Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels jeugdhulp gemeente Heemskerk 2026

Gemeente Heemskerk · geldt sinds 1 februari 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Heemskerk,

gelet op de Verordening jeugdhulp gemeente Heemskerk 2026,

gelet op het bepaalde in de artikelen 4:81 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht,

b e s l u i t

vast te stellen Beleidsregels jeugdhulp gemeente Heemskerk 2026.

4. Gebruikelijke hulp

4.3 Afweging gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp

4.3.1 Beoordelingsfactoren gebruikelijke hulp

In bijlage I zijn richtlijnen opgenomen van gebruikelijke hulp van ouders voor jeugdigen zonder beperkingen. Bij de beoordeling welke hulp bovengebruikelijke hulp gaat, worden de volgende factoren betrokken:

1Leeftijd van de jeugdige;

2Aard van de zorghandelingen;

3Frequentie en patroon van de zorghandelingen; en

4Tijdsomvang van de zorghandelingen.

Het is van belang dat deze criteria telkens in samenhang worden beoordeeld, rekening houdend met de omstandigheden van de jeugdige en het gezin (zie 4.4.3).

4.3.2 Normtijden bovengebruikelijke hulp

De normtijden zijn gebaseerd op de CIZ-indicatiewijzer, een instrument dat vóór 2015 werd gebruikt om de benodigde zorg te bepalen. Deze richtlijnen bieden houvast bij het inschatten van de tijd die bovengebruikelijke hulp vraagt en zijn gebaseerd op 4 criteria.

1Leeftijd van de jeugdige: Bij de beoordeling van gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met verschillen die tussen jeugdigen in dezelfde leeftijdscategorie bestaan. Ook bij gezonde jeugdigen van dezelfde leeftijd heeft de ene jeugdige meer zorg en begeleiding nodig en is de ander sneller zelfstandiger en minder hulpbehoevend.

2Aard van de zorghandelingen: Voor zorghandelingen die de jeugdige zelfstandig kan uitvoeren, hoeft geen hulp te worden toegekend. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Het gaat dan om handelingen die een gebruikelijke hulphandeling vervangen, zoals het geven van sondevoeding in plaats van eten. Of om handelingen die in samenhang met reguliere zorgmomenten kunnen worden geboden, zoals het geven van medicijnen.

3Frequentie en patroon van de zorghandelingen: Zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind – zoals 3 keer eten per dag – kunnen als gebruikelijke hulp worden aangemerkt. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met die zorgsituaties waarbij ouders voortdurend in de nabijheid moeten zijn om onplanbare zorg en toezicht te leveren vanwege de (chronische) aandoening, stoornissen en beperkingen van het kind. Zie daarover ook onderdeel 3.2 van deze beleidsregels.

4Tijdsomvang van de zorghandelingen: de omvang van de tijd die met de zorghandelingen is gemoeid, kan ervoor zorgen dat er niet langer sprake is van gebruikelijke hulp.

4.3.3 Samenhangende beoordeling

De hierboven genoemde criteria moeten telkens in samenhang met elkaar worden beoordeeld. En steeds moet gekeken worden naar de individuele omstandigheden van de jeugdige en het gezin. Zo kan een zorghandeling die in aard en omvang voor een kind van een bepaalde leeftijd gebruikelijk is, in een individuele situatie veel vaker voorkomen (frequentie) of veel meer tijd kosten (tijdsomvang). Hierdoor kan deze zorg niet geheel als gebruikelijk worden aangemerkt en dient er gekeken te worden wat er aanvullend nodig is aan hulp.

5. Persoonlijke verzorging

5.2 Persoonlijke verzorging en gebruikelijke hulp

5.2.1 Ouders hebben zelf beperkingen

Als een ouder geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke persoonlijke verzorging uit te voeren, kan niet alle gebruikelijke hulp van hem of haar worden verwacht. De handelingen die bij een kind zonder beperkingen niet voorkomen, kan niet van deze ouder(s) worden verwacht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het geven van sondevoeding of medicatietoediening.

5.2.2 Beschikbaarheid ouders vanwege werk/studie

Wanneer een jeugdige zorg nodig heeft die niet kan worden uitgesteld, zoals het toedienen van medicatie of hulp bij toiletgang, moet deze op het juiste moment plaatsvinden. Als ouders door werk of studie niet beschikbaar zijn, wordt van hen verwacht dat zij hun werktijden waar mogelijk aanpassen. Daarnaast wordt verwacht dat zij waar mogelijk hun sociale netwerk inschakelen om deze zorg te organiseren. Dit geldt als uitgangspunt binnen de ondersteuning van jeugdigen.

5.2.3 Persoonlijke verzorging tijdens kinderopvang

De opvang/zorg die instanties voor kinderopvang geacht zijn te bieden, is gebruikelijke hulp. Alleen voor de hulp die aanvullend nodig is aan de opvang/zorg van kinderopvang, kan het college een voorziening verstrekken. De niet-uitstelbare persoonlijke verzorging kan tijdens kinderopvang geïndiceerd worden.

5.2.4 Persoonlijke verzorging tijdens onderwijs

De school biedt gangbare en normale dagelijkse zorg, zoals het strikken van veters, het aantrekken van een jas en hulp bij toiletgang bij kleuters. Voor deze gangbare en normale dagelijkse zorg kan geen voorziening worden verstrekt.

Gedurende de tijd dat een kind de school bezoekt, is er voor de niet-uitstelbare zorg geen verplichting voor ouders om deze hulp op school te leveren. De niet-uitstelbare zorg gedurende schooltijd wordt daarom gezien als bovengebruikelijke hulp en hiervoor kan een voorziening worden toegekend.

Bij het organiseren van persoonlijke verzorging op school is het belangrijk om rekening te houden met de privacy en het welzijn van de jeugdige. De inzet van een passende voorziening kan hierbij ondersteunend zijn.

5.2.5 Intieme persoonlijke verzorging voor een jeugdige ouder dan 12 jaar

Voor zover een jeugdige van 12 jaar of ouder geen intieme persoonlijke verzorging wil ontvangen van ouders, wordt geen bijdrage verwacht van die ouders. Er is dan dus geen sprake van te verwachten gebruikelijke hulp. In dat geval kan een voorziening worden toegekend om deze zorg door een andere, passende persoon te laten uitvoeren, bijvoorbeeld een zorgprofessional.

6. Begeleiding

6.2 Begeleiding en gebruikelijke hulp

6.2.1 Ouders hebben zelf beperkingen

Als de ouder(s) geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke begeleiding uit te voeren en deze vaardigheden niet kan aanleren, wordt geen bijdrage van hem of haar verwacht.

6.2.2. Begeleiding gedurende werk of studie van ouder(s)

Wanneer ouders werken of studeren, blijven zij verantwoordelijk voor de opvang/verzorging van hun kinderen. De begeleiding die buiten dit werk om als gebruikelijke hulp wordt beschouwd, kan gedurende de tijd dat de ouders werken of studeren niet als voorziening worden toegekend. Alleen voor bovengebruikelijke begeleiding kan een voorziening worden verstrekt.

6.2.3 Begeleiding tijdens onderwijs

Als een kind vanwege een aandoening, stoornis of beperkingen gedrag vertoont dat het leren bemoeilijkt, valt de daarbij behorende begeleiding onder het onderwijs. Het gaat daarbij om begeleiding die te maken heeft met de lessen, het leren, de vakinhoud en de pedagogische en didactische omgang. In het kader van de Wet passend onderwijs voorziet een school in begeleiding van leerlingen tijdens het onderwijs. Ook remedial teaching of huiswerkbegeleiding richten zich op het helpen van kinderen met leerproblemen. Dit zijn onderwijsgebonden problemen en behoren tot het domein van het onderwijs.

Als het gedrag de omgang met andere leerlingen bemoeilijkt, kan begeleiding in de vorm van toezicht aangewezen worden. Te denken valt hierbij aan begeleiding bij ‘vrije’ of praktijklessen als schoolzwemmen of schoolgym. Bij dit type lessen/activiteiten is er sprake van een minder strakke structuur en een ander type (leer)omgeving. Dit kan van invloed zijn op het gedrag van het kind met een (onderliggende) hulpvraag. Essentieel is dat het leren voor iedereen doorgang kan vinden. Als gedrag van een jeugdige met een (onderliggende) hulpvraag om extra toezicht en/of interventies vraagt bij de omgang met andere kinderen en/of bij spel, dan is dit bovengebruikelijk toezicht waarvoor begeleiding ingezet kan worden.

6.2.4 Vrije tijd

Ook bij deelname aan vrijetijdsactiviteiten, zoals sportclubs of hobbygroepen, kan begeleiding nodig zijn om sociale interactie te ondersteunen of structuur te bieden. Als deze begeleiding verder gaat dan wat normaal van ouders verwacht wordt volgens 4.3 van dit voorliggend document, kan dit bovengebruikelijke begeleiding zijn.

6.2.5 Ouderlijk toezicht

Ouderlijk toezicht aan kinderen is gebruikelijke hulp. Kinderen (met of zonder hulpvraag) hebben ouderlijk toezicht nodig. Dit toezicht wordt anders van aard naarmate een kind ouder wordt en zich ontwikkelt. Zie ook de richtlijnen in bijlage I.

Bovengebruikelijke begeleiding bij kinderen tot 3 jaar komt in de praktijk niet vaak voor. Kinderen in deze leeftijd hebben volledige verzorging en begeleiding van een ouder nodig. Toch kan bovengebruikelijk toezicht aan de orde zijn. Bovengebruikelijk toezicht is toezicht dat nodig is vanwege de aandoeningen, stoornissen of beperkingen van het kind en is aanvullend op gebruikelijk ouderlijk toezicht. Het kan gericht zijn op (toezicht op en aansturen van) gedrag vanwege een aandoening, stoornis of beperking, of op het bieden van fysieke zorg zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld complicaties bij een ziekte.

6.2.6 Begeleiding bij risicovol gedrag

Wanneer een jeugdige risicovol gedrag vertoont, zoals weglopen of impulsief gedrag dat gevaar oplevert, kan intensief toezicht en begeleiding nodig zijn. Dit valt onder bovengebruikelijke begeleiding.

BIJLAGE I Richtlijnen gebruikelijke hulp van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel

Leeftijd van kinderen

Richtlijnen gebruikelijke hulp

0tot 3 jaar

▪︎ hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig;

▪︎ ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;

▪︎ zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen;

▪︎ hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

▪︎ hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

▪︎ hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

3tot 5 jaar

▪︎ kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer);

▪︎ hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

▪︎ hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

▪︎ kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;

▪︎ hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang;

▪︎ hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;

▪︎ hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;

▪︎ zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;

▪︎ hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

5tot 12 jaar

▪︎ kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;

▪︎ kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);

▪︎ hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen;

▪︎ hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie;

▪︎ zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders;

▪︎ hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

▪︎ hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

▪︎ hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan;

▪︎ hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

12tot 18 jaar

▪︎ hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;

▪︎ kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;

▪︎ kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden;

▪︎ kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;

▪︎ hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;

▪︎ hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig;

▪︎ hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;

▪︎ hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen);

▪︎ hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

▪︎ hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.