Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harlingen; gelet op het bepaalde in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 van de gemeente Harlingen;
b e s l u i t
1vast te stellen de navolgende beleidsregels:
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2025 gemeente Harlingen;
2Deze ‘Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2025 gemeente Harlingen' vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de ‘Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022 gemeente Harlingen’.
3De ‘Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning augustus 2025 gemeente Harlingen’ na publicatie in werking te laten treden;
2 Procedure melding, onderzoek en aanvraag
2.3 Cliëntondersteuning en persoonlijk plan
2.3.1 Cliëntondersteuning
Vooraf aan de intake wordt de cliënt gewezen op de mogelijkheid om gratis gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. Een cliëntondersteuner kan de cliënt tijdens het onderzoek helpen zijn hulpvraag te verwoorden en keuzes te maken. De gemeente biedt de mogelijkheid om gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. De gemeente kan de cliënt informeren over welke aanbieder(s) hiervoor gecontracteerd is/zijn. De cliënt kan daar kosteloos gebruik van maken. De cliënt kan er ook voor kiezen zijn cliëntondersteuning zelf te organiseren. De kosten komen dan voor rekening van de cliënt zelf.
2.3.2 Persoonlijk plan
Voorafgaand aan het gesprek biedt de gebiedsteammedewerker de inwoner de mogelijkheid om een persoonlijk plan in te dienen waarin de inwoner zelf zijn situatie beschrijft op de onderdelen a t/m g (paragraaf 2.4) en daarbij aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest passend is.
Het persoonlijk plan dient binnen zeven dagen na de melding te worden ingediend én voordat een aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening tot stand is gekomen. Aan het persoonlijk plan kunnen geen rechten, voor de toekenning van de aanvraag, worden ontleend.
2.7 Besluitvorming
2.7.1 Beschikking
De beschikking vormt het sluitstuk van de procedure. Nadat na zorgvuldig onderzoek is vastgesteld dat er (g)een maatwerkvoorziening verstrekt wordt, wordt dit besluit in de beschikking vastgelegd. De cliënt kan aan de beschikking rechten ontlenen. Het is van belang dat de beschikking in ieder geval het volgende vermeldt:
•Wat de te verstrekken voorziening is;
•Welke rechten en plichten de cliënt heeft op grond van het besluit;
•De ingangsdatum en duur van de verstrekking;
•Of de voorziening in natura of pgb wordt verstrekt;
•Bij zorg in natura, welke gecontracteerde aanbieder de maatwerkvoorziening gaat leveren;
•Als een eigen bijdrage in de kosten verschuldigd is, dat het CAK informeert over de hoogte en berekening van de eigen bijdrage;
•Hoe bezwaar tegen het besluit kan worden gemaakt.
Voor een pgb geldt aanvullend:
•Welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
•De hoogte van het pgb en hoe dit tot stand is gekomen;
•De duur van de verstrekking en waarvoor het pgb is bedoeld;
•De wijze van verantwoording en besteding van het pgb.
De geldigheidsduur duur van de maatwerkvoorziening is maximaal 5 jaar. Indien uit onderzoek verlenging noodzakelijk blijkt, kan de voorziening verlengd worden.
Verslag als motivatie
De motivering van het besluit leunt op de bevindingen van het gebiedsteam. In de beschikking wordt verwezen naar deze motivatie.
3 Het onderzoek
3.5 Eigen kracht
3.5.1 Beoordelen eigen kracht
De gemeente onderzoekt samen met de inwoner of een beroep kan of moet worden gedaan op de eigen kracht. De gemeente doet dit door hierover te praten in een (keukentafel)gesprek. Voor het vaststellen van de eigen kracht van een inwoner zijn in eerste plaats de behoeften,
persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner van belang. Daarnaast kunnen ook oplossingen middels algemeen gebruikelijke voorzieningen of gebruikelijke hulp behoren tot de eigen kracht van de inwoner. Die begrippen worden verderop in dit hoofdstuk uitgelegd.
3.5.2 Voorbeelden van eigen kracht
Voorbeelden van eigen kracht kunnen zijn:
•De gemeente gaat ervan uit dat de inwoner probeert zijn beperkingen op te lossen of te verminderen door zijn dagelijks leven anders te organiseren. Een voorbeeld hiervan is het verspreiden van de huishoudelijke taken over de dag en over de week in plaats van alle huishoudelijke taken op één dag te doen.
•Het opsparen van de boodschappen, zodat gebruik kan worden gemaakt van de boodschappenbezorgdienst van een supermarkt.
•Het herinrichten van zijn woning of het verplaatsen van voorwerpen in huis als dit bijdraagt aan het compenseren van zijn beperkingen. De wasmachine kan bijvoorbeeld op een verhoging worden geplaatst, zodat deze in specifieke situaties toch kan worden gebruikt.
•Het ophangen van een douchegordijn tegen het nat worden van de badkamer.
•Dat de inwoner alles doet wat in zijn vermogen ligt om herstel van de situatie te bevorderen.
•Het gebruiken en aanschaffen van huishoudelijke apparaten zoals bijvoorbeeld een droger of een robotstofzuiger.
3.5.3 Algemeen gebruikelijk
Artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015 omschrijft de definitie van algemeen gebruikelijk.
Eigen kracht kan ook betekenen dat iemand in staat is zijn hulpvraag op te lossen of te verminderen met de aanschaf van een algemeen gebruikelijke voorziening. Een algemeen gebruikelijke voorziening is voorliggend op een maatwerkvoorziening.
Criteria:
Een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel kan als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze:
•niet speciaal is bedoeld voor personen met een beperking;
•daadwerkelijk beschikbaar is;
•een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is; en
•deze financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Als een inwoner de kosten van een hulpmiddel binnen 36 maanden kan terugbetalen bij een aflossing van 5% van de geldende bijstandsnorm.
3.5.4 Gebruikelijke hulp
Er wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt wanneer de belemmeringen van de inwoner opgelost kunnen worden door inzet van gebruikelijke hulp. De wet definieert dit als hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de partner, ouders, inwonende kinderen of anderen met wie cliënt duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont. Hierbij gaat het om normale dagelijks zorg, zoals taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, administratie, schoonmaken of bezoek aan familie, instanties of een arts. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die één huishouden vormt met de persoon die beperkingen in zijn zelfredzaamheid of participatie ondervindt.
Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Dit houdt in dat er zowel van volwassenen als van jonge huisgenoten een bijdrage wordt verlangd. Hierbij houdt de gemeente wel rekening met de ontwikkelingsfase van kinderen.
•Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage in de huishouding;
•Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke taken, zoals tafeldekken en afruimen, afwassen en afdrogen, boodschappen doen en kleding in de wasmand doen;
•Van kinderen van 12 tot en met 17 jaar mag worden verwacht dat zij naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, rommel opruimen, stofzuigen en hun bed kunnen verschonen;
•Een huisgenoot van 18 tot en met 22 jaar kunnen een eenpersoonshuishouden voeren;
•Vanaf 23 jaar kunnen de huishoudelijke taken volledig overgenomen worden van een huisgenoot die zelf geen huishoudelijke taken kan uitvoeren.
•Vanaf 23 jaar vallen begeleidingstaken onder de gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende hulpsituatie met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt. Hierbij gaat het in het algemeen over een periode van maximaal drie maanden.
Bij het bepalen van de hoeveelheid gebruikelijke hulp wordt geen rekening gehouden met drukke werkzaamheden van een huisgenoot, lange werkweken of veel reistijd, de huishoudelijke taken kunnen bij een alleenstaande ouder immers ook op één persoon rusten. In het weekend kunnen de uitstelbare taken worden verricht. Ook kunnen begeleidingstaken hieronder vallen. Voorbeelden hiervan zijn ondersteuning bij administratie en ziekenhuisbezoek. Over het algemeen kan alleen rekening gehouden worden met personen die vanwege hun werkzaamheden langdurig van huis zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij internationale vrachtwagenchauffeurs, medewerkers in de offshore of mariniers. Het gaat namelijk te ver deze mensen te dwingen een andere baan of functie te zoeken. De afwezigheid moet wel voldoen aan de volgende kenmerken:
•Het is inherent aan het werk;
•Het heeft een verplichtend karakter.
Bij het bepalen van de hoeveelheid gebruikelijke hulp wordt ook geen rekening gehouden met traditionele rolpatronen waarbij bijvoorbeeld één van de partners niets in het huishouden doet.
Een zorgvuldige afweging is altijd vereist, met name in het geval van gebruikelijke hulp van een inwonend kind. Daarbij dient rekening gehouden te worden met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht, met de ontwikkelingsfase van het specifieke kind, met het feitelijke vermogen van het kind om een bijdrage te leveren en de veerkracht van het kind. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld het omgaan met leeftijdgenoten, het doen aan vrijetijdsbesteding en de schoolprestaties. Of er sprake is van gebruikelijke hulp is altijd maatwerk, waarbij rekening gehouden moet worden met de noodzaak tot ondersteuning en de specifieke omstandigheden van de inwoner, zoals zijn persoonskenmerken en zijn gezinssituatie. Is er geen sprake van gebruikelijke hulp, dan wordt verder onderzocht of een maatwerkvoorziening nodig is.
Uitzonderingen
Hulp van niet-inwonende kinderen is geen gebruikelijke hulp, zij maken immers geen deel uit van het gezamenlijke huishouden. Wel kan met hen besproken worden of ze vrijwillige hulp willen en kunnen verrichten. Met de cliënt en het sociale netwerk moet altijd besproken worden wat redelijk is in het kader van gebruikelijke hulp.
Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis dan wel vaardigheden mist om gebruikelijke hulp aan de cliënt te bieden en deze vaardigheden niet kunnen worden aangeleerd wordt van hen geen gebruikelijke hulp verwacht.
Als er sprake is van commerciële kamer(ver)huur, behoort de huurder van de betreffende ruimte niet tot de leefeenheid van degene met de beperkte zelfredzaamheid. Er is geen sprake van gebruikelijke hulp. De huurder wordt wel geacht zijn eigen gehuurde kamer te onderhouden en de gemeenschappelijke leefruimten.
4 Huishoudelijke ondersteuning
4.4 Schoonmaakondersteuning
4.4.1 Schoon en leefbaar huis
Algemene afwegingen
Wanneer een cliënt vanwege zijn beperkingen niet in staat is om een gestructureerd huishouden te voeren, dan kan huishoudelijke ondersteuning als maatwerkvoorziening worden verstrekt. Vooraf aan de inzet van huishoudelijke ondersteuning wordt altijd onderzocht wat de mogelijkheden zijn van de cliënt en zijn netwerk. Wellicht kunnen sommige huishoudelijke activiteiten nog door de cliënt zelf worden uitgevoerd. Daarnaast wordt van de cliënt verlangd dat hij meewerkt in het oplossen van zijn problemen en beperkingen door bijvoorbeeld de woning anders in te richten of de huishoudelijke werkzaamheden anders te plannen. Te denken valt aan het zo veel als mogelijk voorbereiden van de was, het ergonomisch verantwoord inrichten van de woning en het gebruiken van huishoudelijke apparaten zoals een wasmachine, droger of vaatwasser. Van de cliënt wordt verwacht dat hij alles doet wat in zijn vermogen ligt om herstel van de situatie te bevorderen.
Uit deze eigen verantwoordelijkheid vloeit ook voort dat, in het algemeen, het type en de grootte van de woning niet van invloed zijn op de hoeveelheid te verstrekken ondersteuning. Dit zijn keuzes waarop de cliënt zelf invloed kan uitoefenen en keuzes in kan maken. Dit geldt eveneens voor (het verzorgen van of aanvullende benodigde huishoudelijke taken door) huisdieren (niet zijnde hulphonden/dieren). Het zoeken van oplossingen hiervoor behoort in de eerste plaats tot de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt.
Resultaat
Als is vastgesteld dat huishoudelijke ondersteuning nodig is, dan wordt dat ingezet met oog op het bereiken van het resultaat: een schoon en leefbaar huis. Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor:
een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Dit betekent dat de cliënt gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, een slaapruimte (die door de cliënt in gebruik is), de keuken, de sanitaire ruimtes en de gang/trap. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van de huishoudelijke ondersteuning.
De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. De standaarduren (voor een ‘Schoon en leefbaar huis’) richten zich op het uitvoeren van het lichte en zware schoonmaakwerk. Denk aan het afnemen van stof, stofzuigen, reinigen van ramen, vloeren en sanitair en bedden verschonen. Indien de cliënt regie kan voeren over zijn huishouden, mag van hem/haar worden verwacht dat de benodigde werkzaamheden worden geprioriteerd en er keuzes worden gemaakt.
Aanvullende uren ‘Schoon en leefbaar huis’
Beïnvloedende factoren voor meer of minder inzet van huishoudelijke ondersteuning
De volgende factoren kunnen maken dat er meer of minder ondersteuningstijd nodig is dan de opgenomen standaarduren:
a.Kenmerken cliënt
•Mogelijkheden cliënt zelf: de fysieke mogelijkheden van de cliënt om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de cliënt mee.
•Beperkingen en belemmeringen van de cliënt, die gevolgen hebben voor de benodigde inzet. De hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is, is leidend, niet de problematiek als zodanig. Dit kan op twee manieren uitwerken:
o Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren, besmet wasgoed (bijvoorbeeld chemokuur of Norovirus).
o Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de cliënt voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD, mits de woning gesaneerd is door de inwoner.
•Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers: de hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de cliënt en eventuele vrijwilligers, waardoor minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is, omdat een deel van de activiteiten door niet-professionals wordt gedaan.
b.Kenmerken huishouden
•Samenstelling van het huishouden: het aantal personen en de leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet per sé extra inzet nodig. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als zij gescheiden slapen, waardoor een extra slaapkamer in gebruik is. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke hulp).
De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding (leeftijdsafhankelijk). Dit staat nader beschreven in hoofdstuk 3 onder de paragraaf ‘gebruikelijke hulp’. Als er kinderen zijn, zijn er vaak ook meer ruimtes in gebruik. Bij een kind kan ook sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) die maken dat extra inzet van ondersteuning nodig is. De samenstelling van het huishouden kan dus op meerdere manieren invloed hebben op de uren ondersteuning.
•Huisdieren: Het uitgangspunt is dat de gevolgen van huisdieren op de omvang van de schoonmaaktaak en het zoeken van oplossingen daarvoor in de eerste plaats tot de verantwoordelijkheid van de inwoner behoort. Een huisdier veroorzaakt niet altijd extra benodigde inzet. Een huisdier heeft voor de cliënt vaak ook een functie ten aanzien van participatie en eenzaamheidsbestrijding. In deze situaties vindt overleg plaats met de cliënt over het aantal huisdieren of de aard van de huisdieren, wat de verantwoordelijkheid hierin is van de cliënt en welke gevolgen dit heeft voor de omvang van de huishoudelijke ondersteuning.
c.Kenmerken woning
•Inrichting van de woning: de cliënt kan extra inzet wensen bijvoorbeeld door de aanwezigheid van extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubelstukken. Het gaat met name om de extreme situaties, waarin de inrichting van het huis vraagt om een aanzienlijke extra ondersteuning. In die situaties wordt in overleg met de cliënt bekeken wat de mogelijkheden zijn. Van de cliënt wordt verwacht dat hij alles doet wat in zijn vermogen ligt om de beperkingen op te lossen of te verminderen. In de praktijk zal inrichting van de woning niet leiden tot extra inzet van ondersteuning.
•Bewerkelijkheid van de woning: er kan extra inzet van ondersteuning nodig zijn door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld door de ouderdom van het huis, de staat van het onderhoud, de aard van de wand- of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoeken. Het is de verantwoordelijkheid van de cliënt om de invloed van die factoren weg te nemen of te verminderen.
•Omvang van de woning: een grote woning kan, maar hoeft niet per sé meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld te stofzuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken, omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd en dus extra inzet van ondersteuning.
De aanwezigheid van één of meerdere factoren leidt niet automatisch tot meer of minder inzet van huishoudelijke ondersteuning. In sommige situaties is het aan de cliënt zelf om te voorzien in een (gedeeltelijke) oplossing. Voorop staat een zorgvuldige afweging, zowel van de verantwoordelijkheid van de cliënt als die van de gemeente, en daaropvolgend een beoordeling of de standaarduren adequaat zijn voor het bereiken van de beoogde resultaten.
4.4.2 Wasverzorging
Ondersteuning ten behoeve van het resultaat ‘Wasverzorging’ wordt geboden met als doel: beschikking hebben over schoon linnen- en beddengoed en/of over schone kleding. De verzorging van de was omvat het machinaal wassen, laten drogen en opvouwen van kleding en linnen- en beddengoed. Er mag worden verwacht dat de cliënt beschikt over een wasmachine. Als die er niet is, behoort het realiseren van een wasmachine tot de verantwoordelijkheid van de cliënt. Daarnaast wordt van de cliënt verwacht dat de reikwijdte van de ondersteuning tot een minimum wordt beperkt door bijvoorbeeld de aanschaf van een wasdroger of kleding die niet gestreken hoeft te worden. Kreukvrije kleding is algemeen gebruikelijk. Strijken is niet noodzakelijk is voor het participeren in de maatschappij of voor de zelfredzaamheid. Strijken wordt alleen vanuit de maatwerkvoorziening ingezet voor en indien hiertoe een medische noodzaak bestaat. Daarnaast wordt van de cliënt verwacht dat hij redelijkerwijs al het mogelijke heeft gedaan om het ontstaan van extra zware was te beperken. Bijvoorbeeld door het gebruik van incontinentiemateriaal of antiallergieproducten.
Tijdens het gesprek met de inwoner worden alle mogelijkheden doorgenomen en besproken. Er wordt binnen dit resultaatgebied gekeken naar wat de persoon zelf nog kan en in welke mate het sociaal netwerk ondersteuning kan bieden. Daarbij kan gedacht worden aan de vraag of de persoon met behulp van de mensen om hem heen kan zorgen voor schone en draagbare kleding. Is er bijvoorbeeld een familielid of zijn buren bereid de was wekelijks te doen? Zijn er algemene of voorliggende voorzieningen aanwezig die tot het gewenste resultaat kunnen leiden? Als er bijvoorbeeld een was- en strijkdienst beschikbaar is waarmee de persoon het gewenste resultaat kan behalen, hoeft de gemeente hierin niet te ondersteunen. Als sprake is van een gezonde huisgenoot valt het resultaat ‘Wasverzorging’ vrijwel altijd onder de reikwijdte van gebruikelijke hulp en biedt de gemeente geen ondersteuning.
4.4.3 Boodschappen
Onder het resultaat ‘Boodschappen’ wordt verstaan het opstellen van een boodschappenlijst, het doen van de boodschappen en het opruimen van de boodschappen. Het uitgangspunt voor het behalen van dit resultaat is dat het met één keer per week moet lukken. Er wordt altijd in overleg met de cliënt besproken of het netwerk hierin kan voorzien. Zijn er bijvoorbeeld familieleden die in de buurt wonen of buren die dit één keer in de week kunnen doen? Daarnaast wordt onderzocht of een boodschappendienst een oplossing biedt. Een boodschappendienst is algemeen gebruikelijk en het uitgangspunt is dat deze voorliggend is op een maatwerkvoorziening. Wanneer de inwoner aangeeft dat in zijn situatie de boodschappendienst geen uitkomst is, is het van belang om dat te onderzoeken. Is er bijvoorbeeld een boodschappendienst in de buurt die bij de inwoner thuis kan leveren? Als de inwoner moeite heeft met het (online) bestellen van boodschappen, dan kan het netwerk daar wellicht bij helpen. Als de boodschappendienst bereikbaar en betaalbaar is, is deze algemeen gebruikelijk.
In het geval er geen bereikbare of betaalbare boodschappendienst bereikbaar is, dan kan er ondersteuning bij de boodschappen worden verstrekt in de vorm van een maatwerkvoorziening. Hierbij wordt geen rekening gehouden met eigen voorkeuren van de cliënt (bv. voor speciaal voedsel dat beperkt verkrijgbaar is zodat extra gereisd moet worden). Er wordt alleen rekening gehouden met extra inspanningen die geleverd moeten worden vanwege aantoonbare medische redenen. Indien het cliëntsysteem bestaat uit meer dan 4 personen of wanneer er kinderen aanwezig zijn van jonger dan 12 jaar, dan kan er twee keer per week boodschappen worden geïndiceerd.
4.4.4 Maaltijden
Onder het resultaat ‘Maaltijden’ wordt verstaan: het verzorgen van de broodmaaltijd, eten en drinken klaarzetten en de warme maaltijd opwarmen. Het uitgangspunt voor het te behalen resultaat is dat indien nodig één keer per dag de broodmaaltijd wordt bereid en klaargezet en één keer per dag een warme maaltijd wordt opgewarmd en/of klaargezet. Ook valt het afruimen van de tafel, het in en uitruimen van de vaatwasser en het (hand)afwassen hieronder.
In het normenkader is de gemiddelde ondersteuningstijd beschreven waarmee dit resultaat kan worden behaald. Er is altijd ruimte voor maatwerk. Daarbij dient ook betrokken te worden of de persoon aanspraak kan maken op ondersteuning via zijn/haar zorgverzekering.
Tijdens het gesprek met de cliënt worden alle mogelijkheden doorgenomen en besproken. Is er een huisgenoot aanwezig die in staat is de maaltijd klaar te zetten of op te warmen? Dan hoeft de gemeente op grond van gebruikelijke hulp geen ondersteuning te bieden. Kan de cliënt op eigen kracht of met hulp van de mensen om hem heen een maaltijd verzorgen? Is bijvoorbeeld iemand uit het netwerk in staat een maaltijd klaar te zetten of op te warmen? Ook wordt er in het onderzoek gekeken of voorliggende voorzieningen zoals kant en klaar maaltijden van de supermarkt, mee-eten bij een verzorgingshuis, maaltijdbezorging aan huis of andere opties een oplossing bieden.
4.5 Thuisondersteuning
4.5.1 Kindzorg
Ondersteuning vanuit het resultaat ‘Kindzorg’ bestaat uit ondersteuning in het kader van de dagelijkse taken in het huishouden voor kinderen, wanneer ouders daartoe niet in staat zijn door acuut ontstane problemen. Voor de omschrijving van de activiteiten wordt aangesloten bij het resultaat ‘Kindzorg’ zoals beschreven in het normenkader van HHM. De in te zetten ondersteuningstijd is maatwerk, waarbij de ‘Richtlijn indicatieadvisering Hulp bij het huishouden’ van MO-Zaak (2011) een handreiking kan bieden. De ondersteuning wordt maximaal 12 weken ingezet.
De ondersteuning is van korte duur om de ouders de gelegenheid te geven om het acuut ontstane probleem zelf op te lossen. Hierbij is van belang dat de focus van de ondersteuning ligt op het huishoudelijke werk. Er worden in dat kader geen extra vaardigheden of deskundigheid gevraagd van de huishoudelijk medewerker. Zijn er deskundigheid en vaardigheden nodig in het kader van het verzorgen en opvoeden van kinderen, dan moet dat binnen de jeugdhulp worden opgelost.
4.5.2 Regie en organisatie
Wanneer de cliënt tijdelijk niet of onvoldoende in staat is tot het voeren van regie over het huishouden en het plannen van de huishoudelijke werkzaamheden, dan kan daar ondersteuning bij worden geboden in de vorm van ‘Thuisondersteuning’. De ondersteuning wordt geboden vanuit het resultaatgebied ‘Regie en organisatie’ en is bedoeld om structuur in het huishouden te verkrijgen of herkrijgen. Het doel is dat de cliënt met behulp van de ondersteuning stappen zet in het zelfstandig uitvoeren van huishoudelijke taken en in het voeren van een gestructureerd huishouden.
De cliënt wordt bij het maken van keuzes zoveel mogelijk betrokken door de huishoudelijk medewerker. Daarbij dient aangesloten te worden bij de capaciteiten, intellectuele vaardigheden en het leervermogen van de cliënt.
4.5.3 Advies, instructie en voorlichting (AIV)
Naast regie en organisatie kan dit resultaatgebied ook bestaan uit tijdelijke advies, instructie en voorlichting. Het gaat hier om het aanleren en samen uitvoeren van activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis en de wasverzorging en om het aanleren en samen uitvoeren van activiteiten gericht op de boodschappen en maaltijden. Te denken valt aan het leren koken, bijvoorbeeld wanneer de partner die normaal kookt is overleden en de cliënt nu zelf moet koken, maar dit nooit heeft geleerd. Hetzelfde kan gelden voor het doen van de was of het schoonmaken van het huis. Er wordt verwacht dat iemand daar in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor is en er wordt geen rekening gehouden met traditionele rolpatronen (zie hoofdstuk 3, paragraaf eigen kracht en gebruikelijke hulp). Toch kan ter overbrugging in die situaties tijdelijk ondersteuning worden geboden bestaande uit advies, instructie en voorlichting om de persoon de noodzakelijke vaardigheden aan te leren. Deze ondersteuning wordt voor maximaal 90 minuten per week verstrekt voor een periode van maximaal 6 weken.
4.5.4 Afbakening huishoudelijke ondersteuning en begeleiding
Voor het bepalen van inzet ter ondersteuning bij de organisatie en regie over het huishouden (resultaatgebied B) of advies, instructie en voorlichting (resultaatgebied C), wordt het normenkader van HHM gebruikt. Verder is van belang dat het de maatwerkvoorziening Thuisondersteuning gaat om ondersteuning aan inwoners die beperkingen ervaren bij het voeren van een gestructureerd huishouden. De nadruk ligt op het aanleren van huishoudelijke taken. Mocht de inwoner op andere terreinen van zelfredzaamheid en het dagelijks functioneren eveneens een hulpvraag hebben, bijvoorbeeld in het omgaan met officiële instanties, geld of het goed zorgen voor zichzelf, dan worden er in het algemeen andere ondersteuningsvaardigheden verlangd en is inzet van bijvoorbeeld individuele begeleiding thuis passender. Dat valt niet onder de reikwijdte van de huishoudelijke ondersteuning.
5 Individuele begeleiding, dagactiviteiten en kortdurend verblijf
5.1 Individuele begeleiding
5.1.1 Individuele begeleiding Basis
Individuele begeleiding Basis omvat verschillende activiteiten gericht op het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid en de maatschappelijke deelname van de inwoner. Door inzet van Individuele begeleiding Basis kan de inwoner langer in de eigen leefomgeving blijven. De inwoner wordt begeleid bij het ontwikkelen en toepassen van vaardigheden en gedrag in het dagelijks leven door herhaling en methodische interventie.
Individuele begeleiding Basis omvat onder meer de volgende activiteiten:
•Toezicht op of aansturing bij activiteiten en praktische vaardigheden (zowel thuis als buitenshuis);
•Ondersteuning bij het aanbrengen van structuur dan wel het voeren van regie;
•Oefenen van in behandeling aangeleerde vaardigheden of gedrag;
•Ondersteuning bij het organiseren van het dagelijks leven (huishouden, planning, administratie, geldzaken, regelzaken);Begeleiding door aansturen bij het uitvoeren van de persoonlijke verzorging;
•Kernbegrippen hierbij zijn stimuleren, coachen, helpen bij de dagelijkse taken en monitoren. Het uitgangspunt is inzet van individuele begeleiding Basis. Is er meer specialistische begeleiding nodig, dan kan individuele begeleiding Plus of Specialistisch worden ingezet.
5.1.2 Individuele begeleiding Plus
Naast de genoemde ondersteunende activiteiten bij individuele begeleiding basis, is er bij Individuele begeleiding Plus ook sprake van overname en regie. Overname betekent dat de zorgaanbieder taken van de cliënt overneemt, omdat de cliënt daartoe zelf niet of onvoldoende in staat is, ook niet met inzet van individuele begeleiding basis. Het kan hierbij gaan om bijvoorbeeld het maken van afspraken of het voeren van de administratie. Kernbegrippen hierbij zijn overname en regie.
Individuele begeleiding Plus voorkomt daarmee verwaarlozing of verhuizing naar een (zorg)instelling. Cliënten die in aanmerking komen voor Individuele begeleiding Plus kennen over het algemeen een complexe en zware problematiek. Bij afschalen is een warme overdracht essentieel en bestaat de mogelijkheid, indien wenselijk bij cliënt, naast de Maatwerkvoorziening individuele begeleiding Plus tijdelijk (maximaal 3 maanden) een Maat-werkvoorziening Individuele begeleiding Basis te indiceren.
5.1.3 Individuele begeleiding Specialistisch
Wanneer cliënten kampen met ernstige, complexe problemen op meerdere terreinen van wonen en leven kunnen zij worden ondersteund middels individuele begeleiding Specialistisch. Het kan hierbij gaan om cliënten die vanwege langdurige psychische en/of psychiatrische problematiek forse problemen ondervinden in hun zelfredzaamheid. Bij deze problemen zijn factoren als dakloosheid, geweld en/of maatschappelijke uitval aanwezig of vormen een dreigend perspectief. De ondersteuning is bedoeld om escalatie, zoals dak- of thuisloosheid, te voorkomen en de situatie te stabiliseren. Daarnaast kan deze ondersteuning worden ingezet als nazorg voor cliënten die tijdelijk verbleven in een instelling en terugkeren naar de thuissituatie, maar daarbij nog kampen met ernstige problemen, zoals hierboven benoemd. Let wel, het gaat bij deze vorm van nazorg nog steeds om ambulante ondersteuning en niet om een vorm van beschermd wonen, zoals ThuisPlus. Soms biedt Individuele Begeleiding Plus hiervoor ook een uitkomst.
Bij individuele begeleiding Specialistisch spreken we over intensieve inzet van ondersteuning, hierbij is voornamelijk sprake van een crisis. Als de crisis is afgewend en de situatie stabiel is, kan afgeschaald worden naar minder uren of naar lichtere vormen zoals individuele begeleiding Plus of Basis. In deze situaties kan tijdelijk Individuele Begeleiding Basis of Plus worden geboden naast Individuele Begeleiding Specialistisch. Er worden dan twee maatwerkvoorzieningen ingezet om een goede overdracht van ondersteuning te realiseren. Het moet hierbij om een tijdelijke situatie gaan, zo kort mogelijk, maar zo lang als nodig is om te komen tot een goede overdracht. Dit is in het belang van de cliënt.
5.2 Dagactiviteit (Basis, Plus, Persoonlijke ontwikkeling en Vervoer)
5.2.1 Dagactiviteit Basis
Wanneer een cliënt een ondersteuningsbehoefte heeft in het kader van dagstructuur of maatschappelijke deelname en er geen passende algemene voorziening beschikbaar is, kan
Dagactiviteit Basis worden ingezet. Ook kan Dagactiviteit Basis als doel hebben dat de cliënt ‘even uit de eigen omgeving’ is en de mantelzorger van de betreffende cliënt wordt ontlast. Bij Dagactiviteit Basis gaat het om ondersteuning en activiteiten in groepsverband die erop gericht zijn om de cliënt te stimuleren tot het zelf vormgeven van zijn of haar dagstructuur en maatschappelijke deelname. De aangeboden activiteiten sluiten zoveel mogelijk aan bij de belangstelling en mogelijkheden van de cliënt. Ook kan er sprake zijn van helpen bij en toezicht houden op de uitvoering van die activiteiten.
Er is geen noodzaak tot overname of het voeren van regie, de cliënt is in staat tot actieve deelname. De activiteiten vinden overdag plaats en buiten de eigen woonsituatie. Kernbegrippen bij de ondersteuning zijn stimuleren, coachen en laag intensief toezicht.
5.2.2 Dagactiviteit Plus
Dagactiviteit Plus is bedoeld ter ondersteuning van cliënten met zware of complexe problematiek. Vanwege de problematiek is de cliënt niet in staat zelfstandig problemen op te lossen of besluiten te nemen. Er is directe nabijheid van ondersteuning en toezicht nodig gedurende de dagactiviteit. Hierbij gaat het niet alleen om begeleiding bij de dagactiviteiten, maar soms ook om overname van taken door een professional. Voor het voeren van regie is de cliënt afhankelijk van de professional. Cliënten die in aanmerking komen voor deze vorm van ondersteuning hebben vaak complexe problematiek als gevolg van fysieke, zintuiglijke, verstandelijke of psychogeriatrische beperkingen, psychische- of cognitieve aandoeningen, niet aangeboren hersenletsel of verslavingsproblematiek. Geheugenproblematiek en onvoldoende regievoering is vaak aan de orde. Indien mogelijk sluiten de activiteiten zoveel mogelijk aan bij de behoeften en mogelijkheden van de cliënt.
5.2.3 Dagactiviteit Persoonlijke ontwikkeling
Dagactiviteit Persoonlijke ontwikkeling wordt ingezet in het kader van persoonlijke ontplooiing en verkenning van individuele mogelijkheden. De begeleiding is enerzijds gericht op ondersteuning, coaching (motivatie, werknemersvaardigheden) en anderzijds op het creëren van veiligheid en structuur. Cliënten kunnen zich zo in een veilige en vertrouwde omgeving maatschappelijk en sociaal ontwikkelen. Dit kan een goede stap zijn voor cliënten bij wie een traject vanuit de Participatiewet, waar de nadruk meer ligt op toe leiden naar werk, te vroeg is. De nadruk ligt bij dit product meer op ontwikkeling van de individuele mogelijkheden dan bij de basis- en plus-varianten van de dagactiviteit. Dagactiviteit Persoonlijke ontwikkeling dient bij te dragen aan de mogelijkheden om uit te stromen naar beschut, begeleid of ondersteund werk, deelname aan (basis-)voorzieningen in de buurt, vrijwilligerswerk of betaald werk.
5.2.4 Vervoer Dagactiviteit
Wanneer de cliënt niet in staat is om met eigen vervoer, openbaar vervoer of met behulp van het eigen netwerk naar de locatie van de Dagactiviteit te komen, kan vervoer van en naar de Dagactiviteit worden geïndiceerd. De zorgaanbieder is in dat geval verantwoordelijk voor het ophalen en brengen van de cliënt middels auto of autobus. De gebiedsteammedewerker onderzoekt wanneer vervoer noodzakelijk is. Het is de zorgaanbieder niet toegestaan een vervoersvergoeding aan de cliënt te vragen.
5.3 Kortdurend Verblijf
5.3.1 Kortdurend Verblijf Basis ‘met aandacht’
Gedurende een etmaal (24 uur) verblijft de cliënt in een zorginstelling waarbij geen begeleiding bij de persoonlijke verzorging nodig is. De aanvulling ‘met aandacht’ geeft aan dat er in dit geval vaak wel enige mate van toezicht nodig is: een aanspreekpunt, iemand die een oogje in het zeil houdt, en die in voorkomende gevallen de cliënt even gerust kan stellen en/of een praatje maakt. Deze ‘met aandacht’ is de extra toevoeging die anders door de Mantelzorger wordt gedaan en is qua ondersteuning te vergelijken met de Maatwerkvoorziening Individuele Begeleiding Basis.
5.3.2 Kortdurend Verblijf Plus ‘met zorg’
Gedurende een etmaal (24 uur) verblijft de inwoner in een instelling waarbij begeleiding bij de persoonlijke verzorging naast de reguliere begeleiding nodig is – de ondersteuning die normaal door de mantelzorger wordt geboden is te vergelijken met de Maatwerkvoorziening Individuele Begeleiding Plus.
NB: Het kan voorkomen dat er naast vormen van Wmo-ondersteuning ook andere ondersteuning in de thuissituatie wordt geboden door een (andere) professionele aanbieder, zoals persoonlijke verzorging uit de Zorgverzekeringswet. Mocht dit het geval zijn, dan blijft diezelfde aanbieder verantwoordelijk voor deze vorm van ondersteuning tijdens kortdurend verblijf als daarbij een redelijke reisafstand kan worden gehanteerd. Dat betekent dat die aanbieder in plaats van in de thuissituatie de persoonlijke verzorging op de verblijfslocatie biedt. In die gevallen kan Kortdurend Verblijf Basis ‘met aandacht’ worden ingezet. Bij een aanzienlijke grotere reistijd kan ervoor worden gekozen om een deel van de persoonlijke verzorging over te laten nemen door de gecontracteerde zorgaanbieder voor Kortdurend Verblijf. In die gevallen wordt Kortdurend Verblijf Plus ‘met zorg’ ingezet.
5.3.3 Vervoer Kortdurend Verblijf
Wanneer een Inwoner voor de ondersteuning Kortdurend verblijf niet met eigen vervoer, openbaar vervoer of vanuit eigen netwerk naar de locatie kan komen waar de ondersteuning wordt geleverd, is de Opdrachtnemer verantwoordelijk voor het organiseren van vervoer. Bij vervoer gaat het om verplaatsingen per auto of autobus. De Opdrachtnemer krijgt hiervoor een vergoeding op maat, afhankelijk van de gemaakte kosten voor het organiseren van het vervoer. Dit moet worden beschreven in de aanvraag van de voorziening. Het vervoer wordt daarbij als apart product geïndiceerd naast Kortdurend Verblijf.