving actief
Oud
Nieuw
Riolering – vervanging (buizen, putten, etc.) -
60
60
Riolering - reconstructie eindgemaal -
20
20
Riolering - telemetrie -
5
5
Riolering - rioolcamera -
5
5
Riolering - kolkenzuiger -
12
12
Riolering - vervangen rioolgemalen (mechanische gedeelte) -
15
15
Riolering - vervangen rioolgemalen (bouwkundig gedeelte) -
45
45
Riolering - stuwconstructies -
30
30
Schoonmaakmachines
5
5
Materiële vaste activa
Sport - beregeningsinstallaties -
10
10
Sport - drainage -
20
20
Sport - kunstgrasveld, bovenlaag -
vervallen
n.v.t.
Sport - kunstgrasveld, onderlaag -
30
30
Sportattributen
15
15
Sportpark - tribunes -
20
20
Sportvelden - aanleg -
40
40
Tractie - personenauto’s -
6
6
Tractie - pick-ups -
8
8
Tractie - vrachtauto’s en bussen -
10
10
Tractie - zware transportmiddelen -
15
15
Veiligheidsvoorzieningen
10
10
Verkeersstructuurplannen
2)
Water - beschoeiingen -
25
25
Wegen, straten en pleinen - aanleg -
40
40
Wegen, straten en pleinen - aanleg bruggen, tunnels en overige kunstwerken -
40
40
Wegen, straten en pleinen - aanleg verkeersdrempels -
25
40
Wegen, straten en pleinen - herinrichten wegen -
25
40
Wegen, straten en pleinen - verkeersregelinstallaties -
15
15
Wegen, straten en pleinen - lichtmasten -
40
40
Wegen, straten en pleinen - armaturen -
20
20
Zwembad - glijbaan -
20
20
Financiële vaste activa
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
variabel
5)
Noten:
1) Deze kosten worden niet geactiveerd (zie art. 10, lid 2 Financiële verordening gemeente Heemskerk 2022).
2) Deze uitgaven mogen als gevolg van het Bbv niet worden geactiveerd.
3) Afhankelijk van de economische levensduur.
4) Gronden worden wel geactiveerd, maar niet op afgeschreven.
5) Afschrijvingstermijnen conform deze lijst als ware het actief in het bezit van de gemeente.
Bijlage 4. Relevante wetsartikelen uit het BBV
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
Onderstaande artikelen gelden van 14-04-2016 tot en met heden (geraadpleegd op 30-04-2025)
Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven
Artikel 59
1Alle investeringen worden geactiveerd.
2In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd.
Artikel 60
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:
a.het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
b.de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
c.het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;
d.de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Artikel 61
Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:
a.er sprake is van een investering door een derde;
b.de investering bijdraagt aan de publieke taak;
c.de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en;
d.de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Artikel 62
1Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
2In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht.
3In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b
Artikel 63
1Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
2De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
3De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
4Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.
5Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.
6In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer
7Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.
8Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.
Artikel 64
1De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
2Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
3Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
4In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
5In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar.
6Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.
Artikel 65
1Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
2Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
3Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.