Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem;
gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
gelet op artikelen 21, 25, 26, 27, 28 en 38 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hattem 2024;
besluit tot het vaststellen van het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Hattem 2026.
Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Hattem 2026
Artikel 1. Begripsbepalingen
De begrippen die in dit Financieel besluit gehanteerd worden hebben de betekenis zoals omschreven in de wet en de verordening maatschappelijke ondersteuning Hattem 2024. De artikelen in dit Financieel Besluit zijn aanvullend op het landelijk vastgestelde Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Verordening maatschappelijke ondersteuning Hattem 2024 en de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Hattem 2026.
Artikel 2 Tarieven zorg in natura
1De zorg in natura tarieven zijn tot stand gekomen op basis van:
a.een regionale inkoop met behulp van een objectief kostprijsonderzoek;
b.een regionale inkoop op basis van het gunningscriterium laagste prijs;
c.de goedkoopst adequate uitgebrachte offerte.
2In onderstaande tabellen zijn de tarieven voor maatwerkvoorzieningen in natura weergegeven.
Productnaam
Tarief
Wmo
Eenheid bij toewijzing
Tarief professioneel pgb Wmo
Begeleiding Groep Licht
€ 10,61
uur
€ 8,49
Begeleiding Groep Basis
€ 13,86
uur
€ 11,09
Begeleiding Groep Complex
€ 22,04
uur
€ 17,63
Begeleiding Groep Duurzaam
€ 12,95
uur
€ 10,36
Begeleiding Groep Duurzaam Intensief
€ 16,71
uur
€ 13,37
Begeleiding Individueel Licht
€ 75,56
uur
€ 60,45
Begeleiding Individueel Basis
€ 90,14
uur
€ 72,11
Begeleiding Individueel Complex
€ 102,97
uur
€ 82,38
Vervoer (naar dagbesteding)
€ 20,15
etmaal
€ 16,12
Vervoer Plus
€ 38,96
etmaal
€ 31,17
Zorgcoördinatie
€ 95,01
stuk (o)
€ 76,01
Huishoudelijke hulp: Schoon huis
€ 41,01
uur
€ 32,81
Huishoudelijke hulp: Regie op gestructureerd huishouden
€ 42,33
uur
€ 33,86
Persoonlijke verzorging
€ 44,17
uur
€ 35,34
Respijtopvang Thuis
€ 286,40
etmaal
€ 229,12
Respijtopvang Basis
€ 194,65
etmaal
€ 155,72
Respijtopvang Hoog
€ 259,27
etmaal
€ 207,42
Productcodetabel specifiek MO-BW 2026
Productnaam
Productcode iWmo - BW
Eenheid bij toewijzing
Tarief (per eenheid toewijzing)
Tarief pgb (85% van ZIN)
Opmerking
IHT perspectief
15T11
etmalen
€ 65,75
€ 55,89
IHT intensief
15T12
etmalen
€ 135,61
€ 115,27
Herstelgericht verblijf
15T13
etmalen
€ 233,65
€ 198,60
Herstelgericht verblijf (opslag partnerplaats)
15T14
etmalen
€ 192,57
€ 163,68
Terugvalvoorziening (leegstandstarief)
15T15
etmalen
€ 169,62
n.v.t.
niet via berichtenverkeer
Herstelgericht verblijf terugvalvoorziening
15T16
etmalen
€ 233,65
€ 198,60
Huurbetaling
15T17
stuk (o)
€ 69,27
n.v.t.
Regisseur terugvalvoorziening
15T18
uur
€ 93,46
€ 79,44
altijd minimaal 2 uur
Opslag kindplaats
15T19
stuk (o)
€ 9,40
€ 7,99
Voor de volgende aanbieders geldt het tarief voor 'Herstelgericht verblijf' en 'Herstelgericht verblijf terugvalvoorziening' zoals in onderstaande tabel weergegeven:
Aanbieder
Tarief 2026
Stichting IrisZorg + Ontmoeting + Profilazorg
€ 237,26
Stichting Riwis Zorg & Welzijn/Timon/Philadelphia
€ 233,65
RiJo COBA - Gewoon Wonen
€ 233,65
Stichting De Passerel
€ 233,65
Zorggroep Achterhoek
€ 245,13
Leger Des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg
€ 237,26
Zoethout Begeleid Werken
€ 233,65
Helderzorg B.V.
€ 237,26
Miezaan BV
€ 249,50
Parcipa
€ 233,65
Artikel 3. Hoogte pgb professionele aanbieder maatwerkvoorzieningen
De hoogte van een pgb voor een professionele aanbieder wordt bepaald op basis van 80% van het laagste tarief voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura zoals opgenomen in artikel 2 tarieven zorg in natura.
Artikel 4 Hoogte pgb informele aanbieder maatwerkvoorzieningen
1De hoogte van het pgb voor een informele aanbieder bedraagt:
a.Bij huishoudelijke hulp en begeleiding: € 17,22 per uur. Dit is het minimumuurloon, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren, of;
b.maximaal € 141,00 per kalendermaand, ongeacht het aantal uren hulp dat wordt verleend, of;
c.een tegemoetkoming per maand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten. De tegemoetkoming is vastgesteld aan de hand van richtbedragen van het Nibud (Prijzengids 2025-2026 en richtlijnen vanuit Persoonlijk Budgetadvies). In dit geval worden de uren voor de hulpverlening niet vergoed.
Vergoedingenlijst tegemoetkoming
per maand
Was- en schoonmaakmiddelen
€ 7,00
levensmiddelen
€ 141,00
kleding
€ 61,50
reiskosten
€ 0,23 per kilometer
2Het is mogelijk dat het minimumloon, zoals genoemd in lid 1 onder a, gedurende het jaar wijzigt. In dat geval wordt het geldende minimum uurloon betaald.
Artikel 5. Hoogte pgb vervoersvoorziening
1Voor vervoersvoorzieningen dient de inwoner twee gespecificeerde offertes aan te leveren. De inwoner doet zelf onderzoek naar de goedkoopst adequate voorziening. Het college stelt de tegemoetkoming/vergoeding vast op basis van de goedkoopst adequaat uitgebrachte offerte.
2Het college kan een voorschot verstrekken.
3De inwoner dient de aangekochte voorziening te verantwoorden door het overleggen van een factuur en een betalingsbewijs.
4De kosten voor verzekering en onderhoud kunnen jaarlijks gedeclareerd worden aan de hand van een factuur en een betalingsbewijs.
5Het college vergoedt na overleg van het betalingsbewijs de daadwerkelijk gemaakte kosten tot een maximum kostprijs of huurprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura.
6De inwoner ontvangt een voorziening voor de duur van minimaal de afschrijvingstermijn van 7 jaar.
Artikel 6. Hoogte pgb woonvoorziening
1Bij woonvoorzieningen en woningaanpassingen geldt het primaat van verhuizen. Wanneer de kosten van een woningaanpassing meer bedragen dan € 3.350,- wordt afgewogen of verhuizen naar een geschikte woning als goedkoopst compenserende voorziening kan worden aangemerkt.
2Voor woonvoorzieningen dient de inwoner en/of de verhuurder van de woning twee gespecificeerde offertes aan te leveren. De inwoner doet zelf onderzoek naar de goedkoopst adequate voorziening. Het college stelt de tegemoetkoming/vergoeding vast op basis van de goedkoopst adequaat uitgebrachte offerte. Bij een grote woningaanpassing kan ook een calculatie van de kosten uitgevoerd worden in opdracht van de gemeente door het aanwijzen van een partij hiervoor door de gemeente.
3De volgende kosten komen voor vergoeding in aanmerking:
a.een bouwkundige of woontechnische voorziening in een woning (woningaanpassing), voor zover de kosten betrekking hebben op:
i.de aanneemsom;
ii.de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten;
iii.het architectenhonorarium;
iv.het toezicht op de uitvoering, indien noodzakelijk;
v.de leges die betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
vi.de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
vii.het toezicht op de uitvoering, indien noodzakelijk;
viii.de leges die betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
ix.de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
x.renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
xi.de prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk en het oppervlakte van deze grond gemaximeerd door het gestelde in de onderstaande ‘Voorwaarden extra grond ten behoeve van een woonvoorziening;
xii.de door burgemeester en wethouders (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
xiii.de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; of
xiv.de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;
b.een niet-bouwkundige of niet-woon-technische voorziening in een woning, zoals woninguitrusting;
c.een uitraasruimte;
d.onderhoud, keuring en reparatie van een gerealiseerde woningaanpassing;
e.tijdelijke huisvesting.
4Het college kan een voorschot verstrekken.
5De inwoner dient de aangekochte voorziening te verantwoorden door het overleggen van een factuur en een betalingsbewijs.
6De kosten voor verzekering en onderhoud kunnen jaarlijks gedeclareerd worden aan de hand van een factuur en een betalingsbewijs.
7Het college vergoedt na overleg van het betalingsbewijs de daadwerkelijk gemaakte kosten.
8De inwoner ontvangt een voorziening voor de duur van minimaal de afschrijvingstermijn van 10 jaar, tenzij de voorziening niet meer adequaat is.
9Indien de woning met de door de gemeente bekostigde woningaanpassing binnen 10 jaar wordt verkocht dan dient de inwoner een deel van de kostprijs terug te betalen. Bij een afschrijvingstermijn van 10 jaar wordt onderstaand schema gehanteerd om de restwaarde te bepalen berekend per jaar:
Periode
Terug te betalen deel
eerste jaar na gereedmelding
80% van de kostprijs
tweede jaar na gereedmelding
70% van de kostprijs
derde jaar na gereedmelding
60% van de kostprijs
vierde jaar na gereedmelding
50% van de kostprijs
vijfde jaar na gereedmelding
40% van de kostprijs
zesde jaar na gereedmelding
30% van de kostprijs
zevende jaar na gereedmelding
20% van de kostprijs
achtste jaar na gereedmelding
10% van de kostprijs
negende jaar na gereedmelding
5% van de kostprijs
tiende jaar na gereedmelding
0% van de kostprijs
10De afschrijvingstermijn gaat in op de datum van de gereedmelding van de aanpassing.
Artikel 7. Eigen bijdrage Wmo abonnementstarief
1Een inwoner betaald voor een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo een vaste eigen bijdrage van € 21,80 per maand (het abonnementstarief); ongeacht het inkomen, vermogen en de hoeveelheid hulp en/of ondersteuning.
2De eigen bijdrage wordt geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).
3De eigen bijdrage bedraagt niet meer dan de kostprijs voor de voorziening.
4In de volgende situaties hoeft een inwoner geen abonnementstarief te betalen:
a.inwoner is getrouwd/heeft een geregistreerd partnerschap/ leeft samen en vormt een gezamenlijk huishouden met iemand en één van beide heeft de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt.
b.inwoner betaalt al een eigen bijdrage voor beschermd wonen of voor de Wet langdurige zorg (art. 2.1.4 a en art. 2.1.4 b Wmo)
c.de inwoner komt in aanmerking voor het minimabeleid en het inkomen bedraagt niet meer dan 120% van het sociaal minimum.
5Voor de volgende maatwerkvoorzieningen betaalt inwoner geen abonnementstarief:
a.rolstoelvoorzieningen;
b.maatwerkvoorzieningen verstrekt aan kinderen tot 18 jaar;
c.collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV);
d.financiële tegemoetkomingen zoals genoemd in artikel 9.
6De inwoner betaalt een eigen bijdrage voor zolang hij gebruik maakt van de maatwerkvoorziening.
Artikel 8. Eigen bijdrage beschermd wonen
1De eigen bijdrage voor beschermd wonen wordt berekend door het CAK volgens paragraaf 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo en is inkomensafhankelijk.
2De eigen bijdrage bedraagt niet meer dan € 2.954,40 per maand (zoals genoemd in artikel 3.11 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015).
Artikel 9. Ritbijdrage en kosten vervoerspas vraagafhankelijk vervoer PlusOV
Soort tarief
Opstaptarief
(eenmaal per rit)
Ritbijdrage per kilometer; 0-20 km
Ritbijdrage per kilometer; 20-40 km
Wmo-pas
€ 1,30
€ 0,24
€ 2,44
Wmo kind tot 4 jaar
gratis
gratis
gratis
Wmo kind 4 tot 12 jaar
34% korting (op totale tarief)
34% korting (op totale tarief)
34% korting (op totale tarief)
Medisch begeleider
gratis
gratis
gratis
Hulphond
gratis
gratis
gratis
Wmo sociaal
begeleider
gratis
gratis
gratis
Wmo sociaal
begeleider met
ritbijdrage
€ 1,30
€ 0,24
€ 2,44
Medereiziger
€ 4,26
€ 0,66
€ 2,44
Vervoerspas
€ 10,00 (eenmalig)
Vervanging
vervoerspas
gratis
Artikel 10. Tegemoetkoming bepaalde voorzieningen personen met een beperking of chronische problemen
Taxikosten
maximaal € 1.253,00 per jaar
Rolstoeltaxikosten
maximaal € 2.412,00 per jaar
Kosten gebruik eigen auto
maximaal € 459,00 per jaar
Verhuis- en inrichtingskosten
maximaal € 3.350,00 per adres
Aanschaf en onderhoud sporthulpmiddel
maximaal € 8.400,00 per zeven jaar
Bezoekbaar maken woning
Maximaal € 5.000,00 per adres
Artikel 11. Overgangsbepaling
1Een besluit op een aanvraag wordt genomen op basis van de op de datum van het besluit geldende Financieel besluit.
2Een inwoner houdt het recht op de verstrekte voorziening inclusief het daarbij verstrekte persoonsgebonden budget (ook na inwerkingtreding van een nieuw Financieel besluit) tot de einddatum van de beschikking of tot het college een nieuw besluit genomen heeft.
3Op bezwaarschriften wordt beslist met in achtneming van het Financieel besluit die geldig was ten tijde van het bestreden besluit op de aanvraag.
Artikel 12. Hardheidsclausule
In situaties waarin het Financieel besluit Wmo Hattem 2026 niet voorziet beslist het college.
Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel
1Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
2Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Hattem 2026.
3Het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Hattem 2025 wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit.