Gemeentelijke regelgeving

Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad en raadscommissies van de gemeente Harlingen 2023

Gemeente Harlingen · geldt sinds 6 januari 2024

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder:

–amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;

–subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;

–motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

–voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;

–initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel;

–interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda;

–raadscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet;

–commissie ad hoc: een commissie als bedoeld in artikel 84 Gemeentewet;

–wet: Gemeentewet

–voorzitter: voorzitter van de raad :

–griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

–duo-commissielid: een niet raadslid, op voordracht van een raadsfractie overeenkomstig artikel 6a van dit reglement door de raad benoemd, dat namens betreffende fractie als commissielid optreedt.

–commissielid: raadslid of duo-commissielid dat deelneemt aan een beeldvormende-commissie of een oordeelvormende-commissie.

Artikel 2 - Vergaderavond en —locatie

1De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op woensdag, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in het stadhuis.

2De Voorzitter dan wel de Agendacommissie kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. De voorzitter voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de Agendacommissie.

Artikel 3 - Plaatsvervangend voorzitter van de raad

1De raad benoemt uit zijn midden een 1e plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 4 - Het presidium

1Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.

2De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig.

3Een fractievoorzitter die verhinderd is kan een raadslid uit zijn fractie aanwijzen hem te vervangen.

4Alle adviezen c.q. aanbevelingen aan de raad worden uitgebracht bij gewone meerderheid van stemmen. Van minderheidsstandpunten wordt desgewenst melding gemaakt.

5Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.

6Het presidium heeft een adviserende rol en oefent daarbij de volgende taken uit:

–Het Presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad (en de raadscommissies) voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie.

–Fungeert als eerste aanspreekpunt voor de voorzitter met betrekking tot vertrouwelijke zaken en brengt daarover desgewenst advies uit;

–Het presidium kan de raad voorstellen een lange termijn planning vast te stellen.

–Adviseert over andere zaken, in opdracht van de raad.

7De afsprakenlijst wordt aan alle leden van de raad toegezonden. De afspraken wordt vastgesteld in de eerst volgende vergadering van het presidium.

8Het presidium vergadert in beslotenheid maar alle raadsleden en duo-commissieleden mogen als toehoorder aanwezig zijn.

Artikel 5 - De Agendacommissie

1Er is een Agendacommissie die belast is met de voorlopige vaststelling van de agenda’s voor de raad en de vaststelling van de agenda voor de beeldvormende- en oordeelvormende-commissie.

2De Agendacommissie bestaat uit de voorzitters van de raadscommissie, de plaatsvervangend commissievoorzitter en twee daartoe door de raad benoemde raadsleden en wordt voorgezeten door de voorzitter. De griffier is in elke vergadering van de Agendacommissie aanwezig.

3Elk lid heeft één stem in de Agendacommissie.

4De Agendacommissie kan de gemeentesecretaris als adviseur uit nodigen voor een vergadering van de agendacommissie.

5De leden kunnen agendapunten ter behandeling voordragen.

6De plaatsvervangend voorzitter wordt door de leden van de agendacommissie uit hun midden benoemd.

7De agendacommissie stelt het vergaderschema voor raad, commissies en andere activiteiten van raad en commissies vast.

Artikel 5a - De griffier

1De griffier is aanwezig in de vergaderingen van de raad, raadscommissies en presidium.

2Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen.

3De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen in de vergaderingen deelnemen.

HOOFDSTUK 2 De raad: toelating nieuwe leden en fracties

Artikel 6 - Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging

1Bij de toelating van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.

2Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

3Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

4Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

5In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 6a - Benoeming duo-commissieleden

1De raad kan voor de éénpersoonsfracties duo-commissieleden benoemen en stelt daarvoor een afzonderlijke verordening vast.

2Op de duo-commissieleden zijn de artikelen 10 , 11 , 12 , 13 en artikel 15 lid 1 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

3Artikel 6, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing bij de benoeming van duo-commissieleden.

4Duo-commissieleden leggen bij hun benoeming de eed of verklaring en belofte af conform artikel 14 van de Gemeentewet.

Artikel 6b - Benoeming wethouders

1Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.

2Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid van de wet.

3De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

4De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat- wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

Artikel 7 – Fractie

1Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.

2Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

3De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

4Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

5Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

HOOFDSTUK 3 De fases van het besluitvormingsproces

Artikel 8 – Doel

1De vergadering in de beeldvormende-commissie is een commissievergadering en bedoeld voor het uitwisselen van informatie tussen commissieleden en burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven en overige deskundigen.

2In deze vergadering is geen ruimte voor debat noch voor het verwoorden van (voorlopige) standpunten door fracties. Ook is er geen gelegenheid om collegeleden politiek ter verantwoording te roepen.

3In de beeldvormende-commissie kan niet het woord gevoerd worden over agendapunten die gaan over keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.

Artikel 9 - Agenda en uitnodiging

1Een verzoek tot agendering van een onderwerp kan bij de Agendacommissie worden ingediend door:

–de raad, raadsfracties, individuele raadsleden en Duo-commissieleden;

–het college of collegeleden;

–inwoners van de gemeente Harlingen en maatschappelijke organisaties, instellingen en bedrijven die gevestigd zijn in Harlingen.

2Onderwerpen kunnen niet gaan over:

–een onderwerp waar de raad geen bevoegdheid heeft;

–een vraag over gemeentelijk beleid;

–een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over gedragingen van het gemeentebestuur;

–een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van een bestuursorgaan van de gemeente;

–een onderwerp waarover in de lopende raadsperiode of korter dan twee jaar voor indiening van het onderwerp door de raad een besluit is genomen, tenzij een meerderheid van de raad hiermee instemt.

3De Agendacommissie stelt de agenda voor de commissievergadering vast.

4De agenda en de bijbehorende stukken worden uiterlijk 10 dagen vóór de vergadering beschikbaar gesteld. De agenda wordt openbaar gemaakt op de voor de gemeente gebruikelijke wijze. In spoedeisende gevallen kan de Agendacommissie tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze agenda hoeft alleen via elektronische weg bekend gemaakt te worden.

5Stukken waar op grond van de artikel 87 van de wet de verplichting van geheimhouding is opgelegd blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en worden conform de vastgestelde ‘Notitie geheimhouding‘ aan de raad beschikbaar gesteld.

6De griffie zorgt, op aandragen van de Agendacommissie, voor het verzenden van uitnodigingen voor de vergadering aan belanghebbenden, geïnteresseerden en deskundigen.

Artikel 10 – Deelnemers

1Belangstellenden kunnen zich tot 48 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffie melden.

2Het aantal deelnemers per fractie is vrij, met dien verstande dat er niet meer woordvoerders per fractie kunnen deelnemen aan het agendapunt dan de fractie aan zetels heeft in de raad.

3De commissievoorzitter kan in het belang van een goede vergaderorde besluiten om een deelnemer, niet zijnde een raadslid of duo-commissielid, van deelname aan de commissievergadering uit te sluiten.

Artikel 11 - Commissievoorzitter en griffier

1De raad benoemt uit zijn midden twee commissievoorzitters die de vergaderingen bij toerbeurt leiden of, in geval van parallelle vergaderingen, simultaan. Tevens benoemt de raad uit zijn midden een plaatsvervangend commissievoorzitter.

2De commissievoorzitter heeft tot taak het leiden van de vergadering, het handhaven van de orde en het doen naleven van het reglement van orde. Hij verleent het woord aan de deelnemers en sluit een onderwerp af met het verwoorden van de aanbeveling zoals bedoeld in artikel 12, vijfde lid.

3In elke Beeldvormende-commissie vergadering is de griffier aanwezig.

Artikel 12 – Procedure

1Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst die aan het einde van elke vergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

2Deelnemers, niet zijnde raadsleden/ fractievertegenwoordigers en collegeleden, hebben de gelegenheid deel te nemen aan de beeldvormende-commissie volgens de door het presidium vastgesteld wijze.

3Het college heeft de gelegenheid een beknopte toelichting op de stukken te geven en te reageren op de inbreng van andere deelnemers.

4De commissieleden hebben de gelegenheid beknopt aan de andere deelnemers een (nadere) toelichting te vragen op de ingebrachte onderwerpen.

5De commissievoorzitter stelt vast of over een onderwerp alle informatie is uitgewisseld en stelt de commissie voor wat de volgende fase in de besluitvorming zou moeten zijn.

6De raadscommissie beslist vervolgens of het onderwerp door kan naar de Oordeelvormende-commissie of rijp is voor besluitvorming in de raadsvergadering.

7Stemgerechtigd hierbij zijn de commissieleden die conform het 1e lid van dit artikel de presentielijst hebben getekend.

8De griffier stelt een overzicht op van toezeggingen en procedurebesluiten.

9Van een Beeldvormende-commissievergaderingen worden opnames (beeld en geluid) gemaakt.

De Oordeelsvormende-commissie (Het Debat)

Artikel 13 – Doel

1De vergadering in de oordeelvormende-commissie is een commissievergadering. De vergadering is bedoeld voor het uitwisselen van voorlopige standpunten tussen fracties en het voeren van een debat over voorstellen aan de raad.

2In deze vergadering kunnen fracties aankondigen of en zo ja, welke onderdelen van een voorgesteld besluit zij willen overwegen te doen wijzigen door middel van het indienen van een amendement tijdens de raadsvergadering (Het Besluit).

Artikel 14 - Uitnodiging en agenda

1De Agendacommissie stelt de agenda voor de Oordeelvormend-commissie vergadering op, de agenda van de beeldvormde-commissie en de oordeelvormende-commissie zijn identiek. Agenda en bijbehorende stukken worden altijd gelijktijdig openbaar bekend gemaakt.

2Na de beeldvormende-commissie wordt op de website van de gemeente openbaar gemaakt welke agendapunten van de agenda van de Oordeelvormende-commissie aanleiding geven voor debat.

3In spoedeisende gevallen kan de Agendacommissie tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de bijbehorende stukken aan de leden gezonden. Deze agenda hoeft alleen elektronisch bekend gemaakt te worden.

4Stukken waar op grond van de artikel 87 van de wet de verplichting van geheimhouding is opgelegd blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en worden conform de vastgestelde ‘Notitie geheimhouding‘ aan de raad beschikbaar gesteld.

5De Oordeelsvormende-commissie vergadering kan bij meerderheid van stemmen besluiten een onderwerp terug te verwijzen naar de Beeldvormende-commissie.

Artikel 15 - Voorzitter en griffier

1De voorzitter leidt de vergadering in de Oordeelvormende-commissie.

2In elke Oordeelvormende-commissie vergadering is de griffier aanwezig.

Artikel 16 - Deelnemers en procedure

1ledere fractie wordt in de Oordeelvormende-commissie vertegenwoordigd door raadsleden of duo-commissieleden met dien verstande dat er niet meer woordvoerders per fractie kunnen deelnemen aan het agendapunt dan de fractie aan zetels heeft in de raad.

2Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening worden vastgesteld.

3De onderwerpen in de Oordeelvormende-commissie worden in twee termijnen behandeld. Het college kan deelnemen aan de eerste termijn van de Oordeelvormende-commissie.

De tweede termijn van de Oordeelvormende-commissie nemen alleen raadsleden en duo-commissieleden deel.

4Wanneer de voorzitter vaststelt dat de Oordeelvorming kan worden afgesloten besluiten de leden de raad te adviseren of het voorstel ter besluitvorming in de raadsvergadering kan worden behandeld.

5Van de Oordeelvormende-commissie wordt een besluitenlijst gemaakt inclusief de besluiten zoals bedoeld in het vierde lid.

6Van de Oordeelsvormende-commissie vergadering worden opnames (beeld en geluid) gemaakt.

De Raadsvergadering (Het Besluit)

Artikel 17 - Doel en vorm

1De vergadering is een raadsvergadering waarin besluiten kunnen worden genomen.

2De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.

3Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium

4De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 18 - Uitnodiging en agenda

1De Agendacommissie stelt de conceptagenda voor de vergadering op.

2De agenda en bijbehorende stukken worden uiterlijk tien dagen vóór de vergadering beschikbaar gesteld. De agenda wordt openbaar gemaakt via voor de gemeente gebruikelijke wijze. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze agenda hoeft alleen elektronisch bekend gemaakt te worden.

3Stukken waar op grond van de artikel 87 van de wet geheimhouding is opgelegd blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en worden conform de vastgestelde ‘Notitie geheimhouding‘ aan de raad beschikbaar gesteld.

4De agenda wordt bij aanvang van de raadsvergadering door de raad vastgesteld.

5De raad kan besluiten een onderwerp van de agenda af te voeren en terugverwijzen naar de Beeldvormende-commissie en/ of de Oordeelvormende-commissie of een voorstel van orde te doen.

Artikel 19 - Voorzitter en griffier

1De voorzitter zit de raadsvergadering voor.

2De voorzitter leidt de vergadering, handhaaft de orde, zorgt voor naleven van het reglement van orde en dat wat de wet of dit reglement hem verder opdraagt.

3In elke besluitvormende vergadering is de griffier aanwezig.

Artikel 20 – Procedure

1Bij binnenkomst van de vergaderzaal tekenen de raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

2Een raadslid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid het woord vraagt over de orde van de vergadering.

3Op verzoek van een raadslid of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen om het college of de raadsleden de gelegenheid te geven tot onderling beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsing voorbij is.

4Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen.

5De raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 20A. Aantal spreektermijnen

1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Het college krijgt na de eerste termijn de mogelijkheid om te reageren.

2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

Artikel 21 - Stemverklaring

1Na het sluiten van de beraadslagingen en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten.

Artikel 22 - Algemene bepalingen over stemming

1De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

2Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de vergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van stemming hebben onthouden. In dat geval wordt het besluit met de stemmen van de overige aanwezige leden geacht te zijn aangenomen.

3Raadsleden stemmen op volgorde waarop men plaats heeft in de raadszaal, de voorzitter bepaalt of rechts of links van de voorzitter wordt begonnen.

4Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

5Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. Raadsleden stemmen op volgorde waarop men plaats heeft in de raadszaal, de voorzitter bepaalt of rechts of links van de voorzitter wordt begonnen.

6Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden hun stem uit door zich ’voor’ of 'tegen’ te verklaren, zonder enige toevoeging.

7Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

8De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Artikel 23 - Stemming over amendementen en moties

1Als een amendement op een geagendeerd voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en daarna over het voorstel.

2Als op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

3Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een geagendeerd voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde van stemming. Daarbij geldt dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

4Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 24 - Stemming over personen

1Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.

2Aanwezige raadsleden die zich niet op grond van artikel 28 van de wet van deelneming aan stemming moet onthouden zijn verplicht een ingevuld stembriefje in te leveren.

3Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

4Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat verplicht is een stembriefje in te leveren;

5Bij twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.

6De griffier vernietigt de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag.

Artikel 25 - Herstemming over personen

1Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt een tweede keer gestemd.

2Wanneer ook bij deze tweede stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft, vindt een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

3Als bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken beslist terstond het lot.

Artikel 26 - Beslissing door het lot

1De voorzitter schrijft de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes.

2Het stembureau controleert de briefjes en deponeert ze in een stembokaal.

3De voorzitter neemt een van de briefjes uit de stembokaal en leest de naam voor die op het briefje staat. Die persoon wordt geacht te zijn gekozen.

Artikel 27 - Besluitenlijst

1De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst, een digitaal verslag en een besluitenlijst van de vergadering.

2De conceptbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de elektronische oproep en wordt gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden.

3De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de conceptbesluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de aanvang van de vergadering bij de griffier te worden ingediend.

4De besluitenlijst bevat tenminste:

a.de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben;

b.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

c.een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

d.de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

e.bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

5Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna dit door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend.

Artikel 28 - Ingekomen stukken

1Bij de raad ingekomen stukken worden in het weekbericht geplaatst.

2Openbare Raadsinformatiebrieven van het college aan de raad worden op de openbare website geplaatst. Raadsinformatiebrieven, waarvoor de verplichting tot geheimhouding geldt als bedoeld in artikel 87 van de wet, worden in het weekbericht geplaatst.

3Raadsleden kunnen mondeling een voorstel van orde doen om een ingekomen stuk te agenderen, indien dit verzoek gesteund wordt door minimaal 6 raadsleden dan wordt het ingekomen stuk geagendeerd.

4Het Presidium kan de regels m.b.t. ingekomen stukken zo nodig verder uitwerken.

HOOFDSTUK 4 Rechten van leden van de raad en raadscommissies

Artikel 29 - Voorstellen van orde

1De voorzitter of een raadslid kan tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen. Dit geldt ook bij de vergadering in de beeldvormende-commissie en de oordeelvormende-commissie, waarin een duo-commissielid een voorstel van orde kan doen.

2Een ordevoorstel kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

3Over een ordevoorstel wordt terstond beslist.

Artikel 30 - Toestemming intrekken collegevoorstel

1Een geagendeerd voorstel kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

2Als de raad oordeelt dat een voorstel terug gezonden moet worden, bepaalt de Agendacommissie of en in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 31 – Amendementen

1Raadsleden dienen amendementen en subamendementen over een voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter of de griffier tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

2Een amendement kan het voorstel inhouden om de beslispunten van een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijk wordt besloten.

3Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en deelnemen aan de beraadslagingen.

4Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk tot het einde van de beraadslagingen.

Artikel 32 – Moties

1Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter of de griffier, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

2De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.

3De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle agendapunten zijn behandeld.

4Intrekking van een motie door de indiener is mogelijk tot het einde van de beraadslagingen.

Artikel 33 – Initiatiefvoorstel

1Raadsleden kunnen, via de griffier, initiatiefvoorstellen (digitaal of schriftelijk) indienen bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

2Het college kan binnen 4 weken na ontvangst van het voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

3Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel geagendeerd langs dezelfde weg als andere raadsvoorstellen.

Artikel 34 – Interpellatie

1Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.

2De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek ingewilligd indien minimaal 6 raadsleden het verzoek steunen. Als het verzoek wordt ingewilligd, bepaalt de raad op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden

3De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 35 - Schriftelijke vragen

1Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven op welke wijze beantwoording wordt verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd.

2De vragen worden bij de griffier ingediend op het daartoe bestemde vragenformulier Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.

3Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.

4De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden.

5De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

6De vragen en antwoorden worden door tussenkomst van de griffie op de openbare website van de gemeente geplaatst, behalve als daaromtrent de verplichting tot geheimhouding is opgelegd.

Artikel 36 – Vragen aan het college

1Tijdens iedere reguliere raadsvergadering en de oordeelvormende commissievergadering is er gelegenheid tot het stellen van vragen, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat het stellen van vragen op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het stellen van vragen eindigt.

2Het lid van de raad dat vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 36 uur voor aanvang van de raadsvergadering bij de voorzitter. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens de vergadering aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.

3De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen aan de orde worden gesteld.

4De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad.

5Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Per fractie kunnen er maximaal 3 vragen worden gesteld per vergadering.

6Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

7Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Artikel 37 – Inlichtingen

1Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier.

2De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

3De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk of mondeling in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.

4De vragen en het antwoord worden opgenomen als een agendapunt voor de vergadering.

HOOFDSTUK 5 Besloten vergadering

Artikel 38 – Algemeen

1Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement overeenkomstig van toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 39 – Besluitenlijst

1De besluitenlijsten worden conform de vastgestelde ‘Notitie geheimhouding‘ aan de raad beschikbaar gesteld.

2De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 40 – Geheimhouding

1Als de raad op grond van de artikel 89 lid 3 en 4 van de wet voornemens is geheimhouding op te heffen wordt, als het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

HOOFDSTUK 6 Lidmaatschap van andere organisaties

Artikel 41 - Verslag en verantwoording

1Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of institutie, heeft het recht om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende Beeldvormende-commissie.

2Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 36 is van overeenkomstige toepassing.

3Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. Artikel 38 is van overeenkomstige toepassing.

4Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad een van zijn leden heeft benoemd.

HOOFDSTUK 7 Orde tijdens de vergadering

Artikel 42 - Handhaving orde

1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

a) de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen van dit reglement te herinneren;

b) een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

2Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

3De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

4De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

5Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

6De voorzitter legt aan het begin van ieder agendapunt beknopt uit wat de inhoud van het desbetreffende raadsvoorstel is, zodat ook het publiek en de burgers die de webcast volgen de discussie kunnen volgen.

Artikel 43 - Toehoorders en pers

1Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is niet toegestaan.

3De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren, kan de voorzitter voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.

Artikel 44 - Geluid- en beeldregistraties

1Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

HOOFDSTUK 8 Slotbepalingen

Artikel 47 - Uitleg reglement

1In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 48 - Inwerkingtreding en citeerdeel

1Dit reglement treedt in werking op de dag na bekendmaking.

2Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Harlingen vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2017 en de verordening op de raadscommissie van 18 december 2017.

3Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad en raadscommissies van de gemeente Harlingen 2023.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.