Aanhef
Wettelijke grondslag:
Wet werk- en inkomen
Wet maatschappelijke ondersteuning
Jeugdwet
Huisvestingwet
Hoofdstuk 1 Inleiding
§1.3 Zicht op slachtoffers
1.3.1 Landelijk beeld
CoMensha registreert, landelijk, de (vermoedelijke) slachtoffers van mensenhandel. In 2022 werden er 814 nieuwe slachtoffers bij CoMensha gemeld. Een kleine stijging ten opzichte van het aantal in 2021 (791), zie figuur 1 hieronder. In 2023 werden er 868 nieuwe slachtoffers geregistreerd.
Figuur 1 Cijfers Mensenhandel (Rijksoverheid, 2923)
Op basis van onderzoek schat de Nationaal Rapporteur het werkelijk aantal slachtoffers veel hoger. In een onderzoek, in samenwerking met het UNODC (United Nations Office on Drugs and Crime), schatte de Nationaal Rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen dat er in Nederland jaarlijks naar schatting 5000 tot 7500 slachtoffers zijn.
1.3.2 Regionaal beeld
Om een beeld te schetsen van de regionale cijfers met betrekking tot het aantal signalen en slachtoffers van mensenhandel in onze regio, is gebruik gemaakt van de cijfers die HVO Querido elk jaar presenteert. Ook deze cijfers zijn niet volledig; bijvoorbeeld omdat signalen versnipperd binnenkomen, door het ontbreken van een zowel landelijk als regionaal meldpunt.
HVO Querido levert zorgcoördinatie voor (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel voor de politie-eenheid Noord-Holland. Het team bestaat uit drie zorgcoördinatoren. De politie-eenheid is opgedeeld in drie districten, te weten: Noord-Holland-Noord, Kennemerland en Zaanstreek-Waterland. Elk district heeft een eigen zorgcoördinator. Gemeente Heemskerk valt onder district Kennemerland.
De cijfers in onderstaande tabel geven een beeld van het aantal signalen, het aantal slachtoffers en het aantal slachtoffers dat in een opvang is geplaatst in de jaren 2022, 2023 en 2024. Dit zijn de aantallen die gemeld zijn bij zorgcoördinatie Noord-Holland.
Kennemerland
2022
2023
2024
Signalen*
37
51
22
Slachtoffers**
9
9
17
Opvang
4
9
6
* Omschrijving van een signaal mensenhandel: na interventie kan blijken dat (nog) geen sprake is van mensenhandel. Echter, dan heeft zorgcoördinatie er wel op uitgevraagd en op geïnvesteerd.
** het aantal signalen die strafrechtelijk opgepakt zijn door het Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel (TMM) van de politie of door de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA).
1.3.3 Lokaal beeld
HVO Querido levert in hun resultaatverantwoording ook de cijfers per gemeente. De cijfers in onderstaande tabel geven een beeld van het aantal signalen, het aantal slachtoffers en het aantal slachtoffers dat in een opvang is geplaatst in de jaren 2022, 2023 en 2024.
Gemeente Heemskerk
2023
2024
Signalen*
2
0
Slachtoffers**
0
1
Opvang
0
0
* Omschrijving van een signaal mensenhandel: na interventie kan blijken dat (nog) geen sprake is van mensenhandel. Echter, dan heeft zorgcoördinatie er wel op uitgevraagd en op geïnvesteerd.
** het aantal signalen die strafrechtelijk opgepakt zijn door het Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel (TMM) van de politie of door de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA).
In dit hoofdstuk wordt de aanpak van de doelstellingen van de aanpak mensenhandel toegelicht.
Dit beleidsplan treedt in werking op 1 oktober 2026.
Bijlage 1 (Inter)nationale wetgeving op het gebied van mensenhandel
Er bestaat verscheidene internationale en nationale wetgeving op basis waarvan gemeenten een taak hebben in de aanpak van mensenhandel.
Internationaal
Internationaal valt te denken aan:
•Het Palermo Protocol, een VN-protocol inzake preventie, bestrijding en bestraffing van mensenhandel uit 2000;
•De Europese richtlijn, een richtlijn uit 2011 van het Europees parlement en de Raad inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers;
•Verdrag van de Raad van Europa ter bestrijding van mensenhandel uit 2005;
•Het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM);
•Het Istanboel Protocol, over effectief onderzoek en documentatie van marteling en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of straf, is de eerste verzameling internationale richtlijnen voor de documentatie van marteling en de gevolgen daarvan.
Nationaal
Nationaal valt te denken aan:
Grondwet
Artikel II-1 De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd. In artikel 19, lid 2 en 3 is onder andere opgenomen dat iedere Nederlander zelf mag kiezen wat voor werk hij wil doen en ook dat er regels moeten zijn ter bescherming van mensen tijdens hun werk.
Wetboek van Strafrecht
In artikel 273f Wetboek van Strafrecht is mensenhandel strafbaar gesteld. In dat artikel is ook de Europese Richtlijn mensenhandel verwerkt. In bepaalde gevallen kan er ook sprake zijn van andere strafbare feiten. Zowel wat betreft de handelingen die (ook) als mensenhandel aangemerkt kunnen worden als met betrekking tot aanverwante handelingen die plaatsvinden in een uitbuitingssituatie.
Beleidsregels OM
Het Openbaar Ministerie heeft regels vastgesteld voor de aanpak van mensenhandel. De aanwijzing mensenhandel geeft regels voor hoe het OM het beste kan handelen in mensenhandelzaken. De uitgangspunten voor strafeisen in mensenhandelzaken staan in de Richtlijn voor strafvordering mensenhandel.
Lokaal
Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de opvang en ondersteuning van burgers. Gemeenten hebben daarnaast een wettelijke taak in het reguleren van exploitatie van bedrijfsmatige prostitutie, door middel van het uitgeven van vergunningen voor seksbedrijven en het (laten) controleren daarvan. Andere kaders die bij mensenhandel een rol kunnen spelen zijn onder andere de Wet werk- en inkomen en de Huisvestingswet.
Bijlage 2 Bestuurlijke instrumenten
Een gedegen aanpak van mensenhandel vraagt om beleid met aandacht voor alle bestuurlijke instrumenten en barrières om mensenhandel tegen te gaan. Gemeenten beschikken over de volgende instrumenten:
-Algemene Plaatselijke Verordening
-Gemeentewet
-Wet Bibob
-Bestemmingsplannen
Algemene Plaatselijke Verordening
In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) staan de wettelijke regels, die alleen in de betreffende gemeente van kracht zijn. Met de APV kan een gemeente regels stellen over wat wel of niet toelaatbaar is in die gemeente. Uit de APV kan ook een vergunningsplicht ontstaan, als de vergunninghouder zich niet houdt aan bepaalde voorwaarden of de vergunning gebruikt voor criminele doeleinden, kan de vergunning worden ingetrokken.
De Handreiking VNG APV & ondermijning geeft informatie en voorbeelden over het gebruik van de APV. De artikelen 3:1 t/m 3:22 gaan in op de seksbranche en aanverwante onderwerpen. Daarnaast zijn er voorbeelden van vergunningenbeleid of gebruik van het nachtregister om uitwassen als mensenhandel tegen te gaan.
Gemeentewet
Algemene bevoegdheid tot handhaving van de openbare orde. Artikel 172 Gemeentewet belast de burgemeester met de handhaving van de openbare orde onder gewone omstandigheden.
De Wet Victoria
De Wet Victoria (artikel 174a Gemeentewet) geeft de burgemeester de bevoegdheid om een woning te sluiten of niet voor het publiek toegankelijk lokaal te verklaren bij verstoring van de openbare orde rond die woning door gedragingen in die woning of dat lokaal. Sluiting is alleen mogelijk in situaties waarin sprake is van overlast waardoor de veiligheid en gezondheid van mensen in de omgeving van de woning in ernstige mate worden bedreigd.
Het college van Burgemeester en Wethouders heeft op grond van artikel 17 van de Woningwet de mogelijkheid om een gebouw, open erf of terrein te sluiten indien sprake is van bedreiging van de leefbaarheid of er gevaar voor de gezondheid of de veiligheid is. Het college kan de uitvoering ervan mandateren aan de burgemeester.
Het bevel om de woning te sluiten is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep openstaat voor de bewoner of een andere belanghebbende. (bron)
De Wet Victor (volgt op Victoria)
Na sluiting door de burgemeester kan het college van B&W een vervolg geven op grond van de Wet Victor. De Wet Victor regelt het natraject van een sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet (Wet Damocles) of artikel 174a van de Gemeentewet. Het college is bevoegd om de eigenaar te verplichten om een andere gebruiker voor het pand aan te wijzen of het gebouw in beheer te geven (artikel 13b van de Woningwet). Aan dit besluit kunnen voorwaarden worden gesteld, zoals het geschikt maken voor gebruik van de woning. Mocht er ondanks de aanwijzingsbevoegdheid geen uitzicht zijn op duurzaam herstel van de openbare orde rond de betreffende woning, dan is de gemeenteraad, op grond van artikel 77 lid 1 sub 7 van de Onteigeningswet, bevoegd om tot onteigening over te gaan.
Jurisprudentie
Op www.burgemeesters.nl is jurisprudentie over de Wet Victoria en Victor te vinden.
Wet Bibob
De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Het voornaamste doel van deze wet is het voorkomen dat de overheid ongewild criminaliteit faciliteert, bijvoorbeeld bij het witwassen van geld. Een bestuursorgaan kan volgens deze wet besluiten een vergunning in te trekken of te weigeren indien het vermoeden bestaat dat de aanvragers of houders van de vergunning deze zullen gebruiken voor het plegen van strafbare feiten. Ook bestaat de mogelijkheid om vergunningen alleen onder bepaalde voorwaarden te verstrekken. Naast vergunningen is het Bibob-instrument in te zetten voor subsidies, vastgoedtransacties en aanbestedingen. De officier van justitie heeft een ondersteunende rol: hij mag een bestuursorgaan laten weten dat het wenselijk is om een Bibob-advies aan te vragen over een bepaald persoon of bepaalde onderneming als die betrokken is bij strafbare feiten.
Voor de burgemeester is het Bibob-instrument met name van belang voor vergunningen:
ter bescherming van de gezondheid,
-uit de Drank- en Horecawet,
-uit de Wet op de kansspelautomaten,
-die op grond van een gemeentelijke verordening verplicht zijn voor een inrichting of bedrijf, voor een seksbedrijf.
(Bron: genootschap van Burgemeesters)
Bestemmingsplannen
Op basis van de Wet ruimtelijke ordening, stelt de gemeenteraad bestemmingsplannen vast voor het grondgebied van de gemeente. In een bestemmingsplan geeft de gemeente de bestemmingen aan van de gronden en gebouwen. Zo hebben gemeenten de mogelijkheid om een ruimtelijk vestigingsbeleid met betrekking tot bepaalde bedrijvigheid te voeren.
Indien het feitelijk gebruik van een pand strijdig is met het bestemmingsplan, biedt de Wet ruimtelijke ordening de gemeente de mogelijkheid om over te gaan tot aanzegging van bestuursdwang of tot oplegging van een dwangsom op basis van artikel 125 van de Gemeentewet om het gebruik in overeenstemming met de bestemming te brengen.
Door aanpassing van de bestemmingsplannen heeft de gemeente ook de mogelijkheid een ruimtelijk vestigingsbeleid te voeren. Bijvoorbeeld het ‘weg bestemmen’ van ongewenste economische activiteiten.